Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201531293 nr. 232

31 293 Primair Onderwijs

Nr. 232 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 januari 2015

Met mijn brief «Toekomstgericht funderend onderwijs» van 17 november 2014 heb ik onder de noemer #Onderwijs2032 het startschot gegeven voor een discussie over het curriculum in het primair en voortgezet onderwijs.1 Onderwerp van gesprek is de vraag welke kennis en vaardigheden kinderen nu moeten leren, zodat zij straks zo goed mogelijk op de toekomst zijn voorbereid. Het uiteindelijke doel van #Onderwijs2032 is om te komen tot:

  • 1. Een herijking van de kerndoelen en eindtermen, waarbij de brede opdracht van het onderwijs en samenhang tussen vakgebieden en doorlopende leerlijnen in het vervolgonderwijs optimaal zijn geborgd.

  • 2. Meer houvast voor leraren en scholen om deze gemeenschappelijke ambitie te vertalen naar goed onderwijs in de klas.

  • 3. De introductie van een systematiek van periodieke herijking van het curriculum op basis van een integrale afweging, zodat het curriculum bij de tijd blijft, de samenhang blijft gewaarborgd en een overladen curriculum wordt voorkomen.

In deze brief informeer ik u over de wijze waarop geïnteresseerden kunnen bijdragen aan de lopende discussie, wat er met deze inbreng gedaan wordt en hoe het vervolgtraject er uit ziet. Hiermee kom ik tegemoet aan het verzoek van uw Kamer van 4 december 2014.

De discussie over toekomstgericht onderwijs leeft

Vele belangstellenden – van ouders tot leraren, van studenten tot wetenschappers – zijn inmiddels het gesprek over het onderwijs van de toekomst aangegaan. Ik ben erg verheugd dat dit onderwerp zoveel berichten, opiniestukken en tweets met goede suggesties oplevert, inmiddels al meer dan 15.000 in totaal. Op 17 november was #Onderwijs2032 zelfs trending topic op Twitter.

Uit een eerste analyse van de reacties blijkt dat er positief gereageerd wordt op de start van de discussie. De reacties laten het belang zien dat velen – zowel binnen als buiten het onderwijs – hechten aan het realiseren van meer toekomstgericht onderwijs. In de discussie komt het belang van het aanleren van vaardigheden zoals creativiteit, kritisch denken en samenwerken veel aan de orde. Andere thema’s waar we veel over horen zijn brede talentontwikkeling en ruimte voor diversiteit, maar ook aandacht voor goede bestaande initiatieven. Niet heel het onderwijs hoeft namelijk op de schop. Alle goede elementen moeten we vooral koesteren.

Platform #Onderwijs2032: experts van binnen en buiten het onderwijs

Eind januari wordt de eerste landelijke brainstorm afgerond en start met de lancering van het Platform #Onderwijs2032 de tweede fase van de discussie. Dit platform – dat bestaat uit experts van binnen en buiten het onderwijs – krijgt de opdracht om een advies te schrijven dat antwoord geeft op de vraag welke kennis en vaardigheden leerlingen nodig hebben om volwaardig in onze (toekomstige) samenleving te participeren.

De leden van het platform #Onderwijs2032 gebruiken bij het beantwoorden van deze vraag bestaande wetenschappelijke inzichten over relevante kennis en vaardigheden en inzichten op het gebied van effectief leren. Ook leren zij van de kennis en ervaring die in andere landen is opgedaan met het proces van een integrale herijking van het onderwijscurriculum.

Nog belangrijker dan de ervaringen van andere landen, zijn de opvattingen en ideeën die in ons eigen land leven over het onderwijs van de toekomst. Het platform gebruikt daarom de resultaten van de landelijke brainstorm als input voor de tweede fase van de discussie. In deze fase heeft het platform de opdracht om de discussie te verdiepen, te verbreden en richting te geven. Hierbij worden zoveel mogelijk mensen betrokken: iedereen kan wederom meedenken.

Ook na de start van het platform kunnen geïnteresseerden hun suggesties indienen via www.onderwijs2032.nl en diverse social media. Over centrale thema’s kan op regionale bijeenkomsten in scholen, bedrijven en culturele instellingen offline verder gediscussieerd worden. Er worden debatpakketten ontwikkeld om het gesprek over het onderwijs van de toekomst ook in de lerarenkamer en de klas te ondersteunen. Daarnaast stelt het platform een jongerenforum in – bestaande uit leerlingen, studenten en recent afgestudeerden – zodat ook de inbreng van deze ervaringsdeskundigen in het advies wordt gewaarborgd. Het platform gebruikt de uitkomsten van zowel de on- als offline discussies in het eindadvies. De daarbij gemaakte afwegingen worden benoemd in het uiteindelijke advies.

Samenstelling van het platform

Paul Schnabel, oud-directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, wordt de voorzitter van het Platform #Onderwijs2032. Vanuit zijn kennis en ervaring is hij bij uitstek geschikt om deze uitdagende opdracht tot een goed einde te brengen. De overige leden worden bij de lancering van het platform bekend gemaakt. Naast een aantal leden uit het onderwijsveld, zullen ook experts uit het bedrijfsleven, de wetenschap en de cultuursector deelnemen aan het platform. De diversiteit qua expertise, ervaring en invalshoeken onderstreept het brede maatschappelijke belang van een uitdagend, toekomstgericht curriculum. De voorzitter en de leden hebben daarnaast in ieder geval twee eigenschappen gemeen: een hart voor het onderwijs en een open grondhouding, zodat zij aan de hand van een breed maatschappelijk debat tot een gedragen visie op een toekomstgericht curriculum kunnen komen.

Eindadvies van het platform

Op basis van de uitkomsten van de maatschappelijke discussie levert het platform uiterlijk in het najaar van 2015 een advies op. Dit advies geeft op hoofdlijnen antwoord op de volgende drie vragen:

  • 1. Welke kennis en vaardigheden zijn nodig om ervoor te zorgen dat leerlingen optimaal worden voorbereid op het vervolgonderwijs en de toekomstige arbeidsmarkt?

  • 2. Welke kennis en vaardigheden zijn nodig om ervoor te zorgen dat leerlingen volwaardig leren participeren in een pluriforme, democratische samenleving en welke waarden liggen hieraan ten grondslag?

  • 3. Welke bijdrage kan het onderwijs leveren aan persoonsvorming en talentontwikkeling en hoe kan dit tot uitdrukking komen in het curriculum?

Op het advies van het platform volgt in het najaar een kabinetsreactie. In deze kabinetsreactie doe ik een voorstel voor de uitgangspunten bij het ontwerp van vernieuwde kerndoelen en eindtermen. Daarnaast ga ik in op de wijze waarop de systematiek van periodieke herijking kan worden vormgegeven. Over zowel het advies als de kabinetsreactie, ga ik in het najaar van 2015 graag met uw Kamer in gesprek.

Ontwerpfase: van advies naar vernieuwde kerndoelen en eindtermen

Met de oplevering van het eindadvies van het platform volgt eind 2015 de ontwerpfase. In deze fase vindt de vertaling plaats van het advies van het platform en de kabinetsreactie naar concrete kerndoelen en eindtermen. Ook in dit stadium wil ik graag samen met leraren en schoolleiders optrekken. Zij hebben namelijk de expertise over de wijze waarop de kerndoelen en eindtermen het beste kunnen worden uitgewerkt, zodat deze – meer dan nu – richting en houvast voor hen bieden.

Het is mijn intentie om deze ontwerpfase uiterlijk in 2016 af te ronden en de vernieuwde kerndoelen en aangepaste eindtermen in 2017 wettelijk vast te stellen. Ook na afronding van #Onderwijs2032 moeten we ervoor zorgen dat het onderwijs bij de tijd blijft. Daarom streef ik ernaar om in 2017 eveneens een systematiek voor periodieke herijking in wet- en regelgeving vast te leggen.

Met veel enthousiasme kijk ik uit naar het vervolg van de discussie over #Onderwijs2032. Graag nodig ik iedereen van harte uit om suggesties, opvattingen en ideeën hierover te delen. Ik ben ervan overtuigd dat we gezamenlijk – geholpen door de positieve energie die dit thema losmaakt – stap voor stap kunnen komen tot een antwoord op de vraag welke kennis en vaardigheden kinderen nú moeten leren, opdat zij stráks zo goed mogelijk op de toekomst zijn voorbereid.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


X Noot
1

Kamerstuk 31 293, nr. 226.