Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 november 2011
De commissie Jeugdzorg heeft tijdens de regeling van werkzaamheden van 6 september 2011 aangegeven een brief te willen ontvangen
over het ronselen van meisjes in jeugdzorginstellingen door loverboys. Hierbij doe ik u deze brief mede namens de staatssecretaris
van Veiligheid en Justitie toekomen.
Rijksbrede aanpak loverboys
Het kabinet heeft de aanpak van mensenhandel als prioriteit benoemd in het Regeerakkoord. Loverboys zijn mensenhandelaren
die met verleidingstechnieken meisjes inpalmen met als oogmerk hen later voor zich te laten werken in de prostitutie of andere
(illegale) sectoren. Momenteel bezien de verschillende betrokken ministeries de mogelijkheden om de bestaande en nieuwe maatregelen
op het gebied van loverboyproblematiek te combineren in een gezamenlijke rijksbrede aanpak. Deze aanpak zal zich in ieder
geval richten op de aanpak van loverboys, de opvang van de slachtoffers maar ook op het terrein van preventie. Uw kamer wordt
later dit jaar geïnformeerd over de rijksbrede aanpak.
Deze aanpak loverboys sluit nauw aan bij de samenhangende aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Meisjes die het slachtoffer
zijn van een loverboy zijn kwetsbaar en hebben vaak een afhankelijkheidsrelatie met de loverboy. Zij moeten net als alle andere
slachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties beschermd en ondersteund worden om uit hun kwetsbare positie te komen.
Zodat ze weer veilig en zelfstandig kunnen participeren in de maatschappij. Ik wil geweld tegen kwetsbare mensen in afhankelijkheidsrelaties
krachtig aanpakken. Dit doe ik samen met de ministeries van Veiligheid en Justitie, Onderwijs en Binnenlandse Zaken. Het versterken
van de positie van het slachtoffer, maar ook de daderaanpak en het doorbreken van de overdracht van geweld van generatie op generatie staan hierin centraal.
Onderzoek slachtoffers loverboys
Ter uitvoering van de motie-Langkamp 1 vindt op dit moment onderzoek plaats in de jeugdzorg, jeugdzorgplus en vrouwenopvang naar de aard en omvang van de problematiek van slachtoffers van loverboys. De achterliggende gedachte van
deze motie is om zoveel mogelijk te voorkomen dat slachtoffers van loverboys in de gesloten jeugdzorg terecht komen.
De resultaten van het onderzoek leveren niet alleen een beeld op van de omvang van het aantal slachtoffers maar ook van de
problematiek van de slachtoffers en welke behandeling zij nodig hebben. Tevens wordt onderzocht hoe de deskundigheid over
slachtoffers in de jeugdzorg vergroot kan worden. Een dergelijk onderzoek is nog niet eerder uitgevoerd. Op basis van de resultaten
bezie ik welke aanvullende maatregelen nodig zijn om nog betere zorg voor deze groep te kunnen bieden. Ik verwacht de resultaten
van dit onderzoek eind 2011 en zal uw Kamer hierover informeren.
Aanpak jeugdzorginstellingen
Meisjes die slachtoffer zijn van een loverboy zijn kwetsbaar, zij hebben in veel gevallen te maken met een zeer diverse en
gecompliceerde problematiek. Het is voor deze meisjes van belang dat zij behandeld worden en dat zij worden beschermd tegen
de invloed van de loverboy.
Slachtoffers van loverboys kunnen worden opgevangen en behandeld in een jeugdzorginstelling. Indien de problematiek van het
meisje hier aanleiding toe geeft, kunnen slachtoffers van loverboys ook worden behandeld in een jeugdzorgplus instelling. Dit kan het geval zijn wanneer het meisje zich onttrekt aan de behandeling of de loverboy haar aan de behandeling
probeert te onttrekken. De instellingen zijn verantwoordelijk voor de keuzes in verband met veiligheid van de jongeren die
in de instelling verblijven. Indien nodig kiezen instellingen voor het instellen van toegangscontrole en cameratoezicht in
de instelling en op het terrein. Op deze manier kan de instelling zicht houden op wie zich op het terrein of in de buurt bevindt.
In een jeugdzorgplus instelling biedt de gesloten leefomgeving waarin de meisjes verblijven bescherming tegen (agressie van) loverboys.
De instellingen zijn extra alert op de aanwezigheid van loverboys als er een meisje is geplaatst waarvan bekend is dat zij
slachtoffer is van een loverboy.
De regel is dat wanneer er bij een jeugdzorginstelling sprake is van overlast van loverboys of ronselpraktijken door loverboys,
de instelling de politie inschakelt. In een aantal gevallen hebben de instellingen contact met het veiligheidshuis waar ronselpraktijken
ook gemeld kunnen worden.
Naast maatregelen in het gebouw en op het terrein wordt in de behandeling van slachtoffers van loverboys aandacht besteed
aan het weerbaar maken van de meisjes tegen de loverboy.
Volledigheidshalve wijs ik er nog op dat u op 9 augustus 2011 de antwoorden heeft ontvangen op de vragen die het lid Kooiman
(SP) van uw Kamer heeft gesteld over het bericht dat jeugdzorginstellingen steeds meer last hebben van de groeiende terreur
van loverboys.2
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. L. L. E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner