31 753 Rechtsbijstand

29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

L1 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 18 februari 2026

De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid2 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de voortgang van de aanpak versterking toegang tot het recht. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 20 januari 2026.

  • De antwoordbrief van 17 februari 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, De Graag

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Den Haag, 20 januari 2026

De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid hebben met belangstelling kennisgenomen van het afschrift van uw brief van 11 december 2025 aan de voorzitter van de Tweede Kamer over de aanpak ter versterking van de toegang tot het recht.3 De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA (mede namens de fracties van de SP en de PvdD), de leden van de fractie JA21, en de leden van de fractie OPNL (mede namens de fracties van D66 de ChristenUnie en Volt) hebben naar aanleiding daarvan een aantal vragen en opmerkingen.

De leden van de fracties GroenLinks-PvdA en het lid van de fractie OPNL sluiten zich over en weer aan bij elkaars vragen en opmerkingen. Het lid van de fractie OPNL sluit zich ook aan bij de vragen van de fractie JA21. De leden van de fracties D66, ChristenUnie en het lid van de Fractie-Walenkamp sluiten zich aan bij de vragen van de fractie van GroenLinks-PvdA en de fractie JA21.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA, mede namens de fracties van de SP en de PvdD

De leden van de fracties GroenLinks-PvdA, SP en PvdD hebben met interesse kennisgenomen van het afschrift van uw brief van 11 december 2025 over de aanpak ter versterking van de toegang tot het recht. Deze leden hebben naar aanleiding daarvan een aantal vragen over de zorgelijke situatie ten aanzien van een van de belangrijkste pijlers van de toegang tot het recht, namelijk de gefinancierde rechtsbijstand, als gevolg van een structureel tekort aan sociaal advocaten.

Kunt u uiteenzetten hoe de bezetting van de sociaal advocatuur op dit moment is, over het land verdeeld, en hoe de verwachte ontwikkeling voor de komende vijf jaar is, eveneens over het land verdeeld? Zijn de eerste onderzoeksresultaten hiervan al bekend?

U schrijft in uw brief: «Tot slot is het is niet vanzelfsprekend gebleken dat er voldoende sociaal advocaten zijn om de vraag naar hulp in te vullen. In samenwerking met de NOvA, de VSAN en de Raad voor Rechtsbijstand zijn er daarom concrete plannen gemaakt, voor de korte én de lange termijn, om iets te doen aan het dalende aanbod van sociaal advocaten».4

Kunt u, gelet op de urgentie van het probleem, uiteenzetten wat de concrete plannen die zijn gemaakt inhouden en daarbij ingaan op de vraag in hoeverre er voortgang is gemaakt op de onderwerpen die vervat zijn in de brief van de regering van 26 juni 2025 over het onderwerp «rechtsbijstand»?5

Kunt u daarbij ook aangeven wat het gesprek van begin juli met verschillende grote advocatenkantoren (aldus de brief) over de volgende onderwerpen concreet heeft opgeleverd?

  • inrichten van een afdeling gesubsidieerde rechtsbijstand bij (grote) commerciële advocatenkantoren;

  • in huis nemen van sociaal advocaten of het aanbieden van kantoorinrichting of huisvesting aan sociaal advocaten;

  • samenwerking tussen sociaal en commerciële advocatuur waarbij de advocaat-stagiaire een sociaal advocaat als patroon heeft en een buitenpatroon bij een commercieel kantoor die garant staat voor het financieel risico van de sociaal advocaat;

  • delen van innovaties, bibliotheken, IT-ondersteuning en kennis op het gebied van bedrijfsmodellen met sociaal advocaten.

De Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN) heeft in februari 2025 haar grote bezorgdheid geuit over het gebrek aan concrete maatregelen om de situatie te verbeteren. Zij schrijft: «Het risico is groot dat kwetsbare burgers geen toegang meer krijgen tot noodzakelijke juridische hulp. Als we nu niet handelen, zullen we binnenkort simpelweg niet genoeg sociaal advocaten hebben om mensen in juridische nood bij te staan.» 6 Kunt u uiteenzetten welke maatregelen sindsdien zijn genomen om te voorkomen dat het scenario dat de VSAN schetst uitkomt?

De VSAN noemt een aantal maatregelen die ertoe kunnen bijdragen dat op korte termijn 200 nieuwe sociaal advocaten, verspreid over het land, aan het werk komen.7 Kunt u reageren op de hieronder vermelde noodmaatregelen en aangeven of de regering deze voorstellen wel of niet ondersteunt, dan wel meeneemt in de concrete plannen die zijn benoemd in uw brief van 11 december?8

  • Begeleidingsvergoeding voor patroons: Sociale advocatenkantoren zouden een subsidie moeten ontvangen van 15.000 euro per stagiair per jaar om de kosten van het begeleiden van jonge advocaten te dekken.

  • Kredietvoorziening voor stagiair-ondernemers: De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) zou een krediet kunnen verstrekken van 45.000 euro per stagiair, waardoor de drempel voor stagiair-ondernemers om aan de slag te gaan wordt verlaagd.

  • Terugkeer van de voorschotregeling: Om de financiële druk voor kantoren te verlichten, zou een voorschotregeling voor stagiairs moeten worden heringevoerd, aangezien het vaak lange tijd duurt voordat toevoegingen worden uitbetaald.

De leden van de fracties GroenLinks-PvdA, SP en PvdD voegen daaraan de vraag toe waarom de aanbeveling van de commissie Van der Meer II ten aanzien van de kantoortoeslag niet wordt opgevolgd. De NOvA geeft aan hoe belangrijk deze toeslag is en dat zonder deze toeslag de vergoeding voor advocaten die in kantoorverband werken nog steeds veel te laag is en het voor sociaal advocaten niet mogelijk is om de noodzakelijke advocaat-stagiairs op te leiden. U heeft eerder aangegeven deze aanbeveling niet over te nemen, omdat dit «niet de enige oplossing om de nieuwe aanwas te stimuleren».9 Deze leden begrijpen dat dit niet de enige oplossing is, maar vragen of deze maatregel daartoe niet kan bijdragen, zoals ook de NOvA stelt. Bent u, gelet op de urgentie van het probleem, bereid dit standpunt te heroverwegen?

De leden van de fracties GroenLinks-PvdA, SP en PvdD vragen u of het, gelet op de urgentie van het probleem, niet tijd is een noodplan sociale advocatuur op te stellen en uit te voeren. Ook met het oog op de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, ten aanzien waarvan de aan het woord zijnde leden zorgen hebben over het doenvermogen van verdachten en slachtoffers in het nieuwe strafproces. Ook in dat kader is voldoende beschikbare rechtsbijstand van evident belang. Deelt u deze observatie? Zo ja, waartoe leidt dat en zo nee, waarom niet? En bent u voornemens een dergelijk noodplan te formuleren? Zo ja hoe ziet dat eruit en zo nee, waarom niet?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van JA21

De leden van de fractie van JA21 hebben kennisgenomen van het afschrift van uw brief van 11 december 2025 over de aanpak ter versterking van de toegang tot het recht en stellen u de volgende vragen:

  • 1. Hoe beoordeelt u de signalen uit de praktijk dat het aanbod van sociaal advocaten verder blijft afnemen doordat de toevoegingspraktijk financieel en organisatorisch niet langer houdbaar is?

  • 2. Bent u bekend met signalen dat de forfaitaire vergoedingen in het familierecht structureel niet in verhouding staan tot de feitelijke tijdsbesteding en dat de aanvraag van extra uren als bureaucratisch en belemmerend wordt ervaren?

  • 3. Welke gevolgen ziet u van deze ontwikkelingen voor de bereidheid en mogelijkheid van advocaten om actief te blijven in (aanvullende) toevoegingspraktijken?

  • 4. Welke concrete maatregelen neemt u om bureaucratische barrières en de disbalans tussen de forfaitaire vergoedingen en de feitelijke tijdsbesteding weg te nemen, zodat het aanbod van sociale advocaten kan toenemen?

  • 5. In uw brief van 11 december 2025 schrijft u het volgende: «Tot slot is het niet vanzelfsprekend gebleken dat er voldoende sociaal advocaten zijn om de vraag naar hulp in te vullen. In samenwerking met de NOvA, de VSAN en de Raad voor Rechtsbijstand zijn er daarom concrete plannen gemaakt, voor de korte én de lange termijn, om iets te doen aan het dalende aanbod van sociaal advocaten.»10 Kunt u toelichten welke concrete plannen er zijn gemaakt en hoe die zijn vormgegeven?

  • 6. Herkent u dat extra uren bij bewerkelijke toevoegingszaken regelmatig worden geweigerd zolang geen zitting heeft plaatsgevonden, ook wanneer zaken langdurig aanhangig zijn? Acht u deze systematiek verenigbaar met de professionele verantwoordelijkheid van advocaten om zorgvuldig en oplossingsgericht te werken? Welke concrete maatregelen bent u voornemens te treffen om deze effecten tegen te gaan?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie OPNL, mede namens de leden van de fracties van D66, ChristenUnie en Volt

De leden van de fracties van OPNL, D66, ChristenUnie en Volt hebben met belangstelling kennisgenomen van het afschrift van uw brief van 11 december 2025 over de aanpak ter versterking van de toegang tot het recht. Deze leden waarderen het dat u in de voortgangsbijlage aandacht besteedt aan de sociale advocatuur in de regio en wensen hierover enkele vragen te stellen.

  • 1. Deelt u de opvatting dat de beschikbaarheid van sociale advocatuur in alle regio’s van Nederland een essentiële randvoorwaarde is voor daadwerkelijke toegang tot het recht, in het bijzonder voor kwetsbare burgers?

  • 2. In de brief van 26 juni 2025 kondigt uw ambtsvoorganger aan dat het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand onderzoek doet naar de aard en ontwikkeling van het aanbod van sociale advocatuur, waaronder de regionale spreiding en de verhouding tussen vraag en aanbod.11 Kunt u bevestigen dat dit onderzoek expliciet inzicht zal bieden in regio’s waar tekorten (dreigen te) ontstaan?

  • 3. Bent u bereid het rapport van het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand, zodra dit begin 2026 beschikbaar komt, met de Eerste Kamer te delen?

  • 4. Bent u voornemens om op dit rapport een kabinetsreactie te geven? Zo ja, bent u bereid deze kabinetsreactie eveneens met de Eerste Kamer te delen? Zo nee, kunt u toelichten waarom niet?

  • 5. Kunt u toelichten op welke wijze de resultaten van dit onderzoek concreet zullen worden betrokken bij het formuleren van gerichte maatregelen om regionale tekorten aan sociaal advocaten tegen te gaan?

Door de daling van het aantal sociaal advocaten moeten rechtzoekenden steeds verder reizen voor hun rechtsbijstand. Hulpverleners geven in dit kader aan dat de reiskosten hierdoor vaak hoog zijn, waardoor de financiële problemen van deze rechtzoekenden (nog) hoger kunnen oplopen.12

  • 6. Welke concrete maatregelen bent u voornemens op korte termijn te treffen om de financiële drempel van reiskosten voor rechtzoekenden die lange afstanden moeten afleggen te verlagen?

  • 7. Hoe borgt u binnen het aangekondigde visietraject dat de langetermijnvisie niet alleen leidt tot een landelijk stabiel aanbod van sociale advocatuur, maar ook tot een evenwichtige regionale spreiding, met name in krimp- en grensregio’s?

Sinds de schaalvergroting binnen de rechtspraak zijn er 24 kantonlocaties gesloten en is de fysieke bereikbaarheid van de kantonrechter in grote delen van Nederland verslechterd.13

  • 8. Op welke wijze monitort u de geografische spreiding van de kantonrechters in Nederland en de gevolgen daarvan voor de toegankelijkheid tot het recht in de krimp- en grensregio’s?

  • 9. Bent u bereid de geografische spreiding van de kantonrechters mee te nemen in uw brieven over de voortgang van de aanpak versterking toegang tot het recht?

De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid zien met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangen deze graag uiterlijk vóór 17 februari 2026.

Voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, B.O. Dittrich

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 februari 2026

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen gesteld door de Vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer in de brief van 20 januari 2026, met kenmerk 179520, over de voortgang van de aanpak versterking toegang tot het recht.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A.C.L. Rutte

Beantwoording vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA, mede namens de fracties van de SP en de PvdD

1.

Kunt u uiteenzetten hoe de bezetting van de sociaal advocatuur op dit moment is, over het land verdeeld, en hoe de verwachte ontwikkeling voor de komende vijf jaar is, eveneens over het land verdeeld? Zijn de eerste onderzoeksresultaten hiervan al bekend?

Op dit moment doet het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand (Kenniscentrum) onderzoek naar de ontwikkeling van het aanbod van sociaal advocaten waarbij wordt gedifferentieerd naar rechtsgebied en regio. Ik verwacht het onderzoeksrapport en een reactie daarop voor het meireces aan de Tweede Kamer, met afschrift aan de Eerste Kamer, te kunnen sturen.

2.

Kunt u, gelet op de urgentie van het probleem, uiteenzetten wat de concrete plannen die zijn gemaakt inhouden en daarbij ingaan op de vraag in hoeverre er voortgang is gemaakt op de onderwerpen die vervat zijn in de brief van de regering van 26 juni 2025 over het onderwerp «rechtsbijstand»?

Voor de voortgang op de maatregelen verwijs ik u naar bijlage 1 bij de Kamerbrief van 11 december 2025.14 De afgelopen jaren zijn verschillende maatregelen genomen om de sociale advocatuur te versterken.15 Zoals vermeld in de Kamerbrief van 26 juni 2025 worden verschillende aanbevelingen van de commissie-Van der Meer II, die zien op de vergoedingen, opgevolgd.16 Het gaat onder meer om de aanbevelingen ten aanzien van de puntenaantallen, toeslagen en het punttarief. De hiervoor benodigde wijziging van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr) is op 1 februari 2026 in werking getreden. Hiermee is een structurele investering gemoeid van 30 miljoen euro voor de sociale advocatuur vanaf 2027 en voor 2026 een beperkter bedrag afhankelijk van het aantal toevoegingen dat wordt gedeclareerd in 2026.

In de eerder genoemde brief van 26 juni 2025 zijn tevens verschillende korte en lange termijn maatregelen vermeld, waaronder het visietraject voor de toekomst van de sociale advocatuur. Dit traject is een samenwerking van mijn ministerie met de Raad voor Rechtsbijstand (RvR), de Nederlandse orde van Advocaten (NOvA) en de Vereniging Sociaal Advocatuur Nederland (VSAN). Het visietraject bevindt zich momenteel in een afrondend stadium. Voor het meireces zal de Tweede Kamer, met afschrift aan de Eerste Kamer, geïnformeerd worden over de uitkomsten van dit traject.

3.

Kunt u daarbij ook aangeven wat het gesprek van begin juli met verschillende grote advocatenkantoren (aldus de brief) over de volgende onderwerpen concreet heeft opgeleverd?

  • inrichten van een afdeling gesubsidieerde rechtsbijstand bij (grote) commerciële advocatenkantoren;

  • in huis nemen van sociaal advocaten of het aanbieden van kantoorinrichting of huisvesting aan sociaal advocaten;

  • samenwerking tussen sociaal en commerciële advocatuur waarbij de advocaat-stagiaire een sociaal advocaat als patroon heeft en een buitenpatroon bij een commercieel kantoor die garant staat voor het financieel risico van de sociaal advocaat;

  • delen van innovaties, bibliotheken, IT-ondersteuning en kennis op het gebied van bedrijfsmodellen met sociaal advocaten.

Op 9 juli jongstleden heeft de voormalig Staatssecretaris Rechtsbescherming gesproken met verschillende vertegenwoordigers van de grootste advocatenkantoren in Nederland. Onderwerp van gesprek was de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gehele advocatuur voor de toegang tot het recht en de samenwerking tussen sociale en commerciële advocatuur. De genoemde onderwerpen zijn daarbij ook aan bod gekomen. Op 29 oktober 2025 heeft mijn ministerie over deze onderwerpen verder gesproken met verschillende sociaal advocatenkantoren. In deze gesprekken zijn onder meer verschillende best practices opgehaald, zoals de detachering van advocaat-stagiaires van commerciële kantoren bij sociaal advocatenkantoren. Op 12 maart 2026 wordt een gezamenlijke bijeenkomst georganiseerd met vertegenwoordigers van verschillende sociaal en commercieel advocatenkantoren om verder te verkennen waar de kansen voor samenwerking verder liggen. Tijdens deze bijeenkomst worden ook de koppeling met de uitkomsten van het visietraject gemaakt en besproken.

4.

De Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN) heeft in februari 2025 haar grote bezorgdheid geuit over het gebrek aan concrete maatregelen om de situatie te verbeteren. Kunt u uiteenzetten welke maatregelen sindsdien zijn genomen om te voorkomen dat het scenario dat de VSAN schetst uitkomt?

Zie het antwoord hierboven op vraag 2.

5.

De VSAN noemt een aantal maatregelen die ertoe kunnen bijdragen dat op korte termijn 200 nieuwe sociaal advocaten, verspreid over het land, aan het werk komen. Kunt u reageren op de hieronder vermelde noodmaatregelen en aangeven of de regering deze voorstellen wel of niet ondersteunt, dan wel meeneemt in de concrete plannen die zijn benoemd in uw brief van 11 december?

  • Begeleidingsvergoeding voor patroons: Sociale advocatenkantoren zouden een subsidie moeten ontvangen van 15.000 euro per stagiair per jaar om de kosten van het begeleiden van jonge advocaten te dekken.

  • Kredietvoorziening voor stagiair-ondernemers: De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) zou een krediet kunnen verstrekken van 45.000 euro per stagiair, waardoor de drempel voor stagiair-ondernemers om aan de slag te gaan wordt verlaagd.

  • Terugkeer van de voorschotregeling: Om de financiële druk voor kantoren te verlichten, zou een voorschotregeling voor stagiairs moeten worden heringevoerd, aangezien het vaak lange tijd duurt voordat toevoegingen worden uitbetaald.

Ik verwijs naar de brief van 26 juni 2025 waar nader op de door de VSAN voorgestelde maatregelen is ingegaan. Met de wijziging van het Bvr voor de opvolging van verschillende aanbevelingen van de commissie-Van der Meer II, is per 1 februari jongstleden ook de voorschotregeling aangepast. Vanaf deze datum heeft de RvR de bevoegdheid om met beleidsregels andere voorwaarden te stellen ten gunste van advocaten die buiten hun toedoen in liquiditeitsproblemen raken en startende advocaten die een overwegende toevoegingspraktijk willen opstarten.

6.

De leden van de fracties GroenLinks-PvdA, SP en PvdD voegen daaraan de vraag toe waarom de aanbeveling van de commissie Van der Meer II ten aanzien van de kantoortoeslag niet wordt opgevolgd. De NOvA geeft aan hoe belangrijk deze toeslag is en dat zonder deze toeslag de vergoeding voor advocaten die in kantoorverband werken nog steeds veel te laag is en het voor sociaal advocaten niet mogelijk is om de noodzakelijke advocaat-stagiairs op te leiden. U heeft eerder aangegeven deze aanbeveling niet over te nemen, omdat dit «niet de enige oplossing om de nieuwe aanwas te stimuleren». Deze leden begrijpen dat dit niet de enige oplossing is, maar vragen of deze maatregel daartoe niet kan bijdragen, zoals ook de NOvA stelt. Bent u, gelet op de urgentie van het probleem, bereid dit standpunt te heroverwegen?

De aanbeveling voor invoering van een kantoortoeslag is om verschillende redenen (nog) niet opgevolgd. Onder meer omdat de toeslag zoals de commissie-Van der Meer II die voorstelt niet op zichzelf staat en breder bezien moet worden in relatie tot andere maatregelen om nieuwe aanwas te stimuleren. Daarom is de aanbeveling voor een kantoortoeslag meegenomen in het visietraject voor de toekomst van de sociale advocatuur. Voor het meireces zal de Tweede Kamer, met afschrift aan de Eerste Kamer, geïnformeerd worden over de uitkomsten van dit traject.

7.

De leden van de fracties GroenLinks-PvdA, SP en PvdD vragen u of het, gelet op de urgentie van het probleem, niet tijd is een noodplan sociale advocatuur op te stellen en uit te voeren. Ook met het oog op de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, ten aanzien waarvan de aan het woord zijnde leden zorgen hebben over het doenvermogen van verdachten en slachtoffers in het nieuwe strafproces. Ook in dat kader is voldoende beschikbare rechtsbijstand van evident belang. Deelt u deze observatie? Zo ja, waartoe leidt dat en zo nee, waarom niet? En bent u voornemens een dergelijk noodplan te formuleren? Zo ja hoe ziet dat eruit en zo nee, waarom niet?

Ja ik ben van mening dat het voor de toegang tot het recht van groot belang is dat er voldoende rechtsbijstandsverleners zijn binnen het stelsel van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Dus ook dat er voldoende advocaten met de specialisatie strafrecht werkzaam zijn binnen de gesubsidieerde rechtsbijstand. Op dit moment wordt er samen met Significant Public onderzoek verricht naar de uitvoeringsconsequenties van het nieuwe Wetboek van Strafvordering voor de gesubsidieerde rechtsbijstand. Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten zal worden berekend of, en zo ja, welke structurele financiële middelen nodig zijn om de eventuele extra tijdbesteding tot uitdrukking te brengen in de forfaitaire vergoedingen voor advocaten die verdachten onder het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand bijstaan.

Wat mij betreft wordt met het plan van aanpak sociale advocatuur van 20 april 202317, de opvolging van de aanbevelingen van de Commissie-Van der Meer II en het visietraject voor de toekomst van de sociaal advocatuur voorzien in de behoefte aan een «noodplan». Aanvullend ben ik met de RvR en de NOvA in gesprek over eventuele noodmaatregelen wanneer er zich op specifieke rechtsgebieden of in bepaalde regio’s acute tekorten voordoen. Daarvoor zijn ook de uitkomsten van het hierboven genoemde onderzoek van het Kenniscentrum naar de ontwikkeling van het aanbod van belang.

Beantwoording vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van JA21

1.

Hoe beoordeelt u de signalen uit de praktijk dat het aanbod van sociaal advocaten verder blijft afnemen doordat de toevoegingspraktijk financieel en organisatorisch niet langer houdbaar is?

Er is een dalende trend in het aanbod van sociale advocaten zichtbaar. Dat vind ik zorgelijk en het tij moet worden gekeerd om de gesubsidieerde rechtsbijstand toegankelijk te houden.

2.

Bent u bekend met signalen dat de forfaitaire vergoedingen in het familierecht structureel niet in verhouding staan tot de feitelijke tijdsbesteding en dat de aanvraag van extra uren als bureaucratisch en belemmerend wordt ervaren?

Ja, die signalen ken ik voor zover die dateren van voor 2021. Met opvolging van de aanbevelingen van de commissies- Van der Meer I en II zijn de forfaitaire vergoedingen in het familierecht, mede gebaseerd op de onderliggende Cebeon-onderzoeken naar de gemiddelde tijdsbesteding, structureel weer in verhouding gebracht met de gemiddelde tijdsbesteding. Verder is de urengrens waarbij een verzoek om extra uren kan worden ingediend verlaagd van driemaal het forfait naar tweemaal het forfait. Ook bestaat sinds 1 november 2024 een vaste adviescommissie extra-uren, bestaande uit ervaren advocaten en (oud-)rechters, in civiele- en bestuurszaken. Een advocaat kan de RvR verzoeken dat zijn aanvraag om extra-uren aan deze adviescommissie wordt voorgelegd.

3.

Welke gevolgen ziet u van deze ontwikkelingen voor de bereidheid en mogelijkheid van advocaten om actief te blijven in (aanvullende) toevoegingspraktijken?

Er zijn verschillende redenen die van invloed zijn op het aanbod van sociaal advocaten waaronder de vergoedingen, de vergrijzing en onvoldoende jonge aanwas. Ik verwacht dat de opvolging van een groot deel van de aanbevelingen van commissie-Van der Meer II en de daarmee gepaarde structurele investering van 30 miljoen euro, in positieve zin bijdragen aan het behoud van de sociaal advocaten binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand, ook binnen het personen- en familierecht.

4.

Welke concrete maatregelen neemt u om bureaucratische barrières en de disbalans tussen de forfaitaire vergoedingen en de feitelijke tijdsbesteding weg te nemen, zodat het aanbod van sociale advocaten kan toenemen?

De commissie-Van der Meer II heeft op basis van een onafhankelijk tijdschrijfonderzoek aanbevelingen gedaan om verschillende puntenaantallen aan te passen zodat deze aansluiten bij de werkelijke tijdsbesteding. Deze aanbevelingen worden opgevolgd en de daarvoor benodigde wetswijziging is per 1 februari 2026 in werking getreden. Verder wordt in het vernieuwde stelsel van rechtsbijstand een systematiek ingevoerd voor periodieke herijking van vergoedingen, zoals aanbevolen door de commissie-Van der Meer I en toegezegd aan de Tweede Kamer bij brief van 31 maart 2022.18 De Raad en de NOvA bespreken jaarlijks de inschrijvingsvoorwaarden en kijken waar deze met behoud van de gevraagde kwaliteit aangepast kunnen worden zodat deze beter op elkaar aansluiten.

5.

In uw brief van 11 december 2025 schrijft u het volgende: «Tot slot is het niet vanzelfsprekend gebleken dat er voldoende sociaal advocaten zijn om de vraag naar hulp in te vullen. In samenwerking met de NOvA, de VSAN en de Raad voor Rechtsbijstand zijn er daarom concrete plannen gemaakt, voor de korte én de lange termijn, om iets te doen aan het dalende aanbod van sociaal advocaten.» Kunt u toelichten welke concrete plannen er zijn gemaakt en hoe die zijn vormgegeven?

Zie het antwoord op vraag 2 van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA, de SP en de PvdD.

6.

Herkent u dat extra uren bij bewerkelijke toevoegingszaken regelmatig worden geweigerd zolang geen zitting heeft plaatsgevonden, ook wanneer zaken langdurig aanhangig zijn? Acht u deze systematiek verenigbaar met de professionele verantwoordelijkheid van advocaten om zorgvuldig en oplossingsgericht te werken? Welke concrete maatregelen bent u voornemens te treffen om deze effecten tegen te gaan?

Nee, het signaal herken ik niet in de feitelijke gegevens. In 2023 zijn 8.152 aanvragen voor extra-uren zijn ingediend. Van deze aanvragen zijn er 706 (8,6%) afgewezen. In strafzaken is circa 6% van de aanvragen afgewezen in civiel- en bestuursrechtelijke zaken ligt het percentage op circa 18%. Van de zaken waarin extra-uren zijn toegekend ziet 81,4% op strafrechtelijke zaken, 15% op civielrechtelijke zaken en 3,6% op bestuursrechtelijke zaken.19 Er is dan ook geen sprake van dat extra uren bij bewerkelijke toevoegingszaken regelmatig worden geweigerd. Ik zie daarom geen aanleiding tot het treffen van maatregelen.

Beantwoording vragen en opmerkingen van de leden van de fractie OPNL, mede namens de leden van de fracties van D66, ChristenUnie en Volt

1.

Deelt u de opvatting dat de beschikbaarheid van sociale advocatuur in alle regio’s van Nederland een essentiële randvoorwaarde is voor daadwerkelijke toegang tot het recht, in het bijzonder voor kwetsbare burgers?

Ja.

2.

In de brief van 26 juni 2025 kondigt uw ambtsvoorganger aan dat het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand onderzoek doet naar de aard en ontwikkeling van het aanbod van sociale advocatuur, waaronder de regionale spreiding en de verhouding tussen vraag en aanbod. Kunt u bevestigen dat dit onderzoek expliciet inzicht zal bieden in regio’s waar tekorten (dreigen te) ontstaan?

Ja, dit onderzoek geeft inzicht in de ontwikkeling van het aanbod van sociaal advocaten over de afgelopen vijf jaren binnen de verschillende COROP-regio’s.

3.

Bent u bereid het rapport van het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand, zodra dit begin 2026 beschikbaar komt, met de Eerste Kamer te delen?

Ja.

4.

Bent u voornemens om op dit rapport een kabinetsreactie te geven? Zo ja, bent u bereid deze kabinetsreactie eveneens met de Eerste Kamer te delen? Zo nee, kunt u toelichten waarom niet?

Ja het onderzoeksrapport en een reactie daarop zal aan de Tweede Kamer, met afschrift aan de Eerste Kamer, worden gestuurd.

5.

Kunt u toelichten op welke wijze de resultaten van dit onderzoek concreet zullen worden betrokken bij het formuleren van gerichte maatregelen om regionale tekorten aan sociaal advocaten tegen te gaan?

De resultaten van het onderzoek worden gebruikt binnen het visietraject. Waar de resultaten aanleiding zullen geven tot het inzetten van acute maatregelen om tekorten tegen te gaan, zal in overleg met de RvR en de NOvA worden bezien wat er mogelijk is.

6.

Door de daling van het aantal sociaal advocaten moeten rechtzoekenden steeds verder reizen voor hun rechtsbijstand. Hulpverleners geven in dit kader aan dat de reiskosten hierdoor vaak hoog zijn, waardoor de financiële problemen van deze rechtzoekenden (nog) hoger kunnen oplopen. Welke concrete maatregelen bent u voornemens op korte termijn te treffen om de financiële drempel van reiskosten voor rechtzoekenden die lange afstanden moeten afleggen te verlagen?

Ik ben bekend met dit signaal en ben met de RvR en NOvA in gesprek over mogelijke maatregelen op de korte termijn. Er zijn daar in deze fase verschillende ideeën voor die nog nadere doordenking en afweging behoeven, het idee van een reiskostenvergoeding voor rechtzoekenden wordt daarin ook meegenomen.

7.

Hoe borgt u binnen het aangekondigde visietraject dat de langetermijnvisie niet alleen leidt tot een landelijk stabiel aanbod van sociale advocatuur, maar ook tot een evenwichtige regionale spreiding, met name in krimp- en grensregio’s?

Ik onderschrijf het belang van een evenwichtige spreiding van sociaal advocaten over het land en binnen het visietraject is hier ook nadrukkelijk aandacht voor. Aanvullend ben ik met de RvR en de NOvA in gesprek over eventuele noodmaatregelen wanneer er zich op specifieke rechtsgebieden of in bepaalde regio’s tekorten voordoen.

8.

Sinds de schaalvergroting binnen de rechtspraak zijn er 24 kantonlocaties gesloten en is de fysieke bereikbaarheid van de kantonrechter in grote delen van Nederland verslechterd. Op welke wijze monitort u de geografische spreiding van de kantonrechters in Nederland en de gevolgen daarvan voor de toegankelijkheid tot het recht in de krimp- en grensregio’s?

9.

Bent u bereid de geografische spreiding van de kantonrechters mee te nemen in uw brieven over de voortgang van de aanpak versterking toegang tot het recht?

Vragen 8 en 9 worden samen als volgt beantwoord. De rechtspraaklocaties zijn met de herziening van de gerechtelijke kaart in 2012 vastgelegd in het Besluit zittingsplaatsen gerechten. Hiermee is voorzien in 32 zittingsplaatsen waar alle soorten zaken kunnen worden behandeld, met uitzondering van de locatie in Haarlemmermeer, die onderdeel uitmaakt van het Justitieel Complex Schiphol en waar uitsluitend strafzaken worden behandeld. De wetgever heeft daarbij als uitgangspunt gehanteerd dat in alle zittingsplaatsen, met uitzondering van de locatie Haarlemmermeer, kantonzaken worden behandeld.20 Het zaaksaanbod per locatie is vastgelegd in de zaaksverdelingsreglementen van de gerechten. Deze zijn gepubliceerd op rechtspraak.nl en voor een ieder te raadplegen.

Ten aanzien van het aantal zittingsplaatsen heeft de wetgever overwogen dat gerechten van voldoende substantie moeten zijn om te kunnen voorzien in rechtspraak van goede kwaliteit. De spankracht van grotere gerechten maakt het mogelijk om meer maatwerk te leveren en meer deskundigheden op te bouwen en daarmee de toegankelijkheid van rechtspraak te verbeteren.21 De belangrijkste criteria voor de keuze voor de geografische spreiding van de zittingsplaatsen zijn een goede toegankelijkheid van de rechtspraak en een goede bedrijfsvoering van het gerecht. Daarnaast zijn ook andere criteria overwogen zoals het behoud van de arrondissementshoofdplaatsen, het inwoneraantal en de afstand tot de hoofdvestiging.

Na de herziening van de gerechtelijke kaart in 2012 zijn er geen rechtspraaklocaties meer gesloten. Ik zie op dit moment geen aanleiding om wijzigingen aan te brengen in de geografische spreiding van de kantonlocaties in Nederland of om deze spreiding te monitoren. Omdat ik hierover derhalve geen ontwikkelingen kan melden, zal ik hier geen speciale aandacht aan besteden in mijn brieven over de voortgang van de aanpak versterking toegang tot het recht.

Wel heeft de Minister in 2024 de gemeente Heerlen aangewezen als overige zittingsplaats van de rechtbank Limburg in verband met de pilot Wijkrechtspraak op grond van artikel 21b, tweede lid van de Wet op de rechterlijke organisatie. Bij het opzetten van nieuwe wijkrechtbanken wordt aangesloten bij het programma Preventie met Gezag dat zich richt op het voorkomen dat kinderen, jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 8 tot en met 27 jaar in de (georganiseerde en ondermijnende) criminaliteit belanden of daarin verder afglijden.22 Mochten in het kader van wijkrechtspraak nieuwe locaties worden aangewezen als overige zittingsplaats, zal dit dat melden in de voortgangsbrief.


X Noot
1

De letter L heeft alleen betrekking op 31 753.

X Noot
2

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Gasteren (BBB), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Janssen (SP), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van der Linden (VVD), Marquart Scholtz (BBB) (ondervoorzitter), Martens (GroenLinks-PvdA), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 31 753/29 279, K.

X Noot
4

Kamerstukken I 2025/26, 31 753/29 279, K, p. 5.

X Noot
5

Kamerstukken II 2024/25, 31 753, nr. 312, p. 6.

X Noot
6

Advocatie, 28 februari 2025, Van Nunspeet, N., VSAN slaat alarm over tekort sociaal advocaten: «Actie is nú nodig», zie https://www.advocatie.nl/nieuws/vsan-slaat-alarm-over-tekort-sociaal-advocaten-actie-is-nu-nodig/.

X Noot
7

Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN), persbericht 27 februari 2025, Zorgen bij VSAN over gebrek aan concrete plannen voor sociaal advocaten: «Actie is nú nodig», zie https://www.vsan.nl/nieuws/2025/persbericht-27022025.

X Noot
8

Kamerstukken I 2025/26, 31 753/29 279, K.

X Noot
9

Bijlage 1 bij Kamerstukken I 2025/26, 31 753/29 279, K, Voortgang maatregelen ter versterking van de toegang tot het recht, p. 14.

X Noot
10

Kamerstukken I 2025/26, 31 753/29 279, K, p. 5.

X Noot
11

Kamerstukken II 2024/25, 31 753, nr. 312, p. 6.

X Noot
12

Advocatenblad, 11 november 2024, Tekort aan sociaal advocaten in meerdere regio’s, zie https://www.advocatenblad.nl/2024/11/11/tekort-aan-sociaal-advocaten-in-meerdere-regios/.

X Noot
13

de Rechtspraak, working paper 25 oktober 2019, Sluiting kantonlocaties en de gang naar de rechter, p. 2, zie https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/working-paper-sluiting-kantonlocaties.pdf#search=sluiting%20kantonlocaties.

X Noot
14

Kamerstukken II, 2025–2026, 29 279, nr. 1004.

X Noot
15

Kamerstukken II, 2022–2023, 31 753, nr. 269.

X Noot
16

Kamerstukken II 2024–2025, 31 753, nr. 312.

X Noot
17

Kamerstukken II, 2022–2023, 31 753, nr. 269

X Noot
18

Kamerstuk 31 753, nr. 250.

X Noot
19

Kamerstukken II 2024–2025, 31 753, nr. 293.

X Noot
20

Kamerstukken 2010/11,32 891, nr. 3., p. 18

X Noot
21

Kamerstukken 2010/11, 32 891, nr. 3.

X Noot
22

Kamerstukken II, 2022–2023, 28 741, nr. 106.


X Noot
1

De letter L heeft alleen betrekking op 31 753.

X Noot
2

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Gasteren (BBB), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Janssen (SP), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van der Linden (VVD), Marquart Scholtz (BBB) (ondervoorzitter), Martens (GroenLinks-PvdA), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 31 753/29 279, K.

X Noot
4

Kamerstukken I 2025/26, 31 753/29 279, K, p. 5.

X Noot
5

Kamerstukken II 2024/25, 31 753, nr. 312, p. 6.

X Noot
6

Advocatie, 28 februari 2025, Van Nunspeet, N., VSAN slaat alarm over tekort sociaal advocaten: «Actie is nú nodig», zie https://www.advocatie.nl/nieuws/vsan-slaat-alarm-over-tekort-sociaal-advocaten-actie-is-nu-nodig/.

X Noot
7

Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN), persbericht 27 februari 2025, Zorgen bij VSAN over gebrek aan concrete plannen voor sociaal advocaten: «Actie is nú nodig», zie https://www.vsan.nl/nieuws/2025/persbericht-27022025.

X Noot
8

Kamerstukken I 2025/26, 31 753/29 279, K.

X Noot
9

Bijlage 1 bij Kamerstukken I 2025/26, 31 753/29 279, K, Voortgang maatregelen ter versterking van de toegang tot het recht, p. 14.

X Noot
10

Kamerstukken I 2025/26, 31 753/29 279, K, p. 5.

X Noot
11

Kamerstukken II 2024/25, 31 753, nr. 312, p. 6.

X Noot
12

Advocatenblad, 11 november 2024, Tekort aan sociaal advocaten in meerdere regio’s, zie https://www.advocatenblad.nl/2024/11/11/tekort-aan-sociaal-advocaten-in-meerdere-regios/.

X Noot
13

de Rechtspraak, working paper 25 oktober 2019, Sluiting kantonlocaties en de gang naar de rechter, p. 2, zie https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/working-paper-sluiting-kantonlocaties.pdf#search=sluiting%20kantonlocaties.

X Noot
14

Kamerstukken II, 2025–2026, 29 279, nr. 1004.

X Noot
15

Kamerstukken II, 2022–2023, 31 753, nr. 269.

X Noot
16

Kamerstukken II 2024–2025, 31 753, nr. 312.

X Noot
17

Kamerstukken II, 2022–2023, 31 753, nr. 269

X Noot
18

Kamerstuk 31 753, nr. 250.

X Noot
19

Kamerstukken II 2024–2025, 31 753, nr. 293.

X Noot
20

Kamerstukken 2010/11,32 891, nr. 3., p. 18

X Noot
21

Kamerstukken 2010/11, 32 891, nr. 3.

X Noot
22

Kamerstukken II, 2022–2023, 28 741, nr. 106.

Naar boven