Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201131293 nr. 112

31 293 Primair Onderwijs

Nr. 112 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 augustus 2011

Op 23 juni 2011 heeft de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mij verzocht uw Kamer te informeren over de stand van zaken betreffende toezeggingen die in 2009 zijn gedaan over het openbaar onderwijs in het primair onderwijs (kenmerk 2011D34007).

De beleidsagenda openbaar onderwijs van mei 2009 bevatte een aantal maatregelen en acties ter versterking van de positie van het openbaar onderwijs in de sector primair onderwijs (Kamerstukken II 2008/09, 31 293, nr. 40). In deze brief zet ik uiteen op welke wijze gevolg is gegeven aan de verschillende maatregelen.

Inmiddels aangenomen wetten

De beleidsagenda refereert aan een aantal in 2009 aanhangige wetsvoorstellen, waarvan de parlementaire behandeling inmiddels is afgerond. De Wet goed onderwijs, goed bestuur (Stb. 2010, 80) is sinds 1 augustus 2010 van kracht. Deze wet maakt het mogelijk voor het verzelfstandigd openbaar onderwijs om een eigenstandige professionele vorm van intern toezicht te creëren. De Wet samenwerkingsschool (Stb. 2011, 287) maakt het mogelijk om in situaties van dreigende opheffing van een openbare of bijzondere school een scholenfusie toe te staan. Dit biedt een waarborg voor het voortbestaan van beide vormen van onderwijs. Deze wet treedt op 1 september in werking. De Wet fusietoets in het onderwijs (Stb. 2011, 95) biedt een waarborg voor het duale karakter van het onderwijsstelsel door de totstandkoming van samenwerkingsbesturen slechts toe te staan als opheffing van één of meer scholen dreigt. Deze wet zal met ingang van 1 oktober effect krijgen.

Aangekondigd wetsvoorstel

Daarnaast is een wetsvoorstel aangekondigd dat de bevoegdheid regelt voor verzelfstandigde besturen voor openbaar onderwijs om een nieuwe openbare school te mogen stichten. Een verzelfstandigd bestuur voor openbaar onderwijs kan op basis van de huidige regelgeving geen verzoek indienen bij de gemeente tot het opnemen van een eigen openbare school op het plan van scholen. Ook kan een dergelijk bestuur een openbare school niet opheffen, terwijl besturen voor bijzonder onderwijs dit wel kunnen. Met het oog op het wegnemen van dit onderscheid tussen besturen van bijzondere scholen en verzelfstandigde besturen voor openbaar onderwijs heb ik momenteel een wetsvoorstel in voorbereiding dat deze bevoegdheid regelt. In dit wetsvoorstel wil ik tevens ouders een initiatiefrecht geven waarmee ze de gemeente kunnen verzoeken een nieuwe openbare school op het plan van scholen te plaatsen op het moment dat een verzelfstandigd bestuur of gemeente in hun ogen niet voldoende actief voorziet in openbaar onderwijs.

Verkenning directe meting

Ik vind het vanzelfsprekend van belang om na te gaan of de huidige meting van belangstelling voor een richting of openbaar onderwijs met name in nieuwbouwgebieden de behoeften van ouders voldoende volgt. Maar de verkenning van het instrument «directe meting» heb ik uitgesteld in afwachting van het brede advies van de Onderwijsraad over artikel 23 van de Grondwet.

Verkenning bestuursvormen

De laatste maatregel betreft een verkenning van de bestuursvormen voor verzelfstandigd openbaar onderwijs en het toezicht door de gemeente. Ik heb besloten deze verkenning niet te starten. Mijn overweging hierbij is ondermeer het ontbreken van signalen van het veld en de (sector)organisaties dat er op dit punt significante knelpunten zijn.

Het terugbrengen van het aantal bestuursvormen heeft weinig meerwaarde. De Onderwijsraad heeft niet voor niets in zijn advies De bestuurlijke ontwikkeling van het Nederlandse onderwijs (Kamerstukken II 2008/09, 31 135, nr. 17) geadviseerd om de verscheidenheid in stand te houden. Voor de introductie van de vereniging als bestuursvorm voor het openbaar onderwijs voel ik in beginsel weinig, aangezien VOS/ABB (besturenorganisatie voor het openbaar onderwijs) en VOO (oudervereniging) geen voorstanders zijn en de bereidheid van ouders om actief deel te nemen in verenigingen toch al terugloopt.

Samenvattend

Zodra het wetsvoorstel dat de bevoegdheid regelt voor verzelfstandigde besturen voor openbaar onderwijs om openbare scholen te mogen stichten gereed is, zal het aan uw Kamer worden aangeboden. In de beleidsreactie naar aanleiding van de adviezen van de Onderwijsraad en de bijzonder hoogleraren zal worden ingegaan op het meten van de belangstelling van ouders. Toegezegd is deze reactie begin 2012 toe te zenden.

In het vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart