Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 mei 2026
Hierbij bied ik uw Kamer het onderzoeksrapport «Parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerde
regelgeving» aan. Het onderzoek is in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek-
en Datacentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid uitgevoerd door
een team van onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen en de Vrije Universiteit
Amsterdam onder leiding van prof. mr. L. Groen (VU) en prof. mr. S.A.J. Munneke (RUG).
Het onderzoek is in 2025 opgestart ten vervolge van de brief van 29 november 2023
aan de Eerste Kamer en Tweede Kamer.1 Daarmee werd onder meer gereageerd op de wens van de beide Kamers om in het geval
van een voorhangprocedure rond een ontwerp-algemene maatregel van bestuur tevens ook
het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over dat ontwerpbesluit
meegezonden te krijgen.2
In deze brief heeft de Minister voor Rechtsbescherming aangegeven in gezamenlijk overleg
met beide Kamers te willen komen tot een visie op de vormen van parlementaire betrokkenheid
bij gedelegeerde regelgeving (ook wel voorhangprocedures genoemd) die het meeste recht
doet aan de wensen van de Kamers en het kabinet. Daarbij zou met name ook de mogelijkheden
bezien moeten worden om een vorm van parlementaire betrokkenheid te vinden waarin
de Kamers na de adviesaanvraag bij de Afdeling advisering van de Raad van State de
mogelijkheid hebben om opmerkingen bij het ontwerpbesluit te maken.
Het doel van het onderzoek was primair om in kaart te brengen in welke mate parlementaire
betrokkenheid bij gedelegeerde regelgeving voorkomt. Deze praktijk wordt in het rapport
afgezet tegen het normatieve kader dat is weergegeven in de Aanwijzingen voor de regelgeving.
De beleidstheorie, inhoudende dat terughoudend met voorhang moet worden omgegaan,
kan volgens de onderzoekers bevestigd noch ontkracht worden.
In totaal zijn 569 wettelijke grondslagen voor voorhang gevonden. Op basis van deze
grondslagen werden in de periode 2020–2024 in totaal 618 (ontwerp)besluiten en -regelingen
aan het parlement gezonden. De grondslagen zijn verschillend van aard en volgens de
onderzoekers niet altijd in lijn met de modelbepalingen uit de Aanwijzingen.
Momenteel worden de uitkomsten en aanbevelingen van het rapport bestudeerd en wordt
er een kabinetsreactie opgesteld. Gelijktijdig worden de contouren van een nieuwe
uniforme voorhangprocedure uiteengezet. Hierbij wordt de wens van de beide Kamers
betrokken om in het geval van voorhang ook het advies van de Raad van State meegezonden
te krijgen. Na de zomer zal een kabinetsreactie op de bevindingen van het onderzoek
aan uw Kamer worden verzonden.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen