31 731 Integraal wetgevingsbeleid

29 362 Modernisering van de overheid

AD1 VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 18 mei 2026

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken2 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid over verbetering van de uitvoerbaarheidstoetsen. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 27 januari 2026.

  • De antwoordbrief van 11 mei 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN

Aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Den Haag, 27 januari 2026

De commissie voor Binnenlandse Zaken heeft uw brief van 27 november 2025 besproken waarin u, samen met de Minister van SZW, antwoord geeft op de vragen over de verbeteringen van de uitvoerbaarheidstoets.3 De commissie wenst u en de Minister van SZW daarover enkele vervolgvragen te stellen.4

De leden van de commissie hebben met grote belangstelling uw reactie gelezen op de Kamerbrief over het verbeteren van de uitvoerbaarheidstoeten. Deze Kamerleden zijn verheugd om te lezen dat de verbetervoorstellen in de Kamerbrief aansluiten bij de ambities van de regering.

Het vertrouwen van burgers in de overheid is laag. Voor het herstel van vertrouwen is de betrouwbaarheid van de uitvoering van groot belang. Uitvoerbaarheidstoetsen zijn hierbij een cruciaal instrument. Om tot een goede en duurzame implementatie van uitvoerbaarheidstoetsen te komen hebben deze leden enkele vervolgvragen die per verbetervoorstel (1 t/m 11) worden geformuleerd.

Verbetervoorstel 1a: uitvoerbaarheidstoetsen bij ieder wetsvoorstel.

Deze leden zijn content dat ook de regering de ambitie heeft om bij elk wetsvoorstel een uitvoerbaarheidstoets te laten uitvoeren door de betrokken uitvoeringsorganisatie(s). In de weerbarstige praktijk zien de leden echter dat zeer regelmatig de uitvoerbaarheidstoetsen ontbreken. Tevens zijn de verschillen per departement enorm groot. Dit bleek ook uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar de uitvoerbaarheidstoetsen («in 48% van de gevallen ontbreken uitvoeringstoetsen bij JenV helemaal of gedeeltelijk»).5 Het is daarom van belang om deze mooie ambitie ook daadwerkelijk waar te maken. Daarvoor zijn meerdere acties noodzakelijk. Uiteraard begint dit met een regering die zorgt dat uitvoerbaarheidstoetsen plaatsvinden en dat deze aangeleverd worden bij wetgeving die wordt voorgelegd aan het parlement. Daarnaast kunnen Kamerleden bij individuele wetten zonder uitvoerbaarheidstoets hierom vragen. Het is echter daarnaast belangrijk om een goed overzicht te krijgen en te houden op de feitelijke situatie, zodat gerichter gewerkt kan worden aan verbetering.

Hoe denkt de regering het percentage uitvoerbaarheidstoetsen naar 100% te brengen? Welke maatregelen gaat de regering hiervoor nemen?

Is de regering bereid om, per departement, een jaarlijks overzicht te maken van alle nieuwe wetgeving die is voorgelegd aan het parlement en hierbij te vermelden waar een uitvoerbaarheidstoets is geleverd en waarbij niet? En dit overzicht aan jaarlijks aan het parlement te doen toekomen? Zo nee, waarom niet?

Verbetervoorstel 1b: om te kunnen bepalen welke de relevante uitvoeringsorganen zijn, is het noodzakelijk dat in de memorie van toelichting helder blijkt wat de precieze reikwijdte van het wetsvoorstel is.

Verbetervoorstel 1c: indien er sprake is van een uitvoeringsketen, kan het verderop in de keten gevolgen hebben voor andere (dan de primaire) uitvoerders. Dit moet duidelijk uit de memorie van toelichting blijken en ook deze uitvoeringsorganen moeten worden gevraagd naar de mogelijke consequenties voor de uitvoerbaarheid van hun werkzaamheden.

In de reactie van de regering staat dat in de schrijfwijzer van de memorie van toelichting al aandacht besteed wordt aan de reikwijdte van het wetsvoorstel, de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid, en de gevolgen verderop in de keten. Dit antwoord gaat voorbij aan de onderliggende analyse bij deze verbetervoorstellen, namelijk het vaak ontbreken van een goed beeld van de (mogelijk) betrokken (keten van) uitvoeringsorganisaties. In de memorie van toelichting is namelijk vaak niet expliciet én niet volledig terug te lezen welke uitvoeringsorganisaties, naast de primaire uitvoeringsorganisatie, ook geraakt (kunnen) worden geraakt door het voorliggend wetsvoorstel.

Een recent voorbeeld is de aanpassing van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG). In de memorie van toelichting is de uitvoerbaarheid door de Autoriteit Persoonsgegevens uitgebreid beschreven (logisch), maar de grote gevolgen die gesignaleerd zijn door de branchevereniging van accountants voor de verplichte accountantscontroles van zorgorganisaties staan niet in de memorie van toelichting6 van deze wet.

Een tweede voorbeeld is wetgeving op het gebied van brandveiligheid versus wetgeving op het gebied van hergebruik van materialen. Hergebruikte materialen kunnen vaak lastig voldoen aan de gestelde eisen op het gebied van brandveiligheid (omdat gestandaardiseerde brandtestdata niet beschikbaar zijn). Uit dit voorbeeld blijkt dat wetgeving op het ene domein vaak ook effecten heeft voor de uitvoerbaarheid van wetgeving op andere domeinen. Het is belangrijk om ook de uitvoeringseffecten in andere domeinen in beeld te brengen in de memorie van toelichting.

Is met deze toelichting duidelijk wat bedoeld wordt met deze verbetervoorstellen? Deelt de regering de constatering dat dit type (domein-overstijgende) inzichten vaak ontbreken in de memorie van toelichting? Is de regering bereid om expliciet in de memorie van toelichting op te nemen welke (keten van) uitvoeringsorganisaties geraakt worden door de voorliggende wet en wat de aard en omvang van de effecten voor deze organisaties zijn? Is de regering tevens bereid om toe te lichten op welke wijze zij kan borgen dat deze inzichten structureel en systematisch inzichtelijk worden gemaakt bij toekomstige wetgeving?

Verbetervoorstel 2: voor de Kamer moet volstrekt duidelijk zijn hoe de uitvoeringstoets zich verhoudt tot het voorliggende wetsvoorstel en op welk moment (datum) is de toets afgerond.

Verbetervoorstel 3: op welk moment in het proces van totstandkoming van het voorstel de toets is uitgevoerd moet helder zijn.

In uw reactie staat dat deze verbetervoorstellen betrokken worden bij het traject waarbij de schrijfwijzer wordt aangepast. Deze leden vinden dit niet voldoende. Om de inhoud van een uitvoerbaarheidstoets goed te kunnen beoordelen is het noodzakelijk om te weten hoe de toets zich verhoudt tot het voorliggend wetsvoorstel en op welke moment in het proces van de totstandkoming van de wet de toets is uitgevoerd. Een uitvoerbaarheidstoets die is uitgevoerd voor een eerdere versie van een wetsvoorstel geeft mogelijk foutieve informatie en is daarom onwenselijk.

Deelt de regering de analyse dat dit cruciale informatie is bij het beoordelen van de inhoud van de uitvoerbaarheidstoets? Zo nee, waarom niet? Is de regering bereid om toe te zeggen dat dit expliciet wordt opgenomen in de schrijfwijze voor memorie van toelichting? Zo nee, waarom niet? Welke maatregelen is de regering voornemens te nemen om ervoor te zorgen dat de schrijfwijzer ook consequent wordt toegepast? Deze vraag is relevant voor meerdere verbetervoorstellen.

Verbetervoorstel 4: in de uitvoerbaarheidstoets moeten worden vermeld of de beschikbare tijd toereikend is geweest voor het adequaat uitvoeren van de toets.

In gesprekken die de brainstormgroep Uitvoerbaarheid van de Eerste Kamer met diverse uitvoeringsorganisaties heeft gevoerd is gebleken dat er regelmatig onvoldoende tijd wordt geboden om uitvoerbaarheid van wetgeving goed in kaart te brengen. Dit is schadelijk voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van de informatie.

Deelt de regering de analyse dat het delen van de beschikbare tijd belangrijke informatie is bij het beoordelen van de inhoud van de uitvoerbaarheidstoets? Zo nee, waarom niet? Is de regering bereid om toe te zeggen dat dit expliciet wordt opgenomen in de uitvoerbaarheidstoetsen? Zo nee, waarom niet? Het antwoord op deze vraag dient volgens de leden gegeven te worden door de uitvoeringsorganisatie zelf en niet de verantwoordelijke bewindspersoon. Deelt de regering deze visie? Zo nee, waarom niet?

Op het verbetervoorstel dat «duidelijk en met redenen omkleed moet vermeld worden of de uitvoeringstoets (met eventueel daarin geschetste alternatieven) aanleiding heeft gegeven tot het aanpassen van het voorstel of niet, en waaruit eventuele aanpassingen bestonden» is niet gereageerd. De leden verzoeken u om alsnog hierop te reageren.

Verbetervoorstellen 5 en 6: de uitvoerbaarheidstoets moet standaard (5) en met een vaste benaming (6) worden gevoegd bij de parlementaire stukken behorende bij een wetsvoorstel die het parlement krijgt toegezonden. Alternatief kan zijn dat de uitvoerbaarheidstoets op een vaste digitale plek is terug te vinden.

In uw reactie lezen de leden dat in de brief van 24 februari 2017 is aangekondigd dat rapportages en andere brondocumenten die informatie bevatten over de uitvoerbaarheid van een wetsvoorstel gepubliceerd zullen worden op de voor iedereen toegankelijke Wetgevingskalender en dat deze toezegging opnieuw onder de aandacht van de ministeries wordt gebracht.7 Het verbetervoorstel in de Kamerbrief is om de toets bij de parlementaire stukken te voegen onder een vaste benaming. Het toevoegen aan een wetgevingskalender is niet voldoende omdat in de huidige situatie Kamerleden (ondanks de brief uit 2017) moeten zoeken naar documenten met verschillende benamingen tussen enorm veel documenten.

Is de regering bereid toe te zeggen dat er een uniforme vaste benaming gehanteerd gaat worden en dat de uitvoerbaarheidstoetsen worden toegevoegd aan de parlementaire stukken. Zo nee, waarom niet? Mogelijk kan dit een tijdelijke maatregel zijn tot het moment dat verbetervoorstel 7 volledig geïmplementeerd is.

Verbetervoorstel 7: in de memorie van toelichting bij ieder wetsvoorstel wordt in een aparte paragraaf een uitputtend overzicht gegeven van alle uitgevoerde toetsen met betrekking tot het wetsvoorstel en de (openbare) vindplaats van deze toetsen.

In de reactie staat dat dit voorstel betrokken wordt bij het traject waarbij de schrijfwijzer wordt aangepast. De leden vinden dit niet voldoende. Het is voor het parlement, voor een goede beoordeling van voorliggende wetten, relevant om kennis te nemen van de uitgevoerde toetsen.

Deelt de regering de constatering dat dit relevante informatie is bij het beoordelen van voorliggende wetgeving? Zo nee, waarom niet? Is de regering bereid om toe te zeggen dat dit expliciet wordt opgenomen in de schrijfwijzer voor de memorie van toelichting? Zo nee, waarom niet?

Verbetervoorstel 8: de Eerste Kamer wil de mogelijkheid krijgen dat wanneer een amendement is aanvaard en er geen sneltoets uitgevoerd en/of Voorlichting gevraagd is, zij de regering alsnog kan verzoeken dat de uitvoeringsorganisatie de wijziging toetst aan het vereiste van uitvoerbaarheid.

In het antwoord wordt ingegaan op de mogelijkheden van de Tweede Kamer. De vraag over de mogelijkheden van de Eerste Kamer blijft onbeantwoord.

Deelt de regering de analyse dat een sneltoets op uitvoerbaarheid voor de Eerste Kamer kan bijdragen aan beter uitvoerbare wetgeving? Zo nee, waarom niet? Is de regering bereid om dit mogelijk te maken? Zo ja, hoe en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Verbetervoorstel 9: de Eerste Kamer ziet graag dat in iedere uitvoerbaarheidstoets een vast aantal vragen door de uitvoeringsorganisatie wordt beantwoord.

Verbetervoorstel 9a: in de uitvoerbaarheidstoets moet de vraag worden gesteld of de nieuwe regels doenbaar zijn voor degenen die ermee moet werken of eraan moeten voldoen (o.a. burgers en bedrijven).

Verbetervoorstel 9b: in de uitvoerbaarheidstoets moet de vraag worden gesteld naar de digitale uitvoerbaarheid.

Verbetervoorstel 11: in iedere uitvoerbaarheidstoets wordt standaard de relatie gelegd met de grote en relevante operationele en uitvoeringsuitdagingen.

In de reactie op deze voorstellen staat dat de regering geen voorstander is van een vast format. Ook deze leden zijn geen voorstanders van een vast format omdat de uitvoeringspraktijk te divers is om met een vast format te werken. In de Kamerbrief wordt aangegeven dat de volgende onderwerpen wel standaard in de uitvoerbaarheidstoets horen, namelijk:

  • doenbaarheid voor burgers en/of bedrijven en digitalisering, omdat deze voor alle wetgeving relevant wordt geacht;

  • de relatie met de al aanwezige uitvoeringsknelpunten. U gaat bij de beantwoording van verbetervoorstel 11 niet in op de suggesties om bij de uitvoerbaarheidstoetsen een nadrukkelijk verband te leggen met de periodiek verschijnende Standen van Uitvoering. Door hier een link mee te leggen wordt de voorgaande wetgeving beoordeeld in relatie tot de reeds bestaande knelpunten in de uitvoering. De kernvraag hierbij zou dan kunnen zijn: worden met het voorliggende wetsvoorstel de uitvoeringsknelpunten zoals geschetst in de meest recente Stand van de Uitvoering groter of kleiner?

Deelt de regering de analyse dat deze drie onderwerpen bij alle wetsvoorstellen relevant zijn? Zo nee, waarom niet? Deelt de regering de analyse dat de koppeling van voorliggende wetgeving aan de reeds aanwezige uitvoeringsknelpunten relevant is voor toets op betrouwbare uitvoering? Zo nee, waarom niet? Is de regering bereid om toe te zeggen dat deze drie onderwerpen expliciet worden opgenomen in de uitvoeringstoetsen? Zo nee, waarom niet?

Verbetervoorstel 10: iedere uitvoerbaarheidstoets altijd een expliciet onafhankelijk oordeel bevat van de uitvoeringsorganisatie(s) zelf over de uitvoerbaarheid (bijvoorbeeld in de vorm van een vast dictum).

In het antwoord van de regering wordt niet ingegaan op de inhoud van de gestelde vraag; wel op de vorm (dictum).

Deelt de regering de analyse dat het van groot belang is dat de betrokken uitvoeringsorganisatie(s) zelf, vanuit haar (of hun) expertise, een oordeel geeft (geven) over de uitvoerbaarheid van de voorliggende wetsvoorstellen? Zo nee, waarom niet? Is de regering bereid om toe te zeggen dat dit wordt opgenomen in de uitvoeringstoetsen? Zo nee, waarom niet?

Tot slot

In uw antwoorden staat dat de eerste versie van de handreiking in het voorjaar 2026 wordt opgeleverd en in het tweede kwartaal 2026 een aangescherpte versie hiervan. Is de regering bereid om deze beide documenten aan de Eerste Kamer te sturen?

De commissie voor Binnenlandse Zaken ziet met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangt deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, I.M. Lagas MDR

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN DE STAATSSECRETARIS KONINKRIJKSRELATIES EN SLAGVAARDIGE OVERHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 mei 2026

Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van uw brief met vervolgvragen8 naar aanleiding van uw eerdere brief9 met verbetervoorstellen voor de uitvoerbaarheidstoets en de reactie daarop10. In deze brief reageren wij – de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid als verantwoordelijk bewindspersoon voor het algemene wetgevingskwaliteitsbeleid en de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid als coördinerend bewindspersoon Werk aan Uitvoering – op uw vragen. Sinds het aantreden van het huidige kabinet is de coördinatie voor het programma Werk aan Uitvoering, waaronder het doorontwikkelingstraject uitvoeringstoets valt, belegd bij de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid.

Aanwezigheid van uitvoeringstoets(en) bij ieder wetsvoorstel (verbetervoorstel 1a)

U vraagt hoe wij het percentage uitvoeringstoetsen naar 100% kunnen brengen en of wij per departement een jaarlijks overzicht kunnen maken van alle nieuwe wetgeving die is voorgelegd aan het parlement en hierbij te vermelden waar een uitvoeringstoets is geleverd.

Wij onderschrijven dat het belangrijk is om bij wetsvoorstellen de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid goed te onderzoeken en inzichtelijk te communiceren over de resultaten. Echter, het al dan niet uitvoeren van een uitvoeringstoets is de verantwoordelijkheid van de betreffende bewindspersoon. Vanuit onze algemene verantwoordelijkheden zorgen we met het Beleidskompas voor handvatten om uitvoeringstoetsen te laten plaatsvinden en met de Schrijfwijzer memorie van toelichting om de uitkomsten van uitvoeringstoetsen inzichtelijk weer te geven in toelichtingen. Bij de rijksbrede wetgevingstoetsing vanuit Justitie en Veiligheid is uitvoerbaarheid een prioriteit. Departementen worden hierbij waar nodig op de uitvoeringstoets en het expliciet beschrijven van de uitkomsten hiervan in de toelichting bij het wetsvoorstel geattendeerd. Daarnaast werkt het programma Werk aan Uitvoering met de Rijksdienst aan een uniforme oplegger bij de uitvoeringstoets, waar wij ook op ingaan in reactie op uw verbetervoorstel 9.

Het is kabinetsbeleid om de verplichte kwaliteitseis Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid (U&H) in alle gevallen toe te passen, waar dit aan de orde is. In dit proces kan worden besloten tot het vragen van een formele uitvoeringstoets, maar dat is niet een gegeven. Naar aanleiding van uw brief is met alle departementen gesproken over hun ervaringen met de uitvoeringstoets. Zij delen dat het van belang is om – waar relevant – tijdig in gesprek te gaan met de beoogde uitvoerders van nieuwe wetgeving en een uitvoeringstoets uit te voeren. Daarnaast stimuleren we dat departementen uitvoeringstoetsen publiceren op de Wetgevingskalender als ze daarnaar verwijzen in de memorie van toelichting. We zijn niet voornemens om jaarlijks een overzicht te maken van alle gepubliceerde toetsen, omdat de toegevoegde waarde van zo’n overzicht beperkt is ten opzichte van de werklast die het meebrengt, terwijl de rijksbrede taakstelling noopt tot een zorgvuldige prioritering van werkzaamheden.

Uitvoerbaarheid in de memorie van toelichting (verbetervoorstellen1b, 1c, 2, 3 en 7)

U signaleert dat ondanks de aandacht voor uitvoerbaarheid in de Schrijfwijzer memorie van toelichting nog vaak een goed beeld van de (gevolgen voor de) betrokken uitvoeringsorganisaties of uitvoeringsketen ontbreekt in de memorie van toelichting (1c). Daarnaast is het voor u soms niet duidelijk wat de reikwijdte van het voorstel is, waardoor het lastig is om te bepalen welke de relevante uitvoeringsorganen zijn (1b). U vraagt of dit expliciet in de memorie van toelichting kan worden opgenomen.

Verder vraagt u of in de Schrijfwijzer kan worden opgenomen dat in de memorie van toelichting wordt beschreven hoe het wetsvoorstel zich verhoudt tot de uitvoeringstoets en op welk moment die toets is uitgevoerd en afgerond (2 en 3) en dat in de memorie van toelichting in een aparte paragraaf een uitputtend overzicht wordt gegeven van alle uitgevoerde toetsen en de vindplaatsen van die toetsen (7).

We willen vooropstellen dat de regering altijd streeft naar een zo volledig mogelijke toelichting, waarin inzicht wordt gegeven in alle relevante aspecten. Als een specifieke toelichting onverhoopt toch vragen oproept bij uw Kamer, dan is de betrokken bewindspersoon graag bereid punten te verduidelijken in het kader van de wetsbehandeling.

In de reactie op uw verbetervoorstellen schreven wij dat al de door uw Kamer gesignaleerde punten worden betrokken in de aanpassing van Schrijfwijzer memorie van toelichting, die momenteel interdepartementaal wordt voorbereid en rond de zomer wordt gepubliceerd. De Schrijfwijzer biedt handvatten om de reikwijdte van het voorstel inzichtelijk te maken met de modelparagraaf Hoofdlijnen van het voorstel. De Schrijfwijzer vraagt verder momenteel al in de modelparagrafen Uitvoering en Handhaving aandacht voor alle partijen voor wie het voorstel uitvoeringsaspecten heeft. De handvatten zullen verder worden verduidelijkt in lijn met het doorontwikkelingstraject van de uitvoeringstoets. Ter inspiratie zullen bij de herziening van de Schrijfwijzer ook voorbeelden uit bestaande toelichtingen worden opgenomen.

Voor zover het gaat om de vindbaarheid van uitvoeringstoetsen: om deze te vergroten, zal in de Schrijfwijzer worden geattendeerd op het gericht opnemen van de vindplaats van gepubliceerde toetsen op de Wetgevingskalender.11 Volledigheidshalve wordt vermeld dat de Tweede Kamer doorgaans ook zorg draagt voor publicatie van uitvoeringstoetsen als bijlagen bij het Kamerstuk (ondernummer 3), voor zover hiernaar wordt verwezen in de memorie van toelichting.12

Beschikbare tijd voor een uitvoeringstoets (verbetervoorstel 4)

Wij delen de opvatting dat het wenselijk is dat een uitvoeringsorganisatie aangeeft wat de beschikbare tijd en procesplanning was voor het opstellen van de uitvoeringstoets. Daarom nemen wij dit punt mee in het eerste concept van de handreiking van het traject Doorontwikkeling uitvoeringstoets. Hierbij gaat het om informatie zoals de datum van aanvraag van de uitvoeringstoets, de tijd die het heeft gekost om de toets te maken en de opleverdatum. Ook krijgt deze informatie expliciet een plek in de conceptoplegger. In het tweede kwartaal van dit jaar testen wij in de praktijk of deze aanpak goed werkt. Verder wordt in de Schrijfwijzer momenteel al gevraagd om in te gaan op de resultaten van uitgevoerde uitvoeringstoetsen en wat hiermee is gedaan. Hierbij kan verwezen worden naar aanpassingen in het voorstel of paragrafen van de toelichting. Met de aanpassing zal worden verduidelijkt dat dit ook ziet op eventueel door de uitvoeringsorganisatie geschetste alternatieven.

Beschikbaarheid van uitvoeringstoetsen (verbetervoorstel 5 en 6)

U wenst uitvoeringstoetsen standaard (5) en met vaste benaming (6) toegezonden te krijgen. Ook stelt u voor dat deze toetsen op een vaste digitale plek te vinden zijn. In de reactie van onze ambtsvoorgangers werd geschreven dat documenten die informatie bevatten over de uitvoerbaarheid op de Wetgevingskalender worden gepubliceerd. U vraagt of de documenten met een vaste benaming kunnen worden gepubliceerd en of de uitvoeringstoets kan worden toegevoegd aan de parlementaire stukken.

We zetten in op het bijvoegen van de uitvoeringstoetsen bij parlementaire stukken onder een uniforme benaming. Wanneer de uniforme oplegger voor uitvoeringstoetsen in gebruik is genomen, zal dat het makkelijker maken om deze op een uniforme manier bij te voegen bij de parlementaire stukken. Dit draagt ook bij aan de aandacht voor uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenlijkheid die uw Kamer zich ten doel heeft gesteld in de notitie over uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen.13

Toetsing na amendementen (verbetervoorstel 8)

Wij delen de analyse dat een sneltoets van amendementen op uitvoerbaarheid voor de Eerste Kamer kan bijdragen aan beter uitvoerbare wetgeving omdat het uw Kamer in staat stelt alle relevante aspecten tegen elkaar af te wegen bij de wetsbehandeling. Dat geldt ook voor de Tweede Kamer. Daarom worden er nu processen ontwikkeld en pilots opgezet om te toetsen hoe dit instrument kan worden vormgegeven en ingezet door Tweede Kamerleden. De resultaten hiervan worden in Q4 2026 gedeeld. Het staat uw Kamer uiteraard ook vrij om een sneltoets aan te vragen in die gevallen waarin de Tweede Kamer dat heeft nagelaten. Het is dan aan het verantwoordelijke departement om op uw verzoek voor een sneltoets in te gaan.

Uitvoerbaarheid is een onderdeel van wetgevingskwaliteit. De uitkomsten van de pilots voor de sneltoets op uitvoerbaarheid kunnen daarom een onderdeel zijn van de uitwerking van de motie-Schalk c.s. van 7 april 202614, waarin wordt verzocht om een sneltoets van amendementen op integrale wetgevingskwaliteit.

Handreiking met uniforme punten voor uitvoeringstoetsen (verbetervoorstel 9)

U vraagt of wij delen dat doenbaarheid voor burgers en/of bedrijven (9a) en digitalisering (9b) standaard onderdeel moeten zijn van de uitvoeringstoets. Die analyse delen wij. Sterker, al in de beleidsvoorbereiding dient rekening gehouden te worden met doenvermogen als kwaliteitseis in het Beleidskompas, mits het voorstel burgers, zzp’ers of het kleine MKB raakt. Zo kunnen beleidskeuzes worden gemaakt en ingericht die doenlijker zijn voor burgers en/of bedrijven. Daarin kan het departement samen met uitvoering optrekken. Daarnaast is het opnemen van overgebleven knelpunten en oplossingen voor de uitvoering t.a.v. doenbaarheid en digitalisering onderdeel van de concepthandreiking voor de uitvoeringstoets binnen het Beleidskompas.

Wel willen we opmerken dat deze onderwerpen niet bij elk wetsvoorstel relevant zijn. We nemen ze daarom standaard op in de uitvoeringstoets, maar als een onderwerp niet van toepassing is, wordt dat duidelijk vermeld.

U vraagt ook om bij nieuwe wetgeving te kijken naar al aanwezige uitvoeringsknelpunten. Ook dat vinden wij belangrijk. We nemen dit onderwerp daarom op in de concepthandreiking. U wijst daarbij ter suggestie op een mogelijke link met een Stand van de Uitvoering. Niet elke uitvoeringsorganisatie maakt zo’n Stand en/of knelpuntenbrief. Daarom vinden wij deze koppeling niet bij ieder wetsvoorstel wenselijk.

Onafhankelijk oordeel van de uitvoeringsorganisatie (verbetervoorstel 10)

Net als u vinden wij het belangrijk dat uitvoeringsorganisaties een duidelijk oordeel geven over de uitvoerbaarheid van een wetsvoorstel. Dat is ook het doel van de uitvoeringstoets. In de praktijk gebeurt dit nog niet altijd even helder. Daarom besteden wij hier extra aandacht aan in de doorontwikkeling van de uitvoeringstoets. Bijvoorbeeld door te experimenteren met een duidelijker eindoordeel (dictum) en door dit punt scherper op te nemen in de concepthandreiking.

Tot slot

U vraagt ook of wij de aangepaste concepthandreiking met de Eerste Kamer willen delen. Dat doen wij graag. Wij zullen met de griffier overleggen over een passende wijze om deze aan te bieden. Uw opmerkingen bij deze versie nemen wij graag mee bij het verder aanscherpen van de handreiking.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen

De Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, E. van der Burg


X Noot
1

De letters AD hebben alleen betrekking op 31 731.

X Noot
2

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 31 731/29 362, AA.

X Noot
4

De leden van de fracties van de PVV en FVD sluiten zich niet aan bij de gestelde vragen.

X Noot
5

Verantwoordingsonderzoek 2024 Ministerie van Justitie en Veiligheid, Algemene Rekenkamer via https://www.rekenkamer.nl/documenten/2025/05/21/uitvoeringstoetsen-jenv

X Noot
6

Kamerstukken II 2022/23, 36 264, nr. 3.

X Noot
7

Kamerstukken I 2016/17, 33 009, G.

X Noot
8

Brief van 27 januari 2026, kenmerk 179561.

X Noot
9

Kamerstukken I 2025/26, 31 731, Y.

X Noot
10

Kamerstukken I 2025/26, 31 731, AA.

X Noot
11

Zie voor een recent voorbeeld van uitvoeringstoetsen op de Wetgevingskalender: https://wetgevingskalender.overheid.nl/regeling/WGK025463/documenten/Tweede%20Kamer/Voorbereidende%20documenten%20gepubliceerd/1.

X Noot
12

Zie voor een recent voorbeeld van uitvoeringstoetsen gepubliceerd als bijlagen bij de parlementaire stukken: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36898-3.html.

X Noot
14

Kamerstukken I 2025/26, 36 848, G.


X Noot
1

De letters AD hebben alleen betrekking op 31 731.

X Noot
2

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 31 731/29 362, AA.

X Noot
4

De leden van de fracties van de PVV en FVD sluiten zich niet aan bij de gestelde vragen.

X Noot
5

Verantwoordingsonderzoek 2024 Ministerie van Justitie en Veiligheid, Algemene Rekenkamer via https://www.rekenkamer.nl/documenten/2025/05/21/uitvoeringstoetsen-jenv

X Noot
6

Kamerstukken II 2022/23, 36 264, nr. 3.

X Noot
7

Kamerstukken I 2016/17, 33 009, G.

X Noot
8

Brief van 27 januari 2026, kenmerk 179561.

X Noot
9

Kamerstukken I 2025/26, 31 731, Y.

X Noot
10

Kamerstukken I 2025/26, 31 731, AA.

X Noot
11

Zie voor een recent voorbeeld van uitvoeringstoetsen op de Wetgevingskalender: https://wetgevingskalender.overheid.nl/regeling/WGK025463/documenten/Tweede%20Kamer/Voorbereidende%20documenten%20gepubliceerd/1.

X Noot
12

Zie voor een recent voorbeeld van uitvoeringstoetsen gepubliceerd als bijlagen bij de parlementaire stukken: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36898-3.html.

X Noot
14

Kamerstukken I 2025/26, 36 848, G.

Naar boven