Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201731142 nr. 71

31 142 Wijziging van de Experimentenwet Kiezen op Afstand in verband met de verlenging van de werkingsduur van die wet

Nr. 71 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2017

Inleiding

Op 20 juni jl. heeft de Tweede Kamer gedebatteerd over de uitkomsten van de evaluatie van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer (Handelingen II 2016/17, nr. 89, Evaluatie van de Tweede Kamerverkiezing). Toegezegd is dat de Kamer nog een brief zou krijgen waarin ingegaan wordt op de vraag of het kabinet, gezien zijn demissionaire status, nog het initiatief zal nemen voor (nieuwe) wetgeving. Het gaat dan concreet om een wijziging van de Kieswet om de openbaarheid van de processen-verbaal van de stembureaus en van de opgave met het gemeentelijk totaal te regelen. Verder betreft het een wijziging van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming om experimenten te kunnen houden met een ander model stembiljet dat beter en sneller kan worden geteld.

In deze brief geef ik ook gevolg aan het verzoek (d.d. 15 juni jl.) van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken om te reageren op een motie die is aangenomen tijdens het recentelijk gehouden congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het gaat om een motie over digitalisering van processen bij verkiezingen.

Openbaar maken van de processen-verbaal van de stembureaus en van de gemeentelijke opgave

In het debat 20 juni jl. bleek dat er brede steun1 is in de Tweede Kamer om de processen-verbaal van de stembureaus en de opgave met de totaaltelling van de gemeenten openbaar te maken. Deze documenten zijn nu alleen gedurende een korte periode in te zien bij de gemeente.

Om dit te regelen de Kieswet worden gewijzigd. De openbaarheid van de processen-verbaal van het hoofdstembureau en van het centraal stembureau is reeds in de Kieswet geregeld (artikelen O 4 en P 23 van de Kieswet). Openbaar maken van alle processen-verbaal geeft de transparantie en controleerbaarheid waar de Tweede Kamer nu breed om vraagt. Het heeft ook consequenties die wel onder ogen moeten worden gezien. De situatie kan zich immers gaan voordoen, ik heb daar in het debat nadrukkelijk op gewezen, dat na de vaststelling van de verkiezingsuitslag nog fouten worden ontdekt. Geaccepteerd zal moeten worden dat dergelijke fouten niet meer kunnen leiden tot aanpassing van de uitslag.

Dat brengt mij bij het punt dat, hoewel het streven is dat de processen-verbaal van het stembureaus geen fouten bevatten, dat in praktijk niet voor 100% is te realiseren. Er moet daarom ook geregeld gaan worden dat fouten gecorrigeerd kunnen worden in de periode tussen de dag van stemming en de dag van het onherroepelijk worden van de verkiezingsuitslag. Dat zou kunnen door een gemeentelijk stembureau in te stellen naar het voorbeeld van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming. De processen-verbaal van de stembureaus worden overgebracht naar de gemeente. De dag na de stemming kunnen, bij het opmaken van het totaal voor de gemeente, fouten worden geconstateerd. Dan kan het gemeentelijk stembureau de stemmen opnieuw tellen en een nieuw proces-verbaal opstellen. Dat proces-verbaal, dat uiteraard openbaar moet zijn, vervangt dan het proces-verbaal van het betreffende stembureau.

Het onderzoeken van fouten en het corrigeren daarvan kost tijd. De tijd voor het vaststellen van de uitslag (door het centraal stembureau) en om te besluiten over de toelating van de nieuwe leden van het vertegenwoordigend orgaan is nu krap. In 2001 is de tijd ingekort van 13 kalenderdagen naar 8 kalenderdagen2. Zowel de Kiesraad als de gemeenten pleiten er voor om de tijd weer te verruimen. Zou de wijziging van 2001 ongedaan gemaakt worden, door de Kieswet te wijzigen, dan betekent dit concreet dat de Tweede Kamer 5 dagen later (dan nu het geval is) zal kunnen besluiten over de toelating van de nieuwe leden. Ik zal dit voorstel onderzoeken en de voor- en nadelen hiervan nader bezien. Dat geldt ook voor het decentraal uitvoeren van een hertelling als het centraal stembureau of het vertegenwoordigend orgaan hiertoe besluiten.

Ten slotte moet de ontsluiting van de openbaar gemaakte processen-verbaal goed georganiseerd worden. Het is immers de bedoeling dat iedereen die dat wil de documenten kan raadplegen en vermeende fouten kan melden voordat de uitslag van de verkiezing definitief wordt vastgesteld. Met gemeenten en Kiesraad zal nog worden overlegd op welke website de documenten openbaar gemaakt moeten gaan worden, waarbij het uiteraard van belang is dat de authenticiteit van de documenten gewaarborgd kan worden.

Beter en sneller tellen van de stemmen

In het debat over de evaluatie van de Tweede Kamerverkiezing is geconstateerd dat de huidige omvang van het stembiljet problemen geeft bij het tellen van de stemmen. Ik heb op dit punt gememoreerd dat de regering in 2015 een voorstel3 tot wijziging van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming heeft ingediend dat geen meerderheid in de Tweede Kamer heeft gekregen. Dit wetsvoorstel had tot doel om experimenten mogelijk te maken met het gebruik van nieuwe modellen van het stembiljet die ook geschikt zijn om elektronisch geteld te worden.

Het stembiljet waarmee de kiezers in het buitenland hebben gestemd bij de Tweede Kamerverkiezing is een stembiljet dat elektronisch geteld kan worden en ook handmatig veel sneller te tellen is dan het huidige stembiljet. Bij het ontwerpen van dit model stembiljet is getest of het ook elektronisch geteld kon worden en is getest hoe snel het handmatig kan worden geteld. De testresultaten zijn eerder aan de Tweede Kamer gezonden4. Als nu een meerderheid van de Kamer experimenten met nieuwe stembiljetten steunt, dan ben ik bereid om het wetsvoorstel opnieuw in procedure te brengen. Dat houdt in dat het wetsvoorstel voor advies aan de Afdeling advisering van de Raad van State wordt voorgelegd.

Digitale processen in het verkiezingsproces

Tijdens het in juni gehouden VNG-congres is een motie aangenomen waarin twee dingen worden gevraagd. De eerste vraag is om een digitale wijze van stemmen tellen te ontwikkelen. De tweede vraag beoogt dat het Ministerie van BZK voorstellen gaat ontwikkelen om het gehele stemproces en de bijbehorende deelprocessen nieuw in te richten vanuit een digitale invalshoek en deze voorstellen af te wegen tegen het (bestaande) analoge proces qua kosten en belasting van betrokkenen. De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft mij om een reactie gevraagd over deze motie.

Ik sta in beginsel open voor het digitaliseren van (delen van) het verkiezingsproces. De inzet van ICT in het verkiezingsproces kan namelijk voordelen hebben. Digitalisering heeft echter ook vergaande consequenties en introduceert nieuwe kwetsbaarheden in het verkiezingsproces waarvoor (nu) niet altijd sluitende maatregelen te treffen zijn. Daarom blijkt keer op keer dat het heel lastig is om met behoud van alle waarborgen meer delen van het verkiezingsproces te digitaliseren. Ik verwijs hierbij ook naar het advies5 van de Deskundigengroep elektronisch stemmen en tellen, die is ingegaan op de complexiteit van het verkiezingsproces.

Er mogen geen twijfels bestaan over de betrouwbaarheid van elektronische (hulp middelen die in het verkiezingsproces worden gebruikt. De werking van de hulpmiddelen moet daarom altijd transparant en controleerbaar zijn. Daarom moeten er eisen worden gesteld voor die hulpmiddelen, de Kiesraad wijst daar terecht op in zijn evaluatieadvies, en die eisen moeten vastgelegd worden in wet- en regelgeving. De eisen kunnen echter niet statisch zijn. Ze moeten periodiek herijkt worden om na te gaan of ze nog voeldoen gelet op actuele dreigingen en risico’s. Het is aan het volgende kabinet om zich hier verder over te buigen.

Ten slotte

Deze brief beperkt zich tot de kabinetsvoornemens ten aanzien van de openbaarheid van de processen-verbaal en het houden van experimenten met een nieuw model stembiljet dat beter en sneller kan worden geteld. Zoals u weet, heb ik in het debat van 20 juni jl. gezegd dat op een aantal andere punten de Kieswet voor verbetering vatbaar is. Ik breng die verbeteringen in kaart, maar laat de besluitvorming hierover aan het volgende kabinet. Het gaat dan onder meer om:

  • aanscherping van de regelgeving voor het gebruik van ondersteunende programmatuur voor het berekenen van de uitslag;

  • regelgeving om te bepalen waar de zogenoemde StembureauApp aan moet voldoen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterkw


X Noot
1

Ook de Kiesraad is nu voor openbaarmaking van de processen-verbaal van de stembureaus.

X Noot
2

Zie o.a. Kamerstuk 27 673 en Kamerstuk 27 458

X Noot
3

Voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijk experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming voor experimenten met een nieuw stembiljet in het stemlokaal (Kamerstuk 34 288).

X Noot
4

Bijlage bij Kamerstuk 31 142, nr. 37

X Noot
5

Bijlage (brief Deskundigengroep aan Minister BZK) bij Kamerstuk 33 829, nr. 15