Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201931497 nr. 313

31 497 Passend onderwijs

Nr. 313 MOTIE VAN HET LID RUDMER HEEREMA

Voorgesteld 4 juli 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat samenwerkingsverbanden heel verschillend omgaan met geïndiceerde hoogbegaafde kinderen;

tevens constaterende dat kinderen met ondersteuningsbehoeften geen extra bijdrage hoeven te betalen, behalve als ze hoogbegaafd zijn, en dat deze extra bijdrage vaak honderden euro's per maand bedraagt;

overwegende dat het niet uit zou moeten maken waar een hoogbegaafd kind woont of het de juiste ondersteuning kan krijgen;

tevens overwegende dat samenwerkingsverbanden niet alleen inzet moeten plegen voor kinderen met een ondersteuningsbehoefte die moeite hebben om mee te komen, maar ook moeten investeren in kinderen die hoogbegaafd zijn;

verzoekt de regering, de samenwerkingsverbanden op te dragen om, conform hun taakstelling, ook het passend onderwijs aan hoogbegaafde kinderen te bekostigen, net zoals voor kinderen met andere ondersteuningsbehoeften, en te voorkomen dat voor een dergelijk passend onderwijsaanbod een eigen bijdrage aan ouders gevraagd wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

Rudmer Heerema