Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831311 nr. 195

31 311 Zelfstandig ondernemerschap

Nr. 195 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 oktober 2017

Op 30 juni jl. heb ik uw Kamer middels de eerste voortgangsrapportage rentederivaten1 van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) geïnformeerd over de voortgang van de herbeoordeling door de banken van de rentederivatendossiers op basis van het Uniform Herstelkader (UHK).

Vooruitlopend op de uitgebreide tweede rapportage van de AFM die binnenkort naar uw Kamer zal worden verzonden, hecht ik eraan u middels deze brief op hoofdlijnen te informeren over de stappen die de banken sinds de vorige rapportage hebben gezet. Ook informeer ik u over de voorschotten die op aandringen van de AFM aan kwetsbare en overige MKB-klanten zijn en worden uitgekeerd.

Kwetsbare groepen

In de vorige rapportage was aangegeven dat vier van de zes banken alle kwetsbare klanten voor het einde van het jaar een aanbod zullen doen. De twee banken die eerder hadden aangegeven mogelijk niet alle klanten in 2017 een aanbod te kunnen doen, hebben toegezegd om alle kwetsbare klanten die in 2017 geen aanbodbrief zullen ontvangen een voorschot aan te bieden ter hoogte van de geschatte volledige compensatie op basis van alle stappen van het UHK: stap 1 (noodzakelijk substituut), stap 2 (technisch herstel), stap 3 (coulancevergoeding) en stap 4 (renteopslagen).

Van de vier banken waarbij in de vorige rapportage was aangeven dat zij aan alle kwetsbare klanten voor het einde van het jaar een aanbod zullen doen, hebben drie van de vier banken dit inmiddels gedaan. Deze kwetsbare klanten hebben dus een definitief aanbod van hun bank ontvangen. De drie overgebleven banken hebben toegezegd hun kwetsbare klanten voor het einde van het jaar een aanvullend voorschot aan te bieden waarbij dit voorschot gebaseerd is op een schatting ter hoogte van de volledige compensatie. De kwetsbare klanten bij deze drie banken hebben inmiddels allemaal een voorschot aangeboden gekregen op basis van 100 procent van de coulancevergoeding (stap 3 van het UHK). Deze drie banken streven ernaar deze klanten voor het einde van het jaar nog het resterende voorschot op basis van stappen 1, 2 en 4 van het UHK aan te bieden.

Zoals het er nu voorstaat is het bij twee van deze banken echter onzeker of zij in staat zijn voor het einde van het jaar alle stappen van het UHK in het voorschot te verwerken. Deze twee banken geven aan dat stap 2 van het UHK (technisch herstel) mogelijk niet voor het einde van het jaar in het voorschot kan worden verwerkt. Dit heeft te maken met de complexiteit van het kader in combinatie met de datasystemen van de banken en de benodigde automatiseringssoftware.

Ik vind het belangrijk dat, in lijn met de motie Ronnes – De Vries (Kamerstuk 31 311, nr. 189), kwetsbare klanten niet de dupe worden van de vertraging bij de uitvoering van het herstelkader. Ik roep deze twee banken dan ook op al het mogelijke te doen om de kwetsbare klanten die dit jaar geen aanbod meer ontvangen zoals eerder was toegezegd, zo spoedig mogelijk een ruimhartig voorschot aan te bieden.

Overige MKB-klanten

In de eerdere voortgangsrapportage was aangegeven dat vier van de zes banken al hun klanten nog dit jaar een aanbodbrief zullen sturen, dan wel laten weten dat zij niet binnen de reikwijdte van het UHK vallen. De twee banken die het niet lukt alle klanten dit jaar nog een aanbodbrief te sturen, verkenden de mogelijkheid om deze klanten in elk geval een voorschot van 80% van de coulancevergoeding te verstrekken indien zij niet voor het einde van het jaar een aanbodbrief hebben ontvangen.

Inmiddels hebben vier banken aangegeven niet voor het einde van 2017 alle klanten een aanbodbrief te kunnen sturen. Dit betekent dat er, naast de twee banken die in de vorige rapportage al hadden aangegeven vertraging op te lopen, twee andere banken ook meer tijd nodig hebben om MKB-klanten een aanbod te doen. Op aandringen van de AFM hebben deze vier banken wel toegezegd 100 procent van de coulancevergoeding als voorschot aan te bieden aan klanten die geen aanbod krijgen voor 1 januari 2018.

Vervolgstappen

De AFM heeft aan de banken gevraagd de voortgang aan haar te rapporteren. Daarnaast berichten de meeste betrokken banken over de voortgang op de eigen website. Na ontvangst van de voortgangsrapportage van de AFM zal deze aan uw Kamer worden doorgestuurd.

De Kamervragen van de leden Ronnes (CDA) en De Vries (VVD) en het schriftelijk overleg over de eerste voortgangsrapportage zullen op korte termijn worden beantwoord en samen met de tweede voortgangsrapportage van de AFM naar de Kamer worden verzonden.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem


X Noot
1

Kamerstuk 31 311, nr. 193. Bijlage: Voortgangsrapportage Uniform Herstelkader Rentederivaten MKB