Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201031089 nr. 74

31 089 Urgentieprogramma Randstad

Nr. 74 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 augustus 2010

Tijdens het Algemeen Overleg van 25 november 2009 inzake de Rijksbesluiten Amsterdam Almere Markermeer (RAAM-besluit) is de motie Linhard ingediend, waarin de regering werd verzocht om binnen een half jaar te komen met een plan voor een robuuste natuur in het Markermeer–IJmeer. In mijn reactie op de motie heb ik aangegeven dat er eerst pilots uitgevoerd moesten worden om de vervolgstappen van het beleid voor een robuuste natuur te kunnen definiëren. Ik heb de Tweede Kamer toen gemeld, dat ik bereid was om in de zomer een brief te sturen over de stand van zaken bij de pilots. Ondertussen zijn de pilots verder gedefinieerd en is de uitvoering gestart. Hiermee informeer ik u over de stand van zaken, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

In 2009 is door de Provincies Flevoland en Noord-Holland het «Ontwikkelingsperspectief Investeren in Markermeer en IJmeer» opgesteld, waarin is aangegeven dat geïnvesteerd zou moeten worden in maatregelen voor de ontwikkeling van een robuust en duurzaam functionerend watersysteem, zodat ruimte kan ontstaan voor de ontwikkeling van andere functies. Om het ecologische systeem toekomstbestendig te maken en de gewenste veerkracht te bereiken dient het systeem volgens het ontwikkelingsperspectief op vier onderdelen ontwikkeld te worden:

  • zones met helder water voor de Noord-Hollandse kust;

  • een geleidelijke overgang van helder naar slibrijk water (slibgradiënt);

  • geleidelijke land-waterovergangen;

  • binnen- en buitendijkse natuurontwikkeling en verbindingen daartussen.

Voor de verdere uitwerking van het ontwikkelingsperspectief is het project «Natuurlijk(er) Markermeer–IJmeer» (NMIJ) onder leiding van het ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit gestart. Belangrijke uitgangspunten en randvoorwaarden voor het project komen voort uit de Kader Richtlijn Water (chemische normen en ecologische doelen), Natura-2000 (instandhoudingdoelen), het Nationaal Waterplan en de Beleidsnota IJsselmeergebied. Daarnaast zal continu afstemming plaatsvinden met de uitvoering van andere kennisintensieve projecten, zoals de studie naar de Autonome Neergaande Trend (ANT) en het programma van «Building with Nature» (BwN).

Karakter NMIJ

NMIJ is een praktijkgericht onderzoeksprogramma. Via praktijkervaring in het Markermeer-IJmeer moet het project NMIJ uitwijzen welke investeringen in natuurontwikkeling het meest kansrijk zijn voor het realiseren van een robuust ecologisch systeem en een klimaatbestendig watersysteem in het Markermeer en IJmeer. Het Rijk heeft hiervoor € 25 miljoen ter beschikking gesteld in de periode 2010–2015. De focus van het programma ligt op het inschatten van de ecologische effectiviteit van maatregelen en het bepalen van de wijze waarop de maatregelen het beste kunnen worden uitgevoerd. Het gaat daarbij om een combinatie van uitvoerbare en betaalbare maatregelen met het hoogste ecologisch rendement.

NMIJ bestaat uit:

  • bureaustudies: literatuuronderzoek naar vergelijkbare maatregelen in andere gebieden en /of landen;

  • modelstudies: computersimulaties om de effecten of beste uitvoeringswijze van bepaalde maatregelen in beeld te brengen;

  • veldmetingen: nieuwe metingen verrichten aan bestaande situaties om ontbrekende informatie/kennis te verkrijgen;

  • veldexperimenten: experimenten in het Markermeer – IJmeer die intensief gemonitoord worden, zodat de gewenste informatie verkregen wordt.

Veldexperimenten

In het project zijn drie soorten veldexperimenten opgenomen:

  • 1– Slibschermen:in het zuidelijk gedeelte van de Hoornse Hop zal in 2011 een experiment worden uitgevoerd met een (tijdelijke) constructie over een lengte van ongeveer 2 km, die dient om in het achterliggende gebied een luwe heldere zone te creëren en de slibstroming in het Markermeer te beïnvloeden. Het experiment moet het inzicht vergroten in de effectiviteit van een dergelijk scherm op de golfwerking, de slibconcentratie en -stroming.

  • 2– Pilot dynamisch moeras: vanaf eind 2011 wordt gestart met de aanleg van een pilot voor een moeras in het Markermeer langs de Houtribdijk. De pilot heeft een oppervlakte van maximaal 100 ha en wordt uitgevoerd om ervaring op te doen met de wijze van aanleg en met de effecten die een dergelijk structuur heeft op de omgeving (verandering stromingspatroon, slibconcentratie en ecologische ontwikkeling). De pilot zal bestaan uit een verondieping, met als resultaat een waterrijk gebied met vele geleidelijke land-waterovergangen dat omgrensd is met een erosiebestendige structuur. Het moeras zal naar de proefperiode niet worden verwijderd maar worden overgedragen aan een beherende instantie.

  • 3– Waterproeftuin: om ervaring op te doen met verschillende innovatieve ideeën die bijdragen aan de doelstellingen van NMIJ wordt aan initiatiefnemers de mogelijkheid geboden om experimenten in het gebied uit te voeren. Deze experimenten zijn alle van tijdelijke aard en dienen om specifieke onderzoeksvragen te beantwoorden. De experimenten worden opgestart in verschillende tranches waarmee in het najaar van 2010 een start wordt gemaakt. Een tweede tranche start in 2011. Na de zomer van 2010 wordt meer bekend over de aard van de experimenten van de eerste tranche. Velen experimenten zijn aan een specifieke situatie in het onderzoeksgebied gebonden en worden waarschijnlijk op verschillende plaatsen in het Markermeer–IJmeer gerealiseerd.

De opgave om een Toekomstbestendig Ecologisch Systeem (TBES) voor het Markermeer/IJmeer te creëren maakt deel uit van de Randstadbesluiten Amsterdam–Almere–Markermeer (RAAM-besluit). Het voornemen is om in 2010 een werkmaatschappij TBES op te richten met als doel te komen tot een maatregelenpakket en een investeringsstrategie voor de realisatie het TBES. Het TBES wordt geoptimaliseerd en uitgewerkt, mede in relatie tot ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen in het Markermeer en IJmeer, opdat er in 2012 zicht is op een uitvoerbaar en financierbaar plan, waarover in 2014 een besluit kan worden genomen.

Inmiddels heeft de Tweede Kamer de uitvoering van RAAM als groot project aangewezen. In het kader hiervan zal aan de Tweede Kamer verder over TBES worden gerapporteerd.

Ik vertrouw erop dat ik op de in deze brief beschreven manier op een adequate wijze tegemoet kom aan uw wensen ten aanzien van de plannen voor een robuuste natuur in het Markermeer – IJmeer.

De minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings