Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031066 nr. 523

31 066 Belastingdienst

Nr. 523 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 23 september 2019

De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën over de brief van 2 juli 2019 inzake de eerste voortgangsrapportage op het Jaarplan 2019 Belastingdienst (Kamerstuk 31 066, nr. 500).

De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 20 september 2019. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Anne Mulder

De adjunct-griffier van de commissie, Freriks

1

Waarom is de instellingsduur van de tijdelijke Commissie Integriteit niet per direct permanent ingeregeld, maar pas per 1 juli 2020?

Antwoord

De verlenging van de instellingsduur van de Tijdelijke commissie integriteit was al in gang gezet en was noodzakelijk omdat er een wijziging moest komen in de benoeming van een van de commissieleden per 1 mei jongstleden. De toezegging tot een definitieve voorziening is tijdens de procedure tot verlenging gedaan. Om die reden is het voornemen tot het instellen een permanente commissie direct in de toelichting van de verlenging opgenomen. Een tijdelijk commissie kan niet zonder meer permanent worden gemaakt, daartoe is een nieuw instellingbesluit noodzakelijk.

2

Welke drie projecten lopen niet op schema en waarom niet?

Antwoord

Op het moment van schrijven van de eerste Voortgangsrapportage Belastingdienst waren drie projecten vertraagd, namelijk:

  • De online bezwaarvoorziening,

  • De ondersteuning voor de medewerker Inning, en

  • De optimalisatie interactie automiddelen.

Voor het project online bezwaarvoorziening geldt dat er een vertraging is opgetreden ten opzichte van de interne planning. Deze is echter niet dusdanig dat de einddatum van het project ook is vertraagd. Naar verwachting zal de vertraging gedurende de looptijd worden ingelopen.

Het onderdeel medewerkersportaal van de ondersteuning voor de medewerker Inning heeft vertraging opgelopen omdat de aanvankelijk voorgesteld technische oplossing in de praktijk niet haalbaar bleek en omdat andere projecten in de Inning voorrang moesten krijgen. Dat ging bijvoorbeeld om het vervangen van het ETM-systeem.

Het project optimalisatie interactie automiddelen is vertraagd door onder meer de benodigde capaciteit voor de implementatie van het wetgevingstraject fijnstoftoeslag, het moderniseren van het BPM-landschap en voor Bezwaar en het Kennisnetwerk.

3

Waarom heeft het onderzoek alleen plaatsgevonden op hogere managementniveaus?

Antwoord

De ADR heeft het onderzoek in opdracht van de het Ministerie van Financiën uitgevoerd. In verband met de informatiebehoefte bij de opdrachtgevers is ervoor gekozen om op het niveau van het management te toetsen. Uitgangspunt was daarbij dat de onderzoeksresultaten aangrijpingspunten moeten bieden voor het versterken van interventies op leidinggevend niveau. De «tone at the top» is immers onder meer bepalend voor de gewenste cultuurverandering.

4

Welke externe adviezen heeft de Belastingdienst en/of het ministerie voor de Belastingdienst de afgelopen vijf jaar laten uitvoeren?

Antwoord

Het Ministerie van Financiën houdt geen overzicht bij met de ingewonnen externe adviezen. Het is daarom niet mogelijk om een volledige lijst van onderzoeken vast te stellen. Het Ministerie van Financiën, waaronder de Belastingdienst, heeft in ieder geval de hierna opgenomen onderzoeken laten uitvoeren.

Fiscale Monitor

Jaarlijks

Bedrijfsopvolgingsregelingen

2015

Oldtimermaatregelen

2015

Evaluatie van autogerelateerde belastingen 2008–2013

2015

IBO Agro-, visserij en voedselketens

2015

Evaluatie van de bankenbelasting

2015

Bekostigingssystematiek voor de Belastingdienst (Commissie de Jong)

2015

Beleidsdoorlichting betreffende de (doeltreffendheid en doelmatigheid van de) uitvoering van de toeslagenregelingen door de Belastingdienst/Toeslagen in de periode 2012–2015

2016

Evaluatie bankenbelasting

2016

Evaluatie van de innovatiebox 2010 tot 2012

2016

Evaluatie belastingheffing excessieve beloningbestanddelen

2016

Onderzoek naar gebruik aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten

2016

IBO Eenvoud loont – Onderzoek naar de doelmatigheid van pensioengelden

2016

IBO Kostenefficiëntie CO2-reductiemaatregelen

2016

IBO Rapport Belastingdienst

2016

Toezicht en opsporing en massale processen

2017

Evaluatie effecten administratieve lasten bedrijven Wet uniformering loonbegrip

2017

Evaluatie 30%-regeling

2017

Tweede evaluatie Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen: 2009–2016

2017

Evaluatie WOM-regeling

2017

Evaluaties giftenaftrek en de evaluatie van de praktijk rondom ANBI’s en SBBI’s

2017

Onderzoek naar de besluitvormingsprocedures binnen de Belastingdienst (COB)

2017

Evaluatie teruggaafregeling LNG in de accijnzen

2018

Onderzoek besluit beheersen continuïteitsrisico’s ETM

2018

Onderzoek Economische- en Duurzaamheidseffecten Vliegbelasting

2018

Evaluatie Werking Werkkostenregeling

2018

Evaluatie Wet uitwerking Autobrief II

2018

Balansen, inkomsten en uitgaven van bfi’s

2018

Evaluatie Middelingsregeling

2018

Second opinion op de herijking van de investeringsagenda van de Belastingdienst (VKA/Berenschot)

2018

Extern onderzoek naar het IV portfoliomanagement van de Belastingdienst

2019

Validatie domeinarchitecturen

2019

Innovatieve trajecten binnen de uitvoering

2019

Onderzoek Brexit

2019

Onderzoek laaggeletterden Toeslagen

2019

Onderzoek keuzeregeling Elektronisch Berichtenverkeer (EBV)

2019

BSN in het IVR menu

2019

Brieven voor iedereen

2019

Twijfelmomenten Toeslagen

2019

Onjuiste verdeling aftrekposten fiscaal partners

2019

MKB ondernemers en de Brexit

2019

Uiterlijk en character van een chatbot

2019

Kanaalkeuzegedrag n.a.v. brieven Belastingdienst

2019

Evaluatie POC samenwerkingsruimte GO

2019

Exitmonitor

2019

Vakmanschap en vertrouwen

2019

Medewerkersonderzoek

2019

Keuzeregeling EBV

2019

Hoe gaat jouw aangifte?

2019

Nieuw Toeslagenportal

2019

Verbeterprogramma Kinderopvangtoeslag

2019

Evaluatie aangifte IB 2018

2019

Onderzoek e-herkenning

2019

Onderzoek kleineondernemersregeling

2019

Kwalitatief onderzoek compartimenten kleinbedrijf

2019

Belastingmoraal en burgerschap

2019

Compliance Monitor

2019

Psychologische aspecten van Tax compliance

2019

Transparantie

2019

Privégebruik auto

2019

Interdepartementaal onderzoek inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

2019

5

Welke bedrijven hebben de afgelopen 5 jaar ICT-adviezen uitgebracht aan de Belastingdienst?

Antwoord

De Belastingdienst heeft in kaart gebracht welke bedrijven de afgelopen vijf jaar door een (Europese) aanbesteding zijn gecontracteerd en ICT-adviezen aan de Belastingdienst hebben uitgebracht. Vanwege privacyaspecten kunnen alleen de namen van bedrijven openbaar worden gemaakt waar sprake is van een (Europese) aanbesteding. Voor de IV-organisatie is op deze korte termijn niet mogelijk gebleken om in beeld te krijgen welke bedrijven zijn gecontracteerd via een (Europese) aanbesteding. Deze bedrijven zijn daarom niet vermeld. Het gaat om de volgende bedrijven:

  • Associates B.V. (B1)

  • Balance

  • Between Holding B.V.

  • CAP GEMINI NEDERLAND BV.

  • Harvey Nash B.V.

  • Inspearit

  • JNC UK Consulting

  • KPMG Advisory NV

  • O EN I MANAGEMENT PARTNERS BV

  • QUANTITIVE SOFTWARE MANAGEMENT

  • SevenStars

  • SOGETI NEDERLAND B.V.

6

Hoeveel onderzoeken heeft de Auditdienst Rijk de afgelopen vijf jaar gedaan bij de Belastingdienst?

Antwoord

De Auditdienst Rijk (ADR) heeft op verzoek van de Belastingdienst in de periode 2015 tot en met de 1e helft van 2019 in totaal 101 audits uitgevoerd bij de Belastingdienst. De Minister van Financiën informeert de Tweede Kamer halfjaarlijks over de titels van de door de ADR uitgebrachte rapporten in het desbetreffende halfjaar. Sinds 2016 worden de rapporten in beginsel gepubliceerd op www.rijksoverheid.nl, behoudens de gevallen waarin een uitzonderingsgrond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) van toepassing is, die zich tegen openbaarmaking verzet.

7

Hoeveel verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob-verzoeken) heeft de Belastingdienst ontvangen in de afgelopen vijf jaar? Hoeveel zijn afgewezen?

Antwoord

Vanaf 1 januari 2014 wordt op het Ministerie van Financiën bestuurlijke informatie bijgehouden over de afhandeling van de Wob-verzoeken die worden verstuurd naar het ministerie. Vanaf 1 januari 2014 zijn tot nu toe 448 Wob-verzoeken ontvangen die betrekking hebben op de Belastingdienst. Per Wob-verzoek is niet vastgelegd of het is toe- of afgewezen.

Ook de uitvoerende directies van de Belastingdienst handelen Wob-verzoeken af. Sinds januari 2016 wordt hierover bestuurlijke informatie bijgehouden. Vanaf 2016 zijn tot nu toe 575 verzoeken ontvangen waarvan er 348 zijn afgewezen. Het merendeel van deze verzoeken gaan over het openbaar maken van fiscale gegevens van belastingplichtigen. Deze worden afgewezen vanwege de fiscale geheimhoudingsplicht.

8

Hoeveel mensen zijn de afgelopen twee jaar gedwongen van functie veranderd vanwege wanprestatie?

Antwoord

Binnen het ambtenarenrecht is het mogelijk een medewerker in het belang van de dienst een andere functie op te dragen. Hier kunnen verschillende redenen aan ten grondslag liggen. Zo kan overplaatsing van een medewerker plaatsvinden vanwege een moeilijk vervulbare vacature, ongeschiktheid voor de eigen functie of als functievolger als gevolg van een reorganisatie. Omdat «wanprestatie» geen begrip is dat wordt gebruikt binnen het ambtenarenrecht, kan dit niet als grondslag voor het gedwongen veranderen van functie dienen.

9

Kan personeel dat een andere functie heeft gekregen opnieuw solliciteren op de oude functie?

Antwoord

Het staat personeel vrij te solliciteren naar functies waarnaar hun voorkeur uitgaat. De Belastingdienst kent in de uitvoering van de werving en selectie wel de afspraak dat medewerkers die korter dan drie jaar in hun huidige functie werken of bezig zijn met een startopleiding of inwerktraject niet als eerste worden meegenomen in de selectie. Het spreekt voor zich dat bij vacaturevervulling wordt gezocht naar de meest geschikte kandidaat. Desgewenst kan daarbij een assessment worden ingezet of referenties worden ingewonnen.

10

Hoeveel mensen zijn van het Combiteam Aanpak Facilitators (CAF) 11-dossier afgehaald?

Antwoord

Er zijn geen mensen van het CAF-11-dossier «afgehaald», omdat de onderzoeksfase van het CAF-11 dossier al was afgerond. Wel is ervoor gezorgd dat betrokken medewerkers uit die fase niet worden betrokken bij de huidige bezwaar- en beroepszaken in CAF 11. Deze zaken worden toegedeeld aan medewerkers die niet eerder CAF-11-zaken hebben behandeld.

11

Hoeveel mensen zijn aan het CAF-11-dossier toegevoegd?

Antwoord

Vanaf het voorjaar 2019 is een projectorganisatie opgericht van circa 15 fulltime werknemers, om informatie op te leveren voor de beantwoording van onder meer Kamervragen, vragen van de adviescommissie uitvoering toeslagen en het onderzoek van de ADR. De medewerkers worden ondersteund door andere medewerkers van Toeslagen en ongeveer 40 personen van andere onderdelen van de Belastingdienst. Ook zijn 30 medewerkers vanuit het Landelijk Incasso Centrum van de Belastingdienst bezig om informatie over de invorderingshistorie te verzamelen. Ten slotte zijn er enkele vaktechnisch specialisten van andere onderdelen van de Belastingdienst toegevoegd aan het dossier.

12

Wat is de filosofie van de topstructuur bij de Belastingdienst?

Antwoord

Gegeven de aanbevelingen van de Commissie Onderzoek Belastingdienst, heeft de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk een voorstel gedaan voor aanpassing van de besturings- en organisatiestrictuur van de Belastingdienst. De positie van de Belastingdienst is daarbij aangepast. De Belastingdienst vormt nu een regulier directoraat-generaal binnen het Ministerie van Financiën. In de besturing is daarbij een scheiding aangebracht tussen beleid, uitvoering en control, waarbij duidelijk is van wie sturing wordt ontvangen en aan wie verantwoording wordt afgelegd. De uitvoering heeft daarbij een prominente rol in de besluitvorming binnen de Belastingdienst gekregen. Het aantal managementlagen in de Belastingdienst is beperkt tot maximaal vier om de afstand tussen de top en de werkvloer klein en helder te houden. Hierbij hoort een voorspelbare, transparante werkwijze en leiderschap, het in verbinding staan van de directies met elkaar, het ministerie en de rijksoverheid en een voortdurende gerichtheid op samenwerking tussen management en medewerkers.

13

Wanneer is de topstructuur ingevoerd?

Antwoord

De inrichting van de Topstructuur is in december 2018 voltooid. In december 2018 is het nieuwe organisatiebesluit en het nieuwe mandaatbesluit van de Belastingdienst vastgesteld en gepubliceerd. Daarmee stonden de formele organisatie en de aansturingslijnen vast. In december 2018 zijn de directeuren van de directies benoemd en daarna zijn in de eerste helft van 2019 de medewerkers geplaatst in de nieuwe organisatie. In juni zijn verkiezingen voor de ondernemingsraad gehouden, waarmee ook de medezeggenschapstructuur aansluit op de nieuwe structuur.

14

Hoe wordt de topstructuur geëvalueerd?

Antwoord

De ADR is gevraagd om onderzoek uit te voeren naar de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de Topstructuur Belastingdienst en de bijdrage van deze uitgangspunten aan het verbeteren van de sturing binnen de Belastingdienst. Het onderzoek is onder meer bedoeld om daar lering uit te trekken en eventuele verbeteringen door te voeren. De resultaten worden in het tweede kwartaal van 2020 verwacht.

15

Welke klokkenluidersregeling heeft de Belastingdienst?

Antwoord

Voor de Belastingdienst geldt de Interne klokkenluidersregeling Rijk, Politie en Defensie.1

16

Hoeveel mensen hebben zich als klokkenluider gemeld?

Antwoord

Het huis voor klokkenluiders deelt, gelet op de privacy van de melder, niet het aantal meldingen dat bij het huis voor klokkenluiders binnenkomt met de werkgever. Indien een melding leidt tot een onderzoek wordt de werkgever wel betrokken. Er zijn bij de Belastingdienst geen meldingen bekend die hebben geleid tot een onderzoek door het huis voor klokkenluiders.

17

Hoeveel mensen zijn er de afgelopen twee jaar op non-actief gesteld?

Antwoord

Binnen het ambtenarenrecht wordt het begrip op non-actief stellen niet gebruikt. Het op non-actief stellen heb ik geïnterpreteerd als schorsing als ordemaatregel. Bij de Belastingdienst zijn in 2017 en 2018 in totaal 46 medewerkers, voorafgaand aan de disciplinaire sanctie van ontslag, geschorst.

18

Hoe groot was de voorraad bezwaren in dezelfde periode in de afgelopen vijf jaar?

Antwoord

Ik heb de Tweede Kamer op 2 juli jongstleden geïnformeerd over de voorraad bezwaren omzetbelasting inclusief de bezwaren tegen btw-correctie privégebruik auto (PGA).2 De voorraad bezwaren voor de omzetbelasting bedroeg per 1 januari 2019 46.354 en per 1 mei 2019 36.306. De voorraad bezwaren in dezelfde periode in de afgelopen vijf jaren heb ik in de hierna opgenomen tabel weergegeven. De voorraad bezwaren PGA is in deze periode gelijk gebleven.

Tabel 1: Voorraad bezwaren omzetbelasting inclusief de bezwaren tegen btw-correctie privégebruik auto (PGA) periode 2015 tot en met 2018.

Jaar

Voorraad bezwaren

Voorraad bezwaren PGA

Totaal

2015

55.918

17.040

72.958

2016

48.542

17.040

65.582

2017

45.404

17.040

62.444

2018

29.314

17.040

46.354

19

Wanneer kan de Kamer de plannen tot aanscherping van de onvolkomenheden tegemoet zien?

Antwoord

Op de onvolkomenheden «Legacy Belastingdienst», «Strategisch Personeelsbeleid en Managementinformatie» lopen bij de Belastingdienst al verbetertrajecten. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd via het Jaarplan 2019 Belastingdienst.3 Voor de onvolkomenheden «bedrijfscontinuïteitsbeheer» en «M&O-beleid kleine belastingmiddelen» liepen al verbetertrajecten die deel uitmaken van de interne planning & controlcyclus.

Zoals aangegeven in mijn brief van 2 juli jongstleden heeft de Algemene Rekenkamer (ARK) drie nieuwe onvolkomenheden geformuleerd: a) «Uitvoering verbijzonderde interne controles bij de Belastingdienst», b) «Verplichtingenbeheer Belastingdienst» en c) «Prestatieverklaringen inkopen Belastingdienst».4 De geplande aanscherping van de kaders en verbetering van de uitvoering worden opgenomen in de reguliere interne planning & controlcyclus en verantwoord in de Jaarverantwoording.

De ARK beschikt over alle verbeterplannen en beoordeelt de komende periode in het kader van het Verantwoordingsonderzoek 2019 de inrichting en werking van de aanpak. Bij de Jaarverantwoording IX 2019 informeert de ARK de Tweede Kamer over haar oordeel.

20

Waarom is er geen plan om de constatering van de Algemene Rekenkamer dat er «een niet te kwantificeren onzekerheid over de rechtmatigheid van de belastingopbrengsten (zie § 3.1.1)» is, op te lossen?

Antwoord

Een afzonderlijk plan is niet nodig. Een oplossing voor constatering van de ARK dat «een niet te kwantificeren onzekerheid over de rechtmatigheid van de belastingopbrengsten» wordt meegenomen in de activiteiten die zijn gepland om de onvolkomenheden voor het strategisch personeelsbeleid en de managementinformatie op te lossen.

21

Hoeveel medewerkers worden er aangetrokken om het team interne controles Belastingdienst te versterken?

Antwoord

Voor de uitvoering van de verbijzonderde interne controles worden zes medewerkers aangetrokken. Daarnaast zijn voor de steekproeftrekking twee data-analisten en voor de kwaliteitsreview twee senior auditors aangenomen.

22

Hoe ziet het expliciete bewakingsmechanismen, genoemd onder interne controles, eruit?

Antwoord

Op basis van de maandelijkse realisatierapportage beoordelen de betrokken directies de voortgang.

23

Hoe vaak is er door de (top van de) Belastingdienst gesproken met de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB)?

24

Hanteren het ministerie en de Belastingdienst een lobbyregister waarin wordt bijgehouden wie wanneer met lobbyisten spreekt?

Antwoord

De contacten tussen ambtenaren van het ministerie de Belastingdienst en maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties of bedrijven worden niet systematisch in een lobbyregister bijgehouden. In het algemeen geldt wel dat dergelijke contacten op diverse niveaus plaatsvinden. Dit gebeurt bijvoorbeeld om beleidsopties te verkennen en de kwaliteit van wetgeving te verbeteren. Ik beschouw een open dialoog tussen de overheid en maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties of bedrijven dan ook als waardevol. Dit geldt ook voor de uitwisseling van kennis en ervaring tussen de Belastingdienst en (advies)praktijk. Een voorbeeld hiervan is de Fiscale Conferentie, een conferentie die de Belastingdienst tweemaal per jaar samen met de NOB organiseert en waarvan ook een verslag verschijnt in het Weekblad Fiscaal Recht.5

Tegelijk vind ik het belangrijk om transparant te zijn over dergelijke contacten. Het Ministerie van Financiën kent daarom een gedragslijn voor externe contacten. Hierin staat onder andere dat bij wetgevingsvoorstellen een lobbyparagraaf wordt opgenomen. Deze paragraaf bevat een verslag van de internetconsultatie en andere contacten met externen, inclusief een reactie en inzage in de belangenafweging op hoofdlijnen.

25

Zowel de Belastingdienst als de Douane kampen met personeelstekorten, geldt de groei van het personeelsbestand voor beide diensten en loopt de instroom van nieuwe medewerkers voor beide diensten volgens planning?

Antwoord

De wervingsopgave van de Belastingdienst is een instroom van 3.450 fte voor 2019. De resultaten van de wervingsaanpak zijn van januari tot en met juli 2019 positief met een instroom van circa 1.900 medewerkers. De uitstroom tot en met juli 2019 is circa 1.150 fte. De toename in bezetting is daarmee, voor de genoemde periode, per saldo circa 750 fte.

Het eerste kwartaal van 2019 was het resultaat van de werving boven verwachting met een instroom van circa 1.200 medewerkers. De focus van een aantal directies is daardoor tijdelijk verschoven naar het opleiden en inwerken van de nieuwe medewerkers. Deze directies zijn, vanwege de wens om de instroom meer te verdelen over het jaar, tijdelijk terughoudend geweest in het aanmelden van vacatures. Dit resulteert in een uitloop van de instroom van nieuwe medewerkers naar begin 2020.

De Belastingdienst heeft maatregelen genomen om de 3.450 fte instroom zoveel mogelijk in 2019 te realiseren. De sturing op het proces richting deze instroom (aanmelding en intake van vacatures, werving, selectie, arbeidsvoorwaardengesprekken) is geïntensiveerd. Ook is het proces tussen aanmelden en openstellen van vacatures versneld van zes weken naar drie tot vier weken en wordt tijdelijk extra capaciteit ingezet. De verwachting is dat met de genomen maatregelen 3.100 tot 3.300 fte van de wervingsopgave van 3450 fte in 2019 wordt behaald. De resterende 150 tot 350 fte wordt naar verwachting in de eerste twee maanden van 2020 gerealiseerd.

Douane heeft te maken gehad met een forse wervingsinspanning in het kader van de Brexit. De werving hiervoor is inmiddels afgerond en succesvol geweest. Bij de reguliere werving is nog een klein aantal vacatures in te vullen, maar dit is niet van invloed op de continuïteit van de hoofdprocessen van de Douane. Dit wordt naar verwachting ingelopen bij een volgende massale werving die nog dit jaar moet starten. De Douane werft ten minste twee keer per jaar om uitstroom op te vangen.

26

Op welke manier kan gegarandeerd worden dat nieuwe medewerkers, ondanks het verkorte instroomproces, voldoende capaciteiten en kennis bezitten om van toegevoegde waarde te zijn?

Antwoord

Door verschillende inspanningen is de doorlooptijd van de selectieprocedure sterk verkort van zes tot acht maanden naar een tot vier maanden. De Belastingdienst houdt daarbij vast aan de bestaande kwaliteitseisen van zowel de selectieprocedure als kwaliteitseisen aan de nieuwe medewerkers. In het verkorte instroomproces worden dezelfde stappen in de selectieprocedure doorlopen, maar dan versneld. De Belastingdienst doet geen concessies aan de eisen die aan kandidaten worden gesteld, waaronder eisen met betrekking tot opleidingsniveau, aangevuld met specifieke eisen die verschillen per functie.

27

Hoeveel projecten met een ICT-component van boven de 5 miljoen euro zijn sinds 2015 doorgeven aan het Bureau ICT-toetsing (BIT)?

Antwoord

De Belastingdienst heeft sinds de start van het BIT elf projecten ter toetsing aangemeld.

28

Komt in de nieuwe vierde pijler «cultuur» naast de interne cultuur ook de externe cultuur, met andere woorden het bieden van maatwerk, terug?

Antwoord

Ja. Interne en externe cultuur zijn onlosmakelijk verweven. Hoe medewerkers van de Belastingdienst zicht intern naar elkaar toe gedragen wordt gereflecteerd in de wijze waarop de medewerkers zicht gedragen richting burgers en bedrijven. In het cultuurprogramma is daarom nadrukkelijk aandacht voor beide elementen. Het bieden van maatwerk ziet niet alleen op gedrag, maar ook op een respectvolle en correcte bejegening. Daarbij spelen ook de mogelijkheden in wetgeving een rol. De mate waarin de overheid ruimte heeft voor maatwerk hangt onder meer af van de discretionaire bevoegdheid die een overheidsorgaan heeft.

29

Wanneer verwacht u te kunnen voldoen aan het gestelde minimum van 90% afgehandelde bezwaren binnen de termijn van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)?

Antwoord

In mijn brief van 26 november 2018 heb ik de Tweede Kamer geïnformeerd over de vertraging in de bezwaarbehandeling.6 Ik heb daarbij aangegeven dat ik deze vertraging een zorgelijke en onwenselijke ontwikkeling vind. Daarom heb ik aangekondigd dat de Belastingdienst maatregelen neemt om de bezwaarbehandeling weer op orde te brengen. Daarbij heb ik aangegeven dat het nog tot het einde van 2019 zal duren voordat de bezwaarbehandeling weer op orde is. De Belastingdienst werkt hard aan de benodigde verbeteringen en de verwachting is dat deze planning zal worden gehaald. Daarvoor zijn voor de directie Particulieren enkele aanvullende maatregelen genomen, zoals de inzet van extra uitzendkrachten en inzet van medewerkers uit andere processen voor de bezwaarbehandeling. Daarnaast kijken we voortdurend naar verbeteringen om het proces soepeler en effectiever te laten verlopen.

30

Waarom is het verschil tussen de norm (90%) en het gerealiseerde percentage afgehandelde bezwaren (73,3%) binnen de Awb-termijn nog zo groot?

Antwoord

In mijn brief van 26 november 2018 over de vertraging in de bezwaarbehandeling heb ik aangekondigd dat het wegwerken van de achterstallige voorraad bezwaren in eerste instantie leidt tot een lager percentage van binnen de Awb-termijn behandelde bezwaren.7 Een deel van de bezwaren is namelijk al te lang blijven liggen en telt pas mee in het Awb-percentage op het moment dat deze bezwaren worden afgedaan.

31

Kunt u een toelichting geven op het verminderde aantal ontvangen klachten vorig jaar?

Antwoord

Over de eerste zes maanden van 2019 heeft de Belastingdienst op een aantal terreinen minder klachten ontvangen. Ten eerste is er een afname van klachten over zonnepanelen geconstateerd. Dit lijkt het gevolg van veranderingen in het proces omzetbelasting. Ten tweede zijn er minder klachten ingediend over de bereikbaarheid van de Belastingtelefoon en de bejegening tijdens de telefoongesprekken. Hierover is in de eerste Voortgangsrapportage afzonderlijk gerapporteerd.8 Ten slotte is bij Douane een afname van klachten in het reizigersverkeer (luchthavens) geconstateerd. Sinds 2018 is daar specifiek op gestuurd met onder meer kwalitatieve klachtmanagementrapportages.

32

Graag een toelichting op de garantieregeling met betrekking tot de loonheffing, klopt het dat maar 59% van de mensen vóór 1 juli bericht heeft gehad terwijl de norm 100% (garantieregeling met betrekking tot de loonheffing)?

Antwoord

Ik ga ervan uit dat met deze vraag wordt gedoeld op de garantieregeling dat indien de aangifte inkomstenbelasting wordt ingediend vóór 1 april, dat er voor 1 juli bericht wordt ontvangen van de Belastingdienst. Het percentage van 59 is de realisatie per 30 april. Indien inderdaad de inkomstenbelasting wordt bedoeld, dan kan ik vermelden dat 99,9 procent vóór 1 juli bericht heeft gehad. Hierbij ga ik uit van de aangiften 2018.

33

Hoeveel medewerkers zijn er vorig jaar bijgekomen bij de FIOD?

Antwoord

Op 1 januari 2018 bedroeg de bezetting bij de FIOD 1345 fte. Op 31 december 2018 bedroeg de bezetting 1343 fte. Per saldo is de bezetting in 2018 afgenomen met 2 fte.

34

Hoeveel medewerkers wil en kan de FIOD dit lopende jaar nog werven?

Antwoord

Op dit moment werft de FOID voor 54 fte, met verwachte instroomdatum 1 januari 2020. In november 2019 start de FIOD nog een werving van 50 fte met verwachte instroomdatum 1 maart 2020. Vanaf december 2019 start de werving van 150 fte in het kader van de Voorjaarsnota.

35

Heeft de FIOD een doelstelling in het aantal afgeronde zaken per jaar?

Antwoord

Nee. Het aantal afgeronde zaken per jaar zegt namelijk weinig over de effectiviteit van de opsporing. Zaken kunnen inhoudelijk sterk van elkaar verschillen. De FIOD stuurt op de inzet van de beschikbare capaciteit. Jaarlijks worden circa 700 tot 800 processen-verbaal opgemaakt.

36

Hoe verhouden de gerealiseerde incasso-opbrengsten zich tot het uitstaande bedrag?

Antwoord

Ik heb daar geen informatie over. Gerealiseerde incasso-opbrengsten zijn een onderdeel van het vervolgingsproces en vallen om die reden onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie.

37

Hoeveel navorderingen zijn er opgelegd bij de fraude importauto’s in 2018 en eerste en tweede kwartaal 2019?

Antwoord

De Belastingdienst legt om uiteenlopende redenen naheffingsaanslagen voor de BPM op. Dit is onder andere het geval bij correcties op aangiften voor de reguliere import en de parallelimport, vrijstellingen en teruggaven voor export en bijzondere voertuigen. De aanleiding voor een naheffingsaanslag wordt alleen op dossierniveau vastgelegd. Daarover is op centraal niveau (nog) geen adequate managementinformatie beschikbaar, onder andere omdat de bestaande applicaties daarop niet zijn ingericht. Daarbij past de kanttekening dat in de gevallen mogelijk gefraudeerd is, deze fraude nog niet in rechte is bewezen.

De vraag ziet op de naheffingen ten aanzien van in 2018 en het eerste halfjaar van 2019 geïmporteerde voertuigen. Daarvan kan nog geen compleet beeld worden gegeven, omdat tussen het doen van de aangifte en het kunnen opleggen van de naheffingsaanslag een tijdsperiode zit. Bij tijdstipaangiften is dat al snel enkele maanden. Bij tijdvakaangiften kan dit aanzienlijk langer zijn, omdat de voltooiing van het fiscale feit wel een jaar later kan zijn. Daarnaast kunnen er allerlei omstandigheden en overwegingen zijn waardoor de periode nog langer is. De gegevens over de in 2018 en de eerste helft van 2019 opgelegde naheffingsaanslagen zijn wel beschikbaar en die zijn als volgt.

Tabel 2: Naheffingen BPM.

Periode

Aantal

Bedrag (in € miljoen)

2018

1.600

2,2

2019 (januari t/m juni)

650

0,9

2019 (tot en met augustus)

900

1,5

Daarbij wil ik opmerken dat een naheffing betrekking kan hebben op een of meer voertuigen en op een of meer aangiften. Verder kan een naheffingsaanslag ook betrekking hebben op andere zaken dan parallelimport. In het overzicht zijn de uitkomsten van het bezwaar- en beroepsproces niet meegenomen.

38

Welk deel van het budget voor de aanpak van fraude en ondermijnende criminaliteit is ingezet om de afhandeling bij de Belastingdienst vorm te geven?

Antwoord

Bij Voorjaarsnota is besloten om totaal € 29 miljoen toe te voegen aan de begroting van Financiën voor het aanpakken van fraude, witwassen en ondermijning. Daarvan wordt € 13,5 miljoen ingezet voor de aanpak van fraude en ondermijnende criminaliteit door de Belastingdienst. De reeks ziet er als volgt uit.

Tabel 3: Reeks voor de aanpak van fraude en ondermijnende criminaliteit door de Belastingdienst.

Jaar

2020

2021

2022

2023

2024 e.v.

Bedrag (in € miljoen)

5

13,5

13,5

13,5

13,5

39

Kunt u een actuele stand van zaken geven over de behandeling beroepszaken Toeslagen?

Antwoord

Per peildatum 6 september 2019 zijn er 907 beroepszaken onderhanden.

40

Op basis van welke informatie worden keuzes gemaakt in prioritering in de handhaving?

Antwoord

Om de beschikbare capaciteit zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten, prioriteert de Belastingdienst de taken. De prioritering volgt de lijnen van de uitvoerings- en toezichtstrategie, namelijk: we willen fouten voorkomen, we maken het gemakkelijk om een goede aangifte en aanvraag te doen, we stemmen de interventie af op het gedrag van bedrijven en bij bewust niet-naleven dwingen we naleving af.

Wij vinden allereerst dat er een aantal taken is dat we altijd moeten doen. Het gaat dan bijvoorbeeld om taken waarbij bedrijven het initiatief nemen, zoals telefonisch contact. Verder kan worden gedacht aan taken waar een wettelijke verplichting aan ten grondslag ligt, zoals een verzoek om vooroverleg en het behandelen van een bezwaar, beroep of klacht.

Daarnaast worden wensen van de Tweede Kamer uiteraard hoog geprioriteerd, evenals afspraken die we maken met externe partijen, bijvoorbeeld op het gebied van externe overheidssamenwerking, afspraken die belangrijk zijn vanwege de maatschappelijke rol die we vervullen. Verdere keuzes voor onze inzet op dienstverlening, toezicht en fraudebestrijding maken we op basis van de inzetbare capaciteit, waarbij we gebruikmaken van de beschikbare informatie over de houding en het gedrag van groepen van bedrijven. Bij de beschikbare informatie kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de steekproef ondernemingen, signalen (bijvoorbeeld van andere overheden) en internationale gegevensuitwisseling.

41

Wat is de definitie van «te lang» bij het wachten door ondernemers bij een reactie op hun bezwaar?

Antwoord

Bezwaren moeten volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in principe binnen zes weken worden afgedaan. De Belastingdienst mag deze termijn eenmalig met zes weken verlengen en heeft de mogelijkheid in overleg met de belastingplichtige de beslissing op een bezwaar langer aan te houden.

42

Kunt u onderscheidt maken tussen particulier en ondernemers?

Antwoord

De wettelijke normen voor de behandeltermijn van een bezwaar zijn voor particulieren en voor ondernemers gelijk. De Belastingdienst beschikt niet over informatie waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen particulieren en ondernemers voor wat betreft het Awb-percentage.

43

Hoeveel aangiften van particulieren zijn er «uitgeworpen» na de automatische selectie?

Antwoord

Bij de Inkomensheffingen (IH) wordt gewerkt met risicoselectie. Alle ontvangen aangiften Inkomensheffingen worden door het systeem gecontroleerd en krijgen een bepaalde risico-classificatie. De uitvoerings- en toezichtstrategie van de Belastingdienst is primair gericht op het voorkomen fouten in plaats van achteraf herstellen daarvan. Afhankelijk van de effectiviteit van de andere handhavingsinstrumenten, de uitkomsten van de risicoclassificatie en op basis van de beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve capaciteit wordt bepaald welke aangiften handmatig worden gecontroleerd. De hierna opgenomen tabel geeft het aantal ontvangen aangiften Inkomensheffingen per kalenderjaar van 2015 tot en met augustus 2019 weer. Het aantal «traditioneel IH» geeft de aantallen aangiften weer, die handmatig door vaktechnische medewerkers worden behandeld. Het aantal «Massaal automatische correctie» geeft de aangiften weer die automatisch door het systeem worden gecorrigeerd. Ten slotte wordt het totaal aantal behandelde aangiften Inkomensheffingen weergegeven voor de kalenderjaren 2015 tot en met augustus 2019. Het gaat om alle aangiften IH, dus van alle dienstonderdelen tezamen.

Tabel 4: Aangiften inkomensheffing (IH).
 

Kalenderjaar 2015

Kalenderjaar 2016

Kalenderjaar 2017

Kalenderjaar 2018

Kalenderjaar 2019 t/m augustus

Ontvangen aangiften IH (x 1.000)

11.503

11.705

11.796

12.079

11.400

Traditioneel IH

677.600

567.400

430.300

413.700

243.800

Massaal automatische correctie

334.000

271.900

327.500

142.800

87.300

Totaal behandeld IH

1.011.600

839.400

757.800

556.600

331.100

* De cijfers in bovenstaande tabel gaan over het kalenderjaar. Een kalenderjaar kan meerdere belastingjaren betrekken.

Het toezicht op aangiften inkomensheffingen kent voor de niet-winstonderdelen een ander karakter dan het toezicht op winstaspecten door MKB en GO. Bij het toezicht op de IH niet-winst wordt bij elke aangifte gebruikgemaakt van de ingevulde informatieregels in de Vooraf Ingevulde Aangifte (VIA). De VIA biedt ruime mogelijkheden om het doen van aangifte te vergemakkelijken en het maken van fouten aan de voorkant te voorkomen. Waar de VIA voor de aangifte inkomstenbelasting over 2015 nog ruim 7,7 miljoen keer werd gedownload, liep het aantal downloads voor de aangifte inkomstenbelasting over 2017 op naar 8,5 miljoen. De informatiestroom uit de VIA is de afgelopen jaren steeds verbeterd, zowel kwantitatief als kwalitatief. Het percentage vooringevulde loongegevens is gestegen van 97,2% ten behoeve van de aangifte inkomstenbelasting 2016 naar 97,8% ten behoeve van de aangifte inkomstenbelasting 2017. Hoe beter (kwalitatief en kwantitatief) de invulling van de VIA, hoe beter de kwaliteit van de ingediende aangiften. De kans op potentiële fouten die correctie noodzakelijk maken neemt daardoor navenant af. Deze kwaliteitsslag vertaalt zich in een dalend aantal massaal automatisch opgelegde correcties en een daling van het nalevingstekort van Particulieren. Zo blijkt uit de steekproef Particulieren van het belastingjaar 2016 dat het nalevingstekort is gedaald naar 0,7%, ten opzichte van 0,9% in het belastingjaar 2015. Door een effectieve beïnvloeding van het aangiftegedrag aan de voorkant daalt het correctiepotentieel. De in de tabel waarneembare dalende trend in het jaarlijkse aantal behandelde aangiften wordt enerzijds veroorzaakt door de betere kwaliteit van de aangiften door de VIA en beïnvloeding vooraf. Ook dalende kaders en de voorrang die wordt gegeven aan de inzet op burgergeïnitieerde processen zoals bezwaar zijn van invloed op het aantal behandelde aangiften. De voorzichtige inschatting is dat het totaal aantal behandelde aangiften IH in 2019 zal uitkomen op 480.000 tot 500.000.

44

Hoeveel aangiften van particulieren zijn er materieel onderzocht na uitwerping?

Antwoord

In het kalenderjaar 2019 zijn tot en met augustus 331.100 aangiften materieel behandeld.

45

Hoeveel is er aan naheffing opgelegd en binnengehaald bij particulieren?

Antwoord

De Belastingdienst heeft geen informatie over het aantal opgelegde navorderingsaanslagen en de hoogte van deze aanslagen. Navorderingsaanslagen maken geen standaard deel uit van het IH-proces. Navorderingsaanslagen worden slechts in een beperkt aantal bijzondere gevallen opgelegd, zoals bij gebleken fraude (verhuld vermogen) of na bezwaar bij (ex)-partners: verlaging bij de ene partner leidt tot navordering bij de andere partner. Er is geen prestatie-indicator ten aanzien van navorderingsaanslagen omdat de Belastingdienst niet kan sturen op burgergedrag geïnitieerde processen en producten.

46

Hoe was de verdeling van de aangiften na de automatische selectie over de verschillende risico «laadjes»?

47

Hoeveel aangiften zijn van laadje twee naar een verplaatst en nog onderzocht?

Antwoord

Bij de IH wordt gewerkt met risicoselectie, maar de systematiek is anders dan die bij MKB en kent geen vergelijkbare categorieën. Alle ontvangen aangiften krijgen een risico-classificatie. Op basis van de beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve capaciteit en de risico-classificatie wordt bepaald welke aangiften handmatig worden behandeld.

48

Hoeveel aangiften van mkb-ondernemers zijn er «uitgeworpen» na de automatische selectie?

49

Hoeveel aangiften van mkb-ondernemers zijn er materieel onderzocht na uitwerping?

51

Hoe was de verdeling van de aangiften van mkb-ondernemers na de automatische selectie over de verschillende risicocategorieën?

Antwoord

In de hierna opgenomen tabel is per belastingjaar aangegeven hoeveel aangiften vennootschapsbelasting de Belastingdienst per belastingjaar van mkb-ondernemers (moet) ontvangen, hoeveel daarvan in de automatische risicoselectie tot nu toe zijn uitgeworpen, hoeveel zijn toebedeeld aan categorie 1 en hoeveel uiteindelijk handmatig zijn behandeld. Met name voor het belastingjaar 2018 is een deel van de aangiften nog niet ontvangen. Daarom is de uitworp vooralsnog lager dan in voorgaande jaren.

Tabel 5: Aantal Vpb-aangiften door mkb-ondernemers.

Belastingjaar

2014

2015

2016

2017

2018

(Te) ontvangen aangiften

646.000

662.000

684.000

707.000

732.000

Uitworp

124.000

126.000

123.000

136.000

44.300

Aangiften in categorie 1

85.200

81.600

57.500

62.800

nnb

Handmatig behandelde aangiften

23.200

19.800

13.700

7.700

 

50

Hoeveel is er aan naheffing opgelegd en binnengehaald bij mkb-ondernemers?

Antwoord

De directie MKB heeft tot en met augustus voor de inkomensheffing € 508 miljoen aan bruto correctieopbrengst gerealiseerd. Voor de vennootschapsbelasting gaat het om € 1.117 miljoen aan bruto correctieopbrengst.

52

Hoeveel aangiften van mkb-ondernemers zijn van categorie twee naar een verplaatst en nog onderzocht?

Antwoord

De risico’s van de aangiften van mkb-ondernemingen in categorie 2 vragen een nadere beoordeling en op basis van deze beoordeling worden de aangiften toebedeeld aan categorie 1 of 3. Dit is een dynamisch proces dat gedurende het jaar voortdurend plaatsvindt. Er zijn geen cijfers of percentages beschikbaar. Er zijn in 2019 tot nu toe ook geen momentopnames geweest (zoals bijvoorbeeld voor de aangiften 2016 in november 2018 wel is gebeurd).

53

Hoeveel aangiften van grote ondernemingen zijn er «uitgeworpen» na de automatische selectie?

54

Hoeveel aangiften van grote ondernemingen zijn er materieel onderzocht na uitwerping?

55

Hoeveel is er aan naheffing opgelegd en binnengehaald bij grote ondernemingen?

56

Hoe was de verdeling van de aangiften van grote ondernemingen na de automatische selectie over de verschillende risicocategorieën?

57

Hoeveel aangiften van grote ondernemingen zijn van categorie twee naar categorie een verplaatst en nog onderzocht?

Antwoord

De uitworp van de aangiften vindt bij de directie Grote Ondernemingen plaats op basis van de generieke risicoselectie. Deze systematiek is anders dan die van MKB en kent niet dezelfde risicocategorieën. Ruim 60% van de aangiften wordt door deze risicoselectie uitgeworpen en vervolgens door de vaktechnische experts (geoefend oog) bezien en doorgeselecteerd. De doorselectie vindt mede plaats op basis van klantspecifieke informatie die niet in het selectiesysteem is ingebouwd. Indien de vaktechnische expert tot het oordeel komt dat geen sprake is van een (relevant) risico, dan worden deze aangiften op dat moment versneld of geautomatiseerd afgedaan. Ongeveer 8000 tot 10.000 aangiften van grote ondernemingen worden jaarlijks intensief behandeld. Voor grote ondernemingen ziet het beeld met betrekking tot het aantal ontvangen aangiften per belastingjaar, de uitworp en de traditioneel behandelde aangiften er als volgt uit.

Tabel 6: Aantal Vpb-aangiften grote ondernemingen.

Belastingjaar

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Ontvangen aangiften1

52.900

55.400

59.000

58.400

14.6002

 

Uitworp

36.300

38.400

40.800

39.900

7.700

 

Traditioneel geregeld3

8.600

10.300

10.500

10.400

8.000

6.000

Correctie in belastbare winst (x € miljoen)

3.548

4.451

3.148

4.649

6.789

6.016

X Noot
1

Betreft het aantal ontvangen aangiften 2018 per augustus 2019.

X Noot
2

Het aantal verzonden uitnodigingen tot het doen van aangifte voor 2018 bedraagt 64.300.

X Noot
3

Betreft aantal traditioneel geregelde aangiften per kalenderjaar en kan zien op aangiften uit verschillende belastingjaren.

58

Hoeveel grote ondernemingen en hoeveel mkb-ondernemingen hebben een ruling aangevraagd?

59

Hoeveel aanvragen van rulings zijn er afgewezen?

60

Hoeveel rulings zijn er herzien voor 1 juli?

Antwoord

In mijn antwoord op Kamervragen van het lid Omtzigt over de berichtgeving over Uber in de media is op basis van voorlopige cijfers aangegeven dat 603 APA (inclusief DVL) en ATR verzoeken in het eerste half jaar 2019 zijn afgehandeld.12 Inmiddels zijn hierover de definitieve cijfers bekend. Op basis van de definitieve cijfers zijn in het eerste half jaar 2019 622 APA (inclusief DVL) en ATR verzoeken afgedaan. Er zijn 506 verzoeken toegekend. De overige 116 verzoeken zijn afgewezen, ingetrokken of buiten behandeling gesteld. Er wordt niet geregistreerd of dit een grote onderneming of een MKB-onderneming is. Conform mijn toezegging om jaarlijks te rapporteren over de APA-ATR praktijk zal ik uw Kamer in het voorjaar 2020 informeren over alle rulings met een internationaal karakter met betrekking tot het jaar 2019.

61

Hoeveel mensen betalen belastingschuld, of toeslagschuld terug via loonbeslag?

Antwoord

Bij het beantwoorden van deze vraag ben ik uitgegaan van het aantal unieke natuurlijke personen voor wie minstens één betaling is binnengekomen gedurende een loonvordering op belasting- en toeslagvordering. Het moment van betaling is als peilmoment genomen.

In de eerste vier maanden van dit jaar betaalden 25.000 personen belastingschulden of toeslagschulden terug via loonbeslag. Het aantal personen bedroeg in de eerste vier maanden van 2018 24.000. Over heel 2018 ging het om 45.000 personen.

62

Hoeveel mensen zijn als toeslagfraudeur bestempeld via opzet/grove schuld?

Antwoord

De Belastingdienst bestempelt geen burgers als toeslagfraudeur. Bij een vermoeden van fraude kan de FIOD worden ingeschakeld. In een strafrechtprocedure beslist de rechter of bewezen is of fraude is gepleegd.

63

Hoeveel mensen moeten kinderopvangtoeslag terug betalen?

Antwoord

Per 12 september 2019 zijn er 168.000 mensen met minstens één openstaande terugvordering kinderopvangtoeslag.

64

Hoeveel mensen moeten huurtoeslag terug betalen?

Antwoord

Per 12 september 2019 zijn er 389.000 mensen met minstens één openstaande terugvordering huurtoeslag.

65

Hoeveel mensen moeten zorgtoeslag terug betalen?

Antwoord

Per 12 september 2019 zijn er 794.000 mensen met minstens één openstaande terugvordering zorgtoeslag.

66

Hoeveel mensen maken geen gebruik van huur-, zorg- of kinderopvangtoeslag, terwijl ze daar wel recht op hebben?

Antwoord

In het kader van Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Toeslagen wordt onderzoek gedaan naar het niet-gebruik van toeslagen. Het IBO wordt eind dit jaar afgerond en het rapport wordt daarna met de Tweede Kamer gedeeld.

67

Hoeveel mensen hebben bezwaar gemaakt tegen het stopzetten van een toeslag? Hoe snel kregen zijn antwoord?

Antwoord

Het aantal bezwaren tegen het stopzetten van een toeslag wordt niet apart geregistreerd. Wel kan worden aangegeven dat er in 2018 circa 29.000 bezwaren zijn ontvangen tegen de definitieve toekenning van toeslagen. Hiervan is 94% binnen de door de Awb gestelde termijnen afgedaan.

68

Hoeveel mensen hebben een betalingsregeling vanwege toeslagenschuld?

Antwoord

Per 12 september 2019 zijn er 664.000 mensen met minstens één lopende betalingsregeling.

69

Hoeveel mensen krijgen boetes vanwege een toeslagschuld? Hoe wordt de hoogte van de boete bepaald?

Antwoord

Per 12 september 2019 zijn er 2.200 mensen met minstens één openstaande boetevordering toeslagen.

70

Krijgen mensen waarvan hun bezwaar niet binnen de termijn is afgehandeld automatisch een tegemoetkoming?

Antwoord

Als het niet lukt om een bezwaar binnen de in de Awb gestelde termijn te behandelen, kan de belastingplichtige de Belastingdienst in gebreke stellen. De Belastingdienst kan in dat geval een dwangsom verschuldigd zijn die kan oplopen tot € 1.260. Daarnaast kan de belastingplichtige vanaf het moment dat de dwangsom gaat lopen tegen het uitblijven van een beslissing in beroep gaan bij de rechtbank. Als door de behandelduur de redelijke termijn wordt overschreden, kan de rechter een vergoeding toekennen voor de geleden immateriële schade.


X Noot
2

Kamerstuk 31 066, nr. 450.

X Noot
3

Kamerstuk 31 066, nr. 439.

X Noot
4

Kamerstuk 31 066, nr. 500.

X Noot
5

Zie bijvoorbeeld G.F.S. Refuge en S.J.W. Elema, «Verslag 46ste Fiscale Conferentie DGA/Familiebedrijven», WFR 2019/47.

X Noot
6

Kamerstuk 31 066, nr. 438.

X Noot
7

Kamerstuk 31 066, nr. 438.

X Noot
8

Kamerstuk 31 066, nr. 500.

X Noot
12

Aanhangsel Handelingen II 2018/19, nr. 3746, p. 5.