Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 mei 2014
Op grond van EU-richtlijn 93/109/EG en de Kieswet (artikel Y 32) wisselen de lidstaten
van de Europese Unie voor elke verkiezing van de leden van het Europees Parlement
gegevens uit over personen die in een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst
willen stemmen. Deze gegevensuitwisseling beoogt te voorkomen dat personen zowel in
de lidstaat van herkomst als in de lidstaat van verblijf een stem uitbrengen.
Zoals blijkt uit de antwoorden die in 2009 zijn gegeven op schriftelijke vragen van
het Tweede Kamer lid Ten Broeke is de gegevensuitwisseling tussen de lidstaten niet
sluitend1, dat is zowel het geval als het gaat over een dubbele (EU) nationaliteit als een
enkele. Daarvoor zijn verschillende redenen aan te voeren. Zo zijn administratieve
fouten niet uit te sluiten en is het ook niet onmogelijk dat een persoon het land
van verblijf verlaat maar toch in dat land geregistreerd blijft, omdat onbekend is
dat betrokkene vertrokken is. Daarnaast kunnen van sommige lidstaten de aangeleverde
gegevens niet worden gebruikt omdat ze onvolledig zijn. Ten slotte komt het ook voor
dat een persoon zich in het verleden heeft geregistreerd heeft in het land van verblijf
maar dat niet meer weet.
Voor de komende verkiezing van de leden van het Europees Parlement is door de gemeente
Den Haag, conform de Kieswet verantwoordelijk voor de registratie van Nederlanders
die van buiten het Koninkrijk willen stemmen, vastgesteld dat er ca. 2.000 Nederlanders
voorkomen in de gegevens die van andere lidstaten zijn ontvangen die zich tevens in
Nederland hebben geregistreerd.
De gemeente Den Haag heeft meldingen van personen ontvangen die zelf constateren dat
ze ook een oproep hebben ontvangen in de lidstaat van verblijf, die verklaren zich
in de betreffende lidstaat niet te hebben geregistreerd én die alleen willen stemmen
voor de Nederlandse leden van het Europees Parlement. Deze personen willen absoluut
niet geschrapt worden uit het Nederlandse register.
Echter deze kiezers kunnen zich voor de komende verkiezing van de leden van het Europees
Parlement ook niet meer laten schrappen in de lidstaat van verblijf.
Gelet op de hiervoor geschetste onvolkomenheden in de gegevensuitwisseling heeft de
gemeente Den Haag de betreffende ca. 2000 personen niet geschrapt. De gemeente Den
Haag heeft hiervoor informatie ingewonnen bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties en de Kiesraad. Afgewogen is dat het belang van de kiezer om
te kunnen stemmen voor de Nederlandse leden van het Europees Parlement zwaar moet
wegen. Die voorkeur hebben de betreffende personen tot uiting gebracht door zich in
Nederland te registreren voor de komende verkiezing van de leden van het Europees
Parlement. Daarbij hebben deze personen allemaal, door het registratieformulier te
ondertekenen, schriftelijk verklaard niet tweemaal te zullen (gaan) stemmen.
Het besluit om niet te schrappen heeft wel het risico dat één of meerdere personen,
in strijd met de wet- en regelgeving, ondanks hun verklaring bij registratie alsnog
tweemaal een stem uit brengen: eenmaal op een Nederlandse kandidaat en eenmaal op
een kandidaat uit de EU-lidstaat waar de Nederlandse kiezer woont. Dit risico weegt
volgens de gemeente Den Haag echter niet op tegen het risico dat een groot aantal
Nederlandse kiezers in het buitenland hun kiesrecht voor de Nederlandse leden van
het Europees Parlement onterecht wordt ontnomen. Ik hecht er daarom aan de Kamer over
het door de gemeente Den Haag genomen besluit te informeren.
Uiteraard zal Nederland bij de eerstkomende gelegenheid in EU-verband wederom aandacht
vragen voor deze problematiek. Ik heb hierover ook een brief geschreven aan de verantwoordelijke
Commissaris (afschrift bijgevoegd)2. Ik hecht eraan erop te wijzen dat Nederland, zie ook de eerder genoemde antwoorden
op schriftelijke vragen, in de EU het standpunt heeft ingenomen dat het voorkeur heeft
voor een stelsel waarbij de kiezer slechts zijn stem zou kunnen uitbrengen in de lidstaat
van verblijf. In dat geval is het uitwisselen van gegevens tussen lidstaten niet noodzakelijk
en is dubbel stemmen ook niet mogelijk. Nederland heeft echter tot op heden binnen
de Europese Unie weinig steun gekregen voor dit standpunt. Ik verwacht daarom dat
nieuwe besprekingen over dit onderwerp lastig zullen zijn. Enerzijds omdat de stelsels
in de lidstaten van elkaar verschillen en anderzijds alleen bij unanimiteit besluiten
kunnen worden genomen.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.H.A. Plasterk