Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 december 2012
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomsten van de VN-klimaatconferentie,
die van 26 november tot en met 7 december plaatsvond in Doha, Qatar. Ik beperk me
hier tot de kernresultaten van de onderhandelingen met het oog op snelle informatievoorziening
aan uw Kamer voor het Algemeen Overleg van woensdag a.s. over de Milieuraad van 17 december.
Het komen tot een mondiale aanpak voor klimaatverandering is taaie materie. Veel onderdelen
van die aanpak staan inmiddels op de rails, maar de klimaatonderhandelingen blijven
moeizaam verlopen. Uiteenlopende belangen en het multipolaire krachtenveld bemoeilijken
de ambitieuze en gemeenschappelijke stappen die nodig zijn.
Desondanks zijn in Qatar opnieuw noodzakelijke stappen gezet waar ik tevreden mee
ben. De kern van deze uitkomst kan samengevat worden in de volgende drie onderdelen.
Ten eerste zijn de Partijen een verlenging van het Kyoto-protocol overeengekomen.
Het betreft hier de vaststelling van de tweede verplichtingenperiode, die volgens
deze nieuwe afspraak loopt van 2013 tot en met 2020. De Europese Unie heeft zich daarvoor
ingeschreven met een reductiepercentage van 20 procent ten opzichte van het peiljaar
1990. Die inspanning is conform de afgesproken EU-interne regelgeving. Andere ontwikkelde
landen die naar verwachting deel zullen nemen aan deze tweede verplichtingenperiode
zijn, onder andere, Australië, Noorwegen, en Zwitserland.
Ik stuur de amendering van het Kyoto-protocol zo spoedig mogelijk ter goedkeuring
naar uw Kamer, conform de daarvoor geldende wetgevende procedure. Vervolgens ronden
de Europese Unie en de Lidstaten gezamenlijk de ratificatieprocedure af, door gezamenlijke
indiening van hun aktes van aanvaarding bij de VN. Het amendement treedt in werking
als driekwart van de Kyoto-Partijen het hebben aanvaard.
Ik realiseer me dat deze verlenging alleen het mondiale klimaatvraagstuk niet zal
oplossen. Toch is deze stap onder het Kyoto-protocol noodzakelijk als overgang naar
een nieuw, meer omvattend regime vanaf 2020.
De ontwikkeling van een nieuw mondiaal klimaatarrangement is het tweede onderdeel
van de uitkomst. In Doha is hiervoor een solide werkprogramma overeengekomen, waarmee
het tempo van die onderhandelingen nu duidelijk vastligt. Winst is vooral de afspraak
om de conceptteksten van het akkoord eind 2014 al op tafel te hebben.
Parallel aan die onderhandelingen start in 2013 ook een algehele review waarbij Partijen bekijken of de collectieve inspanningen adequaat zijn om het langere-termijndoel
van het Raamverdrag te realiseren. De review moet in 2015 zijn afgerond. Daarnaast is afgesproken dat we vroeg in 2013 initiatieven
in kaart brengen die pre-2020 acties katalyseren. Aan de inrichting van een nieuw
mondiaal akkoord, de review, en pre-2020 acties wil ik een actieve en ambitieuze bijdrage leveren. Ik zal de
uitwerking van deze inspanningen ook onderdeel maken van de klimaatvisie die ik uw
Kamer voor de zomer toestuur.
Het derde onderdeel van de Doha-uitkomst wordt gevormd door de afspraken over klimaatfinanciering.
Partijen zijn een werkprogramma overeengekomen om mogelijke trajecten voor opschaling
van internationale klimaatfinanciering ten behoeve van ontwikkelingslanden te identificeren
met het oog op het mobiliseren van USD 100 miljard per jaar vanaf 2020. Ik heb in
Doha bekendgemaakt dat Nederland in 2013 in totaal 200 miljoen euro zal bijdragen
aan internationale klimaatfinanciering.
Over adaptatie is een werkprogramma afgesproken voor het adaptatiecomité en is afgesproken
om internationaal aandacht te besteden aan verlies en schade door klimaatverandering,
hoe de kans hierop te verkleinen en hoe om te gaan met de risico’s.
Tijdens de jaarlijkse klimaatconferentie gebeurt er ook veel waardevols en marge van de formele bijeenkomst. De conferentie is een plek waar het bedrijfsleven, jongeren,
steden, milieubeweging e.d. samenwerken aan nieuwe initiatieven en oplossingen voor
de klimaatproblematiek. Ik heb in Doha kennis kunnen maken met een aantal van deze
initiatieven, waar Nederland actief bij betrokken is of zich bij aansluit.
Zo heb ik bijvoorbeeld aangekondigd dat Nederland lid wordt van de Climate and Clean Air Coalition, een nieuw en groeiend internationaal samenwerkingsverband dat zich inzet voor de
aanpak van kortlevende luchtvervuilende stoffen zoals smog, methaan en roet. Het reduceren
van emissies van deze stoffen biedt zowel gezondheidsvoordelen als klimaatbaten.
Ook heb ik deelgenomen aan de Cartagena Dialoog, een informele groep van rond de 40
landen die samen constructief tot oplossingen komen voor de formele onderhandelingen.
Dit is een uitstekende arena om nieuw ideeën te toetsen en draagvlak te creëren, zoals
voor de Nederlandse visie op een dynamisch en flexibel nieuw klimaatinstrument, of
voor een modern aanpak voor adaptatie. Een ander initiatief dat ik actief zal steunen,
is ontwikkeld door Ecofys, gericht op het verhogen van de mondiale ambitie voor 2020
via bottom-up acties (door steden, bedrijven etc).
Afsluitend vermeld ik graag dat alle concept-besluitteksten uit Doha beschikbaar zijn
op de website van het VN klimaatsecretariaat (www.unfccc.int). Begin 2013 stuur ik uw Kamer een vervolgbrief met een meer gedetailleerd overzicht
van de Doha-resultaten.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
W.J. Mansveld