Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201431288 nr. 360

31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid

Nr. 360 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 december 2013

Naar aanleiding van de motie van het lid Lucas1 bij het debat in de Tweede Kamer over de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en vragen van de leden Essers en Bruijn tijdens de plenaire behandeling in de Eerste Kamer van het Wetsvoorstel Kwaliteit in Verscheidenheid op 9 juli 2013, heb ik toegezegd beide Kamers nog dit jaar te informeren over de voortgang van de studiebijsluiter (hierna: Studie in Cijfers). Ik zal de voortgang beschrijven en ook ingaan op mijn toezegging tijdens het Algemeen Overleg in de Tweede Kamer van 6 juni 2013 over Macro-doelmatigheid, om u te informeren over de relatie tussen Studie in Cijfers en reeds bestaande indicatoren en gegevensverzameling. Ik zend deze brief ook aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

1. Achtergrond van Studie in Cijfers

Uit onderzoek door de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb), getiteld «Studiekeuzevoorlichting: Voorliegen of voorlichten?» (2011) is gebleken dat in diverse voorlichtingsbrochures van universiteiten gekleurde en onjuiste informatie wordt verstrekt, waardoor geen goed beeld wordt gegeven van de opleiding en de kans op een verkeerde studiekeuze en daardoor uitval toenemen. In vervolgonderzoeken in 2012 en in oktober 2013 wordt dit beeld nog eens bevestigd, ook voor het hoger beroepsonderwijs.

Naar aanleiding van het eerste onderzoek is in de Tweede Kamer een motie van het lid Lucas aangenomen. Deze motie vraagt om een wettelijke explicitering van artikel 7.15 van de WHW, dat betrekking heeft op de plicht van hoger onderwijsinstellingen om in hun voorlichtingsmaterialen (brochures, websites) aan aankomende studenten zodanige informatie te verschaffen, dat deze zich een goed beeld kunnen vormen van een opleiding.

Ik onderschrijf deze motie van harte en trek wat betreft de beantwoording van deze motie de lijn door van mijn ambtsvoorganger op dit dossier. Wettelijke explicitering verdient niet de voorkeur; het is in eerste instantie aan de vertegenwoordigers van de instellingen en studentenorganisaties om gezamenlijk invulling te geven aan de informatieplicht. De uiterste datum voor het invulling geven aan de motie is op 1 mei 2014 gesteld, omdat dan de vervroegde aanmelddatum van kracht wordt, met als doel om tijdig studiekeuzegesprekken tussen instelling en student te kunnen voeren. Studie in Cijfers kan hierbij een nuttig instrument zijn voor zowel studenten als instellingen.

In reactie op de motie Lucas is door de studenten- en jongerenorganisaties (ISO, LSVb, CNV Jongeren, JOB, LAKS) een voorstel voor het instrument Studie in Cijfers gedaan, dat per opleiding objectieve en vergelijkbare informatie geeft over een hanteerbaar aantal indicatoren (o.a. aantal eerstejaars, contacttijd, doorstroom naar tweede jaar, arbeidsmarktperspectief en studenttevredenheid) die door hen als meest relevant worden aangemerkt voor het maken van een juiste studiekeuze. In de bijlage vindt u een voorbeeld van een studiebijsluiter2.

Zoals ik heb toegezegd in het plenaire debat met de Eerste Kamer over het Wetsvoorstel «Kwaliteit in Verscheidenheid», zal ik een ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.15, tweede lid, van de WHW uitvaardigen, indien instellingen op 1 mei 2014 geen adequate voorlichtingsinformatie over hun opleidingen hebben gerealiseerd en hier geen goede redenen voor kunnen geven.

Ik heb er vertrouwen in dat ik geen gebruik zal hoeven te maken van de mogelijkheid om wettelijk in te grijpen. Mijn beeld is dat hoger onderwijsinstellingen zich in toenemende mate bewust zijn van het belang van goede voorlichting en het nut van Studie in Cijfers als één van de instrumenten om te helpen bij het maken van een juiste studiekeuze.

2. Voortgang invoering Studie in Cijfers in het HBO en WO

In het hoger beroepsonderwijs waren de Hogeschool Arnhem-Nijmegen en de Hanzehogeschool samen met de studentenorganisaties in 2011 al bezig met een vergelijkbaar instrument als Studie in Cijfers en hebben Hogeschool Windesheim en Saxion Hogescholen zich in een vroeg stadium daarbij aangesloten. Op verzoek van de studentenorganisaties en in goed overleg met deze instellingen is het Ministerie van OCW, voortbouwend op hun ervaringen, vorig jaar een project gestart, ondersteund door Studiekeuze123, met als doel Studie in Cijfers te verbreden naar alle hoger onderwijs opleidingen.

Via dit project doen op dit moment 27 van de 38 hogescholen (ruim 70% van alle hogescholen) mee aan Studie in Cijfers. De resterende 11 hogescholen doen om uiteenlopende praktische redenen nog niet mee. Studiekeuze123 heeft nu de beschikking over de cijfers voor alle opleidingen en wacht nog op het akkoord van deze instellingen op publicatie van de cijfers. Daarnaast is het natuurlijk zaak dat alle instellingen Studie in Cijfers actief gaan gebruiken in hun voorlichting. Ik verwacht dat alle hogescholen uiteindelijk zullen meedoen voor 1 mei 2014.

Begin 2014 zal ik alle hogescholen, die op dat moment nog niet zijn aangesloten, uitnodigen voor een gesprek over eventuele knelpunten en mogelijke oplossingen. Van de 11 nu nog niet deelnemende hogescholen, zijn er 6 afkomstig uit het kunstonderwijs, omdat hier een specifiek knelpunt speelt. Binnen kunstopleidingen bestaan diverse richtingen (van muziek tot dans), terwijl ze wel vallen onder slechts één CROHO-nummer, dat dient als basis voor Studie in Cijfers. De score op Studie in Cijfers laat hierdoor niet de soms grote verschillen binnen onderdelen van een kunstopleiding zien. De betreffende opleidingen werken, met steun van Studiekeuze123, aan een oplossing.

In het wetenschappelijk onderwijs heeft op dit moment alleen TU Delft Studie in Cijfers gepubliceerd. Tegelijkertijd heeft het Algemeen Bestuur van de VSNU in 2013 positief besloten over deelname aan Studie in Cijfers. Dit betekent dat alle universiteiten nu aangesloten zijn bij het project Studie in Cijfers. Het streven is erop gericht Studie in Cijfers voor alle opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs eind januari gereed te hebben, zodat de informatie kan worden gebruikt in de voorlichting voor het komende studiejaar. 3

Ook private instellingen vallen onder de plicht om in hun voorlichtingsmaterialen adequate informatie over hun opleidingen te geven. Knelpunt is dat in tegenstelling tot publieke instellingen, de private instellingen niet aangesloten zijn bij BRON-HO, waaruit een belangrijk deel van de cijfers voor Studie in Cijfers worden gehaald. Streven is om de private instellingen in 2015 aan te laten sluiten bij BRON HO, met als doel om vanaf dat jaar ook voor private opleidingen Studie in Cijfers te publiceren.

3. Gebruik van reeds bestaande indicatoren en hun gegevensverzameling

Belangrijke voorwaarde voor het welslagen van Studie in Cijfers is dat gebruik wordt gemaakt van relevante, breed gedragen indicatoren en objectieve en vergelijkbare data. Bovendien is van belang dat de kosten en administratieve lasten voor betrokken instellingen tot een minimum worden beperkt. Aan deze voorwaarden is voldaan.

Zowel in het hoger beroepsonderwijs als het wetenschappelijk onderwijs hebben de vertegenwoordigers van de instellingen en studenten, met ondersteuning van Studiekeuze123, bepaald welke indicatoren er in Studie in Cijfers terecht moeten komen en welke definities en data hiervoor worden gebruikt. Omdat maximaal is aangesloten bij bestaande bronnen en gegevensverzameling en Studiekeuze123 voor alle opleidingen de dataverzameling voor Studie in Cijfers voor haar rekening neemt, blijven de administratieve lasten en kosten voor de instellingen zeer beperkt.

Een groot deel van de gebruikte indicatoren en databronnen is gelijk voor het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs:4

  • Studententevredenheid (Bron: Nationale Studenten Enquête)

  • Aantal eerstejaars (Bron: 1CijferHO)

  • Doorstroom naar het tweede jaar (Bron: 1CijferHO)

  • Bachelor diploma binnen 4 jaar (WO) en diploma binnen 5 jaar (HBO) (Bron: 1CijferHO)

  • Arbeidsmarkt (Bron: HBO- en WO-monitor; 1CijferHO)

  • Formele contacttijd (WO) (Bron: Studiegids, prestatieafspraken)

    Ervaren contacttijd (HBO) (Bron: Nationale Studenten Enquête)

Het hoger beroepsonderwijs heeft daarnaast nog de indicator «doorstuderen» (Bron: 1CijferHO)

De keuze voor genoemde indicatoren en gebruikte data is, met ondersteuning van Studiekeuze123, door betrokken partijen uit beide sectoren zelf tot stand gekomen. Ook in de toekomst zal besluitvorming over de verdere ontwikkeling en verbetering van Studie in Cijfers primair een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de universiteiten, hogescholen en studenten- en jongerenorganisaties zijn. Ondersteuning vanuit Studiekeuze123 blijft hierbij gewaarborgd.

Uiteraard staat het instrument Studie in Cijfers open voor ontwikkelingen, die vragen om het aanpassen of toevoegen van indicatoren. Tegelijkertijd moet de kracht van Studie in Cijfers in haar compactheid en vergelijkbaarheid van een overzichtelijk aantal gegevens, behouden blijven. Van belang is dat bij eventuele toevoeging van indicatoren er objectieve en vergelijkbare landelijke data voor handen zijn en het geen extra administratieve lasten oplevert voor de instellingen.

4. Evaluatie

Zowel vanuit de studenten- en jongerenorganisaties als uit de Tweede Kamer, is mij gevraagd om Studie in Cijfers tijdig te evalueren

Evaluatie van de kwaliteit en relevantie van dit instrument vindt voortdurend en in samenwerking tussen betrokkenen plaats. De eerste ervaringen binnen het hoger beroepsonderwijs leren dat Studie in Cijfers binnen de instelling een positieve impuls heeft gegeven aan de interne discussie over hoe studievoorlichting het beste georganiseerd kan worden en dat ook studenten het instrument als zeer positief ervaren. Belangrijk is dat Studie in Cijfers binnen instellingen en opleidingen niet als «stand alone» instrument wordt gebruikt, maar duidelijk is ingekaderd binnen een breed voorlichtings- en studiekeuzebeleid.

Vanaf 1 september jl. heb ik in de Startmonitor, die is gericht op studenten die instromen in het eerste jaar van een opleiding, een aantal vragen laten opnemen over de bekendheid van Studie in Cijfers, het gebruik ervan in de studieoriëntatie en studiekeuze en het effect ervan op uitval. In de Startmonitor wordt gedurende 3 perioden in het jaar gemeten.

Uit de eerste meting in september jl. onder ruim 20.000 eerstejaars studenten, blijkt dat, ondanks het nog lage aantal opleidingen met Studie in Cijfers vóór aanvang van dit studiejaar, het percentage studenten dat gebruik heeft gemaakt van dit instrument bij het maken van een studie- en instellingskeuze, al vrij hoog ligt (WO: 9% en HBO 14%). Het percentage bij de vier voorlopende hogescholen ligt met 24% nog beduidend hoger. Dit percentage kan nog verder groeien doordat het aanbod voor aankomende cohorten langer beschikbaar zal zijn geweest in hun keuzeproces en toekomstige studenten vaker in staat zijn om informatie uit Studie in Cijfers te kunnen vergelijken met die van opleidingen bij andere instellingen.

Daarnaast geeft ruim 34% van de studenten, die Studie in Cijfers raadpleegden, aan dat dit een belangrijke invloed had op hun studiekeuze. Dit percentage ligt nog onder dat van belangrijke voorlichtingsbronnen als open dagen en websites van de instellingen, maar bijvoorbeeld boven dat van de website Studiekeuze 123. Een verklaring kan zijn dat Studie in Cijfers overzichtelijke data geeft, waarmee aankomende studenten opleidingen goed met elkaar kunnen vergelijken. Als straks alle opleidingen over Studie in Cijfers beschikken, zal bovengenoemde percentage van 34 procent mogelijk nog stijgen. Bovendien geldt dat Studie in Cijfers geïntegreerd zal worden in Studiekeuze123 en onderdeel zal vormen van de voorlichting in brochures en op websites van instellingen en opleidingen.

Na de derde meting in de periode juni – augustus 2014 is het ook mogelijk om een eerste analyse te maken van de effecten op studie uitval.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker


X Noot
1

Kamerstuk 31 288, nr. 245

X Noot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
3

Voor huidige deelnemers aan Studie in Cijfers zie:

http://www.studiekeuzeinformatie.nl/studieincijfers/wie_doen_er_mee .

X Noot
4

Voor een volledige verantwoording van de cijfers zie:

http://www.studiekeuzeinformatie.nl/studieincijfers/verantwoording .