Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831293 nr. 406

31 293 Primair Onderwijs

Nr. 406 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juli 2018

In het regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) is afgesproken dat binnen het leerlingvolgsysteem (LVS) er gedurende de kleuterperiode geen toetsen zullen worden afgenomen. Deze afspraak is gemaakt omdat schoolse toetsen met opgaven niet goed passen bij de manier waarop kleuters leren en zich ontwikkelen.

Deze brief beschrijft hoe deze afspraak wordt uitgevoerd. Het Toetsbesluit PO zal worden aangepast zodat scholen binnen het LVS voor kleuters geen gebruik meer kunnen maken van schoolse LVS-toetsen. Er blijft wel ruimte voor het gebruik van observatie-instrumenten.

Huidige wet- en regelgeving over LVS-toetsen

De wet op het primair onderwijs (WPO) verplicht scholen tot een LVS en daarmee tot het afnemen van LVS-toetsen (artikel 8, lid 6, WPO). Scholen zijn niet verplicht tot het afnemen van LVS-toetsen bij kleuters, maar veel scholen gebruiken LVS-toetsen wel vrijwillig in kleutergroepen. Scholen zijn bovendien vrij om naast het LVS allerhande volginstrumenten te gebruiken, al dan niet zelf ontwikkeld of afkomstig uit een lesmethode.

Volgens het Toetsbesluit PO dienen LVS-toetsen te zijn goedgekeurd door de Expertgroep Toetsen PO, die ze beoordeelt op inhoudelijke validiteit, betrouwbaarheid en deugdelijke normering.1 2 Scholen kunnen binnen een LVS zowel schoolse toetsen met opgaven gebruiken als observatie-instrumenten.3

Geen schoolse toetsen meer

Bij veel leerkrachten die lesgeven aan kleuters en intern begeleiders (IB’ers) leven er bezwaren tegen het gebruik van de schoolse toetsen bij kleuters. De afnamevorm, een toetsboekje met opgaven, past volgens hen niet goed bij de manier waarop kleuters leren en zich ontwikkelen.4 Bovendien leven er bezwaren tegen de normering van deze toetsen, waarbij de individuele scores van een kleuter worden afgezet tegen landelijke gemiddelden. Op basis van de scores op de toets wordt een kleuter ingedeeld bij een bepaalde niveaugroep, variërend van de twintig procent best presterenden tot de twintig procent zwakst presterenden.5 Deze vorm van normeren doet onvoldoende recht aan het feit dat kleuters zich sprongsgewijs ontwikkelen.

Scholen kunnen wel observatie-instrumenten blijven gebruiken in het LVS, die zijn goedgekeurd door de Expertgroep Toetsen PO. Het is immers belangrijk dat scholen de ontwikkeling van kleuters goed kunnen volgen zodat zij hun onderwijsaanbod daarop kunnen afstemmen.

Aanpassen Toetsbesluit

In het Toetsbesluit PO is vastgelegd aan welke eisen toetsen – ruim opgevat – dienen te voldoen. In dit Toetsbesluit zal nader worden bepaald dat alleen observatie-instrumenten als volginstrumenten voor kleuters in aanmerking komen voor goedkeuring door de Expertgroep Toetsen PO. Tevens zal hierin worden verhelderd aan welke specifieke eisen observatie-instrumenten voor kleuters dienen te voldoen. Observatie-instrumenten voor kleuters dienen inhoudelijke, diagnostische informatie op te leveren over de ontwikkeling van een kleuter op één van de domeinen genoemd in artikel 8 WPO en dienen niet tot schoolse toetsen te leiden.

Vooruitblik en tijdpad

Begin 2019 zal de evaluatie van de wet eindtoetsing PO plaatsvinden. Deze wet vormt de basis voor het Toetsbesluit PO. Naar verwachting zal deze wetsevaluatie leiden tot wijzigingen in wet- en regelgeving, waarbij ook deze wijziging zal worden meegenomen.6 De wijziging in het Toetsbesluit PO zal naar verwachting met ingang van 1 januari 2021 in werking treden. De scholen zullen wel op korte termijn nader worden geïnformeerd over de voorgenomen wijziging van het Toetsbesluit PO.

Het is tevens belangrijk om de aanbieders van LVS-toetsen voor kleuters tijdig te informeren over aangepaste beoordelingscriteria. De aanbieders hebben immers tijd nodig om hun instrumenten aan te passen. Om die reden is de Expertgroep Toetsen PO reeds in gesprek gegaan met de aanbieders om bovengenoemde eisen nader uit te werken naar beoordelingscriteria.

Overig

Met deze brief wil ik eveneens voldoen aan het verzoek van uw commissie OCW om een reactie te sturen op de brief van de Werk-/Steungroep Kleuteronderwijs (WSK) d.d. 15 maart jongstleden. Enkele keren per jaar vindt er ambtelijk een gesprek plaats met een afvaardiging van de WSK, waarbij de werkgroep zijn standpunten met betrekking tot het kleuteronderwijs deelt.

Zoals aangegeven in de brief d.d. 13 juni 2017 is afgesproken dat zolang OCW in gesprek blijft met de WSK er geen afzonderlijke schriftelijke reacties worden gestuurd op brieven van de WSK.

Namens de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven


X Noot
2

Zie artikel 11 Toetsbesluit PO

X Noot
3

Cito BV is momenteel de grootste aanbieder van LVS-toetsen. Circa 85 procent van de basisscholen gebruikt de LVS-toetsen van Cito.

X Noot
5

De huidige LVS-toetsen van Cito, waaronder die voor kleuters, kennen een normering met vaardigheidsniveaus A t/m E of I t/m V. Die niveaus geven aan hoe goed een kind scoort ten opzichte van zijn groepsgenoten. Een leerling die op niveau A (of I) scoort, behoort tot de 25% (of 20%) hoogst scorende leerlingen, een leerling die op niveau E (of V) scoort, behoort tot de groep 10% (of 20%) laagst scorende leerlingen.

X Noot
6

De evaluatie van de wet Eindtoetsing PO zal geen gevolgen hebben voor deze voorgenomen wijziging van het Toetsbesluit PO.