Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201131089 nr. 76

31 089 Urgentieprogramma Randstad

Nr. 76 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 september 2010

Allereerst dank ik u voor het toezenden van de Uitgangspuntennotitie voor de informatievoorziening over het groot project Randstad-besluiten Amsterdam–Almere–Markermeer (RAAM). Ik stel uw betrokkenheid bij deze omvangrijke opgave zeer op prijs en ik zal uiteraard voldoen aan een meer intensieve informatievoorziening over de voortgang van deze projecten.

Mede namens mijn collega’s van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), reageer ik graag op de Uitgangspuntennotitie. In deze brief zet ik uiteen op welke wijze ik tegemoet wil komen aan de wensen uit uw Uitgangspuntennotitie. Ik begin met een algemene reactie, vervolgens zal ik nader ingaan op vijf specifieke punten uit de Uitgangspuntennotitie.

Algemene reactie

In de RAAM-brief van 6 november 2009 heeft het kabinet samenhangende besluiten genomen over vijf grote projecten in de Noordelijke Randstad. Hiermee is gekozen voor een drievoudige schaalsprong op het gebied van natuur, bereikbaarheid en verstedelijking. Met het aanwijzen van de Randstadbesluiten Amsterdam–Almere–Markermeer als groot project geeft u aan te willen voorzien in periodieke en meer toegesneden informatie over het RRAAM-project als geheel, in plaats van separate informatievoorziening over de deelprojecten. Dit sluit aan bij de ambitie om meer gebiedsgericht samen te werken en de wens voor een integrale aanpak van de ontwikkelingen in het gebied Amsterdam–Almere–Markermeer, zoals beschreven in de RAAM-brief.

Het aanwijzen van RRAAM als groot project moet niet leiden tot meer bestuurlijke drukte. De integrale aanpak moet juist besluitvorming versnellen en verbeteren, conform de adviezen van de Commissie Elverding. Ik zal dan ook rapporteren over de uitvoering van het groot project RRAAM door middel van halfjaarlijkse rapportages die zo veel mogelijk gebaseerd zijn op voortgangsrapportages van de werkmaatschappijen en andere bestaande of reeds voorziene beleidsinformatie.

De uitvoering van de besluiten uit de RAAM-brief ligt voor een groot deel bij regionale partijen. Ten aanzien van de coördinatie binnen de rijksdienst zal ik als coördinerend bewindspersoon zorg dragen voor afstemming met mijn collega’s van VROM en LNV, die verantwoordelijk zijn voor deelaspecten van de realisatie van RRAAM.

Rijk-regioprogramma Almere–Amsterdam–Markermeer

In het vervolg op de RAAM-brief en de concept structuurvisie Almere 2.0 zijn in het Integraal Afsprakenkader (IAK) de afspraken tussen het Rijk, de provincie Flevoland en gemeente Almere voor de Schaalsprong Almere opgenomen. De uitvoering van de besluiten uit de RAAM-brief en het IAK vindt plaats in het Rijk-regioprogramma Almere–Amsterdam–Markermeer (RRAAM).

In het werkplan Rijk-regioprogramma Almere–Amsterdam–Markermeer (vastgesteld tijdens het bestuurlijk overleg RRAAM van 19 mei) zijn de afspraken uit de RAAM-brief en het IAK verder uitgewerkt. De aanpak voor de komende twee jaar staat hierin beschreven. De terminologie en wijze van organiseren die in het werkplan is vastgelegd, zijn het vertrekpunt voor het opstellen van de rapportages aan de Kamer.

Voor de uitvoering van de besluiten uit de RAAM-brief zijn vier werkmaatschappijen opgericht. Drie projecten uit de RAAM-brief, Schaalsprong Almere, lange termijn OV- SAAL en Toekomst Markermeer-IJmeer zijn opgegaan in deze werkmaatschappijen. De opdrachten van de werkmaatschappijen zijn als volgt:

Werkmaatschappij Amsterdam–Almere (WAA)

Het doel van de werkmaatschappij is de optimalisering van het alternatief Almere 2.0 in combinatie met openbaar vervoer en ecologische maatregelen in het Markermeer/IJmeer. De opdracht voor de werkmaatschappij is de projecten zo vorm te geven, dat de MKBA substantieel verbetert en de budgettaire consequenties aanzienlijk worden beperkt. De werkmaatschappij levert in 2012 integraal uitgewerkte alternatieven op voor de bestuurlijke besluitvorming. Het betrekken van de markt is hierbij een centrale opgave.

Werkmaatschappij Toekomstbestendig Ecologisch Systeem (TBES)

Het doel van de werkmaatschappij is te komen tot een maatregelenpakket en een investeringsstrategie voor de realisatie van een toekomstbestendig ecologisch systeem (TBES). Het TBES wordt geoptimaliseerd en uitgewerkt, mede in relatie tot ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen in Markermeer en IJmeer opdat er in 2012 zicht is op een uitvoerbaar en financierbaar plan, waarover in 2014 een besluit kan worden genomen.

Werkmaatschappij Almere Centrum Weerwater (WCW)

Het doel van de werkmaatschappij is het opstellen van een integrale ontwikkelingsstrategie voor de A6-zone vanaf de aansluitingen Havendreef tot en met Veluwedreef. De eerste fase van het gebiedsontwikkelingsplan wordt afgestemd met de inpassing en verdubbeling van de A6 (maaiveldligging).

Werkmaatschappij Almere Oosterwold (WAO)

Het doel van de werkmaatschappij is het opstellen van een ontwikkelingsstrategie inclusief businesscase en grondstrategie voor het plangebied Almere Oosterwold.

De Rijksstructuurvisie (inclusief het daarbij horende traject van de planm.e.r.) vormt het integrerend kader voor deze vier werkmaatschappijen. In de Rijksstructuurvisie wordt het bestuurlijk-juridisch kader geschetst voor de ruimtelijke reserveringen van de voorgenomen projecten. De Rijksstructuurvisie dient de ruimtelijke integraliteit te borgen door het plannings- en afwegingsproces op democratische en transparante wijze te doorlopen en er zo toe bij te dragen dat de betrokken partijen gezamenlijk en in goede afstemming de in de RAAM-brief en in het IAK gestelde doelen realiseren.

Periodiciteit en verschijningsmoment voortgangsrapportages (par. 3.2)

U wenst tweemaal per jaar een voortgangsrapportage te ontvangen, minimaal eenmaal per jaar voorzien van een accountantsverklaring. U geeft in de Uitgangspuntennotitie aan de eerste voortgangsrapportage over de periode 1 juli 2010 t/m 31 december 2010 te willen ontvangen.

De basisrapportage vormt het startdocument van de parlementaire controle op het groot project en is voor de kamercommissie tevens het ijkpunt voor alle komende voortgangsrapportages. Aangezien de Basisrapportage aldus startdocument en referentiepunt voor de voortgangsrapportages zal zijn, acht ik het niet mogelijk om u een eerste formele voortgangsrapportage over de periode 1 juli 2010 t/m 31 december 2010 toe te zenden.

Om u toch zo volledig mogelijk te kunnen informeren zal ik u separaat aan de Basisrapportage informeren over alle ontwikkelingen vanaf de periode 1 juli 2010 t/m de verschijning van de Basisrapportage. De Basisrapportage zal zo snel mogelijk na het Algemeen Overleg over groot project RRAAM worden opgesteld. Ik stel voor om vervolgens als eerste formele rapportageperiode de periode te hanteren van behandeling van de Basisrapportage t/m 30 juni 2011. Uiteraard zult u ook via de reguliere halfjaarlijkse verslagen van het BO-MIRT geïnformeerd worden over de voortgang van RRAAM, zodat u ook via die weg zicht houdt op de voortgang van het project. Ik stel voor om tijdens de behandeling van deze reactie in uw Kamer nadere afspraken te maken over eventuele verdere informatiebehoefte.

Afbakening informatiebehoefte (par. 4.1)

U vraagt aan het kabinet om in de Basisrapportage aan te geven wat de precieze scope van het groot project is en wat daarbinnen de rijksverantwoordelijkheid is.

In de Uitgangspuntennotitie doet u zelf ook een voorstel voor de afbakening van de informatiebehoefte. In onderstaand voorstel voor de scope van het groot project RRAAM wordt de nadruk gelegd op de besluiten uit de RAAM-brief.

Voorstel scope groot project RRAAM

In de RAAM-brief is een «dienstregeling» voor besluitvorming en uitvoering in de komende tien jaar opgenomen. Sturend voor de dienstregeling zijn de voortgang van de woningbouw in Almere, besluitvorming over het openbaar vervoer (wel of geen IJmeerlijn) en de aanleg en monitoring van ecologische projecten in Markermeer en IJmeer. De Rijksstructuurvisie vormt hiervoor het integrerend kader.

De voortgangsrapportages (VGR) zullen focussen op de uitwerking van de besluiten die in de RAAM-brief genomen zijn, en dan met name op de resultaten en mijlpalen tot 2012:

  • 2010 Oprichting van de werkmaatschappijen

  • 2011 Startbesluit Rijksstructuurvisie, incl. planMER

  • 2012 Resultaten werkmaatschappijen en vaststelling Ontwerp Rijksstructuurvisie Bevestiging principebesluit IJmeerlijn (go/no go)1

Buiten de groot project scope

Twee projecten uit de RAAM-brief, luchthaven Lelystad en de bereikbaarheid van Almere–’t Gooi–Utrecht (AGU), vallen buiten de scope van het groot project RRAAM. Besluiten over deze projecten zijn door de focus op de westelijke ontwikkeling van Almere onafhankelijk van het besluit over de IJmeerverbinding in 2012 en kunnen op een ander tijdstip worden genomen. Over deze projecten wordt alleen gerapporteerd indien en voor zover deze gevolgen hebben voor bovenstaande resultaten en mijlpalen uit de RAAM-brief.

Wat betreft OV SAAL maken alleen de lange termijn maatregelen deel uit van RRAAM. Het onderzoek naar de IJmeerverbinding (lange termijn OV SAAL) wordt uitgevoerd door de werkmaatschappij Amsterdam–Almere en valt binnen de scope van het groot project. Het korte en middellange termijn pakket valt onder de projectorganisatie OV SAAL en zal buiten de scope van het groot project RRAAM vallen. De planuitwerking en uitvoering hiervan is namelijk niet direct van invloed op de besluiten die in 2012 moet worden genomen in het kader van RRAAM. Uiteraard zal over de interacties met het lange termijnpakket worden gerapporteerd, indien de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven.

Voor zowel de projecten luchthaven Lelystad en AGU als OV SAAL korte en middellange termijn geldt dat de eventuele afhankelijkheden en samenhang met de overige RAAM-projecten in de Basisrapportage nader worden omschreven.

In de RAAM-brief wordt ook een overzicht gegeven van alle rijksinvesteringen en -inspanningen om een begin te maken met de drievoudige schaalsprong. Een deel van deze inspanningen en investeringen valt niet onder RRAAM en zal buiten de scope vallen:

  • Natuurlijk(er) Markermeer IJmeer (NMIJ)

  • Studie Autonome Neergaande Trend (ANT)

  • Beheerplan Rijkswateren

  • Oostvaarderswold

  • Planstudie weg SAA

De ontwikkelingen in deze projecten worden wel door de programmacoördinatie RRAAM gevolgd en beoordeeld op relevantie voor de projecten binnen de scope van het groot project. In de rapportages wordt gerapporteerd over deze procesbewaking en wordt over de ontwikkelingen gerapporteerd indien en voor zover relevant voor de projecten binnen de scope van het groot project.

Informatie over de sociaal-economische agenda (par. 4.1.2)

In het IAK zijn afspraken gemaakt over de planvorming en realisatie van stedelijke voorzieningen en de ambitie om tot 2030 100 000 extra banen te realiseren in Almere. In de Uitgangspuntennotitie hebt u aangegeven geïnformeerd te willen worden over de planvorming en realisatie van de voorzieningen. Uiteraard speelt de realisatie van de sociaal-economische agenda een belangrijke rol bij het succesvol tot uitvoering brengen van de drievoudige schaalsprong.

De gemeente Almere en het ministerie van VROM stellen voor de ontwikkeling van Almere een separaat monitoringsprogramma op. Dit programma is gericht op de doelen met betrekking tot een ecologisch, sociaal en economisch duurzame stad. Hierin zal de voortgang van de planvorming en realisatie van de voorzieningen gemonitord worden2. Doordat de Tweede Kamer langs deze weg reeds geïnformeerd zal worden over de ontwikkeling van de sociaal-economische doelen, acht ik het niet noodzakelijk om sociaaleconomische agenda en de IAK-thema’s ook integraal in de scope van het Groot Project op te nemen. Overigens zal in de Rijksstructuurvisie aandacht besteed worden aan de sociaal-economische agenda.

Ontwikkeling van indicatoren (par. 4.2)

In de Uitgangspuntennotitie wordt gevraagd om een overzicht van indicatoren die een duidelijk beeld geven van de ontwikkelingen en de realisatie van de projecten.

Tot 2012 is de belangrijkste doelstelling de realisatie van de mijlpalen uit de RAAM-brief en daarmee besluitvorming in 2012. Tot 2012 zal dan ook gerapporteerd worden over de voortgang van de planvorming en besluitvorming. Na de besluitvorming in 2012 kunnen de uitkomsten van deze besluiten wanneer gewenst met indicatoren gemonitord worden. Overwogen wordt om de ontwikkeling van dergelijke specifieke indicatoren mee te nemen in de concept-Rijksstructuurvisie in 2012.

Financiële informatievoorziening (par. 5)

In de Uitgangspuntennotitie vraagt u dat:

«in de voortgangsrapportages steeds expliciet wordt aangegeven hoe de beschikbare financiële middelen zich verhouden tot de verschillende doelstellingen. Met andere woorden; zijn de gereserveerde financiële middelen toereikend om de geformuleerde doelstellingen te realiseren? Het gaat daarbij steeds om een beoordeling van deze verhouding voor het aankomende jaar, maar ook om het meerjarige perspectief.»

Voor RRAAM geldt dat pas in 2012 de resultaten van de werkmaatschappijen gereed zullen zijn. Die resultaten bieden de basis voor een verder keuze over de invulling van de drievoudige schaalsprong. Afhankelijk daarvan zal er daarna een financiële reservering gemaakt kunnen worden. Tot 2012 wordt het financieringsvraagstuk onderzocht en in samenhang bekeken. Relevante informatie over de verwachte kosten van de drievoudige schaalsprong zal in de voortgangsrapportages opgenomen worden.

Voor uitvoering van de 1e fase TBES is 30 mln. euro (voorbereidings- en uitvoeringsgeld) geprogrammeerd, mits de provincies hiermee akkoord gaan. In 2010 en 2011 worden er alleen voorbereidingskosten verwacht. Als in 2012 het aanlegbesluit genomen wordt zal de uitvoering starten en het budget hiervoor gebruikt worden. Hierover zal in de voortgangsrapportages worden gerapporteerd aan de Tweede Kamer.

Voor zover er sprake is van directe financiële effecten vanuit OV SAAL korte of middellange termijn op de RRAAM-projecten zal hierover gerapporteerd worden in de voortgangsrapportages over het groot project.

Op dit moment is er nog geen reservering in de begroting opgenomen voor de IJmeerlijn, met uitzondering van de onderzoekskosten. Deze onderzoekskosten worden door Rijk en regio gezamenlijk gedragen en worden om die reden niet met volledige omvang in één (Rijks)begrotingsartikel opgenomen. De begroting van de proceskosten zal meegestuurd worden met de Basisrapportage. Alleen wanneer er grote veranderingen optreden in deze begroting zal hierover tussentijds aanvullend gerapporteerd worden. Voor zover mogelijk zal de Basisrapportage een eerste schatting bevatten van de totale projectkosten zoals geraamd in 2009 ten behoeve van de RAAM-brief, uitgesplitst naar de projecten die binnen de scope vallen.

Ten slotte

Ik vertrouw erop dat ik op de in deze brief beschreven manier op een adequate wijze tegemoetkom aan uw wensen ten aanzien van de informatievoorziening over RRAAM.

De minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings


XNoot
1

Indien in 2012/2014 de IJmeerlijn onverhoopt niet haalbaar blijkt te zijn, dan wordt een oplossing via de Hollandse Brug gezocht.

XNoot
2

Indien gewenst kan deze monitor als bijlage toegevoegd worden aan de voortgangsrapportages.