Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200831446 nr. 2

31 446
Wijziging van de Wet op de huurtoeslag (uitvoeringstechnische wijzigingen)

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om enkele uitvoeringstechnische wijzigingen in de Wet op de huurtoeslag door te voeren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op de huurtoeslag wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. In deze wet en de bepalingen die daarop berusten wordt verstaan onder rekenhuur: de huurprijs die de huurder per maand is verschuldigd, of, als dat lager is dan de huurprijs, een bedrag dat gelijk is aan de maximale huurprijsgrens, bedoeld in de krachtens de artikelen 10, eerste lid, en 12, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte daarover gestelde regels, vermeerderd met:

a. een bedrag voor door de huurder verschuldigde servicekosten van:

1°. € 12 voor een eenpersoonshuishouden of een meerpersoonshuishouden, of

2°. € 18 voor een eenpersoonsouderenhuishouden of een meerpersoonsouderenhuishouden, en

b. in geval van huur van een woonwagen het bedrag dat verschuldigd is voor de huur van de standplaats.

2. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De aanhef komt te luiden:

De vermeerdering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is slechts van toepassing als de huurder verschuldigd is:

b. In de onderdelen a, b en d vervalt: , met een maximum van € 12 per maand.

c. In onderdeel c wordt «de kosten» vervangen door «kosten», vervalt «, met een maximum van € 12 per maand», en wordt de puntkomma aan het slot vervangen door: , of.

3. Het vierde lid vervalt.

B

Artikel 12 vervalt.

C

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, aanhef, komt te luiden:

Geen huurtoeslag wordt toegekend als de rekenhuur:.

2. In het vierde lid wordt «met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast» vervangen door: met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd.

D

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid worden de onderdelen b en c geletterd a en b.

2. In het vierde lid wordt «aangepast» vervangen door: gewijzigd.

E

In artikel 17, vierde lid, wordt «met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast» vervangen door: met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd.

F

In artikel 18, vierde lid, wordt «onderscheidenlijk 1 juli van elk jaar aangepast» vervangen door: van elk jaar gewijzigd.

G

In artikel 19, vierde lid, wordt «elk jaar, met ingang van 1 januari en 1 juli» vervangen door «met ingang van 1 januari van elk jaar» en wordt «herzien» vervangen door: gewijzigd.

H

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a vervalt: a.

b. In onderdeel b vervalt: b.

2. In het derde lid wordt «met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast» vervangen door: met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd.

I

Artikel 23, tweede volzin, komt te luiden: Artikel 5, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

J

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het vijfde tot en met negende lid tot vierde tot en met achtste lid worden het eerste tot en met vierde lid vervangen door drie leden, luidende:

1. Bij ministeriële regeling worden met ingang van 1 januari van elk jaar de bedragen, genoemd in de artikelen 5, eerste lid, onderdeel a (servicekosten), 13, eerste lid, onderdeel a (maximale huurgrens), en 14, eerste lid (norminkomen), gewijzigd met de factor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat in het eerste en tweede lid van laatstgenoemd artikel voor «kalenderjaar» telkens wordt gelezen «berekeningsjaar» en dat in het tweede lid van dat artikel voor «Consumentenprijsindex Alle Huishoudens afgeleid» wordt gelezen «Consumentenprijsindex Alle Huishoudens».

2. Naast de wijziging op grond van het eerste lid kan het bedrag, genoemd in artikel 14, eerste lid (norminkomen), bij ministeriële regeling worden gewijzigd ter voorkoming van onbedoelde gevolgen van maatregelen met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt.

3. Bij ministeriële regeling worden, met ingang van 1 januari van elk jaar, de bedragen, genoemd in de artikelen 13, eerste lid, onderdeel b (maximale huurgrens), 17, tweede lid (bij minimum-inkomensijkpunt behorende normhuur), 18, tweede lid (bij referentie-inkomensijkpunt behorende normhuur), en 20, eerste en tweede lid (kwaliteitskortingsgrens en aftoppingsgrenzen), gewijzigd met het percentage van de huurprijsontwikkeling, zoals die naar redelijke verwachting in het tijdvak dat loopt van 1 juli van het aan het berekeningsjaar voorafgaande jaar tot 1 juli van het berekeningsjaar zal plaatsvinden.

2. In het vijfde lid (nieuw), eerste volzin, wordt «elk jaar, met ingang van 1 januari,» vervangen door «met ingang van 1 januari van elk jaar» en wordt «aangepast» vervangen door: gewijzigd.

3. Het zesde lid (nieuw) komt te luiden:

6. De bedragen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden naar boven afgerond op hele eurocenten, met uitzondering van de bedragen, genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel a (servicekosten), die naar boven worden afgerond op hele euro’s, en met uitzondering van de norminkomens, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen a en b (maximum inkomen bij een- en meerpersoonshuishoudens)), die naar boven worden afgerond op een veelvoud van € 25. De som van de bedragen, bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel b (maximum inkomen bij een- en meerpersoonsouderenhuishoudens en de bedragen, bedoeld in het vierde en vijfde lid, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25. Bij een volgende wijziging van de bedragen, genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel a (servicekosten), de norminkomens en de bedragen, bedoeld in het vijfde lid, wordt uitgegaan van de bedragen zoals die waren, voordat zij werden afgerond.

4. Het zevende lid (nieuw) komt te luiden:

7. De overeenkomstig het eerste tot en met zesde lid vastgestelde, vanaf 1 januari geldende minimum-inkomensijkpunten, referentie-inkomensijkpunten, maximale inkomensgrenzen, normhuren, de als gevolg daarvan voor de onderscheiden typen huishouden gewijzigde factoren, bedoeld in artikel 19, tweede lid, maximale huur-, kwaliteitskortingsen aftoppingsgrenzen, en bedragen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a (servicekosten) worden elk jaar uiterlijk op 1 november daaraan voorafgaand in de Staatscourant bekendgemaakt.

5. In het achtste lid (nieuw) vervalt: 5, eerste lid, onder b, en derde lid, onder a, b, c en d (garage-aftrek en maximum-servicekosten),.

K

Hoofdstuk 8 vervalt.

L

In artikel 50 wordt «artikel 27, eerste lid, onder a, tweede lid, eerste volzin, en negende lid» vervangen door: artikel 27, achtste lid.

ARTIKEL II

1. In afwijking van artikel 27, eerste, tweede en derde lid, van de Wet op de huurtoeslag worden de in die leden genoemde bedragen, met uitzondering van de bedragen, bedoeld in artikel 14, eerste lid (norminkomen), niet gewijzigd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet.

2. Bij de wijziging van de bedragen, genoemd in de artikelen 17, tweede lid (bij minimum-inkomensijkpunt behorende normhuur), en 18, tweede lid (bij referentie-inkomensijkpunt behorende normhuur), met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet wordt een correctie aangebracht naar de mate waarin de huurprijsontwikkeling op 1 juli van het direct aan de datum van inwerkingtreding van deze wet voorafgaande kalenderjaar afweek van de verwachting waarvan werd uitgegaan bij de aanpassing van die bedragen met ingang van 1 juli van dat kalenderjaar.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari van een bij koninklijk besluit te bepalen jaar met uitzondering van artikel I, onderdelen B, I en K, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1 januari 2008.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,