Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juni 2010
Tijdens het VAO van 12 mei jl. (Handelingen der Kamer II, vergaderjaar 2009–2010, nr. 83, blz. 7036–7037) hebben de leden Van der Veen en Timmer een motie ingediend waarin zij mij verzochten de Kamer voor 1 juni
a.s. te informeren over een manier waarop de huidige wijze van verstrekking van medicinale zuurstof door middel van een uitzonderingsbepaling
in de Geneesmiddelenwet voortgezet kan worden (Kamerstuk 31 765, nr. 13).
Allereerst merk ik op dat de motie niet lijkt uit te gaan van een juiste voorstelling van zaken hoe de kanalisatie van medicinaal
zuurstof plaatsvindt. In de situatie vóór de door mij vastgestelde kanalisatie kwam het er op neer dat de levering van medicinaal
zuurstof door medisch facilitaire bedrijven direct aan patiënten thuis of in een instelling werd afgeleverd, zonder tussenkomst
van een apotheek-houdende. Het recept werd door de arts, al dan niet via de patiënt of de fabrikant/groothandelaar, verstuurd naar de zorgverzekeraar. De branche-organisaties hebben mij nadrukkelijk verzocht de aflevering van medicinale
zuurstof wettelijk goed te verankeren, omdat deze manier van afleveren geen waarborgen kent voor een juiste verstrekking van
medicinale zuurstof en niet geoorloofd is volgens de Geneesmiddelenwet. Om de kwaliteit die het wettelijk systeem vereist
te waarborgen en toch zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande situatie heb ik ervoor gekozen dat de aflevering van
dit geneesmiddel goed plaats kan vinden door middel van de zogeheten verlengde arm constructie. Ik zal hieronder uitleggen
waarom.
Geneesmiddelenwet
Artikel 61, eerste lid onder c van de Geneesmiddelenwet bepaalt dat ook daartoe bij ministeriële regeling aangewezen personen
en instanties onder de in de regeling bedoelde omstandigheden UR-(uitsluitend recept)geneesmiddelen of UA-(uitsluitend apotheek)geneesmiddelen
ter hand mogen stellen.
Om de huidige wijze van verstrekking van medicinale zuurstof voort te zetten is mijns inziens geen uitzonderingsbepaling in
de regelgeving noodzakelijk. Een uitzonderingsbepaling, in die zin dat de apotheekhoudende niet het medicinale zuurstof aflevert,
stuit zelfs op grote kwaliteitsbezwaren. Ik zal dit hieronder toelichten.
Status van geneesmiddel
Inherent aan het veranderen van de status van medicinale zuurstof, dat sinds 31 januari 2006 als geneesmiddel wordt aangemerkt,
is dat het via de apotheek afgeleverd moet worden.
Aflevering en zorgplicht
In Nederland worden alle receptplichtige geneesmiddelen verstrekt door een apotheekhoudende. De apotheekhoudende heeft ten
opzichte van de patiënt een zorgplicht en is verantwoordelijk voor het goed afleveren van een geneesmiddel. De mogelijkheid
bestaat namelijk dat de voorschrijvend arts niet het gehele overzicht heeft van de medicatie die een patiënt gebruikt. De
apotheker is de aangewezen persoon die dit overzicht wel heeft en daardoor onder andere mogelijke interacties kan signaleren.
Een apotheker is bij uitstek opgeleid en geëquipeerd om eventuele interacties te signaleren, medicatiebewaking uit te voeren,
voorlichting te geven etc. Hierdoor is hij in staat kwalitatief goede zorg te verlenen.
Kostenstijging
In het algemeen geldt dat de aflevering van een geneesmiddel door een apotheekhoudende tot gevolg heeft dat de apotheker daar
een afleververgoeding voor zal krijgen. Dit zal niet anders zijn bij de aflevering van medicinale zuurstof. Daar staat tegenover
dat een apotheekhoudende door middel van zijn kennis en handelingen noodzakelijke waarborgen voor kwaliteit toevoegt in de
genees-middelenketen. Zie hiervoor onder de kop «Aflevering en zorgplicht».
Verlengde arm constructie
In Nederland is het mogelijk om medicinale zuurstof direct te verstrekken via medisch facilitaire bedrijven met behoud van
de zorgplicht van de apotheekhoudende. Dit is mogelijk via de zogenaamde «verlengde arm constructie». Dit betekent in feite
dat de apotheekhoudende het recept verkrijgt dat de arts heeft voorgeschreven voor een patiënt. Vervolgens schakelt hij, indien
hij niet zelf feitelijk zorg wil dragen voor de aflevering, een leverancier van medicinale zuurstof in die de medicinale zuurstof
aflevert bij de patiënt of de instelling waar de patiënt verblijft. Het enige dat nu gevraagd wordt van de voorschrijver is
om het recept naar de apotheek te sturen in plaats van naar de zorgverzekeraar, zoals voorheen het geval was. Dit is ook noodzakelijk
wil de apotheekhoudende aan zijn zorgplicht en verantwoordelijkheid kunnen voldoen om een geneesmiddel goed af te leveren.
Indien een apotheekhoudende een derde betrekt bij de aflevering van een geneesmiddel zal hij de verantwoordelijkheid houden.
Derhalve zal hij zich bij het inhuren van diensten van derden moeten verzekeren van kwalitatief goede diensten.
Overgangsperiode
Na intensief overleg met de brancheorganisaties heb ik geconcludeerd dat de aflevering van dit geneesmiddel goed plaats kan
vinden door middel van de zogeheten verlengde arm constructie. Er is afgesproken met de betrokkenen, waaronder de «Vereniging
van Fabrikanten van Industriële Gassen» (VFIG), dat ze ruimschoots de tijd krijgen om zich aan te passen aan de nieuwe situatie.
Dat de aanbieders op dit moment nog niet klaar zijn, hoeft dus geen negatieve gevolgen te hebben.
Bekendmaking
Voorschrijvers en afleveraars zullen, voor zover ze nog niet op de hoogte zijn, op de hoogte worden gebracht van deze verandering.
Ik vertrouw er op dat ik u hiermee voldoende heb ingelicht over de mogelijkheid om de huidige wijze van verstrekking van medicinale
zuurstof voort te zetten.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink