31 763
Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van regels over bestuur en toezicht in naamloze en besloten vennootschappen

nr. 21
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID WEEKERS TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 18

Ontvangen 8 december 2009

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel A, komt in artikel 9 lid 2 de tweede zin te luiden:

Behoort een aangelegenheid tot de taak van twee of meer bestuurders, dan is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen af te wenden. Een statutaire taakverdeling ontslaat een bestuurder niet van de plicht tot het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden.

Toelichting

Met dit amendement wordt de ongerijmde situatie voorkomen – die door het wetsvoorstel dreigt te ontstaan – dat een bestuurder verantwoordelijk wordt gehouden voor onbehoorlijk bestuur voor een aangelegenheid die op grond van een statutaire taakverdeling niet tot zijn competentie behoort. Dit is in strijd met beginselen van behoorlijke governance waarbij het uitgangspunt is dat verantwoordelijkheid daar behoort te liggen waar ook de bevoegdheid tot handelen ligt. Wat het amendement bewerkstelligt is dat bij een taakverdeling verantwoordelijkheid en daarmee aansprakelijkheid zijn beperkt tot onbehoorlijke taakvervulling gelegen op een terrein dat behoort tot het takenpakket van de desbetreffende bestuurder. Het amendement leidt dan ook niet tot een uitbreiding maar tot een inperking van de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van bestuurders ten opzichte van het wetsvoorstel.

Het amendement brengt overigens geen wijziging in de maatstaf die geldt voor aansprakelijkheid. Vereist blijft dat sprake dient te zijn van een ernstig verwijt en dat de bestuurder nalatig is geweest om schadelijke gevolgen van het onbehoorlijk bestuur af te wenden. Het beginsel van de collectieve verantwoordelijkheid blijft behouden in die zin dat elke bestuurder ook bij een statutaire taakverdeling gehouden is om maatregelen te treffen om schade voor de rechtspersoon als gevolg van onbehoorlijk bestuur van een collega bestuurder af te wenden.

Weekers

Naar boven