Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201631293 nr. 273

31 293 Primair Onderwijs

31 289 Voortgezet Onderwijs

Nr. 273 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 oktober 2015

Of het nu gaat om een nieuwe telefoon, een leuke vakantiebestemming, of het overstappen naar een andere energiemaatschappij, het maken van dergelijke keuzes begint tegenwoordig vaak met een vraag op Google. Informatie die ons helpt bij het nemen van zulke beslissingen is op internet bijna altijd te vinden. Maar staan ouders voor een van de belangrijkste beslissingen in het leven van hun kind, namelijk het vinden van een school die bij ze past, dan is die duidelijke en eenduidige informatie niet altijd toegankelijk. Als ouders nu willen weten hoe groot de inzet van een school is op het gebied van sociale veiligheid, hoe tevreden andere ouders en leerlingen zijn over hun school, of als ze benieuwd zijn naar hoeveel uur er per week wordt gegymd, dan kunnen ze dat vaak niet zomaar vinden. De informatie die nodig is om een weloverwogen keuze te maken voor een school ontbreekt vaak nog.

Het onderwijs is het fundament onder onze samenleving en is cruciaal in het leven van kinderen. Het legt de basis voor hun hele verdere ontwikkeling. Het is daarom belangrijk dat ouders een stevig onderbouwde keuze voor een bepaalde school kunnen maken. Daarvoor moeten alle relevante gegevens over scholen eenvoudig vindbaar en bruikbaar zijn. Met andere woorden: het onderwijs moet transparant zijn naar ouders en leerlingen zodat zij eenvoudig alle informatie kunnen vinden om een school te kiezen die bij ze past. Natuurlijk zijn het uiteindelijk niet alleen de gegevens gevonden op internet die ouders en kinderen helpen een keuze te maken. Hoe de sfeer op een school aanvoelt, ervaren ouders en kinderen pas als ze er binnenkijken. Maar overzichtelijke informatie helpt ouders wel in de zoektocht. Kennis over wat een school wel en niet biedt, geeft ouders en kinderen de middelen in handen om een goed geïnformeerd gesprek met de school aan te gaan.

Zit een kind eenmaal op een bepaalde school, dan is het diezelfde openbare informatie die ouders en kinderen helpt om met leraren en schoolleiding een goed gesprek te voeren over kwaliteit van onderwijs en daarmee kansen te benutten voor kwaliteitsverbetering.1 Zo verantwoorden scholen zich aan elke ouder en leerling over de inspanningen die zij plegen om het best mogelijke onderwijs te bieden.

Ik vind transparantie in het onderwijs belangrijk en ben nog niet tevreden over de stand van zaken. Ik hoor van ouders dat ze onvoldoende bruikbare informatie kunnen vinden die ze helpt bij het maken van een schoolkeuze. Daarom heb ik een quick scan laten uitvoeren onder ouders. De uitkomsten bevestigen deze signalen. Te veel informatie is moeilijk vindbaar, gebrekkig gepresenteerd of weinig relevant. De zoektocht van ouders en leerlingen naar nuttige informatie eindigt nog te vaak in onbeantwoorde vragen.

Het is lang niet alle ouders duidelijk waar ze terecht kunnen voor het vergelijken van scholen. Terwijl uit de quick scan blijkt dat de behoefte onder ouders hieraan onverminderd groot is. Zo geeft 93 procent van de vaders en moeders aan dat zij het belangrijk vinden dat er goede, vergelijkbare informatie over de kwaliteit van scholen beschikbaar is.2

Het is belangrijk dat ouders en leerlingen op een laagdrempelige manier inzicht kunnen krijgen in de verschillende aspecten die de kwaliteit van elke school kunnen aanduiden. Dat is nu nog onvoldoende het geval. Ook de professionele verantwoording van scholen kan nog beter. Elke school zou bijvoorbeeld zaken als het jaarverslag actief moeten delen. Hoewel steeds meer scholen daarin het goede voorbeeld geven, blijft tegelijkertijd een grote groep scholen achter. In een land als Nederland, waar we streven naar het best mogelijke onderwijs en hier ook flink in investeren, zou die transparantie de normaalste zaak van de wereld moeten zijn.

Het onderwijs zelf hecht ook veel waarde aan transparantie. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de inspanningen die scholen plegen om informatie met ouders te delen op hun website, maar ook uit de ambities die ze uitstralen als ik met scholen hierover spreek. Tegelijkertijd wordt de potentie die transparantie biedt nog niet ten volle benut. Ook leraren, schoolleiders en schoolbestuurders vinden dit een gemiste kans en zijn op zoek naar manieren om de noodzakelijke stappen te zetten.

Transparantie in het onderwijs: iedereen op één lijn

Uit bovenstaande analyse blijkt dat dit hét moment is om transparantie in het funderend onderwijs stevig op de kaart te zetten. Ouders geven namelijk aan een sterke behoefte te hebben aan inzichtelijke informatie over scholen, maar deze informatie moeilijk te kunnen vinden of gebruiken. Tegelijkertijd bieden technologische ontwikkelingen kansen om de door ouders en leerlingen gewenste informatie op een inzichtelijke gebruiksvriendelijke en laagdrempelige manier voor iedereen toegankelijk te maken. Ook scholen zijn op zoek naar mogelijkheden om deze technologische ontwikkelingen in te zetten ten gunste van het best mogelijke onderwijs. Alle betrokkenen zijn het er dus over eens dat de potentie die transparantie biedt nog niet ten volle wordt benut en hebben wel de ambitie de kansen te benutten. Daarom zal ik samen met de scholen, de PO-Raad, de VO-raad, LAKS en Ouders & Onderwijs de komende twee jaar inzetten op meer transparantie in het onderwijs. In deze brief ga ik in op mijn visie, de doelen die we in 2017 gezamenlijk willen bereiken en de acties die daarvoor nodig zijn.

Bij autonomie past verantwoording

Scholen en besturen hebben veel vrijheid om hun onderwijs vorm te geven en zelf te bepalen hoe zij hun middelen daarvoor inzetten. Scholen krijgen ook steeds meer mogelijkheden om maatwerk te bieden aan leerlingen. Zo hebben scholen in het voortgezet onderwijs vanaf augustus 2015 meer ruimte om flexibeler om te gaan met de onderwijstijd en krijgen scholen in het primair onderwijs in de loop van het schooljaar de mogelijkheid om een deel van de lessen in een andere taal te geven. In een stelsel waarin scholen en besturen veel ruimte en autonomie hebben, is het van groot belang dat een robuuste verantwoording voor balans zorgt. Dit past bij een professionele, zelfbewuste en zelfstandige sector.

Zoals ik heb benadrukt in het debat met uw Kamer over de bekostiging in het funderend onderwijs, is het van groot belang dat horizontale verantwoording zorgt voor balans in ons stelsel, waarin scholen en besturen veel ruimte en autonomie hebben. Bij horizontale verantwoording gaat het om verantwoording richting leerlingen, ouders en andere betrokkenen (bijvoorbeeld gemeenten). Hier speelt transparantie een cruciale rol.

Wat voor de ene ouder of leerling heel belangrijk is, speelt voor een andere een veel minder grote rol. De ene ouder kan bijvoorbeeld veel belang hechten aan de aandacht die een school heeft voor leerlingen met dyslexie, terwijl voor een andere ouder de aandacht voor veiligheid op school of het aanbod voor hoogbegaafde leerlingen een doorslaggevende reden kan zijn om een school te kiezen. Idealiter maakt iedere school keuzes die passen bij de leerlingenpopulatie en de sociale omgeving van de school, en draagt de school deze keuzes ook uit zodat belanghebbenden hierover met de school in gesprek kunnen gaan.3

Horizontale verantwoording is wat mij betreft geen abstracte kreet. Ik zie dat heel praktisch voor me. Stel, een ouder vindt de zorg voor leerlingen met dyslexie heel belangrijk, of het aanbod voor hoogbegaafde leerlingen. Zou het dan niet mooi zijn als deze ouder op een moment dat het hem of haar uitkomt deze informatie tot zich kan nemen? Dat deze ouder op internet kan zien wat deze school aanbiedt voor deze leerlingen, welke expertise er in huis is, hoe dit door leerlingen en ouders wordt ervaren, et cetera? En nog beter, dat deze ouder kan vergelijken met andere scholen: hoe doen die het, welke keuzes maken zij en welk resultaat levert dit op?

Dit soort voorbeelden zijn nu nog te vaak theoretische voorbeelden. Openbaar beschikbare informatie vormt nog te weinig de basis voor gerichte vragen van ouders, gesprekken over kwaliteit en de verantwoording over de inzet van de school. Ik wil dit juist mogelijk maken door transparantie in het onderwijs te bevorderen. Alle betrokken partijen zoals scholen, de PO-Raad, de VO-raad, LAKS en Ouders & Onderwijs zijn nodig om deze voorbeelden de gewoonste zaak van de wereld te maken.

Het begin is er

Het principe dat gegevens over de kwaliteit van het onderwijs openbaar zijn is de laatste jaren steeds meer aanvaard. Over onderwijs zijn nu al veel gegevens openbaar. De Algemene Rekenkamer noemt het Ministerie van OCW zelfs als good practice op dit gebied.4 De Rekenkamer doelt dan op de hoeveelheid beschikbare open data en de kwaliteit daarvan op data.duo.nl en sinds kort ook op de website van de inspectie. Deze informatie maakt hergebruik mogelijk voor initiatieven zoals scholenkeuze.nl, 10000scholen.nl en scholenopdekaart.nl. Deze initiatieven maken informatie over scholen elk op hun manier inzichtelijk. Ouders, leerlingen en andere geïnteresseerden kunnen hier, zoals hierboven beschreven, hun voordeel mee doen.

Ook bij scholen en besturen zijn belangrijke stappen gezet en staat transparantie steeds hoger op de agenda. Een voorbeeld hiervan is het besluit van de PO-Raad en VO-raad om de openbaarmaking van jaarverslagen in de code voor goed onderwijsbestuur op te nemen. De VO-raad heeft dit zelfs als voorwaarde gesteld voor lidmaatschap. De sectorraden zien ook toe op de naleving van deze codes. De inspectierapporten zijn allemaal te vinden op de website van de inspectie en ook via scholenopdekaart.nl wordt het inspectierapport van alle scholen actief onder de aandacht gebracht. Vanwege het belang dat ik hecht aan dit onderwerp blijf ik, zoals toegezegd in het debat, in gesprek met de sectorraden om ontwikkelingen over de naleving van deze afspraken te volgen.5 Uiteraard neem ik hierin ook de publicatie van de jaarverslagen, jaarrekeningen en inspectierapporten op de eigen schoolsites mee.

Aandacht nodig voor vindbaarheid, presentatie en gebruik van gegevens

De beschikbaarheid van gegevens wordt waardevol als besturen, ouders, leerlingen, medezeggenschapsraden, schoolleiders, interne toezichthouders en andere belanghebbenden de gegevens weten te vinden, ze begrijpen en vervolgens ook gebruiken. Pas dan kunnen al deze partijen hun voordeel doen met de gegevens en komt deze informatie het onderwijs ten goede.

Wil een ouder een school bevragen over de investeringen in het techniekonderwijs? Dan helpt goede en begrijpelijke informatie hierover. Wil een medezeggenschapsraad de kwaliteit van de jaarrekening vergelijken met die van andere scholen? Dan moeten deze jaarrekeningen goed vindbaar zijn. En wil een schoolleider zijn resultaten vergelijken met andere scholen? Ook dan moet deze informatie goed vindbaar en begrijpelijk gepresenteerd zijn. Naast een goed aanbod van gegevens zijn dus ook een begrijpelijke presentatie van deze gegevens en een goed gebruik van gegevens van belang. Alleen dan leiden gegevens tot een gesprek over kwaliteit en een zinvolle verantwoordingsdialoog.

De uitgevoerde quick scan bevestigt het beeld dat er nog niet voldoende wordt voldaan aan de informatiebehoefte van ouders. Allereerst weten nog lang niet alle ouders de beschikbare informatie te vinden. De ouders die de informatie wel vinden, zijn ook nog niet volledig tevreden met de informatie en de manier waarop deze gepresenteerd wordt.6 Ten slotte is teveel relevante informatie überhaupt nog niet openbaar beschikbaar.

Toekomstbeeld transparantie

Ouders stellen hogen eisen aan informatie over het onderwijs. Ook scholen zijn ambitieus over de kansen die ze willen benutten. Samen met scholen wil ik daarom toewerken naar een situatie waarin transparantie optimaal bijdraagt aan het best mogelijke onderwijs. In de toekomst moeten de volgende situaties de normaalste zaak van de wereld zijn:

  • Ouders en leerlingen weten waar ze relevante informatie over scholen kunnen vinden.

  • Ouders en leerlingen gebruiken deze informatie om scholen te vergelijken en een passende school te kiezen.

  • Ouders, leerlingen en medezeggenschapsraden gebruiken de informatie om met de school het gesprek aan te gaan over de onderwijskwaliteit en de keuzes die daaraan ten grondslag liggen.

  • Alle scholen gebruiken de beschikbare data op een optimale manier om het onderwijs te verbeteren.

  • Alle overheidsdata zijn openbaar en worden gebruikt om zinvolle toepassingen te ontwikkelingen voor ouders, leerlingen, leraren en schoolleiders.

Drie hoofdoelen van meer transparantie

Zoals gezegd valt er nog een wereld te winnen op het gebied van transparantie binnen het onderwijs. Daartoe zie ik ook voldoende aangrijpingspunten. De leerling staat daarbij centraal: transparantie moet leiden tot een betere schoolloopbaan voor alle leerlingen. Ik heb drie belangrijke einddoelen voor ogen die in het vervolg van deze brief nader beschreven worden:

  • 1. we moeten toe naar een situatie waarin ouders en leerlingen op basis van goed vindbare, relevante en inzichtelijke informatie gefundeerd kunnen kiezen voor een school die bij hen past;

  • 2. we moeten toe naar een situatie waarin ouders, leerlingen, medezeggenschapsraden, schoolleiders, interne toezichthouders en andere belanghebbenden op basis van goed vindbare, relevante en inzichtelijke informatie een goed geïnformeerd gesprek voeren over onderwijskwaliteit;

  • 3. we moeten toe naar een situatie waarin scholen goed vindbare, relevante en inzichtelijke informatie gebruiken om hun onderwijs te verbeteren.

Doel 1: Ouders en leerlingen in staat stellen gefundeerd te kiezen voor een passende school

De keuze voor een school is een van de belangrijkste keuzes die ouders en hun kinderen maken. Daarom moeten zij goed geïnformeerd zijn, zodat ze een beredeneerde keuze kunnen maken. Kortom: weten waarvoor ze kiezen. Waar vroeger de levensovertuiging vaak de belangrijkste reden was om voor een bepaalde school te kiezen, spelen nu voor de meeste ouders ook heel andere overwegingen mee. Dit maakt het keuzeproces alleen maar lastiger. Ouders hebben daarbij behoefte aan allerlei informatie over de school. Zo willen zij onder andere weten hoe de sfeer op school is, in hoeverre de opvattingen over onderwijs tussen school en gezin overeenkomen, wat het imago van de school is en hoe groot de groepen zijn.7 Ook de afstand tot de school speelt vaak een belangrijke rol, zeker in het primair onderwijs.

Ouders kiezen vaak op basis van persoonlijk verkregen informatie

Ter voorbereiding op het kiezen van een school, brengen ouders en leerlingen veelal een bezoek aan één of meer scholen. Zij praten daar met leerkrachten en ze voeren gesprekken met vrienden en ouders uit de buurt. Veel middelbare scholen organiseren open dagen waarop zij zich aan ouders en leerlingen van hun beste kant laten zien. Daarnaast zoeken ouders op internet naar gegevens over scholen, vooral als zij zich aan het oriënteren zijn.8 Bij de uiteindelijke keuze speelt op dit moment dus vooral de persoonlijk verkregen informatie die ouders uit gesprekken en uit bezoeken aan scholen halen een rol. Dit is waardevolle informatie voor deze ouders. Er is echter ook nog een hoop aanvullende informatie die ouders en leerlingen bij dit keuzeproces kan helpen. Deze mogelijkheden worden in beperkte mate benut. Dit komt vooral doordat onvoldoende ouders weten waar ze terecht kunnen voor het vergelijken van de kwaliteit van scholen, zo blijkt ook uit de eerder genoemde quick scan.

Vooral bij lager opgeleide ouders valt de keuze vaak op een school uit de buurt, terwijl hoger opgeleide ouders informatie over de kwaliteit van de school sterker mee laten wegen. Zij kijken ook vaker naar informatie over verschillende scholen. Goede informatie is echter van belang in het schoolkeuzeproces van alle ouders, ongeacht hun sociaal-economische positie. Onderzoek laat zien dat de beschikbaarheid van begrijpelijke, overzichtelijke en vergelijkbare objectieve informatie over schoolresultaten ook ouders met een lager inkomen ertoe aanzet om eerder te kiezen voor scholen die betere resultaten halen.9 De keuze voor deze beter presterende scholen leidt volgens het onderzoek vervolgens tot betere prestaties van deze leerlingen. Of het nu gaat om inzicht in prestaties, inzicht in de inspanningen van een school voor sociale veiligheid of inzicht in de ondersteuning voor leerlingen met dyslexie; gerichte en relevante informatie helpt ouders en leerlingen bij het kiezen van een school die bij hen past.

Alle overheidsdata over onderwijs openbaar

Veel van de gegevens over het onderwijs zijn nu al openbaar en beschikbaar voor hergebruik. Deze open data zijn de grondstoffen voor websites als scholenopdekaart.nl, scholenkeuze.nl en 10000scholen.nl. Ouders en leerlingen die objectieve, vergelijkbare informatie over scholen op het internet vinden, vinden dit veelal via deze initiatieven. Daarom is het van groot belang dat alle informatie over het onderwijs waar de overheid over beschikt openbaar is. Alleen dan is er sprake van een duurzame informatiehuishouding zoals ook de Algemene Rekenkamer aanbeveelt.10 Daarom ga ik alle data van DUO en de inspectie die nog niet openbaar zijn publiceren, zodat ze beschikbaar zijn als open data en ingezet kunnen worden om ouders van informatie te voorzien. Gedacht kan worden aan gegevens over hoeveel jongens en meisjes er op een school zitten, maar ook hoeveel leraren op een school gebruik maken van de Lerarenbeurs. Het is van groot belang dat deze data ingezet worden om ouders en leerlingen goed te informeren. De grondstoffen moeten daarvoor wel goed bruikbaar zijn voor initiatieven zoals hierboven genoemd. Daarom krijgen de partijen die open data gebruiken een stem in de manier waarop deze data worden aangeboden, zodat zij deze optimaal kunnen benutten.

Bij de publicatie van gegevens over het onderwijs hanteer ik het principe «alles openbaar, tenzij». Een belangrijke reden om gegevens niet te publiceren is wanneer de privacy van betrokken personen in het geding kan raken. De privacy van individuele personen moet altijd gegarandeerd zijn. Daarom worden openbare gegevens over het onderwijs altijd geaggregeerd (meestal per school) en worden met behulp van zorgvuldige risicoanalyses de nodige maatregelen genomen om de privacy te waarborgen.

Ouders en leerlingen nauw betrokken bij doorontwikkeling scholenopdekaart.nl

De website scholenopdekaart.nl kan bijdragen aan een gerichter keuzeproces door gegevens over verschillende scholen overzichtelijk te presenteren.11 Op deze website, die met financiële steun van de overheid is ontwikkeld door de onderwijssector zelf, kunnen ouders informatie vinden over scholen in hun omgeving en de informatie van verschillende scholen vergelijken. Dat gaat bijvoorbeeld om onderwijsresultaten, maar ook om leerling- en oudertevredenheid. Daarvoor moeten scholen wel zelf gegevens aanleveren. Het primair onderwijs is in 2013 begonnen om op deze manier gegevens openbaar te maken. Daar is een goede start gemaakt, maar er ligt nog wel een grote opgave om te zorgen dat meer scholen hun gegevens op de site zetten. Het voortgezet onderwijs is hier in 2007 mee begonnen. Inmiddels heeft 94 procent van de vo-scholen hun gegevens op de site staan.

De informatie op scholenopdekaart.nl wordt nog te weinig door ouders benut. Uit de quick scan blijkt dat van de ouders die op internet naar informatie zoeken over scholen, 16 procent deze website heeft gebruikt. Dat vind ik onvoldoende. Veel scholen hebben zich al ingespannen om informatie op scholenopdekaart.nl te plaatsen. Het is zonde als deze voor ouders en leerlingen nuttige informatie niet wordt gevonden. Samen met de sectorraden ga ik mij daarom hard maken voor een bredere naamsbekendheid en betere vindbaarheid van de website.

Niet alleen de vindbaarheid van scholenopdekaart.nl is van belang. Wanneer ouders de site weten te vinden, moet de site ook uitnodigen om de informatie te gebruiken. Cruciaal is dan dat ouders de informatie aantreffen waar ze naar op zoek zijn. En deze informatie moet dan ook inzichtelijk worden gepresenteerd. Hiervoor is het nodig dat ouders en leerlingen invloed krijgen op de inrichting van scholenopdekaart.nl. Over de invulling hiervan maak ik samen met de PO-Raad en VO-raad afspraken. Daarnaast gaan de sectorraden in nauwe samenwerking met OCW een uitgebreid gebruikersonderzoek uitvoeren naar scholenopdekaart.nl. Op basis hiervan zal de website verder worden doorontwikkeld, zodat de website beter aansluit bij de behoefte van de verschillende doelgroepen.

Wat is scholenopdekaart.nl?

Op scholenopdekaart.nl is van iedere school een set indicatoren beschikbaar, waarop scholen ook kunnen worden vergeleken. Deels zijn deze indicatoren gebaseerd op centraal beschikbare gegevens (zoals leerlingaantallen, denominatie, eindtoetsscores (po) en examenresultaten (vo)). Deze zijn voor alle scholen beschikbaar.

Een ander deel van de gegevens bestaat uit indicatoren die de school zelf invult over onder meer het profiel van de school, de organisatie van het onderwijs, de sfeer en veiligheid op de school en de tevredenheid van ouders en leerlingen. Elke school licht, waar gewenst, de waardes van deze kwaliteitsindicatoren toe: welke factoren verklaren de uitkomsten, welke keuzes zijn gemaakt, wat gaat de school beter doen?

Scholenopdekaart.nl bevat het openbare gedeelte van de gegevens. Voor scholen en besturen zelf zijn nog gedetailleerdere gegevens beschikbaar voor interne kwaliteitsverbetering en als benchmark met andere scholen in het zogenoemde ManagementVenster. Dit platform is door de VO-raad en PO-Raad ontwikkeld binnen het project Vensters.

Wanneer scholenopdekaart.nl wordt gevonden en de informatie presenteert waar ouders en leerlingen naar op zoek zijn, is het uiteraard ook van belang dat alle scholen meedoen aan scholenopdekaart.nl. Ouders haken – terecht – snel af als voor de scholen waarin zij geïnteresseerd zijn, de gewenste informatie niet te vinden is. Daarom heb ik in de sectorakkoorden met de PO-Raad en de VO-raad afgesproken dat in 2017 alle scholen hun gegevens publiceren op scholenopdekaart.nl. Ik vertrouw erop dat scholen hier actief mee aan de slag gaan en zodoende de gezamenlijke doelstelling wordt bereikt. Tegelijkertijd volg ik de voortgang die we maken op de doelen en afspraken in de sectorakkoorden op de voet en zal ik indien nodig samen met de sectorraden bezien welke bijsturing noodzakelijk is, om te voorkomen dat ouders en leerlingen teleurgesteld worden wanneer blijkt dat relevante informatie over de voor hen interessante scholen ontbreekt of gedateerd is.

Overzicht acties

Huidige situatie

Actie

Nieuwe situatie

Ouders en leerlingen als gebruikers van scholenopdekaart.nl staan te weinig centraal.

In lijn met de afspraken uit de sectorakkoorden po en vo, voeren de PO-Raad en VO-raad in nauwe samenwerking met OCW en met betrokkenheid van Ouders & Onderwijs en LAKS, in 2015 een uitgebreid gebruikersonderzoek uit naar scholenopdekaart.nl. Het plan wordt begin 2016 opgeleverd en zal tot verbeteringen voor ouders en leerlingen leiden (ten aanzien van vindbaarheid, bekendheid en gebruiksvriendelijkheid) en tot meer scholen die deelnemen aan scholenopdekaart.nl. Op deze manier krijgen ouders en leerlingen meer invloed op de inrichting van scholenopdekaart.nl.

scholenopdekaart.nlals dé website voor ouders en leerlingen om hun keuze voor een school te starten.

Beschikbare open data worden niet ten volle benut.

Alle data van DUO en de inspectie die nog niet openbaar zijn, moeten in 2016 zijn gepubliceerd (uitgangspunt: «openbaar tenzij»).

De partijen die de open data gebruiken krijgen een stem in de manier waarop deze data worden aangeboden.

Afspreken met de VO-raad dat alle data in scholenopdekaart.nl in open data format beschikbaar zijn. In het primair onderwijs is deze afspraak al gemaakt.

Alle data openbaar, zodat derden deze informatie kunnen gebruiken om op een toegankelijke manier te presenteren voor ouders en leerlingen.

Doel 2: Een goed geïnformeerd gesprek over onderwijskwaliteit

De keuze voor een school is vrijwel altijd een keuze voor een jarenlange wederzijdse betrokkenheid. Ouders zijn nauwelijks geneigd om hun kind van een eenmaal gekozen school af te halen, tenzij er echt grote problemen ontstaan. Dit geldt zelfs wanneer de school door de inspectie als (zeer) zwak wordt beoordeeld. Daarom is het erg belangrijk dat de stem van ouders, leerlingen en andere belanghebbenden ook tijdens de schoolperiode wordt meegewogen. Ouders en leerlingen hebben hier recht op. Voor scholen zou het voor de hand moeten liggen dat ze de stem van ouders en andere belanghebbenden op deze manier meewegen.

Een stevige positie voor ouders, leerlingen en andere betrokkenen

In de praktijk blijken scholen nog te veel gericht op het verschaffen van informatie aan ouders en andere belanghebbenden en veel minder op het aangaan van een betekenisvolle dialoog over deze informatie.12 Effectieve horizontale verantwoording begint bij het verschaffen van informatie, maar eindigt daar niet. Ouders, leerlingen en andere betrokkenen moeten op basis van de beschikbare informatie de school ook kunnen aanspreken en bevragen. Dit vormt een wezenlijk onderdeel van deze verantwoording. De aard van de informatie stelt ouders, leerlingen en andere belanghebbenden daar niet altijd goed toe in staat. Onderzoek in andere sectoren laat zien dat bij de openbaarmaking van gegevens vaak te weinig oog is voor de manier waarop belanghebbenden de informatie zouden willen gebruiken. Belanghebbenden blijken vooral behoefte te hebben aan informatie die hen helpt bij inspraak in het beleid.13 Dit sluit aan bij de bevinding dat ouders zich op dit moment niet altijd geïnformeerd voelen door de school, terwijl scholen zelf wel het idee hebben dat zij betrokkenen goed informeren.14 Er is dus een verschil in verwachtingen. Dit verschil wil ik tot een minimum beperken.

Juist in een cultuur waarin deze betekenisvolle en geïnformeerde dialoog met ouders, leerlingen en belanghebbenden als vanzelfsprekend wordt gevoerd, waar medezeggenschap goed is georganiseerd en waar tegenspraak wordt gestimuleerd, komt de kracht van transparantie naar voren. Dialoog vergroot de betrokkenheid en geeft de school kansen om zijn beleid aan te passen aan de wensen en vraagstukken die onder ouders, leerlingen en andere belanghebbenden leven.15 Dit komt de kwaliteit van het onderwijs ten goede. Daarnaast maakt een goede horizontale dialoog het mogelijk dat de verticale verantwoording een minder intensief karakter kent. De inspectie onderzoekt momenteel hoe in de toekomst een stap terug kan worden gedaan, wanneer de school en alle belanghebbenden het goede gesprek voeren over het onderwijs. Daarom is het van groot belang de informatie in dienst te stellen van deze dialoog.

Goed voorbeeld: Farel College

Het Farel College in Ridderkerk heeft transparantie over de school hoog in het vaandel staan. De school heeft de indicatoren op scholenopdekaart.nl volledig gevuld en vaak ook een nadere toelichting opgenomen ter duiding van de cijfers en achtergrondinformatie. Het Farel College wil daarmee juist ook de omgeving bereiken en betrekken bij de school. Denk aan stagebedrijven in de omgeving die willen weten hoe de school draait, geïnteresseerde ouders die informatie zoeken of doorvragen over informatie, of bedrijven die op zoek zijn naar een school om gastcolleges te geven. De school maakt daarnaast ook actief gebruik van het ManagementVenster om de onderwijskwaliteit te bewaken en te verbeteren. De schoolleiding gaat over analyses en uitkomsten het gesprek aan met de medezeggenschapsraad en met docenten. De data dienen als startpunt en input voor gesprekken over het verhaal achter de cijfers.

Bron: Farel College

Overzicht acties

Huidige situatie

Actie

Nieuwe situatie

De schat aan informatie die open data bieden, komt in onvoldoende mate ten goede aan de kwaliteit van het onderwijs.

De jaarlijkse «Dag voor Open Onderwijsdata» organiseren. Tijdens deze dag zal het innovatief hergebruik van open data centraal staan, om zo de ontwikkeling van nieuwe, creatieve toepassingen te stimuleren.

Open data worden op vernieuwende wijze benut, bijvoorbeeld in de vorm van apps die die leraren kunnen gebruiken om hun lessen te verbeteren.

Medezeggenschaps-raden zijn onvoldoende in staat om de beschikbare gegevens te benutten, om scholen te bevragen en aan te spreken.

Medezeggenschapsraden verder toerusten door het project versterking medezeggenschap voort te zetten en toe te spitsen op het goede gebruik van gegevens.

Medezeggenschaps-raden beschikken over de benodigde kennis en vaardigheden om op basis van de beschikbare gegevens scholen te bevragen en ze aan te spreken.

Ouders en leerlingen zijn onvoldoende in staat om de beschikbare gegevens te benutten om scholen te bevragen en aan te spreken.

Ouders en leerlingen extra ondersteunen bij het gebruiken van informatie op scholenopdekaart.nl. Hiervoor maak ik afspraken met Ouders & Onderwijs en het LAKS (onder andere over de telefonische informatiedienst van Ouders & Onderwijs).

Ouders en leerlingen beschikken over de benodigde kennis en vaardigheden om op basis van de beschikbare gegevens scholen te bevragen en ze aan te spreken.

Doel 3: Scholen gebruiken informatie om kwaliteit te verbeteren

Om hun eigen kwaliteit te kunnen verbeteren is het ook voor de scholen zelf van belang om over goede informatie te beschikken.16 Ik verwacht van elk schoolbestuur en van elke school dat zij inzicht hebben in hoe de school het doet en wat de volgende stappen zijn om de kwaliteit te verbeteren. Dit betekent dan ook dat scholen data en analyses op een zinvolle manier weten toe te passen voor een betere inrichting van het onderwijs. De afgelopen jaren is hierin met kwaliteitszorg en opbrengstgericht werken al vooruitgang geboekt. Tegelijkertijd blijken er ook nog flinke stappen nodig. Scholen en schoolbesturen slagen er nog niet altijd in om alle beschikbare informatie goed te gebruiken.17 Dit constateerde ook de inspectie in het Onderwijsverslag 2013/2014. Het gaat dan vooral om het interpreteren van data(-analyses) en de toepassing ervan in de klas, passend bij de leerbehoeften van de leerling. In de sectorakkoorden PO en VO zijn hiervoor doelen opgesteld.

Scholen nemen nog te weinig beslissingen op basis van beschikbare informatie

Dat er meer nodig is dan alleen de beschikbaarheid van gegevens blijkt ook uit de ervaringen van de datateams van de Universiteit Twente.18 De ervaringen van de datateams laten zien dat met behulp van data het onderwijs kan worden verbeterd. Binnen dit project leren teams van leraren en schoolleiders hoe ze data over hun eigen school kunnen benutten om problemen in het onderwijs op te lossen. De datateams zijn ontstaan omdat bleek dat veel van de beslissingen in het onderwijs op basis van intuïtie en aannames worden genomen, terwijl deze lang niet altijd blijken te kloppen. Onderzoek laat zien dat de inzet van datateams bijdraagt aan de professionalisering van de docent én van de school als lerende organisatie. Het is dan van belang dat zowel schoolleiders als docenten betrokken zijn in een open gesprek, gericht op verbetering van het onderwijs.

Goed voorbeeld: SBO Michaëlschool

In 2006/2007 is de Michaëlschool als «zwak» beoordeeld door de inspectie. In reactie hierop is een verbetertraject ingezet gericht op een nieuwe manier van kwaliteitszorg. Van belang daarbij was een combinatie van goed leiderschap, verantwoordelijkheidsgevoel op alle niveaus, het stellen van doelen en het behalen van resultaten op die doelstellingen. Het (laten) zien van de behaalde resultaten en prestaties van de leerlingen aan de hand van data was hierbij een grote stimulans. Dat heeft de Michaëlschool gerealiseerd in een open dialoog met de omgeving en een cultuur gericht op continu verbeteren. Voor de school is samenwerking tussen ouders, leerkracht en leerling van groot belang: samen analyseren van de situatie op basis van heldere gegevens, doelen en onderwijsbehoeften formuleren en op basis hiervan komen tot oplossingen. De gezamenlijke inzet heeft geleid tot grote verbeteringen. De school heeft in 2013 en 2014 het predicaat Excellente School gekregen.

Bron: Informatiegebruik voor kwaliteitsverbetering (2015)19

Benchmarking voor kwaliteitsverbetering

Om te komen tot kwaliteitsverbetering is het niet alleen van belang dat scholen naar hun eigen gegevens kijken, maar ook naar die van andere scholen. Scholen kunnen op die manier van elkaar leren en zich aan elkaar optrekken. Het gaat er dan om dat scholen de juiste vragen stellen. Als een school ziet dat een andere school met een vergelijkbare populatie betere eindresultaten behaalt, gaat het om de vraag hoe dit komt en wat er van geleerd kan worden. Worden de leraren beter begeleid, wordt er veel geïnvesteerd in een goed leerklimaat of worden de leerlingen extra uitgedaagd? Elke school is het aan zijn leerlingen en zichzelf verplicht om ook op deze manier het onderwijs zo veel mogelijk te verbeteren.

Overzicht acties

Huidige situatie

Actie

Nieuwe situatie

Het gebruik van data in de onderwijspraktijk is nog geen gemeengoed. Scholen laten nog kansen onbenut om data in te zetten voor kwaliteitsverbetering binnen de school en maatwerk voor de leerling.

Een beter gebruik van data op scholen wordt gestimuleerd door besturen en scholen intensief en gericht te ondersteunen bij het gebruik van gegevens voor kwaliteitsverbetering.

Voorbeelden hiervan zijn de LeerLabs (vo) en Versnellingsvragen (po) die in het kader van het Doorbraakproject Onderwijs & ICT door de sectorraden worden georganiseerd. Scholen werken daarin samen aan het oplossen van vraagstukken rondom datagebruik voor gepersonaliseerd leren. De uitkomsten hiervan worden vertaalbaar gemaakt voor de hele sector. Een ander voorbeeld is de extra ondersteuning van de implementatie van de diagnostisch tussentijdse toets in het vo. Zo is de inzet van datateams in het vo uitgebreid om scholen te helpen de resultaten van de diagnostische tussentijdse toets in de klas te gebruiken.

Scholen zijn in staat om relevante data ten volle te benutten voor het verbeteren van hun eigen kwaliteit. Dit draagt bij aan nóg beter en gedifferentieerder onderwijs voor de leerling in de klas.

De manier waarop scholen gegevens en onderzoeken betrekken voor een proces van continu verbeteren en de mate waarin scholen zich aan hun omgeving daarover verantwoorden speelt een beperkte rol in het inspectietoezicht.

De inspectie geeft de manier waarop scholen gegevens en onderzoeken gebruiken voor een proces van continu verbeteren en de mate waarin scholen zich aan hun omgeving daarover verantwoorden een meer prominente rol in het inspectietoezicht.

De mate waarin scholen en besturen zich continu verbeteren en zich daarover richting hun omgeving verantwoorden krijgt meer invloed op de inrichting van het toezicht.

Wezenlijke indicatoren zoals het percentage zittenblijvers of masteropgeleide leraren zijn nog onvoldoende bruikbaar voor scholen.

Uit landelijk beschikbare gegevens worden bestaande en nieuwe eenduidige indicatoren op schoolniveau ontwikkeld. In 2015 pak ik dit samen met DUO, de inspectie en de sectorraden op, zodat scholen beter inzicht hebben in hoe zij er voor staan in vergelijking met andere scholen.

Scholen kunnen zich op meer belangrijke terreinen vergelijken met andere scholen en zo hun primaire proces verbeteren. Zo zorgen we voor een betere aansluiting tussen landelijke ambities en afspraken en datgene wat er op schoolniveau gebeurt.

Nog niet op alle terreinen is helder hoe onderwijsdata worden gebruikt.

Monitoren of en hoe de komende periode onderwijsdata gebruikt worden door scholen, leerlingen ouders en andere belanghebbenden (2015 – 2017).

Er is een duidelijk beeld van het gebruik van onderwijsdata, zodat waar nodig kan worden bijgestuurd.

Transparantie: een volwassen stelsel, het best mogelijke onderwijs

De beweging naar meer transparantie biedt enorme kansen. Kansen voor scholen om op basis van de beschikbare gegevens hun onderwijs te verbeteren en om ouders en leerlingen beter te informeren. Kansen voor ouders en leerlingen om een beter beeld te krijgen over wat er zich op een school afspeelt en de school daarover te bevragen en aan te spreken. Kansen, ten slotte, voor het onderwijsstelsel als geheel, waarbij een robuuste verantwoording voor balans zorgt in een stelsel waarin scholen en besturen veel ruimte en autonomie hebben. In een land als Nederland, waar we streven naar het best mogelijke onderwijs en hier ook flink in investeren, zijn we het aan onszelf verplicht om al deze kansen te benutten.

Waar ik naar streef is een cultuur waarin continu leren en verbeteren de normaalste zaak van de wereld is. Ouders die een school kiezen weten waar zij terecht kunnen voor begrijpelijke en betrouwbare informatie over scholen. Zij vergelijken scholen en kiezen voor de school die het beste past bij hun kind. Scholen zijn open over hun resultaten, benutten deze informatie en laten zelfbewust zien waarin zij zich onderscheiden van andere scholen in de omgeving. Ze gaan daarover open het gesprek aan met ouders, leerlingen en andere belanghebbenden. Ouders en leerlingen zoeken actief de dialoog met de school en voelen zich uitgenodigd om mee te denken over waar het onderwijs beter kan. Scholen vatten dit niet op als kritiek, maar zijn continu op zoek naar kansen om hun onderwijs te verbeteren. Als we dit met elkaar weten te bereiken, kunnen alle partijen samen optimaal werken aan het beste onderwijs voor onze leerlingen!

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

Bijlage: Presentatie en gebruik van informatie via Vensters

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vroeg mij in de procedurevergadering van 21 november 2013 om een reactie op het artikel van ouders online: «Onderwijs-site slorpt geld op» inzake Vensters PO.20 In onderstaande ga ik hier nader op in.

Vensters is de naam van het project dat onder meer scholenopdekaart.nl en het ManagementVenster voor scholen realiseert. De reden dat ik het gerechtvaardigd vind om de ontwikkeling van Vensters te ondersteunen is de verwachting dat deze functionaliteit op termijn een wezenlijke bijdrage zal leveren aan de kwaliteit van ons onderwijsstelsel. Vensters geeft een breed beeld van de prestaties en de kwaliteit van de scholen. Dit beeld is opgebouwd uit een uitgebreide set indicatoren van onder meer het profiel van de school, de organisatie van het onderwijs, de onderwijsopbrengsten, de sfeer en veiligheid op de school, de tevredenheid van ouders en leerlingen, de leerlingenpopulatie, de financiën en het personeel. Elke school kan de eigen uitkomsten op deze kwaliteitsindicatoren toelichten: welke factoren verklaren de uitkomsten, welke keuzes zijn gemaakt, wat gaat de school beter doen?

Het zogenoemde SchoolVenster dat sinds 2014 wordt gepresenteerd op scholenopdekaart.nl toont deze samenhangende set van gegevens per school, geplaatst in de lokale context. Elke school kan op de belangrijkste indicatoren worden vergeleken met het landelijk gemiddelde. Daarnaast kunnen ook scholen met elkaar worden vergeleken. Tevens ondersteunt Vensters scholen bij het afnemen van gestandaardiseerde vragenlijsten onder ouders, leerlingen en personeel, bij het toelichten van de eigen uitkomsten op de website van Vensters en het gebruik van deze gegevens in de kwaliteitszorgcyclus en in de dialoog met belanghebbenden.

De indicatoren in Vensters zijn door de scholen en besturen gekozen, in overleg met een klankbordgroep van belanghebbenden. De gegevens die nodig zijn om deze indicatoren te vullen worden zoveel mogelijk geput uit bestaande dataverzamelingen van de overheid, zoals het Basisregister Onderwijs. Scholen worden dus niet tweemaal bevraagd. In aanvulling verzamelen de sectorraden nieuwe gegevens bij de scholen (bijvoorbeeld over de tevredenheid van ouders, leerlingen en personeel).

In de vorig jaar afgesloten sectorakkoorden voor het primair en voortgezet onderwijs is afgesproken dat de VO-raad en de PO-Raad zorg dragen voor een volledig gevuld, relevant en betrouwbaar Vensters in 2017. Alle scholen doen dan mee. Onderdeel van Vensters zal de vernieuwde indicator sociale veiligheid worden. Het doel van de PO-Raad en VO-raad is om in 2017 voor alle scholen betrouwbare en gestandaardiseerde gegevens over de ervaren sociale veiligheid en het gebruik van methoden/programma’s via Vensters inzichtelijk te maken.

In 2015 zal onderzoek plaatsvinden onder ouders en andere stakeholders naar de bekendheid, relevantie en gebruiksvriendelijkheid van Vensters. Mede op basis hiervan wordt een doorontwikkelplan opgesteld. In de verdere doorontwikkeling van Vensters zal aandacht zijn voor de gebruikersvriendelijkheid en toegankelijkheid van de gegevens. Dan zal ook de afweging worden gemaakt om de gegevens over sociale veiligheid via een aparte app ter beschikking te stellen. Hiermee geef ik invulling aan de toezegging die ik in het debat van 19 maart met uw Kamer heb gedaan over sociale veiligheid.

Subsidie voor ontwikkeling, daarna overdragen aan de sector

In zowel het voorgezet als het primair onderwijs is de ontwikkeling van Vensters door de overheid ondersteund met een projectsubsidie. In het voortgezet onderwijs is de projectfase inmiddels afgelopen. In het primair onderwijs loopt deze nog tot 31 maart 2016.

De VO-raad heeft een subsidie van € 7 mln. ontvangen voor het project Vensters gedurende de projectperiode 2007–2011, en nog eens € 4 mln. voor de eerste jaren van de productie (2012–2013). Inmiddels draait Vensters VO op basis van bijdragen van de schoolbesturen (ca. € 1 mln. per jaar) en met inzet van faciliteiten bij Kennisnet.

In december 2014 had 94% van alle schoolvestigingen Vensters VO voor meer dan 80% gevuld. De centrale informatie zoals het slagingspercentage, eindexamencijfers en de doorstroominformatie is voor alle vo-scholen beschikbaar. De VO-raad heeft op basis van onderzoek in 2014 in beeld gebracht welke scholen hun decentrale informatie nog niet (volledig) hebben ingevuld en wat de beweegredenen daarvoor zijn.

De VO-raad benadert scholen die Vensters nog niet gevuld hebben actief en biedt elke school praktische ondersteuning bij het (beter) vullen van het Schoolvenster.21 De recente doorontwikkeling van Schoolkompas naar scholenopdekaart.nl zal naar verwachting ook bijdragen aan een volledig(er) gevuld Vensters VO tot 100% van de scholen in 2017.

Vensters PO wordt door de PO-Raad ontwikkeld. Voor dit project is een subsidie van € 7,5 mln verstrekt voor de projectperiode 2012–2016. Dit is een eenmalige uitgave van zo’n € 5 per basisschoolleerling. Het project loopt tot 31 maart 2016.

De middelen zijn gebruikt om een projectorganisatie met helpdesk in te richten om de inspanningen van scholen te coördineren en ondersteunen. Deze projectorganisatie creëert draagvlak, geeft voorlichting en trainingen, faciliteert het ontwikkelwerk met scholen en belangenorganisaties, biedt technische en inhoudelijke ondersteuning bij het proces van verzamelen en publiceren van betrouwbare gegevens, en biedt handvatten voor het zinvol gebruik van Vensters bij de horizontale dialoog en de interne sturing.


X Noot
1

Zie bijvoorbeeld: Sardes & Oberon (2007). Eindrapportage Pilotproject Horizontale verantwoording VO.

X Noot
2

GfK (2015) Flitspeiling – Transparantie van objectieve bronnen over kwaliteit scholen.

X Noot
3

Geregelde Ruimte (2013) Onderwijsraad. Den Haag: Onderwijsraad.

X Noot
4

De Algemene Rekenkamer noemt OCW als goed voorbeeld in Trendrapport Open data bij de overheid (2014) (Kamerstuk 32 802, nr. 7). Onlangs heeft de Algemene Rekenkamer mij in haar rapport Onderwijsmonitor, ontwikkelingen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs in beeld (Kamerstuk 31 293, nr. 260) uitgedaagd om hierin nog verdere stappen te zetten en beleidsinformatie over onderwijskwaliteit op macroniveau nog beter te stroomlijnen. Op dit moment geef ik aan deze uitdaging concreet vorm door in overleg met de sectorraden en AR een robuust dashboard uit te werken voor onderwijskwaliteit in brede zin.

X Noot
5

VAO Financiën funderend onderwijs (AO d.d. 27/05; Kamerstuk 31 293, nr. 266).

X Noot
6

GfK (2015) Flitspeiling – Transparantie van objectieve bronnen over kwaliteit scholen.

X Noot
7

Ecorys en Sardes (2009) Monitor ouderbetrokkenheid in het funderend onderwijs: eerste meting onder scholen en ouders, Rotterdam (in opdracht van het Ministerie van OCW); Vogels, R (2002), Ouders bij de les, betrokkenheid van ouders bij de school van hun kind, Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

X Noot
8

Leenaerts et al. (2013). Business case ouderportaal. Onderzoek naar een website voor het kiezen van een basisschool. Utrecht: Berenschot, in opdracht van de vier ouderorganisaties.

X Noot
9

Hastings & Weinstein (2007), Information, school choice, and academic achievement: evidence from two experiments, Cambridge: National Bureau of Economic Research.

X Noot
10

Rapport Bekostiging voortgezet onderwijs, onderzoek op verzoek van de Staatssecretaris van OCW, 30 juni 2014. Kamerstuk 31 289, nr. 193.

X Noot
11

Zie voor meer informatie over scholenopdekaart.nl en Vensters de bijlage.

X Noot
12

Ecorys en Sardes (2009) Monitor ouderbetrokkenheid in het funderend onderwijs: eerste meting onder scholen en ouders, Rotterdam (in opdracht van het Ministerie van OCW).

X Noot
13

M. Brans, A.P.M. Giesbers & A.J. Meijer (2008) Alle ogen op de ziekenhuizen gericht? De effecten van openbaarmaking van prestatiegegevens.

Dat er meer behoefte bestaat aan inspraak van burgers blijkt ook uit de parlementaire enquêtecommissie naar woningcorporaties.

X Noot
14

Ecorys en Sardes (2009) Monitor ouderbetrokkenheid in het funderend onderwijs: eerste meting onder scholen en ouders, Rotterdam (in opdracht van het Ministerie van OCW).

X Noot
15

Sardes & Oberon (2007) Eindrapportage Pilotproject Horizontale verantwoording VO; Zonder transparantie is er geen vertrouwen (2013) Montesquieu-lezing gehouden door Nationaal Ombudsman Alexander Brenninkmeyer.

X Noot
16

Oomens e.a. (2015) Informatiegebruik voor kwaliteitsverbetering. Onderzoek in opdracht van het Ministerie van OCW door Oberon en KBA.

X Noot
17

Zie bijvoorbeeld Meijer, J., Ledoux, G. & Elshof, D. (2011). Gebruikersvriendelijke leerlingvolgsystemen in het primair onderwijs. Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

X Noot
18

Schildkamp, K. (2012). Werken met datateams op scholen. Examens, 9(2), 5–9. Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door subsidie van OCW.

X Noot
19

Oomens e.a. (2015) Informatiegebruik voor kwaliteitsverbetering. Onderzoek in opdracht van het Ministerie van OCW door Oberon en KBA.

X Noot
20

Ik wijs voor de volledigheid ook op mijn antwoorden op de vragen van het lid Klaver (GroenLinks) over de website scholenopdekaart.nl (Aanhangsel Handelingen II 2013/14, nr. 972)) en van de leden Jadnanansing en Ypma (beiden PvdA) over het bericht «Scholen niet blij met vergelijkingssite» (Aanhangsel Handelingen II 2013/14, nr. 973).

X Noot
21

Bij 1 op de 5 scholen die Vensters nog niet heeft gevuld gaat het om scholen voor praktijkonderwijs. De VO-raad heeft inmiddels een speciale variant van het schoolvenster voor het praktijkonderwijs ontwikkeld om gebruik in deze groep te stimuleren.