Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201731066 nr. 318

31 066 Belastingdienst

Nr. 318 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 november 2016

Met deze brief bied ik uw Kamer de 18e Halfjaarsrapportage Belastingdienst (HJR) aan1. De HJR zelf gaat in op de ontwikkelingen binnen de Belastingdienst. Deze HJR heeft betrekking op de eerste helft van 2016. Zoals met uw Kamer besproken wordt iedere HJR een thema opgenomen. Ditmaal betreft het thema de internationale samenwerking en gegevensuitwisseling door de Belastingdienst.

In deze brief geef ik graag een aantal concrete voorbeelden van hoe een aantal going concern zaken in het eerste half jaar van 2016 is verlopen. In de brieven van 4, 11 en 28 oktober jl. (Kamerstuk 31 066, nrs. 302, 303, 307 en 315) en de overleggen met uw Kamer op 5 en 13 oktober en 2 november jl. (Kamerstuk 31 066, nrs. 313 en 317 en Handelingen II 2016/17, nr. 8, item 7) is uitgebreid van gedachten gewisseld over een groot aantal onderwerpen. Daarbij is onder andere aan de orde gekomen de totstandkoming en gevolgen van de uitstroomregeling, de controles door de Douane in de haven van Rotterdam en het telefonisch afdoen van bezwaren. Daarnaast heb ik verschillende toezeggingen gedaan over deze onderwerpen. In deze halfjaarrapportage zal ik deze onderwerpen daarom niet opnieuw aan de orde stellen.

Tevens ga ik in deze brief kort in op de Investeringsagenda en bied ik meer helderheid over de verplichtingen die de Belastingdienst is aangegaan zonder dat de middelen daarvoor waren vrijgegeven. Tot slot ga ik in op recente ontwikkelingen en belicht ik enkele punten uit het themastuk internationale samenwerking, in het bijzonder de internationale uitwisseling van rulings.

Impressie going concern in het eerste half jaar 2016

Het samenvattend beeld is dat de prestatienormen in de eerste helft van 2016 over het algemeen worden gehaald. Op de bezwarenafhandeling na ligt de Belastingdienst in de eerste helft van het jaar redelijk op koers bij het behalen van de doelstellingen.

Toezicht

In vergelijking met het eerste half jaar van 2015 is het niveau van toezicht min of meer gelijk gebleven: de werkstroom aangiften Inkomensheffing (IH) ligt in geringe mate achter op de planning en de werkstromen aangiften Vennootschapsbelasting (VpB) en boekenonderzoeken scoren beter. Binnen de klantbehandeling van het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) is de focus verlegd naar posten met een groter fiscaal belang en een hoger fiscaal risico. Het correctiepercentage is hierdoor gestegen en de gemiddelde correctieopbrengst per aangifte VpB ligt 30% hoger dan de norm. Verder is de strategie van het onderdeel MKB gericht op de uitvoering van meer zwaardere boekenonderzoeken binnen MKB Midden-bedrijf. De gemiddelde correctieopbrengst per boekenonderzoek is met 10% gestegen ten opzichte van augustus 2015. In de aangifte IH ligt het gemiddelde correctiebedrag ondertussen boven de norm. De Belastingdienst slaagt er hiermee steeds beter in om invulling te geven aan risicogerichte aangiftebehandeling.

Dienstverlening

In vergelijking met het eerste half jaar van 2015 zijn de prestaties op het gebied van dienstverlening min of meer gelijk gebleven. In de afhandeling van bezwaren is een terugval opgetreden. Er is sprake van aanmerkelijk hogere aantallen bezwaren dan vorig jaar en daarmee relatief hoge werkvolumes en voorraden. De norm wordt dit jaar niet gerealiseerd, ondanks de inzet van extra capaciteit. De bezwaren zullen conform de nieuwe werkinstructie worden afgedaan.

Toeslagen

De Belastingdienst slaagt er in om bij de definitieve toekenningen te voldoen aan de norm met betrekking tot de hoogte van door toeslaggerechtigden terug te betalen bedragen. De beoogde prestaties van de invordering zijn eveneens allemaal gerealiseerd.

Douane en FIOD

Wat betreft de controles op zowel de goederenstromen als de passagiersvluchten, ligt de Belastingdienst na het eerste half jaar op koers om de norm voor heel 2016 te halen. Het percentage gecertificeerde goederenstromen stijgt ten opzichte van vorig jaar, maar blijft nog licht achter bij de norm. De Douane heeft extra bijstand geleverd aan de Koninklijke Marechaussee om de intensievere grensbewaking mogelijk te maken vanwege toegenomen migratiestromen en terrorismebestrijding.

Bij de FIOD is de witwasbestrijding geïntensiveerd en is het afpakken van crimineel vermogen verder uitgebouwd. Zowel de Witwasteams als het Anti Money Laundering Center (AMLC) zijn gegroeid in capaciteit en kwaliteit wat betreft kennis, uitvoering en het zien en verwerven van onderzoeken en signalen.

Investeringsagenda

In verband met de samenhang tussen de Halfjaarrapportage en de voortgang van de Investeringsagenda (IA), vind ik het belangrijk in deze brief nog kort op de opzet van de voortgangsrapportage in te gaan. Het rapportagemodel voor de IA dat ik op 11 oktober jl. naar uw Kamer heb gestuurd (Kamerstuk 31 066, nr. 304), laat zien dat dankzij het optuigen van programmamanagement overzicht ontstaat over zowel de projecten in uitvoering als projecten in de pijplijn. Door dat overzicht wordt duidelijk waar moet worden bijgestuurd, waar afgeremd en waar gas gegeven. Er lopen veel projecten en er zit veel potentie in de pijplijn maar de opbrengst (in termen van beter, goedkoper en meer in control) kan pas worden ingeboekt als de resultaten reëel en meetbaar zijn. Om dat te bereiken is sturing en aandacht nodig. Omdat de programmabeheersing nog onvoldoende was heeft het Investment Committee recent geen middelen vrijgegeven voor nieuwe projecten. De volgende Routekaart, het plandocument voor de Investeringsagenda, moet zoveel inzicht en overzicht verschaffen dat de noodzakelijke financiële middelen voortaan tijdig en via de afgesproken procedures kunnen worden vrijgegeven. De Belastingdienst is met de Investeringsagenda op de goede weg, maar de voortgang verloopt nog te traag en blijft de constante aandacht van het management vergen.

Tevens heb ik in mijn brief van 28 oktober jl. aangegeven dat in 2016 voor vijf nog lopende budgetaanvragen verplichtingen zijn aangegaan zonder dat daarvoor de ingerichte procedures zijn gevolgd (Kamerstuk 31 066, nr. 315). In het Algemeen Overleg 2 november jl. heb ik aangegeven dat dit bedrag nog in beweging is (Kamerstuk 31 066, nr. 317). Als gevolg van zowel opwaartse als neerwaartse bijstellingen is de waarde van deze verplichtingen bijgesteld van € 34 mln. naar € 38 mln.

Recente ontwikkelingen

De Belastingdienst is zelf belastingplichtige, bijvoorbeeld voor de loonheffingen en de vennootschapsbelasting. De Belastingdienst participeert sinds mei 2011 in een individueel convenant Horizontaal Toezicht (HT). Binnen het convenant zijn concrete afspraken gemaakt over de gewenste fiscale beheersing binnen de eigen organisatie. Naar aanleiding van eerdere signalen heeft de Belastingdienst een analyse uitgevoerd naar de interne beheersing van fiscale processen. Die analyse is onlangs afgerond. In de analyse concludeert de Belastingdienst dat de interne fiscale beheersing onvoldoende op orde is en moet worden verbeterd. Verschillende acties zijn in gang gezet. De eerste stappen voor de korte termijn zijn inmiddels gezet. Deze hebben onder meer betrekking op het stroomlijnen en centraliseren van alle huidige aangifteprocessen. De belangrijkste maatregel voor de langere termijn is de implementatie van een werkend Tax Control Framework voor de Belastingdienst.

Thema internationale samenwerking

In de rulingpraktijk is het een forse uitdaging om de beoogde internationale afspraken over het uitwisselen van rulings te realiseren. Door onze ver ontwikkelde rulingpraktijk is er een relatief groot volume aan uit te wisselen rulings. Nederland heeft zich zeer gecommitteerd aan de regels die door de EU en de OESO zijn opgesteld voor het uitwisselen van gegevens tussen Belastingdiensten over grensoverschrijdende rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken. De Belastingdienst geeft zoveel als mogelijk prioriteit aan uitwisseling van informatie over rulings met grotere belangen. Door de Belastingdienst wordt gewerkt aan mogelijkheden om het proces te versnellen. Het is echter niet mogelijk de volledige uitwisseling binnen de gestelde tijd te realiseren. Dit zal worden gemeld aan de Europese Commissie en de OESO.

De samenwerking tussen belasting- en douanediensten van de verschillende landen wordt op een breed front geïntensiveerd om compliance te bevorderen en fraude te bestrijden. Het verbeteren van technologische mogelijkheden, het ontwikkelen van internationale standaarden en het uitbreiden van de bevoegdheden van de belastingdiensten tot gegevensvergaring en -uitwisseling leiden tot concrete resultaten en substantiële extra opbrengsten voor de schatkist. Het NL-voorzitterschap en de Panamapapers hebben hier aan bijgedragen.

Het op een steeds slimmere manier gebruiken van gegevens over middelen en processen heen zijn ook een voorbeeld van de geboekte vooruitgang. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van creditcardgegevens om zwarte inkomens en vermogens te detecteren, het bestrijden van btw-fraude via douanediensten en de tijdens het Nederlandse voorzitterschap ontwikkelde IT-tool TNA voor de btw.

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl