Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201931289 nr. 396

31 289 Voortgezet Onderwijs

31 293 Primair Onderwijs

Nr. 396 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 april 2019

Op 7 mei leveren de ontwikkelteams van Curriculum.nu hun voorstellen op. Dit is een belangrijke stap; zoals eerder aan u gemeld hebben leraren en schoolleiders hier het afgelopen jaar hard aan gewerkt.1 De herziening van het curriculum is nodig om de onderwijsinhoud te actualiseren, de doorlopende leerlijn te versterken, de overladenheid terug te dringen en de maatschappelijke opdracht aan scholen te verduidelijken. Zo zorgen we ervoor dat leerlingen van nu het onderwijs krijgen dat hen optimaal voorbereidt op het leven en werken in de maatschappij van morgen.

Deze opbrengsten zijn nog geen definitief eindproduct: vanaf het moment van openbaarmaking volgt een verdere consultatie binnen en buiten het onderwijs, zoals ik eerder aan de Kamer heb gemeld. Het doel hiervan is om de bekendheid van en betrokkenheid bij de curriculumherziening verder te vergroten en op basis van deze feedback het geheel aan opbrengsten verder aan te scherpen. In deze brief licht ik de afronding van de ontwikkelfase en de beoogde politieke besluitvorming in het najaar toe. Ook ga ik kort in op de vervolgstappen die nog nodig zijn om tot een geactualiseerd curriculum voor het primair en voortgezet onderwijs te komen.

1. Verloop en afronding ontwikkelfase curriculumherziening

In de afgelopen veertien maanden hebben ontwikkelteams van leraren en schoolleiders samen met 84 ontwikkelscholen met groot enthousiasme en toewijding voor elk van de negen leergebieden voorstellen ontwikkeld om de onderwijsinhoud te herzien. De Coördinatiegroep (hierna: CG), bestaande uit vertegenwoordigende partijen uit het onderwijs, coördineert dit proces.2De opdracht van de teams was om tot concrete voorstellen te komen voor een eigentijds curriculum, dat aansluit bij de behoeften van de samenleving, het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt. De teams hebben daarbij gewerkt binnen de kaders die de Kamer voor aanvang van de ontwikkelfase heeft meegegeven. Zo worden de bouwstenen dusdanig geformuleerd dat ze bijdragen aan duidelijker onderwijsdoelen en zijn de bestaande vakken en kennisgebieden als uitgangspunt genomen.3

In alle ontwikkelteams hebben zorgvuldig geselecteerde leraren en schoolleiders uit het po, (v)so, praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo samengewerkt, over schoolsoorten, onderwijsconcepten en grondslagen heen. Deze samenwerking was uitdagend en vernieuwend, en de teams zijn er hierbij in geslaagd om tot een gemeenschappelijke taal te komen voor het primair en voortgezet onderwijs. Daardoor wordt voor het eerst over de breedte van het curriculum een goede aansluiting tussen po en vo gerealiseerd. Daarbij hebben de ontwikkelteams scherpe keuzes gemaakt om de huidige overladenheid van het curriculum tegen te gaan. Een compacter curriculum creëert bovendien meer ruimte voor schooleigen keuzes.

Op 7 mei worden de opbrengsten van de ontwikkelteams openbaar gemaakt. Dit is het resultaat van hard werken en veel afstemming, waarbij meerdere driedaagse ontwikkelsessies zijn afgewisseld met consultatierondes, waarin duizenden betrokken leraren, scholen, leerlingen en ouders, het vervolgonderwijs, wetenschappers, en andere organisaties zijn geconsulteerd. Ook de meeste leden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs hebben ontwikkelsessies bezocht; dit werd zeer gewaardeerd door de ontwikkelteams.

De ontwikkelteams zijn bij elke stap ondersteund door curriculumexperts van Stichting Leerplanontwikkeling (SLO). Per leergebied gaven vakinhoudelijke experts feedback op de inhoudelijke kwaliteit van de opbrengsten. Ontwikkelscholen hebben gereflecteerd op de bouwstenen en hebben hierbij niet alleen leraren, maar vaak ook ouders en leerlingen betrokken. Daarnaast heeft een wetenschappelijke adviesgroep de CG geadviseerd over het geheel, met name wat betreft samenhang en het versterken van de doorlopende leerlijn. Hiermee liggen er nu opbrengsten waarin de uiteenlopende inzichten en opvattingen van alle partijen zo goed mogelijk zijn meegewogen. Maar daarmee zijn we er nog niet.

2. Brede consultatie

Vanaf 7 mei vindt een brede consultatieronde plaats over de producten van de teams. Hiermee moet de bekendheid van en betrokkenheid bij de herziening in het onderwijsveld verder worden vergroot, en kunnen de voorstellen nog verder worden verbeterd en aangescherpt. Elke leraar en schoolleider moet de kans krijgen om actief bij te dragen aan de belangrijke opdracht waar we aan werken. Zoals ik in mijn brief van 20 december jl. (Kamerstukken 31 289 en 31 293, nr. 390) aangaf, is bij deze consultatie nadrukkelijk aandacht voor verdere verdieping van de inhoudelijke voorstellen, het vergroten van de consistentie tussen de opbrengsten van de teams, en het versterken en inzichtelijk maken van de samenhang van het geheel.

Om de resultaten per leergebied en als geheel te bespreken, worden brede bijeenkomsten voor belanghebbenden binnen en buiten het onderwijs georganiseerd, waarin leerlingen en ouders ook nadrukkelijk worden uitgenodigd om hun opvattingen te delen. Ook worden op regionaal niveau consultatierondes georganiseerd. Daarnaast is er volop gelegenheid om online feedback te geven. Leraren, schoolleiders en andere belanghebbenden worden via de CG-partijen actief benaderd om aan de consultatie deel te nemen. Ook start een communicatiecampagne via verschillende media om de betrokkenheid van met name leraren en schoolleiders te bevorderen. Ten slotte analyseert de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) de opbrengsten van de teams op basis van wetenschappelijke inzichten en internationale ervaringen op het gebied van curriculumvernieuwing.

Bovengenoemde elementen dragen bij aan de kwaliteit van de voorstellen en zijn onderdeel van een zo zorgvuldig mogelijk proces. Evengoed zullen de reacties van belanghebbenden niet onverdeeld positief zijn: niet iedereen zal zijn thema of perspectief zoals gewenst in de bouwstenen zien terugkomen. Een belangrijke doelstelling van de herziening is echter om de overladenheid van het huidige curriculum terug te dringen en de doorlopende leerlijnen en samenhang te verbeteren. Dit vraagt dat we scherpe keuzes durven te maken. Sommige mensen of partijen zullen door die keuzes teleurgesteld zijn, maar het belang van zowel de leerling als de leraar moet hierin leidend zijn.

3. Politieke besluitvorming en vervolg

Eind augustus wordt de opgehaalde feedback geïnventariseerd en vervolgens door de ontwikkelteams verwerkt. Daarna stelt de CG op basis van het geheel aan opbrengsten haar adviesrapport samen. Dit advies wordt uiterlijk in de loop van oktober gepresenteerd, waarna enkele weken later een beleidsreactie volgt. In deze beleidsreactie ga ik ook in op de voorgenomen vervolgstappen:

  • de opgeleverde opbrengsten vormen het gezamenlijk vertrekpunt voor een verwerking tot onderwijsdoelen voor het po en de onderbouw van het vo. Hierbij is een grote rol van onderwijsprofessionals wederom essentieel: de inzet van vele scholen en leraren zal nodig zijn om het geheel aan bouwstenen en conceptdoelen goed te toetsen in de onderwijspraktijk. Hierbij moet zorgvuldig worden bezien of de doelen voldoende richtinggevend zijn, de overladenheid van het curriculum voldoende wordt beperkt en de resultaten uitvoerbaar zijn in de praktijk. Op basis van deze ervaringen kunnen noodzakelijke bijstellingen en aanscherpingen nog plaatsvinden;

  • voor de bovenbouw van het vo biedt het advies van de CG per leergebied een visie, grote opdrachten en aanbevelingen. Er is nog aanvullende ontwikkeling noodzakelijk om tot aangepaste onderwijsdoelen te komen voor de verschillende schoolsoorten. Hierbij is een goede aansluiting op de bovengenoemde uitwerking voor po en onderbouw vo van groot belang. Bij dit vervolg worden de adviezen van de vakverenigingen en het vervolgonderwijs betrokken;

  • in lijn met het recente advies van de Onderwijsraad wil ik bezien hoe in de toekomst een meer voortdurend proces van curriculumontwikkeling kan worden ingericht.

4. Tot slot

Ik kijk uit naar de opbrengsten van de ontwikkelteams en ik heb er vertrouwen in dat deze stap een goede basis biedt voor de vervolgfase. Voordat dit zover is wil ik graag alle leerlingen, leraren, schoolleiders, schoolbestuurders, ouders en andere belanghebbenden nadrukkelijk oproepen om te reflecteren en te reageren op de voorstellen om ze nog verder te verbeteren. Ik dank daarbij alle leden van de ontwikkelteams voor hun harde werk en belangrijke bijdrage aan de herziening tot dusver.

Over de uiteindelijke opbrengsten, het advies van de CG en het voorstel voor vervolg hoop ik in het najaar het gesprek met de Kamer te voeren. Zo komen we samen tot een curriculum waar het onderwijs en de maatschappij zich in herkent, en waarmee we onze kinderen een goede basis voor de toekomst bieden.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Kamerstukken 31 289 en 31 293, nr. 390.

X Noot
2

De Coördinatiegroep bestaat uit CNV-Onderwijs, AOb, FVOV, PO-Raad, VO-raad, AVS, LAKS en Ouders & Onderwijs.

X Noot
3

Kamerstukken 31 293 en 31 289, nr. 376.