Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831765 nr. 319

31 765 Kwaliteit van zorg

Nr. 319 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 april 2018

Bijgaand bied ik u de monitor Zorg voor ouderen van de Nederlandse Zorgautoriteit aan1. Het is voor het eerst dat voor een dergelijk grote groep verzekerden het totale zorggebruik in kaart is gebracht. De Monitor Zorg voor ouderen geeft inzicht in het zorggebruik en de zorgkosten van ouderen, waarbij ouderen zijn ingedeeld in groepen met vergelijkbaar zorggebruik. Hierdoor geeft de monitor inzicht in de verschillen tussen het zorggebruik van ouderen die thuis wonen en ouderen die in een verpleeghuis wonen. De monitor kijkt naar alle vormen van zorg: de huisartsenzorg, medicijngebruik, ziekenhuiszorg, wijkverpleging, ondersteuning via de gemeente en de langdurige zorg.

De monitor laat zien dat een groot deel van de ouderen weinig zorg gebruikt en een klein deel veel zorg. Het zorggebruik stijgt naarmate de leeftijd toeneemt. De gemiddelde uitgaven aan zorg voor 85-plussers liggen vier keer hoger dan die voor ouderen tussen de 65 en 75 jaar. Ook de aard van zorg verandert. Met de leeftijd neemt het gebruik van wijkverpleging en langdurige zorg toe en medisch-specialistische zorg af. De monitor laat ook de effecten zien van het beleid sinds 2013, de invoering van de Wlz en het langer zelfstandig thuis wonen. Volgens de monitor woont 94% van de ouderen thuis, van de 85-plussers nog 70%. Veel thuiswonende ouderen zijn niet afhankelijk van langdurige zorg en ondersteuning. De meeste thuiswonende ouderen ontvangen alleen zorg via de Zorgverzekeringswet (Zvw). Een minderheid (16,4%) van de ouderen heeft een complexere zorgvraag en gebruikt daarom zorg en ondersteuning uit meerdere domeinen. Als zij dit doen, is dat voornamelijk een combinatie van zorg uit de Zvw en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Opvallend is dat de gemiddelde zorguitgaven voor alle groepen ouderen die thuis wonen een dalende trend laten zien. De gemiddelde uitgaven aan zorg voor ouderen in het verpleeghuis zijn de afgelopen vier jaar juist gestegen: ouderen die in 2016 in het verpleeghuis verblijven hebben gemiddeld zwaardere zorg dan in 2012. Van de totale uitgaven aan zorg voor ouderen gaat 40% naar de groep van 6% ouderen die gebruik maken van verpleeghuiszorg. Netto zijn de gemiddelde uitgaven aan zorg voor een oudere tussen 2013 en 2015 gedaald. Volgens de NZa is het waarschijnlijk dat dit tenminste gedeeltelijk te verklaren is door het beleid gericht op langer thuis wonen. Of deze trend ook structureel is, valt volgens de NZa pas na langere studie te zeggen.

Gelet op het feit dat het verbeteren van ouderenzorg één van de belangrijkste prioriteiten voor deze kabinetsperiode is, ben ik de NZa zeer erkentelijk voor deze monitor. Doordat we meer inzicht hebben in zorggebruiken en zorgkosten van ouderen, hebben we betere handvatten voor het toekomstbestendig maken van de ouderenzorg in een land waarin de zorg en de leefwereld van ouderen in hoog tempo veranderen.

In maart heb ik met 40 partijen het pact voor de ouderenzorg gesloten (bijlage bij Kamerstuk 31 765, nr. 299). Drie programma’s maken onderdeel uit van het pact, gericht op het bestrijden van eenzaamheid, langer thuis kunnen wonen en het verbeteren van de verpleeghuiszorg. In maart ontving u reeds het programma «Een tegen eenzaamheid (bijlage bij Kamerstuk 29 538, nr. 252). In het programma Thuis in het verpleeghuis heb ik aangegeven hoe ik de kwaliteit van zorg merkbaar en meetbaar wil verbeteren (bijlage bij Kamerstuk 31 765, nr. 318). In het programma Langer Thuis dat ik in juni aan de Kamer aanbied, ga ik verder in op hoe wij de opgave om thuiswonende ouderen goede zorg en ondersteuning te verlenen zullen oppakken. Bij de ontwikkeling en uitvoering van genoemde progamma’s maken wij dienstbaar gebruik van voorliggende monitor.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.