Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201931066 nr. 431

31 066 Belastingdienst

25 087 Internationaal fiscaal (verdrags)beleid

Nr. 431 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 september 2018

Dit kabinet heeft de ambitie belastingontduiking en belastingontwijking aan te pakken. In het regeerakkoord Vertrouwen in de toekomst (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) is naar aanleiding van de Panama Papers opgenomen dat de informatiepositie en de opsporingscapaciteit van de Belastingdienst wordt versterkt en er meer transparantie komt. De afgelopen periode heb ik verkend of een extra investering bijdraagt aan de gevraagde versterking. Dit blijkt inderdaad het geval en daarom heeft het kabinet besloten om een impuls te geven aan de gevraagde versterking.

Verhuld vermogen

Onder andere de Panama en Paradise Papers maken bij uitstek zichtbaar dat het verhullen van vermogen globaliseert en in toenemende mate gebaseerd is op nieuwe technologische ontwikkelingen, zoals virtuele betaalmethoden. De bestrijding van belastingontduiking strekt zich dan ook uit naar het bestrijden van verhuld vermogen in het buitenland. Het aanpakken en bestrijden van internationale constructies die worden gebruikt om belasting te ontduiken en inkomsten uit criminele activiteiten, zoals witwassen en corruptie, te verhullen is (al) een belangrijk speerpunt voor het kabinet. Zo hebben mijn voorgangers meerdere successen laten zien met de inkeerregeling en halen acties van de Belastingdienst en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD), gericht op het aanpakken en bestrijden van verhuld vermogen, regelmatig de publiciteit. Onlangs nog met betrekking tot een interventie bij banken gericht op Nederlandse zwartspaarders en diverse invallen wegens het vermoeden van witwassen gebaseerd op de Panama Papers.

Internationale samenwerking is belangrijk bij de bestrijding van verhuld vermogen. De Belastingdienst is actief in gremia van onder andere de OESO en EU, waarin bijvoorbeeld intensief wordt samengewerkt op het gebied van informatie-uitwisseling. Daarnaast heeft de FIOD recent samen met de VS, het VK, Canada en Australië het initiatief genomen om de samenwerking bij de bestrijding van internationale en grensoverschrijdende fiscale- en financieel-economische criminaliteit te intensiveren onder de noemer «Joint Chiefs of Global Tax Enforcement».

Ontwikkelingen

Ondanks de genoemde successen blijkt steeds vaker dat het aanpakken en bestrijden van verhuld vermogen complexer wordt. Het toenemende gebruik van deskundige facilitators leidt daarbij tot verdere juridisering.1 Deze complexe zaken zijn erg tijdrovend, juist omdat de fiscaal juridische werkelijkheid lastig is te achterhalen.

Daarnaast werpt de verdergaande internationale samenwerking zijn vruchten af, waardoor de Nederlandse Belastingdienst vanuit het buitenland een steeds grotere hoeveelheid fiscaal relevante informatie ontvangt. Dit is een voortgaand proces, dat al jaren geleden is ingezet. Door de uitbreiding en vervolmaking van deze wereldwijde informatiestromen, wordt zoveel mogelijk het net gesloten rondom zwartspaarders en degenen die hun vermogen in het buitenland verborgen proberen te houden. Ook landen die voorheen weinig tot geen informatie verstrekten, doen dat nu wel of gaan dat binnenkort doen. Dit vloeit voort uit binnen de OESO en EU gemaakte afspraken, zoals Common Reporting Standard (CRS). Deze omvangrijke datastromen dienen uiteraard eerst ontsloten en op Nederlands heffingsbelang geanalyseerd te worden. Daarna volgt de fase van verrijking van de voor toezicht en opsporing relevante data. Dit vergt veel capaciteit van de Belastingdienst (waaronder FIOD).

De geschetste ontwikkelingen vragen daarom zowel nieuwe competenties als de inzet van extra capaciteit, terwijl daar niet per definitie hogere belastingopbrengsten tegenover staan. Het blijkt dan ook niet mogelijk om een businesscase conform de normen van de Algemene Rekenkamer op te stellen, omdat het niet lukt om zowel ex ante als ex post een directe relatie te leggen tussen specifieke investeringen en meer belastingopbrengsten.2 Een belangrijke bate is wel gelegen in het maatschappelijk effect en rechtvaardigheid. Een zichtbare aanpak van verhuld vermogen heeft een preventieve werking en draagt bij aan de verbetering van de compliance. Zo kan na analyse van de buitenlandse informatie blijken dat belastingplichtige een correcte aangifte heeft gedaan, hetgeen een belangrijke vaststelling is. De inzet van extra capaciteit leidt in dat geval echter niet tot hogere belastingopbrengsten.

Intensivering

Het kabinet hecht belang aan het vergroten van de slagkracht tegen verhuld vermogen in het buitenland, zodat nog duidelijker het signaal afgegeven wordt dat het verhullen van vermogen in het buitenland beslist niet loont en, sterker nog, wordt bestraft. Om in de komende jaren verhuld vermogen effectief te kunnen bestrijden heeft het kabinet besloten cumulatief € 17 miljoen voor de intensivering van het programma Vermogen in het buitenland3 beschikbaar te stellen. Voor 2019 bedraagt de intensivering € 2 miljoen en voor de jaren 2020 tot en met 2022 € 5 miljoen per jaar.

De Belastingdienst gaat zich met de extra investering richten op ingewikkelde structuren waarbij de vestigingsplaats verhuld wordt, zaken waarbij belastingplichtigen op voorhand informatie weigeren te verstrekken en zaken waarbij intensief gebruik gemaakt wordt van deskundige facilitators, zoals advocaten en adviseurs. Het doel is dan ook om diegene die vermogen in echt ingewikkelde constructies verborgen houdt, niet alleen in woord, maar ook in daad tijdig, gepast, waar mogelijk preventief en indien noodzakelijk strafrechtelijk aan te pakken.

Concreet gaat de Belastingdienst zijn inzet verschuiven van de huidige wijze van werken op projectbasis naar een beheerste opbouw van toegewijde teams met specifieke kennis voor de complexe zaken die hier voltijds aan werken om zo multidisciplinaire kennis te bestendigen binnen de Belastingdienst. Hiervoor worden voor het programma Vermogen in het buitenland (nieuwe) medewerkers met internationale oriëntatie aangetrokken, bestaande uit een mix van data-analisten, (forensische) accountants, controlemedewerkers, een fiscaal procesadvocaat en fiscalisten.

Een belangrijk deel van de acties zullen zich in het domein van het strafrecht bevinden. Daarom wordt een deel van de investering aangewend om bij de FIOD onder andere data-analisten en opsporingsambtenaren te werven. Daarnaast wordt het Openbaar Ministerie als belangrijke ketenpartner actief aangesloten.

Met deze impuls worden er vanaf 2019 door de Belastingdienst nieuwe onderzoeken opgestart. Door verdere versterking van de informatiepositie van de Belastingdienst en aanpak via een geïntegreerde keten van identificatie, data-analyse, dataverrijking naar aangiftebehandeling tot opsporing is voorts de verwachting dat er in de toekomst steeds meer onderzoeken kunnen worden opgestart. Ik zal u van deze voortgang op de hoogte houden.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel


X Noot
1

Ook uit het verslag van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies blijkt dat er sprake is van een grote mate van juridisering en dat met een toename van de capaciteit betere handhaving kan plaatsvinden. Zie Kamerstuk 34 566, nr. 3, p. 19.

X Noot
2

Zoals eerder aangegeven in de Brief Aanpak belastingontwijking en ontduiking, 23 februari 2018, Kamerstuk 25 087, nr. 188 en bij beantwoording van Kamervragen over een nieuw datalek bij Mossack Fonseca, 5 juli 2018, Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 2683.

X Noot
3

Binnen de Belastingdienst houden diverse onderdelen zich bezig met het traceren en bestrijden van constructies, als er (mogelijk) sprake is van verhuld vermogen in het buitenland, wordt de betreffende post verder opgepakt door medewerkers van het programma Vermogen in het buitenland.