Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831066 nr. 427

31 066 Belastingdienst

Nr. 427 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 september 2018

In mijn brief van 9 mei 2018 (Kamerstuk 31 066, nr. 404) heb ik de Kamer geïnformeerd over de afdoening van bezwaarschriften tegen de btw-correctie voor het privégebruik van een zakelijke auto over de tweede helft 2011 tot en met 2016. In reactie hierop heeft de vaste commissie voor Financiën mij gevraagd de Kamer te informeren of ik wil overwegen de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift te verlengen naar twaalf weken. Omdat in mijn brief van 9 mei 2018 de termijn voor het indienen van een nadere onderbouwing van een reeds ingediend bezwaarschrift tegen de btw-correctie voor het privégebruik van zakelijke auto’s wordt genoemd en niet de termijn voor het (tijdig) indienen van een bezwaarschift, zal ik in deze brief ingaan op beide termijnen.

Termijn voor het (tijdig) indienen van een bezwaarschrift

Op grond van artikel 6:6 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift 6 weken. Deze termijn geldt ook als bezwaar wordt gemaakt tegen btw die op aangifte is afgedragen.

De rechtsmiddeltermijnen in de Awb zijn van openbare orde1. Dit betekent dat de rechter de termijn zo nodig ambtshalve moet toepassen. In het belang van een goede rechtspleging moet duidelijkheid bestaan over het tijdstip waarop een termijn voor het aanwenden van een rechtsmiddel aanvangt en eindigt, en moet aan rechtsmiddeltermijnen strikt de hand worden gehouden.

Gezien het vorenstaande kan ik niet besluiten tot het verlengen van de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift naar 12 weken. Het verlengen van de termijn vereist een wijziging van de Awb.

Termijn voor het nader onderbouwen van een bezwaarschrift

Op 1 juni 2017 is de collectieve uitspraak op massaal bezwaar inzake privégebruik auto btw gepubliceerd. Mijn ambtsvoorganger heeft de Kamer daarover geïnformeerd middels zijn brief van 1 juni 2017 (Kamerstuk 31 066, nr. 360). In de collectieve uitspraak zijn de bezwaarschriften op één onderdeel gegrond verklaard, namelijk dat het vaststellen van de werkelijke omvang van het privégebruik niet enkel hoeft te geschieden aan de hand van een bijgehouden kilometeradministratie. Belanghebbenden zijn daarom in de gelegenheid gesteld om aanvullende gegevens te verstrekken over het werkelijke privégebruik van de auto. De termijn voor het verstrekken van deze gegevens is toen gesteld op zes weken. Die termijn sluit aan bij onderdeel 8 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht2. Mijn ambtsvoorganger heeft in het AO van 8 juni 2017 (Kamerstuk 31 066, nr. 371, blz. 27) aangegeven dat een termijn van 6 weken in dit specifieke geval ook redelijk is omdat het onderbouwen van het privégebruik van een auto relatief eenvoudig is. Daarbij dient bedacht te worden dat het nader onderbouwen van het werkelijke privégebruik slechts een rol kan spelen bij belanghebbenden die reeds aanstonds bedoeld hebben dit aspect in hun bezwaarschrift te betrekken, en die derhalve geacht worden reeds sinds de indiening van hun bezwaarschrift de benodigde gegevens voorhanden te hebben. In dit kader speelt verder dat de uitspraak van de Hoge Raad reeds dateerde van 21 april 2017 en dat de Hoge Raad in dit arrest heeft beschreven hoe een belanghebbende het privégebruik van een auto kan aantonen.

Inmiddels zijn alle bezwaarschriften tegen de btw-correctie voor het privégebruik van auto’s over de tweede helft 2011 tot en met 2016 afgedaan. Bovendien is de gestelde termijn van zes weken ruimschoots verstreken. Ik acht het dan ook niet opportuun, en overigens in zijn algemeenheid onwenselijk, om de termijn voor het nader onderbouwen te verlengen naar 12 weken.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel


X Noot
1

HR 20 november 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1755

X Noot
2

In dit besluit is bepaald dat wanneer een bezwaarschrift in eerste instantie niet gemotiveerd is, de belanghebbende vier weken de tijd krijgt om het bezwaar alsnog te motiveren. Als de motivering na 4 weken nog niet is ontvangen krijgt de indiener van de inspecteur nog een termijn van 2 weken.