Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031765 nr. 475

31 765 Kwaliteit van zorg

34 104 Langdurige zorg

Nr. 475 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 januari 2020

Bijgaand stuur ik u de eerste versie van het advies «Oud en zelfstandig in 2030» van de commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen1. Het kabinet heeft de commissie gevraagd om advies uit te brengen over wat nodig is om de zorg voor thuiswonende ouderen ook in de toekomst op peil te houden, rekening houdend met demografische, maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en de betaalbaarheid van de zorg. Uitgangspunt van de commissie is de motie van het lid Bergkamp (Kamerstuk 34 775 XVI, nr. 86).

De commissie heeft haar advies samengevat in drie hoofdboodschappen: 1) ga (ver)bouwen, 2) ga digitaal en 3) ga samenwerken. Deze boodschappen worden geconcretiseerd in 35 aanbevelingen. De aanbevelingen zijn erop gericht het vermogen van ouderen om goed voor zichzelf en voor elkaar te zorgen te ondersteunen, onder andere door digitalisering en door te zorgen voor geschikte woonmogelijkheden, de samenwerking op het gebied van wonen, welzijn en zorg te verbeteren, en de complexiteit van het stelsel van zorg en ondersteuning op een paar cruciale punten te verminderen. Met deze aanbevelingen bestrijkt het advies de brede domeinen van wonen, welzijn en zorg, hetgeen aansluit bij de motie Bergkamp welke ten grondslag lag aan de opdracht aan de commissie.

De commissie geeft aan dat een eenvoudig en eenduidig antwoord op de vraag hoe de zorg voor thuiswonende ouderen op peil kan worden gehouden niet voor het grijpen ligt, maar dat de aanbevelingen gezamenlijk een beweging in de goede richting vormen.

Een aantal aanbevelingen sluit goed aan bij lopende beleidstrajecten. Zo stimuleer ik in het kader van het Programma Langer Thuis gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders om gemeenschappelijke woonvormen voor ouderen te realiseren (ambitie Taskforce Wonen en Zorg), bevorder ik digitalisering (Stimuleringsregeling eHealth Thuis, VIPP-regelingen, MedMij), werk ik aan betere ondersteuning van mantelzorgers en bevorder ik regionale en domeinoverstijgende samenwerking (o.a. werkstructuur VNG/ZN regionale samenwerking). Ook werk ik aan een nieuwe bekostiging van de wijkverpleging en bevorder ik het werken naar een herkenbaar en aanspreekbaar team in de wijk.

Een aantal aanbevelingen gaat verder dan het huidige kabinetsbeleid en vergt wijziging van de stelsels. Voorbeelden hiervan zijn de aanbevolen oplossing voor de zorgval, namelijk het advies om alle zorg en ondersteuning aan zelfstandig wonende ouderen uit de Wlz te schrappen en deze voortaan uitsluitend te leveren vanuit de Zvw en de Wmo, of het opnemen van een prikkel in het Gemeentefonds om gemeenten te belonen bij een lagere instroom in de Wlz.

Zoals eerder aangegeven in haar tussenrapportage van 2 juli 2019 zal de commissie een aantal maanden (tot 1 april) de tijd nemen voor het verzamelen van reacties op het advies. Na verwerking van deze reacties zal de commissie de definitieve versie van het rapport uitbrengen.

Van een aantal aanbevelingen heb ik hierboven aangegeven dat deze aansluiten bij verschillende lopende beleidstrajecten en ik zal deze daarbij dan ook waar mogelijk al betrekken. Voor de meer ingrijpende aanbevelingen die tot stelselwijzigingen zouden leiden, geldt dat ik na het verschijnen van de definitieve versie zal bezien waar deze raken aan de Contourennota, waarin ik een meer integrale reactie op de verdergaande aanbevelingen wil meenemen. Bovendien zal ik, waar aanbevelingen raken aan beleidsterreinen buiten VWS, de tijd nemen voor afstemming met collega bewindslieden.

Ik ben de leden van de commissie erkentelijk voor deze eerste versie van het advies en hun inzet voor de totstandkoming ervan. Het advies zal naar mijn verwachting een nuttige bijdrage leveren aan de ideeënvorming over de toekomst van de ouderenzorg. Ik zal de discussie over de aanbevelingen met belangstelling volgen en wacht de definitieve versie van het advies af.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl