Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 april 2017
In het verslag van het schriftelijk overleg over het beleidskader internationaal cultuurbeleid voor de periode 2017–20201 heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de resultaten van het onderzoek naar
hoe het SieboldHuis in het cultuurstelsel kan worden opgenomen. Alvorens ik dat doe,
wil ik nog enige achtergrond over het SieboldHuis schetsen.
Achtergrond
De stichting SieboldHuis (Japanmuseum) is in 1999 opgericht naar aanleiding van een
daartoe strekkend initiatief van de gemeente Leiden, Museum Naturalis, het Rijksmuseum
voor Volkenkunde en de Universiteit Leiden, en met steun van Japan en de rijksoverheid.
Doel van de Stichting is, naast het tentoonstellen van (delen van) de bijzondere collectie
die Philipp von Siebold in de 19e eeuw in Japan heeft aangelegd, de organisatie van diverse culturele en wetenschappelijke activiteiten in relatie tot Japan.
De collecties die in het SieboldHuis worden getoond, zijn niet in het bezit van het
museum zelf, maar maken onderdeel uit van de rijkscollectie in beheer van het Naturalis
Biodiversity Center en het Nationaal Museum voor Wereldculturen (Museum Volkenkunde).
Deze musea hebben die collectie langjarig in bruikleen gegeven aan het SieboldHuis.
Het Naturalis Biodiversity Center en het Museum voor Wereldculturen zijn verzelfstandigde
rijksmusea (stichtingen) die voor het behoud en beheer van de collectie worden bekostigd
op grond van de Erfgoedwet en voor de presentatie van de collecties voor het publiek
in het kader van de Basisinfrastructuur (BIS). De directeuren van de betreffende musea
hebben zitting in de Raad van Toezicht van het SieboldHuis.
Naast deze Rijkscollectie bestaat de collectie van het SieboldHuis uit een tiental
stuks kaarten in bruikleen gegeven door de Universiteitsbibliotheek Leiden. Daarnaast
zijn er enkele kroonluchters uit de Rijkscollectie door de Rijksdienst voor het Cultureel
Erfgoed in bruikleen gegeven voor de inrichting van het museum. Het pand, waar Von
Siebold zelf 15 jaren in heeft gewoond en dat toen al door hem werd gebruikt om zijn
verzameling Japanse curiosa tentoon te stellen voor het publiek, is eigendom van het Rijksvastgoedbedrijf
en wordt gehuurd door de stichting.
Resultaten onderzoek
Voor musea in het OCW-bestel geldt sinds februari 2016 een financiering op grond van
twee wettelijke regimes:
Vrijwel de gehele in bruikleen gegeven collectie van het SieboldHuis valt onder de
taak die ik op grond van de Erfgoedwet aan Naturalis Biodiversity Center en het Nationaal
Museum voor Wereldculturen heb opgelegd. Rechtstreekse financiering aan het SieboldHuis
voor collectiebeheer op grond van de Erfgoedwet is daarom niet mogelijk. Er zijn echter
twee mogelijkheden voor het SieboldHuis om deel uit te gaan uitmaken van het cultuurstelsel:
-
1. de subsidieverstrekking aan het SieboldHuis vindt indirect plaats via een museum dat
nu al wordt bekostigd op grond van de Erfgoedwet;
-
2. de subsidieverstrekking aan het SieboldHuis vindt rechtstreeks plaats als gevolg van
zelfstandig ingediende subsidieaanvraag voor de periode 2021–2024.
Ad 1) De subsidie verloopt via een zogenaamde moeder-dochterverhouding
Voordeel van deze optie is dat het SieboldHuis «als dochter» kan meeliften met de
voorrangspositie die het «moedermuseum» op grond van de Erfgoedwet heeft als het gaat
om toewijzing van een subsidieaanvraag in het kader van de BIS. De juridische borging
van deze optie wordt meegenomen.
Ad 2) De subsidie verloopt via een aanvraag voor de nieuwe subsidieperiode
Musea kunnen voor publieksactiviteiten en andere activiteiten – niet behorende tot
beheer van de collectie in de zin van de Erfgoedwet – subsidie in de BIS aanvragen.
Het SieboldHuis heeft voor de lopende periode 2017–2020 geen subsidieaanvraag ingediend
en is daarom ook niet beoordeeld door de Raad voor cultuur. Het is niet mogelijk om
met terugwerkende kracht een aanvraag in te dienen, maar het SieboldHuis kan dat wel
gaan doen voor de komende subsidieperiode.
Ik ben bereid door middel van projectsubsidies de periode naar de nieuwe aanvraagronde
te overbruggen. Zoals eerder vermeld heb ik jaarlijks € 300.000 uit mijn begroting
beschikbaar gesteld na 2018.
De resultaten van het onderzoek zijn ambtelijk besproken met de directeur-bestuurder
en de Raad van toezicht van het SieboldHuis. Zij kunnen zich vinden in de voorliggende
scenario’s en willen, voordat zij tot een definitieve keuze over welke financieringsvorm
binnen het cultuurstelsel het beste bij het SieboldHuis past, nog enige zaken laten
uitzoeken. Ik ben bereid om hen daarin te ondersteunen. Er is voldoende tijd om tot
een goede uitwerking te komen, omdat de aanvraagperiode voor het nieuwe cultuurstelsel
pas in 2020 van start gaat.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. Bussemaker