Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031066 nr. 595

31 066 Belastingdienst

29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 595 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 februari 2020

Bij brief d.d. 24 juni 20191 van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de Staatssecretaris van Financiën bent u geïnformeerd over de toezichtstrategie arbeidsrelaties van de Belastingdienst en de Inspectie SZW. In de brief is aangekondigd dat de Belastingdienst, rekening houdend met het handhavingsmoratorium, extra inzet pleegt op het toezicht arbeidsrelaties voor de loonheffingen. De Belastingdienst controleert of er sprake is van een dienstbetrekking, geeft voorlichting en biedt een helpende hand om duidelijkheid te geven wanneer een arbeidsrelatie wel of geen dienstbetrekking is volgens de huidige wet. Aan eventuele handhaving gaat altijd een zorgvuldige afweging vooraf. De toezichtstrategie zoals geschetst in de Kamerbrief is uitgewerkt in een toezichtplan voor de periode tot 1 januari 2021.2 Het vierde kwartaal van 2019 is gestart met de opbouw van de hiervoor benodigde extra capaciteit voor onder andere bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken. Met deze brief informeer ik u graag nader over de sectorspecifieke benadering die in de brief van 24 juni 2019 is aangekondigd en waarvoor de werkzaamheden eind 2019 zijn gestart.

Sectorbenadering

De sectorspecifieke benadering is van belang waar de problematiek van kwalificatie van arbeidsrelaties sterk speelt en omissies zich in de (deel)sector op soortgelijke wijze lijken voor te doen. In verschillende sectoren gaat het er dan met name om dat arbeidsrelaties die feitelijk als (fictieve) dienstbetrekking kwalificeren ook als zodanig in de loonadministratie worden verantwoord. De sectorspecifieke benadering onderscheidt zich van het toezicht bij individuele opdrachtgevers omdat deze een (deel)sector omvat en de mix van instrumenten sterk afhankelijk is van de kenmerken van de sector. Het doel van de sectorspecifieke benadering is om een goede naleving te krijgen. De sectorspecifieke benadering heeft als voordeel dat deze in beginsel het brede bereik heeft van een hele sector. Dat voorkomt zo veel mogelijk marktverstoring, houdt het speelveld gelijk en is vanuit het oogpunt van naleving effectief en efficiënt. Bij de sectorspecifieke benadering werkt de Belastingdienst samen met branche- of koepelorganisaties. De invulling hiervan wordt de komende periode samen met hen uitgewerkt. De criteria op basis waarvan vanuit fiscaal perspectief sectoren worden gekozen, zijn onder andere:

  • Problematiek speelt breed in de sector;

  • Omissies lijken zich op soortgelijke wijze in de sector voor te doen;

  • Bedrijven melden de problematiek zelf, o.a. via vooroverleg en vragen om een reactie van de Belastingdienst;

  • Signalen uit bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken.

De sectorspecifieke benadering vraagt capaciteit van en specifieke kennis en vaardigheden bij zowel medewerkers van de Belastingdienst als bij de sectoren. Daarom is met een beperkt aantal sectoren begonnen en kunnen er – mede op basis van de opgedane ervaringen – daarna andere sectoren aan worden toegevoegd. De eerste sectorbenaderingen zijn in de zorg, namelijk ziekenhuizen en zelfstandige klinieken, een specifiek deel van de sector bouw, namelijk (grote) bouwprojecten, en de bemiddelingsbureaus en intermediaire partijen in deze (deel)sectoren. In de tweede helft van 2020 zal deze benadering naar verwachting worden verbreed als de eerste ervaringen zijn opgedaan. Dan zal een nieuwe afweging worden gemaakt bij welke andere van de in de Kamerbrief van juni 2019 genoemde sectoren (onderwijs, ICT, horeca en detailhandel) of nieuw opgekomen sectoren verbreding van de sectorbenadering kan plaatsvinden.

Voortgangsrapportage

De motie van het lid Palland3 verzoekt het kabinet de Tweede Kamer halfjaarlijks te informeren over de uitvoering van het toezicht op arbeidsrelaties. Vanwege de aanscherping van het toezicht per 1 januari 2020 is bij behandeling van de motie door de Minister van SZW aangegeven de eerste rapportage in de eerste helft van 2020 te kunnen doen. Ik verwacht u deze voor de zomer van 2020 aan te kunnen bieden.

De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Kamerstukken 31 066 en 29 544, nr. 515.

X Noot
3

Kamerstuk 29 544, nr. 935.