Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 oktober 2016
Ik streef met het programma Waardigheid en Trots naar een fundamentele verbetering
van de verpleeghuiszorg. Twee belangrijke instrumenten hierbij zijn het nieuwe Kwaliteitskader
verpleeghuizen en de Leidraad Verantwoorde Personeelssamenstelling. Het doel is dat
de beste verpleeghuizen de norm zijn voor de gehele sector.1 Dat is een grote, noodzakelijke en vooral zeer wenselijke stap waarmee we, aanvullend
aan het ingrijpen in de verpleeghuizen waar het mis gaat, de kwaliteit in verpleeghuiszorg
over de gehele linie normeren en kunnen verbeteren. In de brieven over Waardigheid
en Trots is aangegeven dat beide instrumenten op 1 oktober aan het Zorginstituut worden
aangeboden. Met deze brief informeer ik u over de stand van zaken.
Ontwikkeling rondom kwaliteitskader
De sector heeft onder de vlag van Waardigheid en Trots de handschoen opgepakt. Onderdeel
van «Speerpunt 3: Meer ruimte voor professionals» in het plan van aanpak Waardigheid
en Trots is het ontwikkelen van een kwaliteitskader2 en personeelsleidraad.3 ActiZ heeft in nauwe samenwerking met anderen de ontwikkeling van de het kwaliteitskader
op zich genomen. De V&VN heeft als beroepsverenging eveneens in nauwe samenwerking
met andere partijen de ontwikkeling van de personeelsleidraad ter hand genomen4. V&VN en de betrokken partijen hebben daarbij gekozen voor kwalitatieve normen, omdat
kwantitatieve normen vaak tegengestelde effecten sorteren.5 Recentelijk heeft de V&VN met de PFN de leidraad aangeboden aan het Zorginstituut.
Zoals u weet zijn in de drie verschenen Voortgangsrapportages de vorderingen opgenomen:
-
– De Tweede Kamer heeft afgelopen juli 2016 de consultatieversie van het kwaliteitskader
toegezonden gekregen;
-
– Een eerdere versie van de leidraad is bij de tweede Voortgangsrapportage aan uw Kamer
toegezonden;
-
– In de derde Voortgangsrapportage (juli 2016) is aangegeven dat de doelstelling was
om beide 1 oktober 2016 in te dienen bij het Zorginstituut Nederland;
-
– Tevens is in die rapportage beschreven dat het Zorginstituut voor de toetsing van
het Kwaliteitskader, waarvan de leidraad onderdeel is, een expertcommissie heeft ingericht.
-
– Tot slot heb ik aangegeven dat indien het Zorginstituut van mening is dat het aangeboden
Kwaliteitskader van de sector niet toereikend is, het Zorginstituut haar doorzettingsmacht
na 1 oktober kan aanwenden.
Regievoering door het Zorginstituut
Tot mijn teleurstelling zijn betrokken partijen er niet in geslaagd om voor 1 oktober
tot een door ieder gedragen voorstel voor een kwaliteitskader en leidraad te komen.
Dit is vastgesteld in een overleg hierover op maandag 3 oktober jl. Het voorliggende
kader werd door zowel mij als door patiëntenverenigingen en verzekeraars als onvoldoende
beoordeeld. De uitwerking van het kader is te vrijblijvend en te weinig normerend
om de noodzakelijke kwaliteitsslag te maken. Partijen hebben aangegeven dat het standpunt
van Actiz over het opschorten van het aanleveren van gegevens ten behoeve van de indicatoren
basisveiligheid aan de IGZ alsmede de openbaarmaking een rol in het overleg heeft
gespeeld. Ook ik vind dit niet acceptabel: bewoners en hun naasten hebben het recht
op deze informatie en de IGZ moet uiteraard zijn werk kunnen doen. Partijen hebben
gezamenlijk besloten het Zorginstituut in te schakelen.
Ik heb na het genoemde overleg direct contact opgenomen met het Zorginstituut en mij
is bevestigd dat het Zorginstituut zijn doorzettingsmacht aanwendt en de regierol
op zich neemt. Het Zorginstituut heeft de ambitie uitgesproken om per 1 januari aanstaande
een eerste kwaliteitskader op te leveren, waarin in ieder geval de basisveiligheid
en indicatoren daarvoor een plek krijgen. Dit verheugt mij en wordt gesteund door
PFN, LOC, V&VN, Verenso, BTN en Zorgverzekeraars Nederland.
Het belang van een goed kwaliteitskader acht ik zeer hoog. Wanneer het kader is vastgesteld,
geeft dit bewoners van verpleeghuizen en naasten zekerheid over de kwaliteit waarop
zijn kunnen rekenen, toetst de IGZ op deze normen en kan het zorgkantoor beter inkopen
op kwaliteit. Hiermee zijn we dan ook af van de verschillende eisen van verschillende
partijen waar zorgaanbieders nu mee geconfronteerd worden.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn