Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 maart 2012
Uw Kamer heeft per brief van de algemene commissie Jeugdzorg gevraagd om een spoedige
reactie op het rapport «(On)verantwoord wachten op jeugdzorg» van de Randstedelijke
Rekenkamer, de Rekenkamer Amsterdam, De Rekenkamer Den Haag en de Rekenkamer Oost-Nederland
dat 13 maart jongstleden is gepubliceerd.
Beleidsinzet toegankelijkheid jeugdzorg
Het thema van het rapport vind ik van groot belang. De jeugdzorg moet toegankelijk
zijn voor kinderen die zorg nodig hebben. Hoe snel de jeugdzorg beschikbaar moet zijn,
laat zich niet makkelijk in cijfers vangen. Hiervoor is het oordeel van professionals
over individuele kinderen nodig. Soms is het noodzakelijk om direct in te grijpen,
bijvoorbeeld wanneer kinderen worden aangetroffen in een situatie waarbij zij direct
gevaar lopen. In zo’n situatie moet er binnen 24 uur zorg geleverd worden. Soms kunnen
kinderen ook langer dan negen weken wachten, bijvoorbeeld wanneer het kind bij familie
verblijft in afwachting van plaatsing in een pleeggezin. Of wanneer blijkt dat de
ingezette overbruggingszorg dusdanig succesvol is, dat de geïndiceerde zorg niet meer
nodig is. Mijn beleidsinzet is erop gericht de jeugdzorg in staat te stellen dit maatwerk
te bieden.
Reactie op het rapport «(On)verantwoord wachten op jeugdzorg»
In reactie op het rapport van de provinciale rekenkamers wil ik allereerst aangeven
dat ik hun betrokkenheid bij de jeugdzorg waardeer. Dat zij meekijken en aanbevelingen
doen, stimuleert alle betrokken partijen om goed te kijken of de inspanningen voor
deze jongeren nog gerichter kunnen.
In mijn bestuurlijke reactie, die integraal in het rapport is opgenomen, geef ik aan
dat ik een inhoudelijke benadering van de wachtlijsten belangrijk vind, waarbij de
nadruk niet alleen ligt op het meten van cijfers. De Randstedelijke Rekenkamer heeft
al eerder in een rapportage opgenomen dat wanneer alleen gestuurd wordt op de wachtlijst
van langer dan negen weken onvoldoende rekening gehouden wordt met specifieke doelgroepen.
Voor sommige jeugdigen zal vijf weken wachttijd reeds te lang zijn, terwijl in andere
gevallen zestien weken bijvoorbeeld nog bespreekbaar is.1 Het gaat erom dat alle kinderen tijdig de noodzakelijke zorg krijgen. Dit is in het
Afsprakenkader jeugdzorg 2010–2011 van Rijk en IPO vastgelegd. Voor 2012 heb ik deze
lijn voortgezet.
Rapportage over wachtlijsten
In het Afsprakenkader jeugdzorg 2010–2011 zoals op 27 november 2009 aan de Kamer gezonden
is een jaarlijkse voortgangsrapportage overeengekomen met provincies (TK 2009–2010,
31 839, nr. 24). In antwoord op schriftelijke vragen van de Kamer over het Afsprakenkader is gemeld
dat de jaarlijkse rapportage ook de wachtlijstcijfers geldt (TK 2009–2010, 31 839, nr. 52). Deze rapportage heeft sindsdien jaarlijks plaatsgevonden over de cijfers op peildatum
1 juli. Op 24 oktober 2011 (TK 2011–2012, 31 839, nr. 137) heb ik u geïnformeerd over de wachtlijstcijfers op peildatum 1 juli 2011. Dit zijn
de cijfers zoals ook in het rapport van de rekenkamers zijn opgenomen. Op 26 oktober
2011 heb ik hierover met uw Kamer gesproken in een algemeen overleg.
In de brief van 24 oktober 2011 heb ik aangegeven dat de totale wachtlijsten een rustig
beeld laten zien met weinig verandering ten opzichte van het jaar daarvoor. De provincies
laten weten dat jeugdigen bij wie de veiligheid in het geding is en jeugdigen in crisissituaties
nagenoeg altijd tijdig zorg ontvangen. Provincies slagen er in voor de meeste jeugdigen
zorg te bieden conform de indicatie van bureau jeugdzorg. Waar dit niet lukt, wordt
in de meeste gevallen een alternatief gevonden. Er blijft een groep over die op de
peildatum nog helemaal geen zorg ontvangt, maar dat leidt naar het oordeel van bureau
jeugdzorg in verreweg de meeste gevallen niet tot onverantwoorde situaties. In een
bestuurlijk overleg op 12 oktober 2011 heeft het IPO aangegeven dat zij instaan voor
de kwaliteit van de aangeleverde cijfers. Provincies houden de vinger aan de pols
om er voor te zorgen dat er geen onverantwoorde situaties ontstaan met kinderen die
op een wachtlijst staan.
Vervolg
Om een beter beeld te krijgen van de wijze waarop provincies en bureaus jeugdzorg
de veiligheid waarborgen van kinderen die op jeugdzorg wachten, doet de Inspectie
Jeugdzorg momenteel onderzoek. De inspectie onderzoekt in hoeverre bureaus jeugdzorg
de veiligheid bewaken van jeugdigen die op een wachtlijst staan voor geïndiceerde
jeugdzorg. Ze richt zich hierbij zowel op het beleid als de praktijk. Het onderzoek
wordt uitgevoerd bij een aantal bureaus jeugdzorg die relatief veel jeugdigen op de
wachtlijst voor geïndiceerde jeugdzorg hebben staan. Ook wordt in het onderzoek een
aantal organisaties voor jeugd en opvoedhulp betrokken.
Zoals tijdens het debat toegezegd zal ik de uitkomsten van het Inspectie-onderzoek
met u delen. Ik streef er naar deze, samen met de nieuwe wachtlijstcijfers, in het
najaar te melden.
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. L. L. E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner