Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201631532 nr. 161

31 532 Voedingsbeleid

Nr. 161 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 mei 2016

De Nederlandse tuinbouw is een topsector die economische prestaties van wereldformaat levert. Ondanks deze positie staat zij de komende decennia voor een aantal maatschappelijke opgaven, onder andere op het gebied van duurzaamheid. Om koploper te kunnen blijven en investeringen te kunnen doen in duurzaamheid is het wenselijk dat de afzet binnen de groente- en fruitsector minder versnipperd is en dat er nieuwe verdienmodellen ontstaan. Deze sector is sterk gericht op productie van grote hoeveelheden product van goede en constante kwaliteit tegen lage kosten, en weinig gericht op specifieke vragen vanuit de markt die tot meerwaarde leiden. In aansluiting bij de aan uw Kamer toegestuurde voedselagenda (Kamerstuk 31 532, nr. 156) staat de sector ook voor de uitdaging om er voor te zorgen dat de consument wordt verleid meer groente en fruit te consumeren in Nederland en daarbuiten.

Zoals al in de beleidsbrief tuinbouw van oktober 2013 is gemeld (Kamerstuk 32 627, nr.14) staan bedrijfsleven en overheid voor de gezamenlijke opgave om de positie van de tuinbouw als wereldmarktleider te behouden en te versterken. Ik kan u melden dat ik met belanghebbenden uit het bedrijfsleven overeenstemming heb bereikt over de inzet en uitwerking van een nieuwe Nationale Strategie voor de Gemeenschappelijke Markt Ordening (GMO), een belangrijk instrument dat bij kan dragen aan de versterking van de positie van de tuinbouw. In de eerder genoemde beleidsbrief tuinbouw was toegezegd te zullen bezien hoe een nieuwe Nationale Strategie GMO groente en fruit het perspectief voor de tuinbouw kan versterken, en hoe de GMO meer kan worden benut voor productvernieuwing en marktontwikkeling en voor verduurzaming en marketing. In deze brief ga ik hierop in.

Ik wil de GMO inzetten voor het stimuleren van verdergaande vernieuwing van de sector. Daarom is besloten de GMO niet langer in te zetten voor de op efficiency en optimalisatie van de productiekosten gerichte doelen schaalvergroting en kostprijsverlaging, maar gericht in te zetten op verdergaande verduurzaming, marktgericht produceren en verbetering van de afzetstructuur. Daarnaast wil ik melden dat ik met partijen heb afgesproken om de GMO optimaal te benutten om te komen tot promotieactiviteiten voor groente en fruit, zoals een reclamecampagne. Zowel vanuit het oogpunt van gezondheid als in het belang van de tuinbouw is het wenselijk de consumptie van groente en fruit te vergroten. Daarom ben ik verheugd dat we samen hebben afgesproken deze middelen ook te benutten om mensen te stimuleren groente en fruit te eten.

Nationale Strategie GMO groente en fruit

Nederland heeft deze nieuwe Nationale GMO groente en fruit opgesteld binnen de kaders van de Verordening (EG) nr.1308/2014 van de Raad en het Europees parlement en Uitvoeringsverordening (EU) nr.543/2011.

De GMO groente en fruit heeft tot doel het concurrentievermogen en de marktgerichtheid van de groente- en fruitsector in Europa te stimuleren met de vorming van erkende producentenorganisaties. Deze organisaties stellen een operationeel programma op met activiteiten zoals milieuactiviteiten, wat ze financieren met een actiefonds. Dit actiefonds wordt voor 50% gevuld met Europese middelen, tot 4,1% van hun omzet, en met 50% uit bijdragen van de leden van de producentenorganisaties, ofwel de telers.

Als kader voor de door de producentenorganisaties op te stellen operationele programma’s moet de lidstaat een Nationale Strategie opstellen (nationale prioriteiten en randvoorwaarden). Deze worden ook doorvertaald naar subsidiabele activiteiten. De huidige Nationale Strategie loopt 1 januari 2017 af.

Nieuwe focus

Om het perspectief van de tuinbouw te versterken zijn de volgende drie strategische doelen gekozen voor de nieuwe Nationale Strategie: versterking afzetstructuur, marktgerichte productie en verdergaande verduurzaming. Deze sluiten aan bij de veranderopgave waar het bedrijfsleven zichzelf voor gesteld ziet. Met de nieuwe Nationale Strategie ondersteun ik de realisatie van deze opgave.

• Versterking afzetstructuur

Het gaat hierbij om verdergaande samenwerking van primaire producenten in een internationale keten en markt. Samenwerking tussen producenten is niet alleen relevant voor het verkrijgen van een sterkere positie in de onderhandelingen met de groothandel en de retail, maar ook om collectief kennis op te bouwen en te delen, gezamenlijk te investeren in een duurzaam productieproces en product- en marktontwikkeling, en een beter risicobeheer.

Verdergaande krachtenbundeling van primaire producenten is van belang om tot een sterkere positie (en daarmee mogelijk betere marges) in de markt en de keten te komen. Dit doel sluit daarmee nauw aan bij mijn prioriteit om te komen tot een eerlijkere prijs voor producenten.

Verdere versterking van de organisatiestructuur van de producentenorganisatie, verdere versterking van de logistieke organisatie en versterking van afzetfaciliteiten zijn de hoofdthema’s binnen dit strategische doel. Horizontale samenwerking tussen producentenorganisaties (inclusief een associatie van producentenorganisaties en internationalisering) behoort hierbij tot de mogelijkheden. De logistieke organisatie kan versterkt worden met acties die vooral gericht zijn op productieplanning en voorraadbeheer en -distributie. En waar het de versterking van afzetfaciliteiten betreft, kan gedacht worden aan korte en lange bewaring van producten om ervoor te zorgen dat het product vanaf de oogst optimaal bewaard wordt en in optima forma in het schap terecht komt.

• Marktgericht produceren

Een meer gedifferentieerde benadering van de markt voor groente en fruit met onderscheid naar afzetkanaal en type consument kan de sector in positie brengen om beter in te spelen op de vraag van consumenten naar gezonde voeding, duurzame en regionale productie en gemak. Het gaat hierbij om de inzet op nieuwe verdienmodellen, waarin de creatie van toegevoegde waarde centraal staat.

Dit doel sluit nauw aan bij mijn prioriteit om in te zetten op onderscheidende producten met meerwaarde. Van meer van hetzelfde produceren naar meer producten met toegevoegde waarde: vraaggericht, inspelen op de behoeften van consumenten ten aanzien van gezondheid, gemak en duurzaamheid. Ook heb ik met het bedrijfsleven gesproken over het bevorderen van de groente- en fruitconsumptie met behulp van de GMO. Het bedrijfsleven geeft aan zich in te zetten voor het benutten van kansen voor een hogere groente- en fruitconsumptie, ook bij jongeren, in een aanbod dat meer aansluit bij de behoefte van de consument.

Markt- en consumentenonderzoek, product- en conceptontwikkelingen en de vermarkting van producten zijn de hoofdthema’s binnen dit strategische doel. Hierbij valt te denken aan onderzoek naar trends en wensen van afnemers en consumenten op het gebied van gezonde voeding, gemak en kwaliteit en duurzaamheid. Productinnovatie, verdere optimalisatie van de productkwaliteit, de bewerking van producten om het gemak van de consument te dienen en verwerking van producten om waarde toe te voegen zijn acties die producentenorganisaties in hun operationele plannen op kunnen nemen. Ook kunnen acties opgenomen worden voor nieuwe vormen van belevering, bijvoorbeeld online shopping, nieuwe marketingactiviteiten en algemene promotie van groente en fruit.

• Verdergaande verduurzaming

Internationale milieu en klimaatdoelstellingen vragen om verdergaande inspanningen. Ook de consument, de retail en maatschappelijke organisaties in binnen- en buitenland stellen steeds hogere eisen aan producten. Voor de glastuinbouw liggen de uitdagingen met name op het gebied van duurzame energie en energiebesparing. Voor de open teelten vooral in het verder terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en het verminderen van de emissie van gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten naar grond- en oppervlaktewater.

Onder dit strategische doel kunnen producentenorganisaties allerlei activiteiten op het gebied van energie, gewasbescherming en meststoffen en afval in hun operationele plannen opnemen. Gebruik van duurzame energie, restwarmte, toepassing van niet chemische methoden voor de bescherming van het gewas, waterzuivering en precisietoedieningstechnieken zijn hier voorbeelden van.

Ten opzichte van de huidige strategie zijn in de nieuwe Nationale Strategie de op efficiency en optimalisatie van de productiekosten gerichte doelen schaalvergroting en kostprijsverlaging komen te vervallen. De publieke middelen wil ik inzetten op het stimuleren van verdergaande vernieuwing van de sector.

Vernieuwing en collectiviteit

Om de beschikbare GMO-middelen, binnen de regelgeving, beter en effectiever voor bovenstaande doelen te kunnen gebruiken, zijn in afstemming met het bedrijfsleven vernieuwing en collectiviteit als belangrijke voorwaarden gekozen voor de beoordeling van de operationele plannen en subsidiabiliteit van activiteiten.

• Vernieuwing

Dit betekent inzet op nieuwe productmarktcombinaties. Dat kan zijn een nieuw product, een nieuwe markt, een nieuwe aanpak (te denken valt aan service, belevering) of een combinatie van deze, die beter aansluit op de behoeften van afnemers of consumenten.

Vervangings- en uitbreidingsinvesteringen zijn in principe uitgesloten, omdat de doelen schaalvergroting en kostprijsverlaging zijn vervallen.

• Collectiviteit

Van alle activiteiten moet in het operationeel plan worden onderbouwd dat ze in collectief verband worden uitgevoerd. Investeringen en andere uitgaven die door een producentenorganisatie in het operationeel programma worden opgenomen, dienen in het belang van de producentenorganisatie als geheel te zijn en moeten bijdragen aan de doelstellingen van het operationeel programma. Dit geldt ook voor investeringen en andere uitgaven van leden van een producentenorganisatie op hun eigen bedrijf.

Huidig milieukader één jaar verlengd

De afgelopen jaren heeft de Europese Commissie ingezet op verduidelijking van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de GMO groente en fruit. De uitvoeringsverordening wordt dit jaar vervangen door een nieuwe gedelegeerde en uitvoeringsverordening. Het vaststellen van deze laatste verordeningen laat langer op zich wachten dan aanvankelijk is aangegeven. De verwachting is dat de verordeningen op zijn vroegst op 1 september 2016 gepubliceerd zullen worden nadat de gedelegeerde verordening ook is voorgelegd aan de Raad en het Europees parlement. Dit heeft tot gevolg dat het nieuwe milieukader niet tijdig met de Europese Commissie kan worden afgestemd. Alvorens dit nieuwe milieukader in werking kan treden, moet het concept-kader namelijk eerst aan de Europese Commissie ter beoordeling worden voorgelegd en dit is pas mogelijk nadat de nieuwe verordeningen zijn vastgesteld. De Europese Commissie heeft gedurende drie maanden de gelegenheid om de lidstaat te vragen wijzigingen aan te brengen in het milieukader.

De nieuwe Nationale Strategie zal daarom per 1 januari 2017 alleen ingaan voor de strategische doelen versterking afzetstructuur en marktgericht produceren. Het nieuwe milieukader zal pas per 1 januari 2018 ingaan. Tot die tijd wordt het huidige milieukader (voor het doel verdergaande verduurzaming) verlengd en op onderdelen geactualiseerd.

Uitvoering

De inzet en uitwerking van de nieuwe Nationale Strategie, zoals overeengekomen met het bedrijfsleven, wordt nu uitgewerkt in een Ministeriële Regeling die op 1 juli 2016 zal worden gepubliceerd.

Tevens worden de administratiesystemen bij de uitvoeringsorganisatie Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) ingericht op basis van de nieuwe regelgeving. Producentenorganisaties kunnen dan voor 15 september a.s. hun operationele programma’s indienen bij RVO.nl, die hierover uiterlijk 15 december a.s. besluit, waarna per 1 januari 2017 goedgekeurde programma’s geïmplementeerd kunnen worden door de producentenorganisaties.

Veranderopgave

Het bedrijfsleven ziet zichzelf voor een belangrijke veranderopgave gesteld om de sector te herstructureren en te ontwikkelen. Versterking van de afzetstructuur, marktgericht produceren, productinnovaties en verduurzaming zijn daarin belangrijke doelen om het perspectief van de tuinbouw te versterken en koploper te blijven. Met dit beleidsinstrument wil ik de veranderopgave in de voedingstuinbouw ondersteunen.

De benutting van de beschikbare middelen van de GMO kan potentieel tientallen miljoenen bedragen en hangt samen met de mate waarin het bedrijfsleven er in slaagt om zich te organiseren en om binnen de randvoorwaarden invulling te geven aan de operationele programma’s. Daarbij realiseer ik mij dat de nieuwe invulling van dit beleidsinstrument een grote veranderopgave in zichzelf is die ook forse inspanningen van belanghebbenden vraagt.

Ik ben verheugd over de moed die het bedrijfsleven toont voor deze nieuwe inhoud en aanpak van de GMO, en over de inspanningen die worden gepleegd om tot een meer gecoördineerde aanpak te komen voor het stimuleren van de consumptie van groente en fruit.

De Staatssecretaris Economische Zaken, M.H.P. van Dam