Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 februari 2015
Op 15 januari 2015 heb ik een Algemeen Overleg (AO) met uw Kamer gevoerd over toekomstgericht
funderend onderwijs. Onderwerp van gesprek was de vraag welke kennis en vaardigheden
kinderen nu moeten leren, zodat zij straks zo goed mogelijk op de toekomst zijn voorbereid.
Net als elders in Nederland roept deze vraag ook in uw Kamer veel reacties op. Deze
zijn overwegend positief van aard: het nut en de noodzaak van een herijking van het
curriculum wordt breed gevoeld.
In mijn brief van 12 januari jongstleden heb ik uw Kamer geïnformeerd over de wijze
waarop geïnteresseerden kunnen bijdragen aan de lopende discussie #Onderwijs2032,
wat er met deze inbreng gedaan wordt en hoe het vervolgtraject er uit ziet.1 Hierin heb ik onder andere aangekondigd dat binnenkort het platform #Onderwijs2032
gepresenteerd wordt met als taak de lopende discussie te verdiepen, te verbreden en
richting te geven. Daarnaast vraag ik het platform een advies te schrijven over de
vraag welke kennis en vaardigheden leerlingen nodig hebben om volwaardig in onze (toekomstige)
samenleving te participeren. Zoals ik tijdens het AO heb toegezegd te zullen doen,
informeer ik u met deze brief welke experts vanuit het onderwijs en daarbuiten zitting
gaan nemen in het platform.
Samenstelling van het platform #Onderwijs2032
Centrale vraag is dus welke kennis en vaardigheden leerlingen nodig hebben om volwaardig
in onze (toekomstige) samenleving te participeren. Deze ingewikkelde vraag kent geen
eenvoudig antwoord, zo blijkt ook uit de eerste analyse van de reacties op #Onderwijs2032.
Ik hecht sterk aan het realiseren van breed draagvlak voor een toekomstgericht curriculum.
Om dit te bereiken is het niet alleen belangrijk om recht te doen aan de verschillen
in opvattingen, maar vooral ook gezamenlijk te zoeken naar de overeenkomsten daarin.
Dit vraagt om een gevarieerd samengesteld platform met leden van zowel binnen als
buiten het onderwijs.
Met trots kan ik u meedelen dat we er in geslaagd zijn om een breed samengestelde
groep te formeren, waarmee recht wordt gedaan aan het brede maatschappelijke belang
van toekomstgericht onderwijs. Graag informeer ik u hierbij over de samenstelling
van de groep die – onder leiding van Paul Schnabel – deze opdracht gaat vervullen:
|
Renée van Eijk
|
lerares op Combinatie 70 in Rotterdam
|
|
Jan Verweij
|
leraar filosofie op het Sint Odulphuslyceum in Tilburg, vakdidacticus filosofie Universiteit
van Tilburg
|
|
Martine Visser
|
rector Christelijke Scholengemeenschap Calvijn in Rotterdam en Barendrecht
|
|
Theo Douma
|
voorzitter College van Bestuur van O2G2 in Groningen
|
|
Ab van der Touw
|
CEO Siemens Nederland
|
|
Geert ten Dam
|
hoogleraar onderwijskunde, Universiteit van Amsterdam
|
|
Farid Tabarki
|
trendwatcher, oprichter van Studio Zeitgeist
|
Met veel enthousiasme kijk ik uit naar het vervolg van de discussie over #Onderwijs2032.
Ik heb er alle vertrouwen in dat het platform er in slaagt om op basis van deze discussie
te komen tot een breed gedragen advies over een toekomstgericht curriculum. Over zowel
dit advies als de daaropvolgende kabinetsreactie, ga ik in het najaar van 2015 graag
met uw Kamer in gesprek.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker