Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201731322 nr. 325

31 322 Kinderopvang

Nr. 325 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 februari 2017

Middels deze brief informeer ik uw Kamer over enkele onderwerpen aangaande kinderopvang.

Het eerste onderwerp van deze brief betreft de voortzetting van het project continue screening fase 2 (invoering personenregister kinderopvang en peuterspeelzaalwerk). Begin december jl. heb ik u geïnformeerd over de uitkomst van de heroriëntatie, die is uitgevoerd naar aanleiding van de vertraging bij de invoering van het personenregister kinderopvang en peuterspeelzaalwerk1. Tevens heb ik aangegeven u begin 2017 te zullen informeren over mijn besluit aangaande de voortzetting van dit project, met DUO als nieuwe uitvoerder. Middels deze brief voldoe ik aan die toezegging.

Het tweede onderwerp betreft een toezegging die ik heb gedaan tijdens het AO kinderopvang van 1 oktober 20142 om uw Kamer na uitvoering van een verkenning te informeren of er aanleiding bestaat om maatregelen te treffen om de toegang tot de kinderopvang van kinderen met diabetes te bevorderen, en zo ja welke dat zijn.

Het laatste onderwerp van deze brief betreft een toelichting op het rapport van het praktijkonderzoek gecombineerde groepen buitenschoolse opvang (bso) en naschoolse activiteiten (nsa). Het rapport is als bijlage gevoegd bij deze brief3.

1. Voortzetting project continue screening fase 2 (personenregister kinderopvang en peuterspeelzaalwerk)

Uit de evaluatie van de aanbevelingen van Commissie Gunning blijkt dat het huidige systeem van continue screening (fase1) een belangrijke meerwaarde heeft voor de veiligheid in de kinderopvang, waarbij ook de preventieve werking een grote rol speelt. De uitkomst van de evaluatie onderstreept het belang om àlle kinderopvang medewerkers onder de continue screening te laten vallen. De invoering van het personenregister kinderopvang en peuterspeelzaalwerk (continue screening fase 2) voorziet in deze behoefte.

Eind april 2016 heb ik u geïnformeerd over de uitgestelde invoering van het personenregister (Kamerstuk 31 322, nr. 301), in verband met problemen bij het inrichten van het beheer en de ICT omgeving van het register. Tevens heb ik aangegeven een onderzoek te zullen uitvoeren om zicht te krijgen op de impact, risico’s en slaagkans van verschillende alternatieven om het personenregister alsnog in te voeren.

Tijdens deze heroriëntatie is een aantal scenario’s onderzocht. Het meest kansrijke scenario, met DUO als uitvoerder, is verder uitgewerkt. Op dit scenario is een Gateway review uitgevoerd. De review heeft uitgewezen dat een verantwoorde invoering van het personenregister met DUO als uitvoerder haalbaar is. In de review zijn specifieke aanbevelingen gedaan die de afgelopen maanden door DUO zijn opgepakt en uitgewerkt. Het integrale projectplan dat DUO heeft ingediend, biedt voldoende vertrouwen voor een succesvolle realisatie van de invoering van het personenregister.

Op basis van bovenstaande heb ik besloten DUO aan te wijzen als uitvoerder voor de realisatie en invoering van het personenregister. Op dit moment is de verwachting dat de invoering van het personenregister in het eerste kwartaal van 2018 zal plaatsvinden. De definitieve, precieze datum zal ik later dit jaar bekend maken.

2. Diabetes in de kinderopvang

U heeft gevraagd een verkenning uit te voeren naar mogelijke maatregelen om de toegang tot de kinderopvang te bevorderen voor kinderen met diabetes. Uit de verkenning die de ministeries van OCW en VWS hebben uitgevoerd, is voortgekomen dat een handeling zoals het toedienen van insuline niet als voorbehouden handeling hoeft te worden aangemerkt, wanneer deze niet beroepsmatig wordt uitgevoerd. Onder bepaalde voorwaarden kan onderwijspersoneel of een beroepskracht in de kinderopvang deze handeling zelf uitvoeren. Belangrijk is ondermeer dat er sprake is van een vrijwillige basis; er zijn goede afspraken met de ouders; de handeling wordt niet verricht in opdracht van de werkgever

Uit navraag bij ondermeer de Diabetes Vereniging Nederland en de kinderopvangbranche blijkt dat er geen signalen zijn dat ouders van kinderen met diabetes regelmatig problemen ondervinden bij het vinden van kinderopvang van hun kind. In de praktijk blijken kinderopvangorganisaties en ouders oplossingen te vinden door de inzet van bijvoorbeeld wijkverpleegkundigen, personen uit de omgeving die ervaring hebben met diabeteszorg of de ouder zelf die oproepbaar is. Kinderen vanaf 8 jaar die naar de buitenschoolse opvang gaan zijn daarnaast veelal zelf in staat om goed aan te geven wanneer er iets mis lijkt te gaan, of zijn in staat zelf diabeteshandelingen te verrichten.

Er is niet voor alle gevallen een oplossing. Het komt voor dat kinderopvangorganisaties een kind met diabetes weigeren omdat zij de risico’s te groot achten en/of omdat de opvang van het kind met diabetes te veel van de organisatie vergt. De risico’s bij kinderen in de leeftijd van 0–4 jaar kunnen ook beduidend groter zijn. Deze jonge kinderen kunnen zich nog niet (zo goed) uiten en zijn mogelijk nog niet goed ingeregeld. De weigering van het kind met diabetes dient wel goed te worden beargumenteerd. Wanneer de risico’s zeer beperkt zijn en de extra inspanning van de organisatie gering is, kan de weigering als niet redelijk of billijk worden beschouwd. Het is dan uiteindelijk aan de rechter om hier een uitspraak over te doen.

Naar aanleiding van de pilot Gemeentebrede dagarrangementen is in het schooljaar 2015–2016 een onderzoek gestart, waarvan u het rapport als bijlage ontvangt4. Bedoeling van onderhavig onderzoek was om het voorstel voor deze nieuwe kwaliteitseisen bso/nsa op een aantal locaties in Wijchen en Zaanstad te testen. Voorafgaand aan het «testen» van de voorgestelde kwaliteitseisen, is de huidige situatie op zeven scholen in Wijchen en Zaanstad, in kaart gebracht (de nulmeting).

Het was de bedoeling om de bevindingen en resultaten van het praktijkonderzoek te betrekken bij de inzet van het project «het nieuwe toezicht». Gedurende het schooljaar 2015–2016 hebben veldpartijen, naar aanleiding van het voorstel van de Minister voor de herijking van de kwaliteitseisen vanuit «het nieuwe toezicht5», echter een alternatief voorstel gedaan. Dit voorstel is uitgebreid besproken met de veldpartijen, wat op 31 mei 2016 heeft uitgemond in de ondertekening van het akkoord Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK).

Omdat het voorstel voor gecombineerde groepen vanuit de pilot gemeentebrede dagarrangementen niet aansloot op de ambitie die in het IKK-akkoord en de daarin opgenomen afspraken over de aanpassing van de kwaliteitseisen, is besloten om het praktijkonderzoek te beëindigen en de voorgestelde kwaliteitseisen niet te toetsen op de zeven scholen. Bijgaande rapport bevat een beschrijving van de huidige situatie, de nulmeting. Er zal worden bezien of, en zo ja hoe, dit onderzoeksrapport kan worden betrokken in de pilots die vanuit IKK zullen plaatsvinden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Kamerstuk 31 322, nr. 318

X Noot
2

kamerstuk 31 322, nr. 260

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
5

Kamerstuk 31 322, nr. 280