Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201531288 nr. 474

31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid

34 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2015

Nr. 474 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juni 2015

Conform mijn toezegging tijdens het AO Bedrijfslevenbeleid en Innovatie van 10 maart jl. informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, over de stand van zaken rond het deel van het Toekomstfonds dat betrekking heeft op onderzoek.

Zoals aangegeven in mijn brief van 9 maart jl.1 investeert het kabinet met het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds in hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten en in specifieke thema’s. Opbrengsten uit deze investeringen vloeien terug in het fonds. De beschikbaarheid van hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten in Nederland is belangrijk voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat en een randvoorwaarde voor het kunnen uitvoeren van succesvol onderzoek en daarmee voor het ontwikkelen van innovatieve producten en diensten. De specifieke thema’s die het Toekomstfonds ondersteunt leveren een belangrijke bijdrage aan oplossingen van maatschappelijke vraagstukken en dragen op langere termijn bij aan toekomstige welzijn en welvaart.

In deze brief ga ik in op de algemene criteria en uitgangspunten, de uitwerking van de onderzoeksfaciliteiten en de thema’s. Voor de zomer ontvangt uw Kamer nog het toetsingskader risicoregelingen voor het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds.

Algemeen

In mijn eerdere brief is onderstaande verdeling van de eerste tranche van € 80 miljoen aangegeven.

Bestedingen

miljoen €

Hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten

40

Thema’s

40

De toedeling van de resterende € 20 miljoen uit het startkapitaal van € 100 miljoen voor onderzoek, vindt in een volgende tranche plaats. Daarbij zal rekening worden gehouden met de ervaringen uit de eerste tranche en zullen ook andere bestedingsrichtingen aan bod kunnen komen.

Voor de onderzoeksfaciliteiten en de thema’s gelden in beginsel dezelfde criteria. Dit zijn:

  • kwaliteit van het voorstel;

  • maatschappelijke en economische waardecreatie;

  • kwaliteit van de organisatie;

  • verwachte mate van revolverendheid.

Een stevig (financieel) commitment van de betrokken kennisinstellingen en bedrijven is een harde voorwaarde voor het verkrijgen van financiering. Deze financiering wordt verstrekt in de vorm van een lening. Omdat het Toekomstfonds investeert in infrastructuur en onderzoek dat ver van de markt staat, is een relatief lange termijn voor de terugbetaling van leningen noodzakelijk. In de uitwerking van de faciliteiten en de thema’s wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande structuren en instrumenten waarbij de uitvoering ligt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Uitwerking Onderzoeksfaciliteiten

Voor de onderzoeksfaciliteiten komt een nieuwe regeling (geïnspireerd op de Innovatiekredietregeling). Ons streven is om deze voor de zomer te publiceren in de Staatscourant. Hiervoor wordt een toetsingskader risicoregelingen opgesteld, dat uw Kamer voor het zomerreces ter informatie ontvangt.

De belangrijkste kenmerken van deze regeling zijn:

  • De bijdrage uit het Toekomstfonds krijgt de vorm van een lening.

  • Zowel nieuwe onderzoeksfaciliteiten als vernieuwing van bestaande onderzoeksfaciliteiten komen in aanmerking.

  • De onderzoeksfaciliteiten kunnen worden benut voor fundamenteel, toegepast en praktijkgericht onderzoek.

  • De aanvrager moet een onderzoeksorganisatie zijn. Het gaat hierbij om toegepaste onderzoeksinstellingen (TO2), hogescholen, universiteiten en private onderzoeksinstellingen.

  • Maximaal 50% van de totale projectkosten wordt als lening verstrekt. De aanvrager moet dus een eigen bijdrage doen van minimaal 50%. Het kan daarbij gaan om eigen vermogen, maar ook om een bijdrage vanuit private partijen in ruil voor toegang tot de onderzoeksfaciliteiten tegen een marktconforme prijs.

  • De looptijd van de leningen is maximaal 15 jaar.

De algemene criteria voor de weging van de aanvragen worden nader uitgewerkt langs de volgende lijnen:

  • Kwaliteit van het voorstel, zoals de aanpak en methodiek van de bouw van de faciliteit, de omgang met risico’s, deelnemende partijen, de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet.

  • De mate waarin de onderzoeksfaciliteit in het gebruik bijdraagt aan maatschappelijke en economische waarde creatie, zoals duurzame impact naar de markt en/of maatschappij, versterking van de Nederlandse kennispositie, toegankelijk voor een breed scala aan gebruikers.

  • De kwaliteit van de organisatie, waarbij gelet wordt op de organisatiestructuur van de infrastructuur, kritische massa, netwerk, toegankelijkheid voor gebruikers en waar relevant internationale positie en inbedding.

  • Revolverendheid, de mate waarin terugbetaling van de lening aannemelijk is.

Uitwerking Thema’s

Het kabinet investeert in thema’s die de schakel vormen tussen onderzoek en valorisatie. Dit biedt perspectief op nieuwe producten, diensten en maatschappelijke innovaties en draagt daarmee bij aan het innovatievermogen van Nederland.

Proof of Concept

Het publieke of publiek-private onderzoek bij kennisinstellingen levert resultaten op met een kansrijk marktpotentieel waar verder onderzoek en ondersteuning nodig is voor het op de markt brengen van deze vindingen. Proof of Concept faciliteert de uitvoering van een haalbaarheidsstudie naar commercieel potentieel gevolgd door een lening. In het bestaande instrument van de vroege-fasefinanciering wordt een aparte module Proof of Concept ontwikkeld. Voor deze module is € 10 miljoen beschikbaar. Wij streven ernaar de regeling in het najaar van start te laten gaan.

Thematische Technology Transfer

Kennisinstellingen hebben Technology Transfer Offices om kenniscirculatie en kennisbenutting/valorisatie te bevorderen. Bijvoorbeeld door onderzoekers te helpen met de «transfer» van kennis en technologieën naar de maatschappij, waaronder het bedrijfsleven. Met dit thema wil het kabinet stimuleren dat op nationaal niveau Technology Transfer voor een bepaald wetenschapsgebied wordt ingericht, wat excellent onderzoek aan excellente technology transfer verbindt. Dit sluit goed aan bij het advies van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen «Benutting van octrooien op resultaten van wetenschappelijk onderzoek» dat pleit voor thematische valorisatie en verbeterde kenniscirculatie.

Aanvullend op de kabinetsreactie op dit advies, waarin staat dat gekeken wordt naar initiatieven uit het veld, wordt een oproep voor voorstellen gedaan. Wij streven ernaar dat deze oproep in het najaar van start gaat.

Smart Industry

In het kader van de Actieagenda Smart Industry worden op dit moment tien Fieldlabs opgezet. Voor de financiering van de Fieldlabs wordt onder meer ingezet op de EFRO-programma’s. Op dit moment wordt onderzocht in welke mate de Fieldlabs van het Toekomstfonds gebruik kunnen maken. Ook de regeling voor de onderzoeksfaciliteiten kan voor de Fieldlabs Smart Industry een rol spelen.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 150