31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid

Nr. 121 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Ontvangen ter Griffie van de Tweede Kamer op 21 oktober 2010.

Het besluit omtrent goedkeuring kan niet eerder worden gedaan dan op 18 november 2010.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 oktober 2010

Ter voldoening aan artikel 5a.8, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) bied ik u hierbij, mede namens mijn ambtgenoot van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de ontwerp-beoordelingskaders ten behoeve van het accreditatiestelsel aan zoals die aan mij zijn voorgelegd door de Nederlands-Vlaamse accreditatieorganisatie (NVAO)1. Ik ben voornemens de ontwerpkaders goed te keuren. De WHW schrijft voor dat ik mijn definitieve goedkeuring niet eerder kan verlenen dan nadat er vier weken zijn verstreken sinds ik mijn voornemen daartoe aan de beide Kamers der Staten-Generaal heb voorgelegd.

Graag merk ik op dat uitvoering is gegeven aan mijn toezegging in de brief van 22 maart 2010 aan u (TK 2009–10, 32 210, nr. 22). Dit betreft de toezegging dat de NVAO in het accreditatiekader de criteria en beslisregels voor gedifferentieerde beoordeling zal aanscherpen en onderbouwen. Dat is gebeurd in paragraaf 8 van het voorgelegde kader.

Voorts maak ik van de gelegenheid gebruik u mee te delen dat op dit moment een algemene maatregel van bestuur in voorbereiding is die strekt tot uitvoering van de artikelen 5a.11, vierde lid, 5a.12a, eerste lid, en 5a.13d, eerste lid, van de WHW zoals die zullen luiden na inwerkingtreding van de wijziging van de WHW in verband met aanpassing van het accreditatiestelsel (Stb. 2010, 293). Het betreft de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder een toets nieuwe opleiding respectievelijk een instellingstoets kwaliteitszorg onder voorwaarden en een herstelperiode voor accreditatie kunnen worden toegekend. Ik heb het ontwerp daarvoor op 13 oktober 2010 naar u verzonden ten behoeve van voorhang bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal (kamerstuk 31 288, nr. 119).

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

H. Zijlstra


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Naar boven