Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 augustus 2014
Voor een groot aantal rijkskantoren, gevangenissen, kazernes, defensieterreinen en
rechtbanken moet de komende jaren een nieuwe bestemming gevonden worden. Gezien het
overaanbod van onroerend goed zijn de marktomstandigheden bijzonder lastig. Toch zie
ik wel degelijk kansen. Door een combinatie van creativiteit, durf en goede samenwerking
met bewoners, ondernemers en gemeenten kunnen we deze lastige opgave tot een succes
maken met vaak onvermoede, maatschappelijke impulsen. In deze brief en de bijlage
wordt aangegeven hoe de afstoot en transformatie van rijksvastgoed wordt ingevuld1.
Er stonden in Nederland nog nooit zoveel gebouwen leeg: 9,2 miljoen vierkante meter
(m2). Waar enkele decennia lang bouwen voor nieuwe behoefte de norm was, is in een korte
tijd een heel andere situatie ontstaan. Transformatie en hergebruik is nu de norm.
Geen nieuwe m2, maar andere m2.
Het Rijk staat nu voor een grote afstootopgave van Rijksvastgoed: circa 0,9 miljoen
m2 kantoren2 en 1,9 miljoen m2 andere objecten in de periode tot 2020. Die opgave is groot en (beeld)bepalend voor
de Nederlandse architectuur. De uitdaging is gebouwen en terreinen te transformeren
en opnieuw betekenis te geven in hun omgeving en bij te dragen aan de lokale economische
ontwikkeling. Het Rijk zal, als grootste vastgoedbezitter van het land, een voorbeeldrol
vervullen.
Rijksgebouwen staan veelal op goede locaties nabij stadscentra en hebben een unieke
uitstraling en betekenis voor hun omgeving. Bijvoorbeeld de koepelgevangenissen en
de Tapijnkazerne in Maastricht. Dit biedt goede kansen om met deze gebouwen bij te
dragen aan lokale ontwikkelingen. Zo is het Magna Plaza (voormalig hoofdpostkantoor)
in Amsterdam ooit verkocht door het Rijk evenals Librije’s Hotel (voormalige vrouwengevangenis)
in Zwolle en zijn beide objecten getransformeerd. Ook komt het voor dat er na transformatie
starterswoningen of studentenwoningen gerealiseerd (gaan) worden in gebouwen die verkocht
zijn door het Rijk. Voorbeelden daarvan zijn het voormalig kantoor van de Belastingdienst
aan de Gerbrandystraat in Utrecht en het voormalig douanekantoor aan de Westzeedijk
in Rotterdam waar starters- en/of studentenwoningen gerealiseerd gaan worden. Sinds
2011 heeft 280.000 m2 aan voormalige rijkskantoren een nieuwe functie gekregen. Dit geldt ook voor 350.000 m2 aan defensie- en overig rijksvastgoed. Dit geeft vertrouwen voor de 0,9 miljoen m2 kantoren en 1,9 miljoen m2 overige objecten die in de periode tot 2020 afgestoten moet worden.
Maar ook gebouwen en terreinen die minder aantrekkelijk zijn, bieden mogelijk-heden
voor transformatie. Juist daar is die creatieve aanpak cruciaal. Bijvoorbeeld de CBS-kantoren
in Heerlen en Voorburg en het Hembrugterrein in Zaandam.
Wanneer het vanwege bijzondere omstandigheden niet mogelijk is om een gebouw of terrein
meteen definitief een nieuwe functie te geven, dan zorgt het Rijk ervoor dat het gebouw
en de omgeving levendig blijven door tijdelijk beheer en verhuur. Op deze wijze wordt
ingespeeld op de grote regionale verschillen die er zijn in transformatiemogelijkheden.
Een mooi voorbeeld hiervan is het voormalig defensiegebouw op het industrieterrein
Binckhorst in Den Haag. Dat gebouw is tijdelijk getransformeerd tot een centrum voor
dans, sport, muziek en beweging. Dit zorgt voor een positieve stimulans in het gebied
en biedt kansen voor nieuwe werkgelegenheid. Het Rijk is de aanjager van deze ontwikkeling.
Mede vanwege de uitdagingen voor afstoot en transformatie van rijksvastgoed is het
Rijksvastgoedbedrijf opgericht en per 1 juli jl. van start gegaan. Daarmee is vastgoedbeheer,
verwerving, verkoop en transformatie in één organisatie ondergebracht. Dit biedt kansen
om al in een vroegtijdig stadium te anticiperen op toekomstige transformatie. Daarnaast
wordt de verkoopmethode aangepast om maximale ruimte te geven aan creativiteit uit
de markt en worden afspraken met gemeenten gemaakt over hoe om te gaan met specifieke
objecten.
Het Rijksvastgoedbedrijf (BZK) en het Atelier Making Projects (I&M) hebben een verkenning
in de markt gezet waarbij herbestemmen wordt gezien als gebiedsontwikkeling. De centrale
vraag is daarbij: welke potentie heeft het rijksvastgoed voor de omgeving? Het doel
hiervan is om de volledige potentie van een gebouw of terrein te verkennen en innovatieve
oplossingen voor transformatie te vinden. Daarnaast is advies gevraagd aan het College
van Rijksadviseurs (Rijksbouwmeester, Rijksadviseur voor Landschap en Water en de
Rijksadviseur voor Infrastructuur en Stad) over de wijze waarop de transformatieopgave
verder kan worden ingevuld.
In de bijlage bij deze brief wordt de aanpak verder toegelicht en is in een aantal
voorbeelden uiteengezet hoe het Rijk – vaak samen met de gemeente – bijdraagt aan
een tweede leven van een gebouw of terrein.
De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok