31 066 Belastingdienst

Nr. 432 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 september 2018

In het AO Schenk- en erfbelasting van 25 september jongstleden heeft de Staatssecretaris van Financiën uw Kamer de toezegging gedaan om u nader te informeren over de raming van de schenk- en erfbelasting in de Miljoenennota 2019 (Kamerstuk 35 000, nr. 1). Mede namens de Staatssecretaris van Financiën stuur ik u deze brief, waarbij eerst ingegaan wordt op de ramingsmethode. Vervolgens worden overwegingen bij deze raming gedeeld.

Ramingsmethode

In bijlage 5 bij de Miljoenennota 2019 (Kamerstuk 35 000, nr. 2) staat de ramingsmethode voor de belasting- en premieontvangsten beschreven. De raming van een belastingsoort, zoals gepresenteerd in budgettaire nota’s, gebeurt op basis van de ontvangst van de desbetreffende belastingsoort in het voorafgaande jaar en de relevante macro-economische ontwikkelingen. Als in de tussenliggende periode sprake is geweest van fiscale maatregelen, worden deze ook meegenomen in de raming. Voor een raming van een ontvangst van een belastingsoort voor 2018 is dat voorafgaande jaar dus 2017. In het geval van de schenk- en erfbelasting geeft 2017 echter een vertekend beeld door de vertraagde oplevering van de nieuwe ICT-systemen voor de schenk- en erfbelasting. Om die reden is, zoals toegelicht in de Miljoenennota 2019, voor dit uitzonderlijke geval gekozen voor een andere ramingssystematiek.

De raming in de Miljoenennota 2019 begint daarom met de kasrealisaties t/m juli 2018 met daarbovenop de raming voor de kasontvangsten voor de maanden augustus tot en met december 2018. Uit managementinformatie over de door de zomertaskforce verwerkte aangiftes in de maanden juli en augustus is meer inzicht gekomen in de waarde van de opgelegde aanslagen. In de raming is aangenomen dat de waarde van deze aanslagen representatief is voor de nog op te leggen aanslagen voor de rest van het jaar. De gemiddelde waarde van de door de zomertaskforce verwerkte aangiften is ook in lijn met de gemiddelde waarde van verwerkte aangiften in de afgelopen jaren. De uitkomst is een geraamd bedrag voor de ontvangst van de schenk- en erfbelasting van 1,9 miljard euro. Dat is 0,4 miljard neerwaarts ten opzichte van de raming van de schenk- en erfbelasting in de Voorjaarsnota.

De raming van de schenk- en erfbelasting voor 2019 is vervolgens op de volgende manier tot stand gekomen. De raming voor 2018 wordt gebruikt als beginpunt. De raming voor 2019 komt tot stand door deze raming van 2018 te corrigeren voor de incidentele ontvangst als gevolg van de inhaal van de achterstand in de aangifteverwerking. Vervolgens is, conform de gebruikelijke ramingssystematiek, de ontwikkeling van de relevante economische indicator (huizenprijs) op deze gecorrigeerde raming gezet. Dat leidt tot een raming van de schenk- en erfbelasting van 1,6 miljard euro in 2019. Deze raming is in lijn met de gemiddelde opbrengst van deze belastingsoort over de afgelopen 8 jaar (tabel 1), maar laag i.v.m. de toename van de grondslag. Gegeven de onzekerheid (zie hieronder) en op basis van de huidige inzichten is dit echter de best mogelijke inschatting.

Tabel 1 ontvangst schenk- en erfbelasting 2010 – 2019 (in miljoenen euro’s)

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

1.721

1.536

1.382

1.730

1.525

1.614

1.845

1.441

1.938

1.558

2010 – 2017: kasrealisaties; 2018 en 2019 raming Miljoenennota 2019

Overweging bij deze raming

Bij deze raming is sprake van opwaartse en neerwaartse risico’s. Een opwaarts risico hangt samen met de ontwikkeling van de grondslag van de schenk- en erfbelasting. Het CBS heeft geconstateerd dat het nagelaten huis (saldo woningwaarde en hypotheekschuld) de grootste vermogenscomponent is van het nagelaten vermogen.1 Daarmee ligt het voor de hand dat het nagelaten huis ook de belangrijkste component is van de grondslag van de schenk- en erfbelasting. Vanuit een macro-economische benadering geredeneerd is de uitkomst voor de raming relatief laag, gegeven dat de relevante economische variabele (de huizenprijs) een flinke groei laat zien. Hier zit een opwaarts risico.

Een neerwaarts risico voor de raming van 2018 is de oplevering van de benodigde ICT om vanaf oktober aanslagen erfbelasting over 2018 te kunnen opleggen. Mocht dit vertraging oplopen, dan heeft dit mogelijk negatieve gevolgen voor de kasontvangsten voor 2018. Als een aanslag is opgelegd en verstuurd aan de belastingplichtige, dan wordt deze aanslag niet onmiddellijk betaald doordat een betalingstermijn van 6 weken geldt. In geval van vertraging komen deze kasontvangsten in 2019 binnen in plaats van 2018. De huidige inschatting is dat de ontwikkeling van de benodigde ICT volgens planning verloopt.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Naar boven