31 289 Voortgezet Onderwijs

Nr. 353 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 20 oktober 2017

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de brief van 21 september 2017 over de voorhang van de Regeling bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2017 en 2018 (Kamerstuk 31 289, nr. 352).

De vragen en opmerkingen zijn op 3 oktober 2017 aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgelegd. Bij brief van 18 oktober 2017 zijn de vragen beantwoord.

De fungerend voorzitter van de commissie, Tellegen

De adjunct-griffier van de commissie, Bošnjaković

I Vragen en opmerkingen uit de fracties

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de onderhavige regeling. Zij menen dat de bekostiging van de exploitatiekosten in het voortgezet onderwijs sober doch doelmatig dient te zijn. Zij constateren dat de kabinetsbijdrage voor de prijsontwikkeling 2017 leidt tot een aanpassing van de bedragen met +1,47%. Begrijpen deze leden goed dat de prijsontwikkeling 2018 niet zal leiden tot aanpassing van de bedragen? Welke overwegingen liggen dan daaraan ten grondslag, zo willen zij weten.

In het verleden klonk er in het onderwijsveld vaker een klacht dat er sprake zou zijn van een stille bezuiniging doordat de materiële bekostiging niet werd geïndexeerd, terwijl de kosten wel stegen. Is de Staatssecretaris wel bereid om nu onderzoek te laten doen naar de toereikendheid van de materiële bekostiging?

De afgelopen tijd was er sprake van grote verschillen tussen schoolbesturen wat hun financiële positie betreft. Er waren nog altijd scholen die het hoofd nauwelijks boven water konden houden, maar er waren ook schoolbesturen met reserves die te hoog dreigden te worden. Kan de Staatssecretaris uitleggen wat inmiddels de stand van zaken in dezen is, zo vragen de leden.

II Reactie van de Staatssecretaris

De leden van de PvdA-fractie vragen zich af of de prijsontwikkeling 2018 niet zal leiden tot aanpassing van de bedragen.

Met «prijsontwikkeling» wordt gedoeld op het bedrag waarmee de exploitatiebekostiging wordt geïndexeerd zodat er gecorrigeerd wordt voor inflatie. De hoogte van de indexatie wordt jaarlijks Rijksbreed vastgesteld op basis van gegevens van het Centraal Planbureau, dus ook voor 2018. Medio 2018 wordt de hoogte hiervan bekend gemaakt en, onder voorbehoud van goedkeuring door de begrotingswetgever, vervolgens verwerkt in een definitieve aanpassing van de exploitatiebedragen voor 2018 en de voorlopige bedragen voor het daaropvolgende kalenderjaar.

Verder vragen de leden van PvdA-fractie zich af of er bereidheid is om onderzoek te laten doen naar de toereikendheid van de materiële bekostiging.

In 2014 is door de Algemene Rekenkamer het rapport Bekostiging voortgezet onderwijs (Kamerstuk 31 289, nr. 193) aan u aangeboden. Dit rapport was gericht op de vraag of de structurele lumpsumbekostiging van het voortgezet onderwijs toereikend is. Het had dus betrekking op de gehele lumpsumbekostiging, niet alleen de materiële bekostiging, die ongeveer 15 procent van de totale lumpsumbekostiging beslaat. Het rapport leverde een genuanceerd beeld op en resulteerde in diverse aanbevelingen. Een van die aanbevelingen was: vereenvoudig de bekostigingssystematiek. Over de actuele stand van zaken rond deze vereenvoudiging heb ik u begin 2017 geïnformeerd (Kamerstuk 31 289, nr. 345). Tegen deze achtergrond verwacht ik in de toekomst vooral een toegevoegde waarde van onderzoek naar de toereikendheid van de gehele vereenvoudigde lumpsumbekostiging.

Tot slot vragen de leden wat de stand van zaken is rond de financiële positie van schoolbesturen. Specifiek gaat het dan om de verschillen tussen scholen die het hoofd nauwelijks boven water konden houden en schoolbesturen met reserves die te hoog dreigden te worden. In de jaarlijkse rapportage Financiële Staat van het Onderwijs van de Inspectie van het Onderwijs (Kamerstuk 34 550 VIII, nr. 101) wordt hier inzicht in verstrekt. Het inspectierapport over het verantwoordingsjaar 2015 laat zien dat de financiële positie van het voortgezet onderwijs tussen 2011 en 2015 is verbeterd. Daarnaast is het aantal besturen onder aangepast financieel toezicht van de inspectie afgenomen. Eind 2017 ontvangt u een nieuwe rapportage over het verantwoordingsjaar 2016.

Naar boven