31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid

Nr. 596 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 augustus 2017

In mijn brief van 16 juni 2017 (Kamerstuk 31 288, nr. 588) heb ik u geïnformeerd over de concrete acties die de Erasmus Universiteit Rotterdam onderneemt naar aanleiding van het rapport van Changerism over banden tussen de fossiele industrie en de Rotterdam School of Management.

De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft mij inmiddels geïnformeerd dat het in de brief genoemde onafhankelijke onderzoek is gestart en wordt uitgevoerd door een commissie bestaande uit:

  • prof.dr.em G.P.M.F. Mols (voorzitter, emeritus hoogleraar straf en strafprocesrecht aan de Universiteit Maastricht en oud-rector magnificus van diezelfde universiteit),

  • prof.dr.em H. Verbruggen (emeritus hoogleraar International Environmental Economics voormalig decaan van de Faculty of Economics and Business Administration, Vrije Universiteit) en

  • prof.dr.em J.G. Kuijl (emeritus hoogleraar bedrijfseconomie, Universiteit Leiden en Universiteit Maastricht).

De commissie heeft een brede onderzoeksopdracht gekregen en onderzoekt zowel de samenwerking van de Rotterdam School of Management met de fossiele als met de niet-fossiele industrie. Gelet op de daarbij benodigde zorgvuldigheid zal het onderzoek op zijn vroegst eind van dit jaar worden afgerond.

Het heeft mijn uitgesproken voorkeur met uw Kamer te debatteren op basis van de door de onafhankelijke commissie verzamelde feiten en ik doe dan ook de suggestie om het door uw Kamer gevraagde dertigledendebat met de Minister van Economische Zaken en mijzelf, dat staat gepland voor 7 september aanstaande, op te schorten tot na het verschijnen van het rapport.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

Naar boven