Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031293 nr. 484

31 293 Primair Onderwijs

Nr. 484 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 september 2019

Door middel van deze brief wil ik u informeren over het besluit van de Stichting Sirius – voor openbaar primair onderwijs in Amsterdam – om per 1 januari de 16e Montessorischool te sluiten.

Voorop staat dat dit heel vervelend is voor de kinderen, hun ouders en het personeel. Navraag leert dat de kinderen terecht kunnen op een andere school van het bestuur en allemaal in het stadsdeel naar school kunnen blijven gaan. Ook de leraren kunnen op de andere scholen van het bestuur aan de slag. Ik vertrouw er op dat het bestuur hier met leraren en ouders goede afspraken over maakt.

Het lerarentekort is een groot probleem, waarvan de aanpak een gezamenlijke inzet vraagt. Landelijk en regionaal. In brief van 11 september jl. staat welke effecten daarvan zichtbaar zijn (Kamerstuk 27 923, nr. 371). Dat een gezamenlijke aanpak nodig is, blijkt ook uit de situatie en achtergrond van deze school. Het aantal leerlingen op de school daalt al langer en ligt al drie jaar onder de opheffingsnorm. Daarnaast is de school door de Inspectie van het onderwijs als onvoldoende beoordeeld. Deze combinatie van klein en kwalitatief onvoldoende is kwetsbaar gebleken.

Op basis van de wet kan een bestuur een school onder de opheffingsnorm in stand houden indien het totaal aantal leerlingen op alle scholen van het bestuur gemiddeld boven de stichtingsnorm ligt. Dat is in sommige gevallen wenselijk, bijvoorbeeld om ook in dunbevolkte gebieden een gespreid aanbod te kunnen behouden.

Kleine scholen kunnen echter ook kwetsbaar zijn, zowel voor het borgen van kwaliteit als in situaties van tekorten. Grotere scholen hebben vaak meer mogelijkheden om tekorten op te vangen en kwaliteit te kunnen borgen.

Niet alleen in Amsterdam maar ook in andere regio’s geldt dat er relatief veel kleine vestigingen zijn. Voor Amsterdam en Rotterdam geldt dit voor 27% van de vestigingen, in Den Haag voor 25% en in Utrecht voor 32% van de vestigingen. In overleggen met de G4 is dit onderwerp ook al eerder besproken.

In Amsterdam Zuidoost is afgelopen jaren intensief overleg geweest tussen de gemeente en de twee grootste schoolbesturen om tot een robuuster onderwijsaanbod te komen. Dit heeft geresulteerd in het besluit om de twee besturen op korte termijn te fuseren. De verwachting is dat dit op de langere termijn ook bijdraagt aan het efficiënter inzetten van personeel en de kwaliteit van het onderwijs geborgd kan worden.

Ik roep de schoolbesturen in de grote steden op om nu proactief aan de slag te gaan, waar dat niet al is gebeurd. Waar nodig sta ik hen bij en ook de inspectie kan hen van advies en ondersteuning voorzien. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om ook in tijden van tekorten, te zorgen voor goede, toekomstbestendige scholen.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob