Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201131322 nr. 116

31 322 Kinderopvang

Nr. 116 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 januari 2011

In antwoord op de brief van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid met als onderwerp «Fraude met kinderopvangtoeslag» (31839-77/2010D52133), kan ik u mede namens de staatssecretaris van Financiën het volgende laten weten over de uitvoering van de motie De Mos (31 322, nr. 106).

De motie De Mos verzoekt de regering te onderzoeken welke ouders de dupe zijn van frauderende gastouderbureaus en om naheffingen die deze ouders krijgen te verhalen op de fraudeurs in plaats van de ouders die te goeder trouw hebben gehandeld. Binnen de mogelijkheden wordt uitvoering gegeven aan de motie.

Voor zover mij bekend kan uw motie slechts betrekking hebben op vraagouders van gastouderbureau De Appelbloesem. Mijn voorganger heeft u op 13 oktober jl. in antwoord op Kamervragen van mevrouw Kooiman (SP) en mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD) bericht over een aantal ouders (toeslagaanvragers) bij dit bureau dat een terugvorderingsbeschikking heeft ontvangen.

Als de aanvragen voor kinderopvangtoeslag aan alle wettelijke eisen voldoen, wordt er géén toeslag teruggevorderd. Terugvordering vindt plaats in de gevallen dat er (gedeeltelijk) geen recht op kinderopvangtoeslag bestaat. In de gevallen waarbij de vraagouders hun gehele kinderopvangtoeslag moeten terugbetalen, is niet voldaan aan de vereisten die voortvloeien uit de Wet kinderopvang. Bedragen zijn onterecht uitbetaald indien er bijvoorbeeld sprake is van: het claimen van meer dan 52 weken kinderopvang in een jaar, het zonder bewijs indienen van een aanvraag met terugwerkende kracht, het niet betalen van een eigen bijdrage voor de kinderopvang, het gebruik van kinderopvangtoeslag voor de betaling van de premie van een studieverzekering, voor de spaarpot van de kinderen of ten behoeve van het eigen besteedbaar inkomen.

In het algemeen geldt dat alle toeslagaanvragers de gelegenheid hebben om bezwaar en beroep aan te tekenen tegen de terugvorderingsbeschikking. Als de aanvrager in bezwaar gaat, is het beleid dat de invordering wordt opgeschort. Dit betekent dat het bedrag nog niet terugbetaald hoeft te worden. Mocht in de bezwaarfase blijken dat wel is voldaan aan de wettelijke vereisten, wordt de terugvorderingsbeschikking herzien. Als een toeslagaanvrager het niet eens is met de beslissing op zijn bezwaar, kan de aanvrager bij de rechter in beroep gaan.

Overigens is ingevolge de Wet kinderopvang de toeslagaanvrager verantwoordelijk voor de juistheid van de aanvraag. Het is mogelijk dat toeslagaanvragers te goeder trouw de aanvraag uit handen geven. Dat neemt echter niet weg dat de verantwoordelijkheid voor de (correctheid van de) aanvraag bij de aanvrager zelf ligt. Als een aanvrager meent te goeder trouw te hebben gehandeld en te zijn benadeeld door een gastouderbureau, is dit een privaatrechtelijke kwestie. De aanvrager kan dan het gastouderbureau aansprakelijk stellen.

Ik hecht eraan nogmaals te benadrukken dat als de aanvraag aan de wettelijke eisen voldoet, er geen toeslag wordt teruggevorderd.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. G. J. Kamp