Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201927923 nr. 371

27 923 Werken in het onderwijs

Nr. 371 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA EN MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 september 2019

Met deze brief informeren wij u over actuele ontwikkelingen rond de aanpak van de tekorten in het onderwijs op drie punten: het beschikbaar komen van 285 miljoen euro aan loonbijstelling die het besturen mogelijk maakt in het primair onderwijs opnieuw een salarisverhoging door te voeren, het verhogen van het subsidieplafond voor zijinstromers en het verhogen van het subsidieplafond voor de regionale aanpak van het lerarentekort.

Aan het begin van het nieuwe schooljaar wordt opnieuw duidelijk dat het lerarentekort op veel plekken gevoeld wordt, in het bijzonder op scholen in de Randstad. Afgelopen tijd hebben wij daarover diverse overleggen gevoerd, onder andere met de G4. De oplopende tekorten vragen veel inzet en creativiteit van scholen om er voor te zorgen dat leerlingen onderwijs kunnen volgen. De inzet waarmee dat gebeurt verdient grote waardering. Tegelijk onderstreept de situatie het belang van de in 2017 ingezette aanpak van tekorten, waaraan wij in samenwerking met alle betrokkenen in het onderwijs werken. Dat heeft de hoogste prioriteit.

Al realiseren we ons dat daarmee niet alle problemen zijn opgelost, zijn we dankbaar dat de eerste positieve effecten rondom de aanpak van het lerarentekort zichtbaar worden:

  • Het effect van de forse investeringen in het verlagen van de werkdruk (oplopend tot 430 miljoen euro) is in de scholen merkbaar, mede vanwege het feit dat lerarenteams zelf mochten beslissen over de aanwending van de middelen. Per 1 augustus is versneld een nieuwe tranche uitgekeerd. Op basis hiervan ontvangt een basisschool met een gemiddelde schoolgrootte van circa 220 leerlingen een bedrag van circa 50.000 euro.

  • Leraren ontvingen een verhoging van de lerarensalarissen met gemiddeld 9,5%, onder meer dankzij de extra investering van 270 miljoen euro vanuit het regeerakkoord, de beschikbaar gestelde loonbijstelling van 215 miljoen euro en een bedrag van 70 miljoen euro vanwege niet-gerealiseerde functiemix.

  • Dankzij een investering van 25,4 miljoen euro in zijinstroom, komen jaarlijks honderden extra leraren beschikbaar.

  • Het aantal studenten dat aan een pabo start is fors gestegen. Vorig jaar met bijna 11 procent en dit jaar verwachten we opnieuw groei.

  • Lerarenopleidingen worden voor studenten bovendien aantrekkelijker gemaakt door halvering van het collegegeld in de eerste twee jaar.

  • We investeren in extra herintreders (2.500 euro per herintreder) en onderwijsassistenten. Door inspanningen van het participatiefonds zijn per 29 augustus jl. 635 mensen met een uitkering in het po weer in een betaalde baan aan de slag gegaan, waarvan het leeuwendeel (515 mensen) in het onderwijs.

  • In de regio komt meer samenwerking op gang om het lerarentekort aan te pakken, onder meer door subsidies voor regionale aanpak van het lerarentekort (18,7 miljoen euro) en gerichte ondersteuning van de G4.

Hoewel er al veel gebeurt, realiseren we ons dat voortdurende actie nodig is om naar duurzame oplossingen toe te werken, juist in een arbeidsmarkt met schaarste. Ook de komende periode blijft de inzet van alle partijen, landelijk en regionaal, hard nodig om op korte en lange termijn te zorgen voor voldoende leraren. In het bijzonder willen wij dat op drie punten snel nadere stappen worden gezet:

1. Nieuwe loonsverhoging voor leraren in het po

Het is van belang te blijven werken aan het aantrekkelijk maken van het beroep van leraar. Voor het po stelt het kabinet over 2019 285 miljoen euro loonruimte beschikbaar via de loonbijstelling. Wij rekenen erop dat de sociale partners in het po snel met elkaar om de tafel gaan voor het maken van nieuwe cao-afspraken, zodat werknemers in het po nog dit jaar kunnen profiteren van de aan scholen beschikbaar gestelde loonruimte. Het is aan de sociale partners om over het geld afspraken op maat te maken, waarbij desgewenst ook rekening kan worden gehouden met de positie van schoolleiders, het vso, scholen met een uitdagende leerlingenpopulatie en gerichte arbeidsmarkttoelagen.

2. Meer geld voor zijinstromers voor de klas

Ook verhogen wij het plafond voor de subsidieregeling voor zijinstromers in het beroep. Zeker in het po stijgt het aantal aanvragen snel. Een teken dat steeds meer mensen van buiten het onderwijs zich melden om voor de klas te gaan. Dat is goed nieuws.

Het aantal toegekende subsidie was in 2016 nog 10, 60 in 2017, en vorig jaar is dit aantal doorgegroeid naar 355 toegekende aanvragen. Voor dit jaar staat de teller al bijna op 450 aanvragen. Tot 15 oktober kunnen nog aanvragen worden ingediend voor bekostiging dit kalender. Ook in het mbo blijft het aantal aanvragen groeien. Daarom is eerder dit jaar structureel 4 miljoen euro extra toegevoegd voor zijinstromers in de beta- en techniek in het mbo.

Om aan alle aanvragen te kunnen voldoen wordt op korte termijn het subsidieplafond verhoogd met 4,25 miljoen euro en wordt binnen de regeling 1 miljoen euro beschikbare ruimte verschoven van het vo naar het mbo. Hiermee kunnen alle aanvragen in het po en vo worden gedekt. Ook voor het mbo kunnen uit dit budget veel extra aanvragen worden toegekend. Dat is nodig omdat er nu meer aanvragen liggen dan er budget is. Gezien de urgentie willen we aanvragen niet laten liggen en doen we deze aanpassingen vooruitlopend op de najaarsnota.

Na 15 oktober zal eventueel de resterende ruimte in het subsidiebudget worden herverdeeld tussen sectoren, zodat nog meer aanvragen po en mbo kunnen worden toegekend. Mochten er toch nog meer aanvragen voor de subsidie zijinstroom binnenkomen dan dat daar nu budget voor is, dan gaan wij ons inzetten om daar bij najaarsnota dekking voor te vinden binnen de middelen voor het lerarenbeleid.

3. Meer geld voor regionale aanpak tekorten

Het aantal subsidieaanvragen om regionaal aan de slag te gaan met het lerarentekort is verder gestegen. Op 12 juli jl. hebben wij u laten weten dat in 45 regio’s besturen, opleidingen samenwerken in de aanpak van het lerarentekort. Inmiddels is het aantal subsidieaanvragen verder opgelopen tot 57 op 31 augustus (de sluitingsdatum van de subsidieregeling). Om ervoor te zorgen dat alle regio’s direct aan de slag kunnen, verhogen wij nogmaals het subsidieplafond met 1,2 miljoen euro. Het extra budget voor de regionale aanpak lerarentekort wordt gevonden door een extensivering op de uitgaven voor de Wet beroep leraar. Hiermee komt de totale investering uit op 18,7 miljoen euro, waarvan 4 miljoen euro voor de G4.

Met de G4 hebben wij afgesproken dat zij ook de komende twee jaar weer alle vier één miljoen euro per jaar ontvangen voor de aanpak van de tekorten.

Tot slot

Het lerarentekort vraagt veel van leraren, scholen en besturen. Het vraagt van ons allen dat we het maximale doen om goed onderwijs voor alle kinderen te garanderen, ook onder moeilijke omstandigheden en deze krappe arbeidsmarkt. Het kabinet blijft zich maximaal inspannen om de tekorten tegen te gaan.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven