31 490 Vernieuwing van de rijksdienst

Nr. 43 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 mei 2010

Hierbij bied ik u, namens het kabinet, de vijfde en zesde voortgangsrapportage van het Programma Vernieuwing Rijksdienst aan.1 Met de rapportages wordt uitvoering gegeven aan de afspraak met de Kamer dat er eenmaal per jaar zal worden gerapporteerd over de kwantitatieve voortgang en twee maal per jaar over de kwalitatieve voortgang. Tot dusver zijn de volgende voortgangsrapportages verschenen:

  • eerste voortgangsrapportage Programma Vernieuwing Rijksdienst

    (09-06-2008, TK 31 490, nr. 1, kwalitatief en kwantitatief);

  • tweede voortgangsrapportage Programma Vernieuwing Rijksdienst

    (30-12-2008, TK 31 490, nr. 6, kwalitatief);

  • derde voortgangsrapportage Programma Vernieuwing Rijksdienst

    (28-05-2009, TK 31 490, nr. 22, kwantitatief);

  • vierde voortgangsrapportage Programma Vernieuwing Rijksdienst

    (14-09-2009, TK 31 490, nr. 29, kwalitatief).

De bijgevoegde vijfde voortgangsrapportage geeft een beeld van de voortgang van de projecten in het Programma Vernieuwing Rijksdienst die het bevorderen van de kwaliteit van het functioneren van de rijksdienst tot doel hebben. De zesde voortgangsrapportage is een kwantitatieve rapportage waarin verslag wordt gedaan van de afslanking die de rijksdienst tussen eind 2006 en eind 2009 heeft gerealiseerd.

Het algemene beeld dat uit de voortgangsrapportages naar voren komt is positief. De afslanking verloopt volgens de voorziene planning, en loopt daar zelfs iets op vooruit. In totaal zijn inmiddels 6.608 functies (fte) geschrapt. Ook in het onderdeel dat gericht is op verbetering van de rijksdienst is de voortgang goed. De vele verbeterprojecten liggen over het algemeen goed op schema of zijn inmiddels afgerond.

Met name in de bedrijfsvoering zijn de verbeteringen ook echt zichtbaar, soms letterlijk zoals bij het logo. Het kabinet heeft dan ook waardering voor het vele werk dat in het kader van het programma tot dusver is verzet.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

E. M. H. Hirsch Ballin


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Naar boven