Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juni 2014
Naar aanleiding van het verzoek van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn
en Sport sturen wij u hierbij onze reactie op het jaarbericht 2013 van de Inspectie
Jeugdzorg (Kamerstuk 31 839, nr. 376) alsmede onze reactie op de berichtgeving in het Algemeen Dagblad over het toenemend
aantal klachten in de jeugdzorg. (Algemeen Dagblad, 14 mei 2014, «Klachtenregen wordt
hoosbui»).
In het jaarbericht 2013 doet de Inspectie Jeugdzorg (IJZ) verslag van haar werkzaamheden
in 2013 en bericht zij over ontwikkelingen in de jeugdzorg. In 2013 publiceerde de
inspectie ruim vijftig nieuwsberichten op haar website over rapporten, brieven en
notities. Zo verschenen er rapporten over de invoering van de Meldcode huiselijk geweld
en kindermishandeling en de toepassing van het protocol netwerkpleegzorg. Daarnaast
publiceerde de IJZ een beschouwing over de dilemma’s rond hulpverlening bij problematische
scheidingen en werden – samen met andere inspecties – justitiële jeugdinrichtingen
doorgelicht en toetsen uitgevoerd in de jeugdzorgplus. Op enkele van deze thema’s wordt in het jaarbericht nader ingegaan.
De rapporten van de toezichtonderzoeken die het afgelopen jaar verschenen rond de
jeugdzorgplus zullen in de loop van 2014 met een totaalrapportage worden afgesloten. Deze rapportage
zal de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport u te zijner tijd toesturen.
In het jaarbericht vraagt de IJZ bijzondere aandacht voor de ontwikkelingen rond de
transitie en de samenwerking tussen de rijksinspecties. De IJZ bereidt zich voor op
haar positie in het nieuwe stelsel. Zo wordt de samenwerking tussen de IJZ, de Inspectie
voor de Gezondheidszorg en de Inspectie Veiligheid en Justitie verder versterkt. Met
gemeenten worden afspraken gemaakt over de uitvoering van het toezicht door de gezamenlijke
inspecties. Daarmee wordt het toezicht op de wettelijke kwaliteitseisen die aan de
jeugdhulpverleners en de gecertificeerde instellingen worden gesteld, nader ingevuld.
Deze afspraken worden vastgelegd in een afsprakenkader voor gemeenten en rijksinspecties
over het landelijke toezicht jeugd.
Daarnaast heeft de transformatie naar het nieuwe jeugdstelsel de aandacht van de IJZ.
Met name waar deze ontwikkelingen kritisch of risicovol kunnen uitpakken voor de continuïteit
en de kwaliteit van de zorg en de veiligheid van kinderen en gezinnen is het belangrijk
dat de IJZ hierop acteert. Uit het jaarbericht 2013 blijkt, dat de IJZ tot nu toe
geen indicaties heeft ontvangen dat er sprake is van een aantasting van de continuïteit
en de kwaliteit van de zorg. Het is belangrijk dat de IJZ deze ontwikkelingen en daarmee
de kwaliteit en veiligheid van de jeugdhulp goed blijft volgen.
Jaarlijks wordt door de IJZ bijgehouden wat het aantal en de aard van de calamiteiten
zijn welke verplicht worden gemeld door de organisaties in het jeugdzorgveld. De afgelopen
jaren is er sprake van een lichte groei van het aantal gemelde calamiteiten door deze
instellingen. Deze groei kan verklaard worden door een toenemend aantal meldingen
van vermoedens van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dit laatste hangt volgens
de IJZ samen met de werkzaamheden van de commissie Samson.
Behalve meldingen van calamiteiten door organisaties in het jeugdzorgveld, ontvangt
de IJZ ook signalen van burgers en professionals.
Hieronder volgt een stand van zaken zoals die feitelijk uit het jaarbericht 2013 van
de IJZ blijkt. Daaruit komt een genuanceerder beeld naar voren dan hetgeen in het
Algemeen Dagblad wordt geschetst.
Er blijkt sprake te zijn van een geleidelijke groei van het aantal signalen, waaronder
ook klachten, in de jeugdzorg. Sinds 2010 is het aantal signalen van burgers en professionals
in drie jaar tijd verdubbeld van 250 naar 503 signalen. De meeste signalen komen van
burgers en betreffen het onderdeel jeugdbescherming van de bureaus jeugdzorg (319
signalen van de 455 signalen in 2013). Het grote aantal signalen over de jeugdbescherming
hangt, volgens de IJZ, mogelijk samen met het feit dat juist dit onderdeel sterk kan
ingrijpen in het gezinsleven door de ondertoezichtstelling of de uithuisplaatsing.
De toename van het aantal signalen wordt volgens de IJZ veroorzaakt door een combinatie
van factoren, zoals de eisen die burgers aan de jeugdzorg stellen, de mondige burger
die eerder aan de bel trekt en de weg weet te vinden naar het meldpunt van de Inspectie
Jeugdzorg, maar ook speelt de media-aandacht voor het onderwerp jeugdzorg een rol.
Wij vinden het van groot belang dat die signalen worden gebruikt ter verbetering van
beleid en uitvoeringspraktijk. Daarom is het een goede zaak dat burgers en professionals
met vragen of klachten over jeugdzorg bij het meldpunt van de IJZ terecht kunnen.
De aanstaande transformatie van de jeugdhulp zal mogelijk ook aanleiding geven tot
vragen, signalen en suggesties van jeugdigen, ouders en professionals. Mede naar aanleiding
van het debat in de Eerste Kamer over de Jeugdwet zal een landelijk meldpunt worden
ingericht waar burgers, professionals en gemeenten met hun signalen en vragen terecht
kunnen (Kamerstuk 33 674/33 684, N). Over de inrichting van het meldpunt zult u voor de zomer nader geïnformeerd worden.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
F. Teeven