Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031765 nr. 480

31 765 Kwaliteit van zorg

Nr. 480 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 februari 2020

Tijdens de plenaire behandeling van de wetsvoorstellen Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) (Kamerstuk 34 767) en Aanpassingswet Wtza (AWtza) (Kamerstuk 34 768) op 29 januari jl. (Handelingen II 2019/20, nr. 47, debat over Wet toetreding zorgaanbieders) heeft uw Kamer verzocht om een schriftelijk overzicht van de maatregelen die mijn collega-bewindspersonen van VWS en ik nemen om te voorkomen dat personen met verkeerde intenties in de zorg aan de slag gaan (zeven stappen). Hierbij zijn ook de tijdlijnen gevraagd. Met deze brief kom ik, mede namens de Minister voor Medische Zorg en Sport en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, aan dat verzoek tegemoet. Ik verwijs tevens naar de Kamerbrieven 17 oktober en 25 november 20191.

1. Wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorgaanbieders

Met het wetsvoorstel Integere bedrijfsvoering zorgaanbieders (Wibz) worden de wettelijke eisen aan de bedrijfsvoering van zorgaanbieders aangescherpt. Dit gebeurt door:

  • Aanvullende voorwaarden te stellen aan dividenduitkering. De aard van de voorwaarden en het tijdstip van inwerkingtreden kan variëren per deelsector en wordt gekoppeld aan het zich voordoen van excessen en de noodzaak die tegen te gaan, respectievelijk te voorkomen. Daarnaast bezien we of er een norm geïntroduceerd moet worden voor een maatschappelijk maximaal aanvaardbare dividenduitkering.

  • Een wettelijke verplichting voor zorgaanbieders om elke vorm van belangenverstrengeling binnen hun organisatie te voorkomen.

  • Versterking van de positie van de onafhankelijke intern toezichthouder binnen zorgaanbieders.

  • De uitbreiding en nadere inrichting van de Wtza-vergunning zodat aanbieders die de verkeerde intenties hebben of eerder de fout in zijn gegaan beter kunnen worden geweerd. En het introduceren van meer intrekkingsgronden, om de vergunning in te kunnen trekken als een zorgaanbieder niet integer handelt.

Het wetsvoorstel wordt op dit moment zoveel mogelijk vanuit de bovengenoemde hoofdlijnen uitgewerkt. Daarbij wordt gezocht naar de juiste balans tussen de effectiviteit van de voorgestelde maatregelen en de regeldruk en uitvoeringslasten voor zowel de betrokken zorgaanbieders als de toezichthouders. Nadat het wetsvoorstel in concept gereed is, zal het dit voorjaar worden afgestemd met de andere departementen, getoetst worden door de betrokken toezichthouders en worden voorgelegd aan diverse adviesinstanties zoals het Adviescollege toetsing regeldruk en de Autoriteit Persoonsgegevens. Naar verwachting kan het conceptwetsvoorstel vervolgens na de zomer in internetconsulatie en in het najaar voor advies worden voorgelegd aan de Raad van State. We streven ernaar het wetvoorstel uiterlijk begin 2021 bij uw Kamer in te dienen. Wij spannen ons hiermee maximaal in om het wetstraject zo snel als mogelijk te laten verlopen. De tijdige beschikbaarheid en de uitkomst van de diverse toetsen en adviezen zullen daarbij bepalend zijn voor de haalbaarheid van de hierboven beschreven planning.

2. Wetsvoorstel Bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg

Met het wetsvoorstel Bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbsrz) verbetert de samenwerking tussen verschillende instanties bij het aanpakken van zorgfraude. Het wetsvoorstel bevat daarvoor twee onderdelen:

  • Een Waarschuwingsregister zorgfraude waar zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten gegevens over fraudeurs op een centrale plek kunnen registreren. Genoemde instanties kunnen dit register onder andere raadplegen voordat zij een contract afsluiten en zij kunnen vervolgens risico-beperkende maatregelen nemen. Dit helpt om te voorkomen dat zorgfraude zich mogelijk herhaalt in een ander gebied of zorgdomein.

  • Verbeteren van het uitwisselen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de bestrijding van zorgfraude, tussen betrokken partijen. Toezichthouders, opsporingsdiensten, zorgverzekeraars en gemeenten kunnen hierdoor – ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid – fraude beter opsporen en aanpakken. Het uitwisselen van signalen zal verlopen via een rechtspersoon met een wettelijke taak, de stichting Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ).

Betere samenwerking tussen partijen is belangrijk om te voorkomen dat patiënten de dupe worden van frauduleuze praktijken. De voor de samenwerking benodigde gegevensuitwisseling vindt plaats binnen de kaders van privacyregelgeving, met oog voor de gevoeligheid van de gegevens en met zorg voor de privacy van betrokkenen.

Het wetsvoorstel is op 6 januari 2020 voorgelegd aan de Raad van State. Het streven is het wetsvoorstel in juni 2020 aan de Tweede Kamer te verzenden.

3. Wetsvoorstel Bevorderen contracteren

Contractering is hét vehikel is om afspraken te maken over doelmatigheid, kwaliteit, innovatie, organiserend vermogen en de juiste zorg op de juiste plek. In de hoofdlijnenakkoorden voor de wijkverpleging en de ggz hebben partijen afspraken gemaakt om het contracteerproces te verbeteren en contractering te stimuleren. Daarnaast bereiden wij het wetsvoorstel Bevorderen contracteren voor. Hiermee regelen we het volgende:

  • De mogelijkheid om (deel)sectoren te kunnen aanwijzen waarvoor de overheid de hoogte van de vergoeding voor niet gecontracteerde zorg in (nadere) regelgeving vastlegt.

  • Nadere invulling van het hinderpaalcriterium.

We verwachten het wetsvoorstel binnenkort in te dienen in uw Kamer.

4. Uitbreiding van de Wet Normering Topinkomens

Met het wetsvoorstel Versterking Wet normering topinkomens (WNT) wordt beoogd de uitvoering van de WNT in de zorg te verbeteren en te vereenvoudigen. Met het wetsvoorstel wordt het volgende geregeld:

  • De WNT wordt van toepassing op zowel hoofd- als onderaannemers in de zorg, om ontwijking van de WNT tegen te gaan.

  • Het aangrijpingspunt van de WNT in de zorg wordt aangepast.

We verwachten het wetsvoorstel nog dit voorjaar aan te kunnen bieden aan de Tweede Kamer. Daarnaast zal het toezicht op de WNT vanaf 2021 risicogericht worden vormgegeven.

5. Maatregelen rond het persoonsgebonden budget

Rondom het persoonsgebonden budget (pgb) nemen we de volgende maatregelen:

  • Als onderdeel van de Agenda pgb is het kader voor pgb-vaardigheid ontwikkeld. Dit domeinoverstijgende kader bestaat uit een lijst met tien criteria waar budgethouders (en/of vertegenwoordigers) aan moeten voldoen om te kwalificeren als pgb-vaardig. Het kader omvat tevens een leidraad toetsing die zorgkantoren en gemeenten (verder: budgetverstrekkers) een handvat biedt om deze vaardigheden te beoordelen en goed te kunnen onderbouwen waarom iemand wel of geen pgb toegekend krijgt. Begin februari 2020 start een pilot met een groep budgetverstrekkers die het kader implementeert in de pgb-toekenningsprocedure.

  • De pilot van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het VNG Kenniscentrum Handhaving en Naleving (VNG KCHN) met de pgb-risicoscan is succesvol verlopen. Deelnemende gemeenten ontvingen in deze pilot signalen van de SVB die aanleiding kunnen zijn om een onderzoek te starten naar de rechtmatigheid van de pgb-besteding. De evaluatie van de pilot is vrijwel gereed en er is veel belangstelling in het veld voor een bredere inzet van het instrument. We hebben de SVB verzocht de pilot te continueren.

  • Onderzocht is welke domeinoverstijgende gegevensuitwisseling nodig is voor succesvol fraudeonderzoek, zoals in inzage door de budgetvertrekker in gegevens over aan wie een zorgverlener pgb-zorg verleend. Een advies hierover is vrijwel gereed en is aangekondigd voor de volgende voortgangsrapportage over de agenda pgb die dit voorjaar aan uw Kamer wordt verstuurd.

6. Maatregelen rond de Jeugdwet

Zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 7 november 20192 werken we aan maatregelen om de organisatie van de jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering te verbeteren. Deze zullen onder meer betrekking hebben op het versterken van goed bestuur, toezicht en bedrijfsvoering bij jeugdhulpaanbieders. In maart wordt uw Kamer geïnformeerd over de verdere uitwerking en planning van deze maatregelen.

7. Maatregelen rond het Wmo-toezicht

In de Kamerbrief over contractering, toeleiding, rechtmatigheid en toezicht in de Wmo van 10 februari 20203 zijn verschillende acties benoemd die zijn uitgezet om het Wmo-toezicht verder en duurzaam te versterken. Het verder versterken en professionaliseren van het Wmo-toezicht is een belangrijke doelstelling, waarbij we oog blijven houden voor de afgesproken verantwoordelijkheidsverdeling tussen het Rijk en gemeenten. Dit doen we onder andere door:

  • De VNG te ondersteunen om het instrumentarium van het Wmo-toezicht nader uit te werken (toolkit opdrachtgeverschap). De toolkit zal naar verwachting in mei van dit jaar worden gepubliceerd.

  • In gesprek te gaan met GGD-GHOR en KCHN om te werken aan landelijk kennisnetwerk, de eerste ambtelijke contacten zijn hiervoor al gelegd en men ziet genoeg aanknopingspunten voor een goede samenwerking. In de beleidsreactie met betrekking tot het Wmo-toezicht over 2019 zullen we u informeren over de voortgang.

  • De voorgenomen wettelijke verankering van actieve openbaarmaking van Wmo-toezichtrapportages. (Actieve) openbaarmaking vergt dat toezichthouders en colleges zorgvuldige afwegingen maken, hetgeen de noodzaak van professionalisering verder versterkt. In het voorjaar zal de VNG als voorbereiding op deze wettelijke verankering een handreiking publiceren over openbaarmaking van Wmo-toezichtrapportages. Op basis van deze handreiking kunnen gemeenten het proces omtrent openbaarmaking eenvoudig inrichten.

  • In de praktijk, in samenwerking tussen de gemeentelijk toezichthouder en de IGJ, vast te stellen hoe het toezicht op instellingen van beschermd wonen versterkt zou kunnen worden. De IGJ gaat in 2020 samen met de Wmo-toezichthouder(s) beschermd wonen instellingen inspecteren.

Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Kamerstuk 32 620, nr. 238 en Kamerstuk 34 767, nr. 19.

X Noot
2

Kamerstuk 31 839, nr. 699.

X Noot
3

Kamerstuk 29 538, nr. 314.