31 066 Belastingdienst

Nr. 792 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 18 februari 2021

De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën over de brief van 17 juli 2020 over de reactie op het rapport van de Autoriteit Persoonsgegevens over de verwerking van de nationaliteit van aanvragers van kinderopvangtoeslag (Kamerstuk 31 066, nr. 683).

De vragen en opmerkingen zijn op 24 september 2020 aan de Staatssecretaris van Financiën voorgelegd. Bij brief van 17 november 2020 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie, Tielen

De adjunct-griffier van de commissie, Buisman

Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de Staatssecretaris

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de VVD-fractie vragen wanneer de Kamer het aangekondigde plan van aanpak kan verwachten waaruit blijkt dat de Staatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane voortvarend met de aanbevelingen aan de slag gaat.

Op 13 oktober jongstleden1 heb ik samen met mijn ambtsgenoot, de Staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst, het concept plan van aanpak «Herstellen, Verbeteren en Borgen» aan uw Kamer gestuurd. De Belastingdienst geeft met dit plan van aanpak onder meer gevolg aan de aanbeveling van de AP om breder het gebruik van nationaliteit goed in beeld te brengen en te borgen.

De leden van de VVD-fractie vragen specifiek op het punt van de verwerking van de nationaliteit welke stappen de afdeling Toeslagen op korte termijn heeft gezet om te kunnen beoordelen welke andere verwerkingen van nationaliteit (binnen de afdeling dan wel binnen de Belastingdienst) mogelijk onrechtmatig en discriminerend zijn.

De AP heeft breed onderzoek gedaan naar de vraag of Toeslagen nationaliteit rechtmatig verwerkt. De AP concludeert dat de manier waarop nationaliteit is gebruikt bij Toeslagen, discriminerend was. De drie verwerkingen waarbij de AP een overtreding constateerde, zijn alle drie aangepast zoals in de conclusie van het rapport vermeld staat. De geconstateerde overtredingen zijn dus rechtgezet.

De AP concludeert dat ook de verwerking van de nationaliteit wel noodzakelijk is voor het bepalen van de aanspraak op toeslag en dus voor de publieke taak die aan Toeslagen is opgedragen. Dat betekent echter niet dat het gegeven bij alle verwerkingen noodzakelijk c.q. objectief gerechtvaardigd is.

Voor de Belastingdienst, Douane en Toeslagen wordt ook gewerkt aan het in beeld brengen van alle verwerkingen van nationaliteit en het beoordelen daarvan. In het genoemde concept plan van aanpak «Herstellen, Verbeteren en Borgen» kiezen wij ervoor om de processen rond risicoselectie en signalen van mogelijke fraude direct aan te pakken. In het eerste kwartaal van 2021 moeten de risico’s in deze processen in kaart zijn gebracht, hernieuwde kaders bekend zijn en de implementatie gestart. Hierbij wordt specifiek aandacht gegeven aan het gebruik van nationaliteit. Dit is van belang, omdat de kans op negatieve effecten voor burgers en bedrijven hier het grootst is. Over de voortgang zullen we uw Kamer bij de voortgangsrapportages over het jaarplan informeren.

De leden van de fractie van de VVD vragen of al bekend is of, en zo ja welke, andere verwerkingen van nationaliteit binnen de Belastingdienst onrechtmatig en discriminerend zijn. Mochten dergelijke verwerkingen aanwezig zijn, dan vragen de leden bij welke onderdelen van de Belastingdienst deze verwerkingen hebben plaatsgevonden en of deze verwerkingen, naast onmiddellijke beëindiging, ook meteen zijn verwijderd. De leden van de fractie van D66 vragen hoe invulling wordt gegeven aan de opmerking van de AP, dat de Belastingdienst op korte termijn beoordeelt welke andere verwerkingen van nationaliteit mogelijk onrechtmatig en discriminerend zijn en aan de aansporing van de AP om dergelijke verwerkingen onmiddellijk te beëindigen.

Samen met mijn ambtsgenoot, de Staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst, heb ik op 13 oktober jongstleden uw Kamer geïnformeerd over een aantal verwerkingen van het persoonskenmerk nationaliteit bij de Belastingdienst niet-zijnde Toeslagen of Douane. Deze verwerkingen waren niet conform toezeggingen aan uw Kamer of waren niet nodig om de wettelijke taken van de Belastingdienst uit te kunnen voeren:

  • Een selectieregel voor het selecteren van verzoeken om voorlopige aanslagen inkomstenheffing voor een handmatige beoordeling. Een van de selectiecriteria in deze selectieregel was nationaliteit. In augustus 2019 was al besloten om de selectieregel niet meer op te nemen in het pakket aan selectieregels voor 2020. Daarbij is over het hoofd gezien dat selectieregels uit (bijvoorbeeld) 2019 nog gebruikt konden worden om verzoeken of aangiften uit 2019 te toetsen. Deze verwerking van nationaliteit voldeed niet aan de toezegging van mijn ambtsvoorganger, te weten dat nationaliteit enkel nog wordt gebruikt voor de toezichtstaak van de Belastingdienst als daar een expliciete wettelijke grondslag voor is.2 Toen dit geconstateerd werd, is de selectieregel bij een update van 15 mei jongstleden verwijderd.

  • Informatie over het persoonskenmerk nationaliteit kon in 2019 worden weergegeven in informatiedashboards van twee risicomodellen. Dit persoonskenmerk werd voor het overige niet gebruikt als risico-indicator in deze twee risicomodellen. Een dergelijke weergave van het persoonskenmerk nationaliteit was niet nodig om de wettelijke taken van de Belastingdienst uit te kunnen voeren. De informatiedashboards zijn daarom op 18 december 2019 aangepast, zodat het persoonskenmerk nationaliteit hier niet meer in getoond wordt.

  • In maart 2020 is vastgesteld dat het persoonskenmerk nationaliteit nog getoond werd in een kolom in de applicatie «Generieke Informanten Desktop» (GID). GID wordt vooral gebruikt door medewerkers van de Belastingtelefoon. De desbetreffende kolom was wel voor deze medewerkers zichtbaar, maar werd in beginsel niet gebruikt in het werk voor de Belastingtelefoon. Hierom is de kolom bij de eerstvolgende update (of «release») van GID in mei 2020 verwijderd.

  • Tot slot is gebleken dat er in het basisregistratiesysteem «Beheer van Relatie» (BVR) van de Belastingdienst nog vrije tekstvelden aanwezig zijn. In deze tekstvelden waren onder andere aantekeningen opgenomen over de (dubbele) nationaliteit van burgers. De Belastingdienst heeft alle aantekeningen in de vrije tekstvelden direct vanuit BVR overgeplaatst naar en veiliggesteld in een apart systeem. Alleen de aantekeningen die nodig zijn voor het toezicht zullen teruggeplaatst worden in BVR. Dit geldt in ieder geval niet voor aantekeningen over de nationaliteit van burgers, omdat de vrije tekstvelden van BVR niet bedoeld zijn om dergelijke signalen te registreren.

Zoals mijn ambtsgenoot en ik in de aanbiedingsbrief schriftelijk overleg naar aanleiding van de brief «Rectificatie brief van 28 april 2020 over de Voortgangsrapportage Toeslagen» op 13 oktober jongstleden hebben aangegeven, kan nog niet met zekerheid worden vastgesteld of het gebruik van het persoonskenmerk nationaliteit in de systemen van de Belastingdienst, Douane en Toeslagen nu volledig in beeld is.3 Op dit moment wordt een diepgaander onderzoek uitgevoerd. Wij willen dit onderzoek in het eerste kwartaal van 2021 afronden en uw Kamer informeren over de resultaten.

De leden van de VVD-fractie vragen verder waar en wanneer zowel de afdeling Toeslagen als de AP vindt dat met het gebruik van nationaliteit een grens wordt overgegaan. Zij vragen hoe deze grens wordt bepaald en wie erop toe ziet dat deze grens niet overschreden wordt. Voorts vragen zij in welke gevallen de AP een objectieve rechtvaardiging voor het gebruik van nationaliteit ziet.

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) biedt de kaders om zorgvuldig om te gaan met persoonsgegevens, geeft aan wat wel en niet mag met deze gegevens en wat de privacyrechten van mensen zijn als organisaties als de Belastingdienst of de overheid hun gegevens verwerken.

De Belastingdienst gebruikt voor de uitvoering van zijn wettelijk taak persoonsgegevens. De functionaris voor gegevensbescherming van Financiën ziet toe op de juiste omgang met persoonsgegevens. De Autoriteit Persoonsgegevens ziet als nationale toezichthouder daarop toe.

Bij Toeslagen concludeert de AP in het onderzoeksrapport dat de verwerking van nationaliteit die relevant is voor het bepalen van de aanspraak op toeslag, objectief te rechtvaardigen is en voldoet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De AP concludeert dat de inbreuk op de belangen van de betrokken personen in die gevallen niet onevenredig is in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel.

Tegelijkertijd concludeert de AP dat het gebruik van (tweede) nationaliteit in het toezicht niet te rechtvaardigen is en discriminerend uitwerkt. Dit onderschrijf ik volledig.

Mijn ambtsvoorganger heeft al eerder de opdracht gegeven nationaliteit niet meer te gebruiken bij de handhavingstaak van de Belastingdienst, tenzij er een expliciete wettelijke grondslag voor is.4 Op deze manier wordt vooraf getoetst of het gebruik van nationaliteit als persoonsgegeven objectief te rechtvaardigen is.

De leden van de VVD-fractie vragen of de gesprekken met de met ouders over de effecten van de bevindingen van de AP reeds hebben plaatsgevonden.

In de brief van 17 juli jl. heb ik de toezegging gedaan om breder in gesprek te gaan over de effecten die de bevindingen van de AP op ouders hebben gehad of mogelijk nog steeds hebben. Ik wil met de ouders bespreken hoe zij de bevindingen van het AP-rapport hebben ervaren en hoe wij daar nu in de hersteloperatie mee omgaan. Op 28 oktober jl. ben ik hierover in gesprek gegaan met het ouderpanel. Ik heb het ouderpanel gevraagd mij te adviseren over de wijze waarop recht gedaan kan worden aan de bevindingen uit het rapport. Gesprekken met BOinK, met de Bestuurlijke adviesraad kinderopvang (BAK) en met het College voor de Rechten van de Mens hebben ook al plaatsgevonden. De uitkomsten van deze gesprekkenneem ik mee in de hersteloperatie en in het verdere onderzoek naar de effecten op burgers dat onderdeel vormt van de bovengenoemde grootschalig verbeteraanpak.

De leden van de VVD-fractie vragen wanneer de AP voornemens is het onderzoek naar de Fraude Signalering Voorziening (FSV) te publiceren.

Het onderzoek van de AP loopt. De AP bepaalt als toezichthouder zelf de aard, de omvang en de planning van het onderzoek.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

Conclusies en aanbevelingen AP

De leden van de PVV-fractie vragen mij te bevestiging dat de AP constateert dat de handelwijze van de afdeling Toeslagen bij drie verwerkingen van nationaliteit onrechtmatig was. Zij vragen hoe drie onrechtmatige verwerkingen in verhouding staan tot het totaalaantal verwerkingen bij Toeslagen en in hoeverre deze verwerkingen statistisch opvallen dan wel in het niet vallen op het totaalaantal verwerkingen.

Ik kan bevestigen dat de AP concludeert dat de verwerking van de (dubbele) nationaliteit van Nederlanders niet noodzakelijk is voor de vervulling van een publieke taak van Toeslagen.

De eerste verwerking had betrekking op alle burgers met een dubbele nationaliteit. De tweede verwerking, in het risicoclassificatiemodel, had betrekking op alle ingediende aanvragen en wijzigingen van toeslagen. De derde verwerking gebaseerd op query’s had betrekking op een gering aantal aanvragers. Ondanks het relatief geringe bereik van de laatste overtreding, is de ernst ervan zodanig dat de geringe omvang daaraan niets afdoet.

Voorts vragen de leden van de PVV-fractie of deze verwerkingen nagenoeg geheel zijn toe te schrijven aan het gebruik van digitalisering, algoritmes en aanverwante digitale profielen, zeker nu twee samenhangen met het risicomodel en een onderzoek naar georganiseerde fraude. Zij vragen hoeveel onrechtmatige verwerkingen er Belastingdienst-breed zouden zijn indien de geconstateerde onrechtmatige verwerkingen bij Toeslagen simpelweg geëxtrapoleerd zouden worden.

Deze verwerkingen vinden digitaal plaats, zoals het grootste gedeelte van de verwerkingen van Toeslagen. De verwerking binnen het risicoclassificatie model is gebaseerd op een algoritme. De verwerking gebaseerd op query’s werd handmatig voorbereid, doordat een medewerker kenmerken opvroeg van een groep bsn’s, zoals opvanguren, hoogte van de toeslagaanvraag, maar ook de nationaliteit van de aanvrager. De query is feitelijk een excel-overzicht van deze kenmerken. De analyse van deze query werd ook handmatig gedaan. Een extrapolatie zoals door deze leden gevraagd is niet te geven. Bij de Belastingdienst, Douane en Toeslagen loopt het onderzoek naar het gebruik van nationaliteit. Daarbij zullen meer feitelijke gegevens voorhanden komen.

Bevindingen AP bij de afdeling Toeslagen en reeds genomen maatregelen

De leden van de PVV vragen of kan worden aangegeven in welke mate nationaliteit als één van de tientallen risico-indicatoren in het verleden (vóór 6 januari 2014) aantoonbaar heeft bijgedragen aan het opsporen en bestrijden van fraude.

In welke mate nationaliteit heeft bijgedragen aan het opsporen en bestrijden van fraude (en dan ook nog aantoonbaar) is niet meer te achterhalen. Die duiding en relatie werd niet vastgelegd. De Wet basisregistratie personen (Wet BRP) is op 6 januari 2014 in werking getreden. Voor die tijd stonden persoonsgegevens geregistreerd in de gemeentelijke basisadministratie voor persoonsgegevens (GBA). Dit werd overgenomen door de Belastingdienst.

De leden van de PVV-fractie vragen welke constateringen aanleiding waren om tweede nationaliteit als risico-indicator in het risicomodel op te nemen. Ook willen zij weten of de constateringen door de loop van de tijd zijn veranderd, toegenomen, afgenomen, achterhaald, niet meer relevant dan wel anderszins van ondergeschikt belang geworden.

In het risicoclassificatiemodel van Toeslagen speelde de tweede nationaliteit geen rol. Er werd onderscheid gemaakt tussen Nederlanderschap en niet-Nederlanderschap. Het niet-Nederlanderschap speelde een rol bij de zogenoemde Bulgarenfraude, alsmede bij risico op fouten bij de aanvragen huurtoeslag van buitenlandse studenten. Dit was de directe aanleiding om deze indicator op te nemen in het risicomodel. Daarmee was het niet een doorslaggevende factor, maar een van de factoren die in samenhang die een indicatie gaf van de waarschijnlijkheid van fraude.

De extra weging, die een verzoek van een burger in het model kreeg voor het niet-hebben van een Nederlandse nationaliteit liet – gedurende de tijd dat we deze in de risicomodellen op hadden genomen – een dalende trend zien. Medio 2018 was de weging in het model van de kinderopvangtoeslag dermate laag dat we de indicator uit het model hebben gehaald, in april 2019 hebben we ook bij de huurtoeslag deze indicator eruit gehaald.

De leden van de PVV-fractie vragen of zowel de eerste en/of enige als de tweede nationaliteit niet meer gehanteerd worden als risico-indicator en dat nationaliteit op dit moment geen deel uit maakt van het risicomodel.

Sinds oktober 2018 wordt de indicator «Nederlander Ja/Nee» niet meer gebruikt in het risico-classificatiemodel voor de kinderopvangtoeslag. In april 2019 is deze indicator ook voor de huurtoeslag verwijderd, waarmee een aan nationaliteit gelieerde indicator niet meer voorkomt in het risico-classificatiemodel. Nationaliteit wordt op geen enkele wijze meer gebruikt om een risico inschatting te maken op onjuist gebruik van toeslagen.

De aan het woord zijnde leden van de PVV-fractie vragen of kan worden aangegeven of het niet meer verwerken van een (enige, eerste en/of tweede) nationaliteit fraudebestrijding (ernstig) bemoeilijkt en waarom dit al dan niet het geval is.

Van belang voor beantwoording van deze vraag is het onderscheid tussen toezicht, fraudebestrijding en opsporing. De Belastingdienst staat opgesteld voor uitvoering van en toezicht op fiscale wet – en regelgeving, inclusief fraudebestrijding. Dat gebeurt zo veel mogelijk aan de voorkant. Voorts houdt de Belastingdienst risicogericht én aselect toezicht achteraf. Bij dat toezicht constateren we soms onjuistheden (fouten). Indien er bij die onjuistheden sprake is van opzettelijk handelen, dan kan er sprake zijn van een vermoeden van fraude. Indien we dit signaleren dan geldt Protocol aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen (Protocol AAFD).5 Sommige gevallen van mogelijke fraude worden door de FIOD onderzocht (opsporing).

Uitgangspunt is dat de Belastingdienst nationaliteit uitsluitend nog verwerkt als er sprake is van een expliciete wettelijke bepaling of verdragsbepaling. Er wordt ook gewerkt aan een lijst met (expliciete) wettelijke grondslagen en overige situaties waarin nationaliteit een rol speelt. In die context gaat ook nog beoordeeld worden of, en zo ja, in hoeverre nationaliteit in die gevallen echt nodig is en gebruikt mag worden. Als er situaties zijn waarbij nationaliteit wel nodig en objectief te rechtvaardigen is, maar er nog geen expliciete wettelijke grondslag bestaat, zal deze worden gemaakt.

Deze leden van de PVV-fractie vragen eveneens of het stopzetten van een aantal applicaties en verwerkingsprocessen belemmert werkt voor de fraudeopsporing.

De bedoelde applicaties en verwerkingsprocessen hebben evident een doel en nut voor het toezicht dat door de Belastingdienst wordt uitgevoerd, omdat deze bijvoorbeeld interne en externe risicosignalen registreerden. Het stopzetten van deze applicaties en verwerkingsprocessen heeft daarmee een belemmerend effect op de effectiviteit van het toezicht en daarmee ook op het zo vroeg mogelijk detecteren en voorkomen van fraude. Het stopzetten van een aantal applicaties en verwerkingsprocessen kan bovendien de FIOD in de uitvoering van strafrechtelijke onderzoeken bemoeilijken. Het streven is daarom het belemmerende effect zo snel mogelijk op te lossen. In onze brief van 13 oktober jongstleden6 heb ik de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot deze applicaties en verwerkingsprocessen. Zodra voldoende waarborgen zijn vastgesteld zullen de processen weer worden opgestart.

De leden van de PVV-fractie vragen of het of het on hold zetten van de werkzaamheden van het Combiteam Aanpak Facilitators(CAF)-team fraudeopsporing al dan niet belemmert.

Het vroegtijdig detecteren van oneigenlijk gebruik en fraude is voor een groot deel afhankelijk van fiscaal toezicht, zoals het Combiteam Aanpak Facilitators (CAF) uitvoerde, totdat de werkzaamheden on hold zijn gezet. Het CAF heeft als taak onderzoek te doen naar mogelijke facilitators met als doel het niet naleven van wet- en regelgeving zo snel mogelijk te stoppen. Een deel van de facilitators die door het CAF eerder zijn onderzocht, is strafrechtelijk vervolgd en uiteindelijk ook door de rechter veroordeeld. In die zin heeft het on hold zetten van de werkzaamheden van het CAF een belemmerende werking op de opsporing van fraude. Het on hold zetten van de werkzaamheden van het CAF-team kan de FIOD in de uitvoering van strafrechtelijke onderzoeken bemoeilijken. Specifiek ten aanzien van Toeslagen heeft het on hold zetten van de werkzaamheden van het CAF-team op dit moment geen invloed op de fraudebestrijding. Op dit moment vinden er binnen het intensief toezicht team van Toeslagen geen onderzoeken plaats waar het CAF-team een rol in zou kunnen vervullen. CAF hield zich niet bezig met fraude op het gebied van de Douane. Daar heeft het dus ook geen invloed.

Ook willen de leden van de PVV-fractie weten hoe fraudebestrijding en opsporing momenteel wordt vormgegeven.

De Belastingdienst heeft onder meer als doel om fraude effectief te voorkomen en te bestrijden, waarbij gepaste middelen worden ingezet, gemaakte keuzes kunnen worden onderbouwd en waarborgen bij de selectie van aan te pakken fraudegevallen worden nageleefd. Daardoor kunnen burgers en bedrijven, die bewust de regels overtreden, worden aangepakt en onderscheiden van diegenen die een onbewuste fout maken. Fraude is het meest effectief te bestrijden door fraudebestendige wetgeving, door barrières op te werpen en door op te treden tegen frauduleuze aangiften of frauduleuze aanvragen tegen te houden. Als er eenmaal fraude wordt gepleegd, dan is bij de bestrijding ervan zowel sprake van toezicht als van opsporing; er is een overgangssfeer tussen de in te zetten instrumenten (vanuit het administratieve recht of vanuit het strafrecht). Bij deze aanpak dragen we vanuit onze wettelijk taak en vanuit onze maatschappelijke rol bij aan de bestrijding van fraude. De FIOD kan bij vermoedens van fiscale en/of financieel-economische fraude in overleg met toezichthouders en het Openbaar Ministerie strafrechtelijke onderzoeken starten.

Als gevolg van de COVID-19 maatregelen vindt het toezicht door de Belastingdienst op dit moment alleen op locatie plaats als er sprake is van een van de volgende uitzonderingssituaties: dreigende overschrijding van verjaringstermijnen, ondermijning of verduistering, rechtbank- en hofzittingen en overige zwaarwegende reden waarom toezicht op locatie niet kan worden uitgesteld. Het is nog niet duidelijk wanneer het volledige toezicht op locatie weer kan worden hervat. Dit is afhankelijk van het risiconiveau van de Routekaart coronamaatregelen van het kabinet. Ten aanzien van de opsporing door de FIOD geldt dat, met inachtneming van de RIVM-richtlijnen en protocollen, de opsporing van fraude doorgaat.

In onze brieven van 10 juli en 13 oktober jongstleden7 heb ik uw Kamer geïnformeerd welke maatregelen we nemen om er voor te zorgen dat de basis van het toezicht op orde komt en de noodzakelijke waarborgen rond risico-selectieprocessen en behandeling van fraudesignalen geborgd worden. Dit in het licht van de problemen met de kinderopvangtoeslag, het rapport van de AP en het FSV-rapport van KMPG.

De leden van de PVV-fractie vragen eveneens hoeveel fraudezaken nu (vermoedelijk) niet meer aan het licht komen dan wel (veel) later worden ontdekt sedert de nationaliteit niet meer verwerkt wordt in het Beheer van relaties (BVR) dan wel het hieruit voortvloeiende Toeslagen verstrekkingen Systeem (TVS) noch deel uit maakt van het risicomodel, onderzoek van CAF-teams on hold is gezet en diverse applicaties zijn stopgezet.

Deze vraag kan ik niet beantwoorden, daar is geen inschatting van te geven.

Overige reeds getroffen maatregelen

De leden van de fractie van PVV vragen wat er in het kader van het cultuurtraject wordt verstaan onder (onbedoelde) discriminatie. Ook vragen zij wie het curriculum dan wel de lesstof verzorgt en wat de kwalificaties en objectiviteit van degenen zijn die hierbij zijn betrokken.

Discriminatie betekent dat er onterecht verschil wordt gemaakt in de behandeling van mensen, bijvoorbeeld op basis van leeftijd, geslacht of nationaliteit. Discriminatie is ontoelaatbaar en de Belastingdienst maakt zich hard voor de voorkoming en bestrijding hiervan. Daarom krijgt dit onderwerp aandacht op verschillende plekken binnen de Belastingdienst. In het centrale introductieprogramma voor nieuwe medewerkers wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de ethische aspecten van het werk en de betekenis van de kernwaarden verantwoordelijkheid, geloofwaardigheid en zorgvuldigheid. Ook heeft integer handelen een belangrijke plek in bijvoorbeeld opleidingsprogramma’s en in dialoogsessies die in het kader van de leiderschaps- en cultuuraanpak zijn en worden gehouden. Professionals binnen en buiten de Belastingdienst ontwikkelen en verzorgen deze programma’s en opleidingen. Ook sluit de Belastingdienst aan bij Rijksbrede opleidingen. Daarnaast vervullen leidinggevenden een sleutelrol in het cultuurtraject door het gesprek hierover in de organisatie op een open en veilige manier en langs de lijnen van het werk te voeren. Ook ondersteunt de Belastingdienst actief diversiteitsnetwerken, zoals B-Proud.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie vragen waarom de AP zo heeft moeten aandringen de juiste informatie boven tafel te krijgen. Ook vragen zij wat er is gedaan om deze informatie over systemen en de werkwijze nu wel helder en inzichtelijk te hebben voor iedereen die deze informatie nodig heeft. Ook de leden van de SP-fractie vragen hoe het kon dat relevante informatie slechts druppelsgewijs naar buiten kwam.

Ik betreur dat de Autoriteit Persoonsgegevens tijdens het onderzoek naar de verwerking van nationaliteit niet altijd van de Belastingdienst de volledige of juiste informatie heeft gekregen. Ik ben me ervan bewust dat dit effect heeft gehad op de voortgang van het onderzoek van de AP.

Om deze informatie over systemen en de werkwijze helder en inzichtelijk te krijgen, gaat de Belastingdienst de processen rond risicoselectie en signalen direct aanpakken en daarnaast ook alle andere applicaties en processen toetsen aan de eisen van de AVG, Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de Archiefwet. Ik heb uw Kamer over het concept plan van aanpak «Herstellen, Verbeteren en Borgen» geïnformeerd bij brief van 13 oktober jl.8

De leden van de CDA-fractie vragen mij te bevestigen dat de twee signalen zeer concreet waren en van personen kwamen die de verwerking van de nationaliteit zelf gezien hadden en dat de onterechte verklaring niet voortkwam uit onwetendheid, maar uit het willen afdekken van de werkwijze. Zij vragen of de bewust onjuiste informatie van de afdeling Toeslagen aan de AP ermee te maken kan hebben gehad dat de afdeling Toeslagen wist van wie deze signalen afkomstig waren en dat het afdekken daarom onderdeel was van de nietsontziende jachtcultuur die was ontstaan binnen de CAF-zaken.

Ik heb geen signalen dat de onjuiste of onvolledige informatie bewust is verstrekt. Nadat was komen vast te staan dat de reactie uit 2017 onjuist c.q. onvolledig was, heeft de directeur Toeslagen dit gerectificeerd tegenover de AP, onder andere op 25 april 2019. Uw Kamer is hierover meermaals geïnformeerd, laatstelijk in mijn brief van 17 juli 2020.9

De leden van de CDA-fractie vragen wat de concrete stappen zijn die de functionaris voor gegevensbescherming ondernomen heeft na het ontvangen van de melding dat de tweede nationaliteit oneigenlijk was vastgelegd. Ook vragen zij aan mijn ambtsgenoot en mij wat er gedaan wordt om te zorgen dat meldingen van onjuiste praktijken serieus worden genomen.

De (toenmalige) functionaris voor gegevensbescherming heeft na ontvangst van het signaal over het gebruik van het gegeven «tweede nationaliteit» vragen gesteld binnen de directie Toeslagen. Op basis van de gegeven antwoorden heeft de functionaris voor gegevensbescherming klaagster laten weten dat er geen sprake was van onregelmatigheden.

Met de brief van 13 oktober 2020 heb ik het meergenoemde concept plan van aanpak Herstellen, Verbeteren en Borgen aan uw Kamer gestuurd. In dit plan onderscheiden wij drie sporen: herstellen, verbeteren en borgen. Het tweede spoor «verbeteren» ziet op het verbeteren van de noodzakelijke waarborgen omtrent toezicht en aanpak van fraude in het algemeen en het gebruik van selectieprocessen in het bijzonder. Hierbij zijn onder andere vakkennis en bewustzijn thema’s, zodat medewerkers zich blijvend bewust zijn van het belang van voldoen aan geldende regelgeving. Bij het derde en laatste spoor «borgen» wordt ingegaan op de bijzondere aandacht die de omgang met incidenten nog vergt. De onderzoeken en inventarisaties in de eerste sporen en de acties gericht op het vergroten van het bewustzijn van de medewerkers, zullen bij tijd en wijle leiden tot nieuwe noodzakelijke herstel- en reparatieacties. Ervaring leert dat de noodzaak om te reageren op incidenten ten koste kan gaan van op structurele verbetering gerichte acties. Door sneller en adequater om te gaan met dergelijke incidenten wordt dit voorkomen. Bestaande voorzieningen (proces van melding, opvolging en bemensing van vervolgacties) zullen worden beoordeeld. Hoe kan de Belastingdienst beter voorbereid zijn op (dreigende) incidenten? Hoe zorgen we voor heldere afspraken voor opschaling en escalatie en hoe zorgen we zo nodig voor het snel formeren van een team dat een incident kan oppakken?

Zoals ik heb aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 10 juli 202010 wordt het intern privacytoezicht verstrekt. Inmiddels is het team rond de functionaris voor gegevensbescherming uitgebreid met een plaatsvervangend FG. Aan de zijde van de Belastingdienst is het team rond de privacyofficer inmiddels uitgebreid met twee medewerkers, bovenop de vier bestaande formatieplaatsen. De verdere invulling van taken, inzet en doorontwikkeling van het gebied van gegevensbescherming is opgepakt.

De leden van de CDA-fractie vragen mij aan te geven of de Belastingdienst per ongeluk of bewust onjuiste informatie in het antwoord aan de AP gezet had. Ook willen zij weten op welke wijze dit in de toekomst kan worden voorkomen.

Zoals reeds aangegeven in mijn antwoorden van 18 augustus 2020 op de vragen van het lid Omzigt11 blijkt dat er in 2017 weliswaar sprake was van een onjuiste voorstelling van zaken, maar dat niet valt te concluderen dat dit willens en wetens gebeurde. Wel wil ik benadrukken dat het betreurenswaardig is dat destijds niet grondiger is gekeken naar dit vraagstuk. De Belastingdienst werkt aan het verbeteren van het inzicht in bedrijfsprocessen. In verband hiermee heb ik op 13 oktober jongstleden een concept plan van aanpak «Herstellen, verbeteren, borgen»12 aan uw Kamer gestuurd.

De leden van de CDA-factie vragen of het tweede signaal uit juli 2017 door Toeslagen intern onderzocht is en of het klopt dat specifiek alleen de buitenlandse cliënten zijn stopgezet.

Dit signaal is onderzocht en er is niet gebleken dat er onderscheid is gemaakt tussen ouders met een buitenlandse achtergrond en ouders met een Nederlandse achtergrond. Er zijn toeslagen gestopt van zowel ouders met een Nederlandse achtergrond als met een buitenlandse achtergrond.

De leden van de CDA-fractie vragen van alle zes de query’s uiteen te zetten wat het doel was van de query, wat de inhoud ervan was, op welke populatie de query betrekking had en op welke tijdsperiode; en wat er met de uitkomsten van de zes query’s is gebeurd. Ook de leden van de SP-fractie verzoeken om een toelichting over de query’s die zijn gedraaid met het criterium «nationaliteit» tot vlak voor het uitkomen van het rapport van de AP.

De AP heeft onderzoek gedaan naar de query’s in de casus Beilen en de casus Arena en ten aanzien hiervan ook conclusies getrokken.

In de casus Beilen blijkt uit de stukken dat er signalen waren dat aan burgers met de Bulgaarse nationaliteit waarvan de toeslagen eerder waren stopgezet deze weer toegekend hadden gekregen. Hierop is in februari 2014 een query uitgevoerd naar alle aanvragers met een Bulgaarse nationaliteit die tussen 1 juni 2013 en 1 januari 2014 een aanvraag om kinderopvangtoeslag hebben gedaan. Uit het evaluatierapport van casus Beilen blijkt dat er nadien geen onderzoek is gedaan naar georganiseerd misbruik van de kinderopvangtoeslag. Deze casus heeft ook niet geleid tot een strafrechtelijk onderzoek. Wel hebben er op individueel niveau mutaties plaatsgevonden. Ik verwijs in dit verband ook naar het antwoord op vraag 1c in mijn brief aan de AP van 23 juni 2020.13

De aanleiding voor het uitvoeren van een query in de casus Arena betrof een melding over mogelijke fiscale onjuistheden van een groep burgers met de Ghanese nationaliteit. Er is vervolgens een query uitgevoerd in januari 2014 naar alle aanvragers met de Ghanese nationaliteit die op of na 1 januari 2013 kinderopvangtoeslag hebben aangevraagd. Er is een quickscan opgesteld. Daarna hebben er verder geen nader onderzoek dan wel acties plaatsgevonden, omdat er geen aanleiding voor was.

De vier query’s die halverwege 2020 zijn gemeld aan de AP waren met name gericht op het monitoren van handelingen via internet ten aanzien van toeslagen vanuit het buitenland, dan wel gericht op betalingen naar het buitenland. Drie query’s zijn ontwikkeld in 2013/begin 2014, van de vierde query is dit niet te achterhalen. Twee query’s zijn respectievelijk voor het laatst uitgevoerd in februari en oktober 2019. De andere twee hebben tot de ontdekking gedraaid en zijn na het bekend worden onmiddellijk opgeschort en definitief stopgezet. Er zijn geen aanwijzingen dat de query’s een bijdrage hebben geleverd aan het toezicht op het verstrekken van toeslagen.

Wat betreft de query die in juni 2020 is ontdekt en direct gemeld is aan de AP het volgende. Het betrof een wekelijkse query die terechtkwam in een postbus waar verder geen aandacht verder geen aandacht aan werd gegeven. Aangezien wederom aan alle medewerkers van Toeslagen werd gevraagd aan te geven of zij nog relevantie informatie hadden die betrekking had op gebruik van nationaliteit, heeft de medewerker die de postbus beheerde de query geopend en gezien dat nationaliteit in de query voorkwam. Ook ik betreur dat dit niet eerder is onderkend.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

De leden van de D66-fractie vragen of het kabinet in overleg is getreden met de AP om te toetsen welke mogelijkheden de wet- en regelgeving biedt om ouders die de dupe zijn van de toeslagenaffaire zo snel mogelijk te helpen.

De Staatssecretaris Toeslagen en Douane heeft aangegeven in gesprek te willen met de voorzitter van de AP over het rapport. Deze stond ook open voor een gesprek. Het gesprek zal volgende week plaatsvinden.

De leden van de D66-fractie vragen welke mogelijkheden er zijn om te onderzoeken wat de verdwenen queryverzoeken, en resultaten daarvan, inhielden. Zij vragen waarom de bestaande gegevens over dubbele nationaliteiten in de BVR niet voorafgaand aan, of tegelijkertijd met, de inwerkingtreding van de BRP zijn verwijderd en verzoeken om de bevestiging dat deze gegevens nu geheel zijn verwijderd.

Toeslagen heeft geconstateerd dat er queryverzoeken zijn gedaan waarvan geen resultaten bekend zijn. Navraag bij de afdeling aan welke de verzoeken waren gericht heeft ook geen nader inzicht opgeleverd. Wij zien geen mogelijkheden om na te gaan tot welke resultaten de queryverzoeken hebben geleid.

De wet BRP is per 6 januari 2014 ingegaan, maar bij bestaande al ingeschreven personen in de BRP is de tweede/vreemde nationaliteit pas op 31 januari 2015 in de BRP geschoond. De desbetreffende wetswijziging (en de verplichting tot schonen) ging expliciet over de registratie van de vreemde nationaliteit in de BRP, niet over de registratie in andere registraties of het gebruik van een vreemde (tweede) nationaliteit bij/door andere overheidsorganisaties.

Andere overheidsorganisaties zoals de Belastingdienst maken hier kijkend naar de doelbinding met betrekking tot het gebruik van het gegeven hun eigen afweging. In dit kader is in de MvT bij de wijzing van de wet BRP het volgende aangegeven: «Verder heeft de beperking van de registratie van gegevens over de vreemde nationaliteit gevolgen voor de uitvoering van bepaalde taken van het Ministerie van Financiën (Belastingdienst). Zo wordt het voor Nederland ingewikkelder om belastingverdragen toe te passen en vormt het ontbreken van gegevens over de vreemde nationaliteit een belemmering bij de aanpak van bijvoorbeeld belasting- of toeslagfraude, onder andere doordat de nationaliteit wordt gebruikt bij de selectie van verzoeken tot internationale uitwisseling van fiscale informatie».

In dat verband heeft de Belastingdienst in 2015 een eigen afweging gemaakt waar het gaat om de doelbinding en de vraag of het gegeven mogelijk op een andere manier verkregen kan worden nu BRP niet langer kon dienen als bron. Die afweging heeft tot gevolg gehad dat op 23 juli 2015 ook BVR (de algemene klantadministratie van de Belastingdienst) geschoond is. Daarnaast kan het ook nu zo zijn dat als iemand de Nederlandse nationaliteit verkrijgt, er tijdelijk twee nationaliteiten naast elkaar bestaan. De andere nationaliteit dan de Nederlandse moet dan handmatig worden verwijderd.

De leden van de D66-fractie vragen hoe zelflerende (risicoclassificatie)modellen omgaan met het feit dat wet- en regelgeving wordt aangepast.

De modellen van de Belastingdienst worden aangepast aan de geldende wet- en regelgeving. Dit gebeurt op basis van signalen vanuit de directies en onderdelen. Het risicoclassificatiemodel van Toeslagen is vooral bedoeld om een indicatie te geven van het risico op onjuistheden in een aanvraag. Deze post wordt vervolgens aangeboden aan een behandelaar die de wet toepast. Deze behandelaar is op de hoogte van aanpassingen in wet- en regelgeving. Als aangepaste wet- en regelgeving ervoor zorgt dat de trainingscases die het model gebruikt niet meer gelden, doordat ze niet langer onjuist of juist zijn door aangepaste wet- en regelgeving, dan worden deze trainingscases uit de trainingsset verwijderd. Er zijn tot nu toe nog nooit trainingscases uit het model verwijderd.

De leden van de D66-fractie vragen of een risicoselectiemodel, nog voordat er een handmatige beoordeling plaatsvindt, financiële en materiële gevolgen kan hebben, omdat een uitbetaling van een voorschot wordt uitgesteld. Ook vragen zij om een toelichting op de constatering van de AP dat het niet duidelijk is geworden waarom het signaal van een medewerker, dat betrekking had op 120 tot 150 personen, heeft geleid tot een onderzoek naar alle personen met de Ghanese nationaliteit. Deze leden willen weten of het kabinet de mening deelt dat query’s, bijvoorbeeld waarbij enkel werd geselecteerd op nationaliteit, ook met de kennis van toen als disproportioneel beoordeeld hadden kunnen worden. Zij vragen wat er wordt bedoeld met een cultuurgebonden casus.

Het risicoselectiemodel selecteert aanvraag/mutatie die vervolgens handmatig worden beoordeeld. Voor een geselecteerde aanvraag/mutatie betekent dit dat de uitbetaling van een (nieuw) voorschot altijd (iets) later plaatsvindt dan indien de aanvraag/mutatie niet was geselecteerd. Door de handmatige beoordeling van een geselecteerde aanvraag/mutatie kunnen ook terugvorderingen van een voorschot worden voorkomen in het geval van een onjuiste aanvraag of mutatie.

Alle beschikbare stukken met betrekking tot de casus Arena zijn op 27 januari 2020 aan de onderzoekers van de AP verstrekt. Het is niet duidelijk geworden waarom er onderzoek is gedaan naar alle personen met de Ghanese nationaliteit. Dit onderzoek had nooit mogen gebeuren.

Voor zover duidelijk is geworden werd met cultuurgebonden casus verwezen naar homogeniteit van de onderzoekspopulatie. Ook (tweede) nationaliteit kon daarbij een rol spelen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het rapport van de AP. Zij vinden de mate en de duur van de discriminatie echt zorgelijk. Deze leden krijgen graag een bespiegeling hierop.

De Belastingdienst mag niet discrimineren, net als de andere onderdelen van de overheid. Discriminatie is ontoelaatbaar en moet op alle mogelijke manieren voorkomen en bestreden worden. Er ligt daarom ook bij de Belastingdienst een belangrijke verantwoordelijkheid voor de voorkoming en bestrijding van discriminatie. Persoonsgegevens als de tweede nationaliteit en persoonsgegevens die samenhangen met etniciteit mogen in geen geval worden gebruikt, en nationaliteit alleen in die gevallen waar een wettelijke grondslag aanwezig is. Daarom gaan we niet alleen analyses doen en processen en systemen aanpakken zoals in het concept plan van aanpak Herstellen, Verbeteren, Borgen is aangegeven, maar ook onze medewerkers opleiden.

De leden van de SP-fractie vragen het kabinet om de garantie te geven dat de bescherming van persoonsgegevens bij andere uitvoeringsorganisaties van de rijksoverheid wel serieus wordt genomen. Deze leden vragen de Staatssecretaris van Douane en Toeslagen dan ook om de beantwoording van dit schriftelijk overleg gezamenlijk met de Minister van Financiën ter hand te nemen.

De rijksoverheid vindt het waarborgen van privacy en de bescherming van persoonsgegevens heel belangrijk. De AVG geeft de kaders voor het omgaan met persoonsgegevens. De Autoriteit Persoonsgegevens houdt daarop toezicht. Mijn ambtsgenoot, de Staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst, en ik zijn verantwoordelijk voor de Belastingdienst en de verwerking van (persoons)gegevens bij de Belastingdienst. Om te zorgen dat dit zo snel mogelijk op orde komt, hebben wij maatregelen genomen en zijn wij aan de slag gegaan met het concept plan van aanpak zoals geformuleerd in de brief van 13 oktober jl.

De leden van de SP-fractie vinden dat de Belastingdienst vooringenomen heeft gehandeld door zo structureel gebruik te maken van risicomodellen en -selectie die onrechtmatig was. Hoe kijken de Minister en de Staatssecretaris daartegenaan?

Het begrip «institutionele vooringenomenheid» is afkomstig uit de rapporten van de Adviescommissie Uitvoering Toeslagen.14 Voor de Belastingdienst/Toeslagen heeft de Adviescommissie reeds geconcludeerd dat er sprake was van institutionele vooringenomenheid als het gaat om de aanpak van ouders in een deel van de CAF-zaken die door Belastingdienst/Toeslagen zijn uitgevoerd. Het gaat hierbij om een samenstel van factoren. In het reguliere toezicht van Belastingdienst/Toezicht werden op basis van een risicoselectiemodel toeslagaanvragen ter behandeling aangeboden aan medewerkers. Hierbij heeft ten onrechte de factor Nederlanderschap/niet-Nederlanderschap een rol gespeeld, waardoor burgers zonder de Nederlandse nationaliteit een iets grotere kans hadden om voor toezicht in aanmerking te komen. De medewerkers die dit toezicht uitvoeren, kunnen niet zien welke risico’s gedetecteerd zijn door het model. Zij behandelen de toeslagaanvragen door aan ouders te vragen schriftelijke bewijsstukken aan te leveren om het recht op toeslag aan te tonen. Er was en is hierbij geen sprake van een stopzetting voorafgaand aan het onderzoek, zoals in een deel van de CAF-zaken het geval was, maar op basis van de aanleverde bewijsstukken wordt het recht op toeslag vastgesteld. Van een vergelijkbare institutioneel vooringenomen behandeling is hierdoor niet automatisch sprake wanneer burgers onderzocht zijn naar aanleiding van een risicoselectiemodel.

De leden van de fractie van de SP vragen voorts om een toezegging om niets te verwijderen zodat mensen die slachtoffer zijn van vooringenomen handelen hun recht op inzage in stukken kunnen behouden.

In de brief van 13 oktober jl. over FSV en het concept plan van aanpak HVB is aangegeven dat er een reservebestand (back-up) bewaard is van FSV van de situatie van 26 februari 2020, dus van vóór de schoning van FSV. Daarnaast is er ook een reservebestand bewaard van de situatie op het moment van uitzetten, dus van ná de schoning. Beide reservebestanden staan in een beveiligde omgeving ten behoeve van nader onderzoek, onder andere door de Autoriteit Persoonsgegevens. Daarnaast is half juli 2020 aan een beperkt aantal medewerkers van de Belastingdienst autorisatie verleend om het niet-geschoonde reservebestand van FSV te gebruiken ten behoeve van het behandelen van verzoeken om inzage in FSV. In de antwoorden op vragen van de heer Omtzigt is tevens toegezegd dat tot nader order er Belastingdienst breed geen fysieke archieven meer vernietigd worden en dat eerst met Uw Kamer in overleg wordt gegaan gaan voordat dit moratorium wordt opgeheven.15

In de brief van 13 oktober 2020 is ook aangegeven, in antwoord op de brief van uw Kamer van 10 september 202016 en onder verwijzing naar de antwoorden op vragen van het lid Omtzigt,17 dat wij de lopende vernietigingsactiviteiten door Doc-Direkt voor wat betref toeslagendossiers hebben stopgezet en dat de dossiers die voor vernietiging in aanmerking zouden komen apart zijn opgeslagen. Ook is, ten aanzien van Toeslagen, besloten om managementverslagen, mails en overige zaakgebonden informatie tot nader order niet te vernietigen en onder te brengen bij de Hotspot Financiën. Wij gaan dit ook doen ten aanzien van het FSV-dossier, de omgang met risicoselectie en fraudesignalen. Wij zullen de niet-gestructureerde informatie, zoals mails en afdelingsschijven, bewaren voor verder onderzoek. Uiteraard worden de juiste juridische en technische waarborgen hierbij in acht genomen. Voor de ondersteunende systemen ten behoeve van de handhaving- en toezichtprocessen onderzoeken we hoe we kunnen waarborgen dat de informatie uit deze systemen beschikbaar blijft voor verder onderzoek.

De leden van de SP-fractie vragen of de AP in het onderzoek naar het gebruik van nationaliteit en de proportionaliteit daarvan ook gekeken heeft naar de verwerking van andere gegevens, zoals bijvoorbeeld postcodes, gezinssamenstelling, beroepen, die mogelijk ook onrechtmatig en disproportioneel zijn geweest. Zij vragen om een reactie op de vraag of dit alsnog zou moeten gebeuren.

Het onderzoek van de AP richtte zich specifiek op de verwerking van nationaliteit van aanvragers van kinderopvangtoeslag. In dit verband breng ik onder uw aandacht dat de Belastingdienst bezig is om de processen rond risicoselectie en signalen van mogelijke fraude direct aan te pakken; zie het meermaals genoemde concept plan van aanpak «Herstellen, Verbeteren en Borgen». In het eerste kwartaal van 2021 moeten de risico’s in deze processen in kaart zijn gebracht, hernieuwde kaders bekend zijn en de implementatie gestart. Hierbij wordt specifiek aandacht gegeven aan het gebruik van nationaliteit en projectcode 1043. Dit is van belang, omdat de kans op negatieve effecten voor burgers en bedrijven hier het grootst is.

De leden van de SP-fractie vragen of betrokken ouders in de toeslagenaffaire een persoonlijke excuusbrief hebben ontvangen. Zij vragen welke gevolgen de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane aan deze excuses verbinden en welke concrete initiatieven genomen worden. Ook vragen zij of de bevindingen van de AP betrokken worden bij de compensatieregelingen inzake CAF-onderzoeken en welke nadere onderzoeken zij gaat uitvoeren naar etnisch profileren en discriminatie bij de behandeling van ouders van wie kinderopvangtoeslag is teruggevorderd.

Ik heb meermaals mijn welgemeende excuses aangeboden aan de bij de toeslagenaffaire betrokken ouders in de publieke arena en in aan hen gerichte videoboodschappen. Ook bij het in ontvangst nemen van het AP-rapport heb ik mijn excuses aangeboden voor de discriminerende verwerking van persoonsgegevens. De bevindingen van de AP worden betrokken bij het beoordelen van de compensatieregeling in de hersteloperatie. Helaas valt echter niet goed te herleiden wat het effect op individuen is geweest van de discriminerende verwerking van nationaliteit zoals is geconstateerd door de AP. Bij de beoordeling van elk dossier wordt nagegaan of er sprake is van institutionele vooringenomenheid. Institutionele vooringenomenheid wordt gekenmerkt door vijf criteria die in samenhang door Toeslagen kunnen zijn uitgevoerd, zoals benoemd in het rapport van de AUT. Als één van de discriminerende verwerkingen heeft geleid tot dergelijke toezichtacties dan wordt dat als vooringenomen gezien.

In de gesprekken die ik heb gehad en nog ga voeren met ouders en deskundigen over de bevindingen van de AP en het effect dat deze bevindingen hebben (gehad) op ouders komt ook aan de orde welke interventie ouders hierin zou helpen.

Zoals ik in het meergenoemde concept plan van aanpak heb aangegeven, moeten de maatregelen er uiteindelijk toe leiden dat (1.) alle bedrijfsprocessen voldoen aan de eisen van de AVG, Archiefwet en BIO en dat (2.) de opzet, inrichting en werking van risicoselectie en de toezicht- en handhavingstaken van de Belastingdienst, waaronder Toeslagen, met voldoende rechtsstatelijke waarborgen zijn omkleed.

Ik ben op 28 oktober 2020 met het ouderpanel in gesprek gegaan over de effecten die de bevindingen van de AP op hen hebben of hebben gehad. Ik heb met de ouders besproken hoe zij de bevindingen van het AP-rapport hebben ervaren en hoe wij daar nu in de hersteloperatie mee omgaan. Ik heb het ouderpanel gevraagd mij te adviseren over de wijze waarop recht gedaan kan worden aan de bevindingen uit het rapport. Deze onderwerpen wil ik in komende maanden ook bespreken met belangenorganisatie en externe deskundigen. Gedeeltelijk hebben deze gesprekken al plaatsgevonden zoals met BOinK, met de Bestuurlijke adviesraad kinderopvang (BAK) en het College voor de Rechten van de Mens. De uitkomsten van deze gesprekken neem ik mee in de hersteloperatie en in het verdere onderzoek naar de effecten op burgers dat onderdeel vormt van de grootschalige verbeteraanpak waar ik u eerder over heb geïnformeerd in de voortgangsrapportage UHT.

De leden van de SP-fractie zijn er niet gerust op dat de risicomodellen en de risicoselectie die nu gebruikt worden niet vooringenomen werken. Deze leden willen dat risicomodellen en selectiecriteria openbaar worden gemaakt en getoetst kunnen worden op hun proportionaliteit. Hoe kijken de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane hier tegenaan?

De selectieregels bevatten, zoals hiervoor ook blijkt, informatie van controlestrategische aard. Openbaarheid van de selectieregels (inclusief de criteria en parameters) kan leiden tot misbruik en oneigenlijk gebruik; bijvoorbeeld doordat burgers en bedrijven overgaan tot wat men noemt «gaming the system». Het is bekend dat (georganiseerde) partijen op deze wijze misbruik maken van de toezichtsystematiek van de Belastingdienst. Het openbaar maken van risicomodellen en selectiecriteria is om die reden niet wenselijk.

Om extra zekerheid te krijgen over het gebruik van nationaliteit in risicomodellen en selectieregels, wordt de doorlichting van risicomodellen en selectieregels betrokken bij de validatie van alle verwerkingen op opzet en bestaan, zoals aangekondigd in de brief over FSV. Hierbij is ook aandacht voor zogenoemde proxy’s, omdat het ook niet mogelijk moet zijn dat uit combinaties van persoonsgegevens een niet-Nederlandse nationaliteit van een burger afgeleid kan worden. Deze doorlichting loopt mee in het onderzoeksproces dat wij in onze brief van 10 juli 2020 en in het concept plan van aanpak «Herstellen, Verbeteren en Borgen» hebben aangekondigd. De AP heeft ook op deze nadere doorlichting aangedrongen. Ook de overige toezichtsinstrumenten, te weten lokale applicaties en gegevensbestanden die op dit moment in gebruik zijn, lopen mee in dit verdere onderzoek.

De leden van de SP-fractie willen dat er meer gecontroleerd wordt met een aselecte steekproef. Zij vragen de Staatssecretaris om een reactie.

Toeslagen maakt op dit moment geen gebruik van het risicoclassificatiemodel, omdat de gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB) nog niet is afgerond. Een van de maatregelen uit de GEB is het aantal aselecte posten wat we aanbieden te verhogen. Dit zal worden opgenomen als vast onderdeel van de selectie van posten; zodra het model weer zal worden gebruikt zal 20% van de posten aselect worden geselecteerd.

De capaciteit van de Belastingdienst is niet onbeperkt en dit maakt het noodzakelijk om strategische keuzes te maken over de inzet van de capaciteit. Dit keuzeproces verloopt langs de lijnen van de uitvoerings- en toezichtstrategie. In de eerste plaats zijn er werkzaamheden die de Belastingdienst altijd moet doen, bijvoorbeeld taken waar een wettelijk verplichting aan ten grondslag ligt zoals het opleggen van een aanslag of de behandeling van een bezwaar. Hierop wordt als eerste capaciteit ingezet. Daarnaast richt deze strategie op: het voorkomen van fouten, het gemakkelijk maken om een goede aangifte en aanvraag te doen, het afstemmen van de interventie op het gedrag van burgers en bedrijven en – bij bewust niet-naleven – afdwingen van naleving.

Uiteraard is toezicht achteraf noodzakelijk, om fouten te corrigeren of maatregelen te nemen tegen belastingplichtigen die moedwillig de regels overtreden. Daarbij richt de Belastingdienst zich op de aangiften waar de kans op niet-naleving het grootst is. Het vaststellen van deze kansen vindt plaats door middel van risicoselectie. De beschikbare toezichtscapaciteit wordt vervolgens ingezet op de aangiften uit de hoogste risicocategorie. Door onze capaciteit voor het toezicht achteraf hierop te richten, zetten we onze medewerkers zo efficiënt mogelijk in bij het opsporen van gevallen van niet-naleving. Een dergelijke inzet van de capaciteit is niet mogelijk als aangiften primair door aselecte steekproeven worden geselecteerd voor een handmatige beoordeling.

Wel zijn aselecte steekproeven een goede aanvulling op de risicoselectie. Dit dient twee doelen bij de Belastingdienst. In de eerste plaats zorgt dit voor een element van onvoorspelbaarheid in de controles van de Belastingdienst: iedere belastingplichtige heeft een kans om gecontroleerd te worden. Daarnaast kunnen de resultaten van de aselecte steekproeven de risico-indicatoren in de risicoselectie van de Belastingdienst herijken en verbeteren. Na uitval bij risicoselectie wordt altijd nog handmatig de aangifte of toeslagaanvraag behandeld.

De leden van de SP-fractie vragen waarom in ieder geval in 2019 nog is gewerkt met de tweede nationaliteit als criterium in modellen en met welk doel. Ook vragen deze leden of al voor 2013 gebruik werd gemaakt van de risicoselectie op basis van nationaliteit of andere criteria.

Zoals hiervoor aangegeven bij de reactie op de vragen van de leden van de PVV-fractie, speelde in het risicoclassificatiemodel van Toeslagen de tweede nationaliteit geen rol. Wel werd er onderscheid gemaakt in Nederlander of niet-Nederlander. Voor het recht op toeslag is het van belang of een aanvrager als Nederlander of als niet-Nederlander aangemerkt kan worden. Dat Toeslagen dit gegeven niet strikt op de juiste wijze toepaste werd in 2019 duidelijk. Er was vóór 2013 een model waarmee prioritering van posten werd vastgesteld, maar nationaliteit was daarin geen criterium.

De leden van de SP-fractie vragen of het OM actief geïnformeerd is over de bevindingen van de AP, zeker gezien de context van de aangifte wegens vermoedens van beroepsmatig discrimineren. Indien dit niet het geval is, vragen de leden van de SP-fractie waarom dit niet is gebeurd en of de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane bereid zijn om te bevorderen dat dit alsnog gebeurt. Ook vragen deze leden zich af of het OM proactief is geïnformeerd over de bevindingen van KPMG inzake het onderzoek naar FSV-achtige applicaties, waarin ook zorgwekkende bevindingen zijn opgenomen over de verwerking en het gebruik van (tweede) nationaliteit.

Op 19 mei jl. heeft het Ministerie van Financiën aangifte gedaan van het vermoeden van onder meer beroepsmatige discriminatie. Daarbij heeft het ministerie de documenten waarop de heer Biemond zijn advies heeft gebaseerd aan het Openbaar Ministerie overgedragen. Het is nu aan het Openbaar Ministerie om de aangifte te bestuderen en te besluiten over een eventueel strafrechtelijk onderzoek. Hierbij kan het Openbaar Ministerie ook kennisnemen van het rapport van de Autoriteit Persoonsgegevens of de bevindingen van KPMG, indien het dit relevant acht. Hiervoor is het niet noodzakelijk dat het Openbaar Ministerie actief wordt gewezen op voornoemde rapporten. Ik hecht er grote waarde aan dat het Openbaar Ministerie zijn werk onafhankelijk kan doen. Het is niet gepast dat de Minister van Financiën of ik ons mengen in het onderzoek, omdat dit mogelijk de schijn kan wekken van beïnvloeding van het (onderzoek van het) Openbaar Ministerie. Dit geldt ook voor het ongevraagd toezenden van documenten. Aan verzoeken van het Openbaar Ministerie wordt vanzelfsprekend voldaan.

De leden van de fractie van de SP vragen of de huidige politieke leiding van de Belastingdienst/Toeslagen op de hoogte was van de mogelijke/waarschijnlijke overtredingen van de AVG en het onrechtmatig handelen toen de compensatieregelingen op basis van het interim- en eindadvies van de Adviescommissie uitvoering toeslagen werden uitgewerkt. Tevens vragen ze zich af hoe de beantwoording van de pers- en Kamervragen moet worden gezien waarin werd gesteld dat tweede nationaliteit geen rol speelde. Ook vragen zij welke informatie er beschikbaar is over onrechtmatige verwerkingen van (dubbele) nationaliteiten in de systemen van de Belastingdienst en verzoeken om een overzicht van deze verwerkingen.

Ik was op de hoogte van de mogelijke/waarschijnlijke overtredingen, hierover liep immers een onderzoek door de AP sinds april 2019. Daarnaast heb ik u op 19 mei jl. geïnformeerd over de aangifte door het Ministerie van mogelijke ambtsmisdrijven.18 Nadat was komen vast te staan dat de reactie uit 2017 aan de AP over het gebruik van tweede nationaliteit onjuist c.q. onvolledig was, heeft de directeur Toeslagen dit gerectificeerd tegenover de AP, onder andere op 25 april 2019. Uw Kamer is hierover meermaals geïnformeerd, laatstelijk in mijn brief van 17 juli 2020.

Zoals ik u in de kabinetsreactie op het AP-rapport heb geschreven, gaat deze niet in op de gevolgen voor individuele toeslaggerechtigden en de materiële effecten daarvan. Tegelijkertijd hadden personen met uitsluitend niet-Nederlandse nationaliteit(en), door de onrechtmatige verwerkingen van persoonsgegevens, wel een grotere kans om gecontroleerd te worden dan personen met een Nederlandse nationaliteit. Dit is voor betrokken ouders zeer pijnlijk. Deze ouders kunnen ook last hebben gehad van de reguliere toezichtacties, die door de strikte wet- en regelgeving kunnen hebben geleid tot grote correcties. Dit wordt via de hardheidstegemoetkoming hersteld. In het geval van CAF-zaken, waarbij verwerking van nationaliteit via query’s is gegaan, wordt ook bekeken welke rol nationaliteit in het onderzoek en de behandeling van de ouders heeft gespeeld. De Commissie van Wijzen heeft UHT nadrukkelijk gevraagd te letten op signalen in de dossiers die een aanwijzing voor discriminatie kunnen bevatten. Zoals eerder al is aangegeven, worden deze signalen door UHT en de Commissie van Wijzen meegewogen bij de vraag of sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid op onderzoekniveau of individueel niveau.

Ik heb hiervoor reeds toegelicht welke verkeerde verwerkingen van het persoonskenmerk nationaliteit er tot nu toe zijn gevonden bij de Belastingdienst. Ik kan echter nog niet zeggen of ik hiermee het gebruik van nationaliteit in de systemen van de Belastingdienst volledig in beeld heb. Mede daarom voert de Belastingdienst (niet zijnde Toeslagen en Douane) momenteel een diepgaand onderzoek uit, naar alle verwerkingen van persoonsgegevens in zijn systemen. Dit onderzoek hebben de Staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst en ik op 13 oktober jl. bij uw Kamer aangekondigd.19 In dit onderzoek is het een topprioriteit om het gebruik van nationaliteit in de systemen van de Belastingdienst in kaart brengen. Ik streef ernaar om dit gebruik voor het einde van het eerste kwartaal van 2021 in beeld te hebben gebracht en uw Kamer hierover te informeren.

De leden van de SP-fractie vragen hoe het kan dat de Adviescommissie Uitvoering Toeslagen (AUT) kennelijk reeds op 4 augustus 2019 is geïnformeerd over het gebruik van (tweede) nationaliteit als indicator in CAF-zaken, ruim anderhalve maand voor de melding aan de AP. Ook willen zij weten welke informatie is toen overgedragen; zij ontvangen graag een afschrift van de stukken aan de AUT. Verder vragen deze leden waarom de ADR pas op 13 november 2019 is geïnformeerd over het gebruik van (tweede) nationaliteit als indicator in CAF-zaken en hoe de ADR is geïnformeerd; zij ontvangen graag een afschrift van de stukken aan de ADR.

Op 8 juli 2019 heeft de AP een brief gestuurd met daarin een verzoek om inlichtingen ten behoeve van het AP-onderzoek. De beantwoording van dit verzoek heeft vertraging opgelopen, en uiteindelijk is de AP op 20 september 2019 geïnformeerd over het gebruik van (tweede) nationaliteit als indicator.20 Op 4 augustus 2019 is de Adviescommissie Uitvoering Toeslagen (AUT) per mail met een document geïnformeerd naar aanleiding van meerdere gestelde vragen. Het stuk aan de AUT met daarin het antwoord op de vraag met betrekking tot het gebruik van nationaliteit als indicator treft u hierbij aan; bijlage 1.21 Het antwoord aan de AUT over de «zachte stop» is later door Toeslagen gecorrigeerd, omdat in dit antwoord onjuist staat dat dezelfde rechtsmiddelen ter beschikking staan aan een burger die te maken krijgt met een zachte stop als bij een opschorting. In het interim-rapport van de AUT staat een juiste weergave. In de bijlage bij mijn brief aan uw Kamer van 10 november 2020 ga ik nader in op het verschil tussen opschorten en zacht stoppen.22

De ADR heeft zelfstandig onderzoek uitgevoerd naar de toeslaggerelateerde CAF-zaken en daarbij een eigen onderzoeksopzet bepaald. In die opzet kwamen successievelijk de verschillende onderzoeksvragen aan de orde en zijn op het desbetreffende moment de relevante stukken ter beschikking gesteld. De ADR is haar onderzoek op 16 oktober 2019 feitelijk gestart. Op 13 november 2019, een kleine maand na de start van het onderzoek naar de toeslaggerelateerde CAF-zaken, is de ADR geïnformeerd over het gebruik van (tweede) nationaliteit als indicator in CAF-zaken.

Aan de ADR is op 13 november 2019 per e-mail de antwoordbrieven van de directeur-generaal Belastingdienst aan de AP van 20 september 2019 en van 1 november 2019 inclusief bijlagen ter beschikking gesteld. De bedoelde brieven en bijlagen zijn gepubliceerd bij de brief aan uw Kamer van 17 juli 2020;23 de e-mail van 13 november 2019 treft u aan als bijlage bij deze brief; bijlage 2.24

De leden van de fractie van de SP willen weten wanneer bij de ambtelijke en politieke leiding bekend was dat homogeniteit, cultuur, herkomst en daarmee (tweede) nationaliteit werd gehanteerd als indicator in CAF/fraudezaken. Zij vragen verder of het gegeven dat (tweede) nationaliteit een rol speelde bij CAF- of fraudeonderzoeken bekend was bij de ambtelijke en politieke leiding.

De ambtelijke en politieke top zijn rond april 2019 ervan op de hoogte dat de tweede nationaliteit nog voorkomt in de systemen van Toeslagen.

Dit was bekend aangezien, zoals de leden van de fractie van de SP zelf ook aangeven, zowel in de oorspronkelijke onderzoeksopdracht van 11 juli 2019 en de uiteindelijke onderzoeksopdracht van 2 september 2019 hier een aparte onderzoeksvraag over was opgenomen. Deze onderzoeksopdrachten zijn aan uw Kamer verstrekt.25 De onderzoeksopdrachten waren respectievelijk:

  • 11 juli 2019: «Zijn er aanwijzingen dat nationaliteit bij deze behandeling een bepalende rol heeft gespeeld.»,

  • 2 september 2019: «En heeft de Belastingdienst aanwijzingen dat de nationaliteit bij deze behandeling een bepalende rol heeft gespeeld.»

De leden van de fractie van de SP hebben verzocht om documenten van medewerkers, die informatie geven over de voorbereiding van de beantwoording van vragen van de AP in 2017. De leden van de SP-fractie verwijzen hierbij naar (een gedeelte van) de beantwoording op 18 augustus 2020 van Kamervragen van het lid Omtzigt.26 Deze leden willen ook weten of de ambtelijke en politieke leiding in 2017 zijn geïnformeerd over de verwerking en het gebruik van (tweede) nationaliteit in het CAF-11 onderzoek. Zij vragen om een tijdlijn waaruit duidelijk wordt welke informatie op welk moment en op welk niveau bekend was.

In de beantwoording van de vragen van het lid Omtzigt is een samenvatting van de informatie uit deze documenten opgenomen. De gevraagde documenten zijn op 14 september jl. naar aanleiding van een verzoek op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) in een Wob-besluit openbaar gemaakt (op basis van de Wob-criteria gedeeltelijk) en betreffen mailwisselingen tussen medewerkers van Toeslagen en medewerkers die de vragen van de AP coördineerden vanuit het ministerie. Ik verwijs in dat verband naar bladzijde 7 (nrs. 7 t/m 13) en bladzijde 17 t/m 44 van het Wob-besluit. Het Wob-besluit is ook te vinden op: www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2020/09/14/besluit-op-wob-verzoek-inzake-etnisch-profileren-belastingdienst-toeslagen. In dit Wob-besluit zijn meerdere documenten opgenomen die zien op het vraagstuk van etnisch profileren, waaronder documenten rondom onderzoek door de Nationale ombudsman.

Overigens geeft de AP aan dat zij in 2017 twee signalen heeft gekregen dat nationaliteit bij de kinderopvangtoeslag door Toeslagen verkeerd gebruikt werd en dat naar aanleiding daarvan in 2017 namens Toeslagen is verklaard dat zij geen gegevens met betrekking tot tweede nationaliteit hadden. Deze informatie vanuit Toeslagen bleek niet juist. Dit is in april 2019 door Toeslagen zelf in het kader van het onderzoek gerectificeerd; en indertijd ook met de Staatssecretaris gedeeld die hier op 11 juni 2019 uw Kamer over geïnformeerd heeft.27 De gevraagde tijdlijn treft u in bijlage 3.28

Het valt de SP-fractie op dat categorisch is ontkend dat bevindingen in CAF-zaken zijn gebruikt als input voor het risicoclassificatiemodel (van Toeslagen) (zie het antwoord op vraag 24, in de vragenreeks over de uitbetaling aan de eerste 100 ouders; Kamerstuk 31 066, nr. 693). Deze leden zouden graag een toelichting willen op hoe dit zich verhoudt tot openbaar gemaakte verslagen van het Managementteam Fraude, waarin letterlijk is gesteld: «De CAF-dossiers worden tevens ingebracht in het risicoselectiemodel.»

Het klopt dat er gesprekken zijn gevoerd om CAF-dossiers in z’n geheel in te brengen in het risicoclassificatiemodel. Dit is echter niet tot uitvoering gekomen. Het trainen en doorontwikkelen van het risicoclassificatiemodel van Toeslagen gebeurt door dit te «voeden» met individuele aanvragen waarvan na behandeling is vastgesteld dat deze juist of onjuist zijn. In tegenstelling tot het eerder gegeven antwoord is nu gebleken, dat de uitkomst van de behandeling van toeslagaanvragen van ouders in CAF-zaken in sommige gevallen input is geweest voor de training van het risicoclassificatiemodel. Er vindt nog een analyse plaats om vast te stellen hoeveel toeslagaanvragen uit CAF-zaken het betreft.

De leden van de SP-fractie vragen in te gaan op een mogelijke samenhang tussen de risicoselectie en risicoselectiemodellen en de Fraude Signalering Voorziening (FSV) en daarbij aandacht te besteden aan een passage op pagina 100 van het KPMG-rapport. De aan het woord zijnde leden vragen hierbij ook naar mogelijke selectiebias en het gebruik van nationaliteit in de Antifraudebox.

De focus en scope in fase 1 van het onderzoek van KPMG lag wat betreft Toeslagen voornamelijk op het proces verwerken van fraudesignalen binnen Toeslagen en het gebruik van FSV hierbij. In de afrondingsfase werd duidelijk dat samenhangende signalen afkomstig van CAF-onderzoeken mogelijk zijn geregistreerd in FSV. Gelet op de zeer korte doorlooptijd van het onderzoek van KPMG konden niet alle signalen en wijze van verwerking daarvan worden meegenomen. Daarom zullen wij het onderzoek, zoals naar samenhangende signalen, voortzetten in het kader van het plan van aanpak Herstellen, Verbeteren en Borgen zoals dit op 13 oktober 202029 naar uw Kamer is gestuurd. Over de voortgang en resultaten van dit plan van aanpak wordt uw Kamer in de voortgangsrapportages over het jaarplan geïnformeerd. Het afronden van de uitbesteding en de start van het onderzoek voor toeslaggerechtigden is voorzien voor juni 2021.

In de Antifraudebox (AFB) heeft nationaliteit geen rol gespeeld. Binnen de AFB is in de periode 2014–2016 gewerkt aan een prototype van een risicoselectiesysteem dat gericht was op het selecteren van goede aanvragen (een zogenoemde greenlane). Dat prototype is nooit in productie gegaan en in het prototype was nationaliteit geen risico indicator.

De leden van de SP-fractie vragen of er sprake was van een doorwerking van de samenhangende signalen in FSV in de projecten met de namen KEF en GEBO. Tevens vragen deze leden naar de samenhang tussen de projecten met de namen Anker, Mast en Steven.

Het project «Kwaliteitsverbetering en fraudebestrijding gastouderopvang» (KEF), dat liep in de periode 2014–2016, was gericht op het versterken van de kwaliteit van toezicht en handhaving. De te onderzoeken gastouderbureaus zijn door de GGD, gemeenten en Toeslagen gezamenlijk geselecteerd. De GGD maakte hiervoor gebruik van interne risicoprofielen en Belastingdienst/Toeslagen van het risicoclassificatiemodel.

Het project GEBO (Geen Eigen Bijdrage Kinderopvang) is gestart naar aanleiding van signalen dat niet in alle gevallen toeslagaanvragers een voldoende «eigen bijdrage» betalen. Het project GEBO werd in de praktijk vormgegeven door bezoeken bij kinderopvangorganisaties door medewerkers van de buitendienst van Belastingen. Per regio werd een aantal bedrijfsbezoeken uitgevoerd. Toeslagen heeft met behulp van query’s en kliks instellingen per «regio» geselecteerd.

Er is geen sprake geweest van een zogenaamd CAF-Anker-Project dat eerder de naam Mast of Steven zou hebben gedragen. Het betreft drie verschillende kinderopvangorganisaties waarbij in alle gevallen het vermoeden was er geen eigen bijdrage zou worden betaald. Het betreft drie verschillende onderzoeken. Casus Anker en Mast zijn voortgekomen uit GEBO en casus Steven komt voort uit diverse (externe) signalen.

De leden van de SP-fractie vragen nogmaals aandacht voor het Expertisecentrum Handhaving en Intelligence (EHI), de voorloper van de Broedkamer/DF&A. Zij willen weten of het bij het opstellen van analyses en risicoselectie en detectie ging om eerste of dubbele nationaliteit en hoe dit heeft doorgewerkt in risicoselectiemodellen en de datafundamenten van DF&A.

Zoals eerder reeds aangegeven, speelde de tweede nationaliteit geen rol in het risicoclassificatiemodel van Toeslagen. De Belastingdienst is bezig om het gebruik van nationaliteit goed in beeld te brengen en te borgen. Om deze vraag te kunnen beantwoorden is nader onderzoek nodig. Zodra het onderzoek is afgerond, wordt uw Kamer hierover geïnformeerd.

Het is de leden van de SP-fractie opgevallen dat veel CAF-onderzoeken buiten de afdeling Toeslagen zijn. Zij vragen om daarover een uitputtende lijst naar de Kamer te sturen. Ook willen zij weten wie in de «begeleidingsgroep CAF» zaten. Daarnaast vragen zij om gelakte stukken van het document (Bespreekpunt/Beslispunt; Mogelijke toekomstige maatregelen; Voorstel aanpak van het verleden) integraal openbaar te maken.

Het CAF beschikt over een zogenoemde postenlijst. Hierin staan alle onderzoeken die het CAF sinds de oprichting heeft uitgevoerd. Bij deze brief vindt u een overzicht met soorten onderzoeken en daarbij behorende aantallen. De detailinformatie moet om toezichtvertrouwelijke redenen gelakt worden, waardoor het weinig inzicht biedt. Daarom stuur ik u als bijlage bij deze brief een overzicht; zie bijlage 4.30

De begeleidingsgroep CAF bestond uit diverse personen. De namen bij functies zijn regelmatig gewisseld. In de eerste jaren van het bestaan van CAF, dus vanaf augustus 2013 ging het om de algemeen directeur Belastingen, zijn rechterhand, directeur MKB, directeur vaktechniek en directeur PDB. Na de herpositionering van CAF, in 2017, waren dit de algemeen directeur MKB, directeur vaktechniek, plv. directeur Toeslagen, directeur PDB, directeur GO en later ook de directeur DF&A.

Ten aanzien van het document «Giftenaftrek» ben ik van mening dat de passages terecht op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wob niet openbaar gemaakt zijn. In de gelakte passages worden voorstellen gedaan, verwachtingen uitgesproken en scenario’s uitgewerkt. Dit zijn persoonlijke beleidsopvattingen, opgeschreven in een document bestemd voor intern beraad. Ambtenaren moeten vrijelijk van gedachte kunnen wisselen zonder dat daarbij het risico bestaat dat hun meningen openbaar worden gemaakt en onderdeel worden van een politiek debat. Het ligt dan ook niet voor de hand om het document integraal aan de Kamer te verstrekken.

De leden van de SP-fractie vragen hoe het CAF-team organisatorisch ingebed was binnen de Belastingdienst. Ook vragen zij toe te lichten wat het «team HHR&I» was en hoe dat was ingebed in de organisatie met betrekking tot handhaving en CAF.

Vanaf de oprichting in 2013 viel het CAF direct onder de algemeen directeur belastingen. In 2017 is besloten het CAF direct onder de algemeen directeur MKB te plaatsen.

De afkorting «HHR&I» staat voor Handhavingsregie en Intelligence. Het team HHR&I van de Belastingdienst/Toeslagen hield zich bezig met de handhaving van de wet- en regelgeving van de inkomensafhankelijke regelingen die door de Belastingdienst/Toeslagen worden uitgevoerd. Vanuit dit team werden toezichtacties uitgezet, bijvoorbeeld in samenwerking met het CAF-team of het toenmalige fraudeteam.

De leden van de fractie van de SP vragen voorts naar een passage in een mail over de contacten met Logius rondom een onderzoek naar een groep Bulgaren en Roemenen. De leden hebben sterk de indruk dat de gebruikte formuleringen, waaronder «dat ze voorzichtiger moeten zijn» een uiting zijn van het mogelijk oneigenlijk profileren door medewerkers van de Belastingdienst.

Aangezien het Openbaar Ministerie hier onderzoek naar doet, kan ik hier nu niet op reageren.

De leden van de fractie van de SP vragen naar de weekverslagen van het CAF-team.

Deze verslagen werden eerst wekelijks en later tweewekelijks opgesteld en breed verzonden binnen de Belastingdienst, waaronder leden van het MT-fraude. De verslagen tot en met 2016 zijn via het op 15 november 2019 gepubliceerde Wob-verzoek openbaar gemaakt. De beschikbare weekverslagen van 2017 tot en met 2019 treft u aan als bijlagen bij deze brief; bijlage 5.31 Daarnaast vragen de leden van de SP-fractie naar «een nieuwe zaak waar mogelijk een politiek tintje aan zit», waarover volgens een verslag afstemming is geweest met de directeur-generaal Belastingdienst. Dit betrof een in het weekverslag CAF van 27 februari 2015 opgenomen signaal over een IP-adres van een lokaal kantoor van een landelijke politieke partij, waar vandaan aangiften Inkomstenbelasting waren ingediend. Het ging hierbij om een hulpgroep die belastingplichtigen bijstond bij de aangiften. Hierbij bleek dat circa 75% van deze aangiften door de Belastingdienst gecorrigeerd werden vanwege fouten in de aangifte waardoor een nader onderzoek naar het mogelijk faciliteren van onjuiste aangiften noodzakelijk was. Hierna heeft een gesprek plaatsgevonden met de desbetreffende hulpgroep.

De leden van de SP-fractie vragen naar de casus over mensen met de Ghanese nationaliteit.

Dit ziet op de casus Arena. Alle beschikbare stukken met betrekking tot de casus Arena zijn op 27 januari 2020 aan de onderzoekers van de AP verstrekt en de AP geeft hier ook een beschrijving van in het rapport. Deze stukken zijn met de brief van 17 juli 2020 aan uw Kamer gestuurd.

De leden van de SP-fractie willen worden geïnformeerd over de voorgenomen sanctie van de AP tegen de Belastingdienst, vanwege de overtredingen van de AVG.

De AP heeft op 13 augustus 2020 laten weten voornemens te zijn om, gelet op de geconstateerde overtredingen, de haar toekomende bevoegdheid tot het opleggen van een sanctie aan te wenden. Dit kan resulteren in het opleggen van een bestuurlijke boete en/of een corrigerende maatregel. Voordat de AP hierover beslist, is de Belastingdienst in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven op zowel de inhoud van het rapport als de mogelijke oplegging van een sanctie. Bij brief van 10 september 2020 heeft de Belastingdienst een zienswijze gegeven. De Belastingdienst is in afwachting van de beslissing van de AP.

De leden van de fractie van de SP vragen voorts aandacht voor het verstrekken van informatie van de Belastingdienst aan burgers.

Sinds november 2019 vragen ouders vaker om inzage in hun «dossier». Deze vraag bezien we ruimer dan alleen de op de zaak betrekking hebbende stukken in het geval van een bezwaar- of beroepsprocedure. Onder het «dossier» wordt verstaan: alle gegevens van de ouders in de systemen van Toeslagen over de jaren waarover de ouders vragen hebben. Bijvoorbeeld omdat sprake was van terugvorderingen van de kinderopvangtoeslag waarna een langdurige periode van invorderingen en verrekeningen ontstond. Voor dit doel heeft UHT een speciaal team opgesteld voor het samenstellen van fysieke dossiers voor de ouders. Het team bestaat uit 25 fte en een teamleider. Na de eerste ervaringen uit eind 2019 en begin 2020 is dit team nu gestart met een zo gestandaardiseerd mogelijk proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van alle systemen en digitale vindplaatsen voor informatie en vervolgens van de benodigde gegevens een fysiek dossier wordt samengesteld. Hiervoor is een nieuwe werkwijze ontwikkeld om de wens en de informatiebehoefte van de ouder centraal te stellen en daarnaast de processen te versnellen. Er wordt telefonisch contact opgenomen met de ouder en gevraagd wat de exacte informatiebehoefte is. De behoefte van ouders varieert van een specifieke vraag of uitzoekactie tot het krijgen van een samenvatting van het persoonlijk dossier of het krijgen van het gehele persoonlijke dossier.


X Noot
1

Kamerstuk 31 066, nr. 709.

X Noot
2

Kamerstuk 31 066, nr. 538.

X Noot
3

Kamerstuk 31 066, nr. 707.

X Noot
4

Kamerstuk 31 066, nr. 538.

X Noot
6

Kamerstuk 31 066, nr. 709.

X Noot
7

Kamerstuk 31 066, nr. 681 en Kamerstuk 31 066, nr. 709.

X Noot
8

Kamerstuk 31 066, nr. 709.

X Noot
9

Kamerstukken 31 066 en 32 761, nr. 683.

X Noot
10

Kamerstuk 31 066, nr. 681.

X Noot
11

Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nr. 3794.

X Noot
12

Kamerstuk 31 066, nr. 709.

X Noot
13

Kamerstukken 31 066 en 32 761, nr. 683.

X Noot
14

«Omzien in verwondering 2: Eindadvies Adviescommissie Uitvoering Toeslagen», 12 maart 2020.

X Noot
15

Aanhangsel Handelingen II 2020/21, nr. 206.

X Noot
16

Kamerstuk 31 066, nr. 681.

X Noot
17

Aanhangsel Handelingen II 2020/21, nr. 206.

X Noot
18

Kamerstuk 31 066, nr. 655.

X Noot
19

Kamerstuk 31 066, nr. 709.

X Noot
20

Kabinetsreactie, bijlage.

X Noot
21

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
22

Zie: Bijlage stopzettingen in CAF-zaken; bij: Kamerstuk 31 066, nr. 775.

X Noot
23

Kamerstukken 31 066 en 32 761, nr. 683.

X Noot
24

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
25

Deze onderzoeksopdrachten zijn aan de Tweede Kamer verstrekt op 9 juli 2019 (bijlage bij Kamerstuk 31 066, nr. 510) en op 2 september 2019 (bijlage bij Kamerstuk 31 077, nr. 519).

X Noot
26

Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nr. 3794.

X Noot
27

Kamerstuk 31 066, nr. 490.

X Noot
28

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
29

Kamerstuk 31 066, nr. 709.

X Noot
30

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
31

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

Naar boven