Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 april 2026
Hierbij bied ik u aan het Besluit van 20 maart 2026 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit
WVO 2020 in verband met de mogelijkheid van het aanbieden van het praktijkgerichte
vak in het havo (Stb. 2026, 71). Voor de inhoud van het besluit verwijs ik u naar de nota van toelichting.
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven procedure, bedoeld
in artikel 13.1, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Op grond van de aangehaalde bepaling geschiedt de inwerkingtreding van het besluit,
voor zover het betreft artikel I, onderdelen A, B, C en G niet dan nadat vier weken
zijn verstreken na de overlegging van het besluit aan beide Kamers der Staten-Generaal.
Indien meer dan een vierde deel van die termijn binnen een recesperiode van uw Kamer
valt, wordt de termijn zodanig verlengd dat drie vierde deel daarvan buiten die recesperiode
van uw Kamer valt.
Dit besluit is op 3 november 2025 voorgehangen bij beide Kamers der Staten-Generaal.
Hierop heeft een schriftelijk overleg met uw Kamer plaatsgevonden, naar aanleiding
van schriftelijke vragen van 1 december 2025. Het verslag schriftelijk overleg1 over de voorhang is in de procedurevergadering van 18 december 2025 voor kennisgeving
aangenomen.
Er wordt gestreefd naar inwerkingtreding van het besluit met ingang van 1 augustus
2026.
Een brief van gelijke strekking heb ik heden gezonden aan de voorzitter van de Eerste
Kamer der Staten-Generaal.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen