Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201931066 nr. 454

31 066 Belastingdienst

23 987 Lidmaatschap van de Europese Unie

Nr. 454 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 februari 2019

Op 15 januari 2019 stemde een meerderheid van het Britse Lagerhuis tegen de EU Withdrawal Motion en daarmee tegen goedkeuring van het terugtrekkingsakkoord tussen het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Europese Unie (EU). Het blijft voor burgers en bedrijven daarom op dit moment onduidelijk waar zij zich op moeten richten in de aanloop naar de datum van de terugtrekking van het VK uit de EU. Juist vanwege die blijvende onduidelijkheid acht ik het wenselijk om te komen tot een vorm van (kortdurend) overgangsrecht in de fiscaliteit, andere dan de douanewetgeving, ingeval van een no deal. Vorige week heb ik uw Kamer een impactanalyse van de Belastingdienst met uitzondering van de Douane gezonden van de gevolgen van een terugtrekking van het VK uit de EU zonder dat er een akkoord tot stand is gekomen (no deal) (Kamerstuk 31 066, nr. 452). De wenselijkheid van overgangsrecht in dat scenario heb ik aangekondigd bij de toezending van deze impactanalyse. Dit is ook in lijn met de brief die uw Kamer op 7 januari heeft ontvangen over de fatsoenlijke oplossing voor het verblijf van Britse burgers bij een no deal scenario.1 In deze brief informeer ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, over mijn voornemens voor dit overgangsrecht.

De fiscale wetgeving op zich is duidelijk. Daar waar de wetgeving een onderscheid maakt tussen de fiscale behandeling afhankelijk van de vraag of een belastingplichtige woonachtig of gevestigd is in een EU-lidstaat of in een derde land, leidt een no deal scenario tot een andere fiscale behandeling (direct) vanaf de datum van terugtrekking. Ter illustratie wijs ik op Nederlanders die in het VK woonachtig zijn en waarvan het inkomen (deels) in Nederland belast is (buitenlandse belastingplichtigen). Na de terugtrekking verliezen zij bijvoorbeeld het recht op eventuele persoonsgebonden aftrekposten. Een terugtrekking heeft ook gevolgen voor de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting waarbij bijvoorbeeld een zogenoemde topmaatschappij in het VK is gevestigd. Na een terugtrekking van het VK zonder terugtrekkingsakkoord wordt een dergelijke fiscale eenheid van rechtswege verbroken. Zo zijn er meer voorbeelden waar een no deal scenario direct fiscale gevolgen heeft voor bepaalde burgers of bedrijven.

Het VK wordt, nadat het zich terugtrekt, een derde land en dient daardoor hetzelfde te worden behandeld als andere derde landen. Voorop staat dat deze fiscale gevolgen niet kunnen worden voorkomen en het kabinet wil dit ook niet. Gelijke gevallen dienen immers gelijk behandeld te worden. Aan de andere kant is het voor burgers als gevolg van de onduidelijkheid waarschijnlijk moeilijk om zich een voorstelling te maken van wat er op hen afkomt in een no deal scenario. Voor hen zal een wijziging van het belastingregime in hun nadeel mogelijk als een verrassing komen. Dat knelt eens te meer doordat deze wijziging zich in de loop van een belastingjaar voordoet. Om die reden ben ik van plan om bij beleidsbesluit, vooruitlopend op wetgeving, een overgangsregeling te treffen waardoor deze burgers gedurende enige tijd de mogelijkheid hebben zich op deze nieuwe situatie voor te bereiden. In het kader van dat overgangsrecht gaan mijn gedachten uit naar een regeling waarin het VK voor een aantal aan te wijzen belastingwetten voor het lopende belastingjaar nog wordt beschouwd als deel uitmakend van de EU waardoor het huidige fiscale regime van toepassing blijft.

Ik ben van plan ook voor bedrijven te voorzien in overgangsrecht. Van bedrijven verwacht ik dat zij zich goed voorbereiden op alle scenario’s, inclusief een no deal scenario. Toch vind ik het gewenst om ook voor bedrijven een vorm van tijdelijk overgangsrecht vast te stellen passend binnen de beginselen voor contingency planning van de Europese Commissie.2 Bij de keuze voor het overgangsrecht staat echter niet zozeer het (tijdelijk) continueren van een bepaald fiscaal voordeel voorop, maar beoogt te voorkomen dat acute (fiscale) gevolgen en administratieve lasten optreden. Bijvoorbeeld, wanneer als gevolg van de terugtrekking van het VK de fiscale eenheid van rechtswege wordt verbroken kunnen onder omstandigheden bepaalde antimisbruikbepalingen toepassing vinden, terwijl de keuze om de fiscale eenheid te verbreken zich buiten de invloedssfeer van het concern bevindt. Bovendien vind ik het gewenst overgangsrecht te treffen om te voorkomen dat in hetzelfde boekjaar verschillende fiscale behandeling plaatsvindt over hetzelfde feitencomplex (compartimenteringsvraagstukken). Dergelijke compartimenteringskwesties kunnen complex zijn in de uitvoering en leiden tot additionele administratieve lasten voor het bedrijfsleven en uitvoeringslasten voor de Belastingdienst.

Het goedkeurende beleidsbesluit wordt momenteel voorbereid. Per belastingmiddel zal worden bezien of overgangsrecht wenselijk is.

Zodra de voorbereiding is afgerond zal ik voornoemd besluit in concept aan uw Kamer zenden waarbij mijn voorstel zal zijn dat uw Kamer twee weken de gelegenheid krijgt om op dat besluit te reageren. Indien ik in die twee weken geen reactie ontvang van uw Kamer zal ik het besluit gereedmaken voor publicatie. Uiteraard zal dat beleidsbesluit pas definitief worden vastgesteld en gepubliceerd zodra duidelijk wordt dat de terugtrekking van het VK plaatsvindt zonder dat er een akkoord is gesloten.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel


X Noot
1

Kamerstuk 23 987, nr. 299.

X Noot
2

Voorbereidingen treffen voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie op 30 maart 2019: een noodplan», COM (2018) 880 van 13 november 2018.