Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Gedurende het Algemeen Overleg over de Eurogroep/Ecofin Raad van 3 maart jl. (Kamerstuk
21 501–07, nr. 1348) heeft het lid Omtzigt vragen gesteld over de toevoeging van de automatische uitwisseling
van rulings aan de Administratieve samenwerkingsrichtlijn (hierna: de richtlijn).
Dit voorstel is in november 2015 aangenomen en de implementatie hiervan zal dit jaar
aan uw Kamer worden voorgelegd. De Nederlandse wet dient te worden aangepast om het
mogelijk te maken dat informatie over rulings op automatische basis aan andere EU
lidstaten kan worden uitgewisseld. De daadwerkelijke uitwisseling van informatie op
basis van de richtlijn zal vanaf 1 januari 2017 plaatsvinden.
Verder zullen er op basis van de richtlijn rulings worden uitgewisseld die in het
verleden (vanaf 2012) zijn afgesloten. Om de administratieve lasten voor in het verleden
gesloten rulings te beperken, is er in de richtlijn een ondergrens opgenomen waardoor
alleen rulings worden uitgewisseld die zijn afgesloten met bedrijven met een wereldwijde
omzet van meer dan € 40 miljoen. Deze ondergrens geldt voor rulings die zijn afgesloten
voor 1 april 2016. De informatie over rulings die op basis van de terugwerkende kracht
van de richtlijn moeten worden uitgewisseld zal vóór 1 januari 2018 moeten worden
verzonden.
Concreet vroeg het lid Omtzigt om de verzekering dat lidstaten gehouden zijn om alle
rulings uit te wisselen. Verder vroeg hij naar de uitvoeringslasten die de uitwisseling
van rulings met zich meebrengt als gevolg van de brede reikwijdte van de richtlijn
en de te gebruiken taal.
De richtlijn hanteert een brede en vormvrije invulling van het begrip ruling om zo
eventuele ontwijking ervan door lidstaten te voorkomen. Deze brede definitie betekent
dat de Belastingdienst veel informatie over rulings zal moeten uitwisselen, waarbij
gedacht kan worden aan allerlei typen schriftelijke uitlatingen die een uitstralende
werking hebben richting de toekomst en een grensoverschrijdend effect hebben en waarop
een belastingplichtige zich kan beroepen. Een dergelijk brede opzet betekent dat er
uitvoeringskosten aan verbonden zullen zijn. Dit heb ik in het BNC fiche1 over dit onderwerp al aangegeven. Verder heb ik aangegeven dat de uitvoeringsgevolgen
lastig in kaart te brengen zijn. Gezien de terugwerkende kracht van de richtlijn en
het feit dat de ICT-systemen zullen moeten worden aangepast, zullen de initiële uitvoeringskosten
fors zijn. Een nadere bepaling van de uitvoeringskosten zal aan de hand van het nationale
wetsvoorstel worden gemaakt.
Nederland zal de informatie over rulings in het Engels verstrekken. Het is mogelijk
dat lidstaten naar aanleiding van de verstrekte informatie over de ruling om meer
informatie vragen. Ook hierbij zal waarschijnlijk een korte toelichting in het Engels
worden verstrekt maar eventuele bijlagen, waaronder de ruling zelf, in de originele
taal. Dit is meestal Nederlands. Bij het bepalen van de uitvoeringslasten is het te
verwachten dat andere lidstaten meer aanvullende informatie aan Nederland zullen vragen
dan nu het geval is. Het is op dit moment echter lastig in te schatten hoeveel extra
uitvoeringslasten hiermee gepaard zullen gaan.
Ten slotte wilde het lid Omtzigt weten of belastingplichtigen worden ingelicht over
de uitwisseling van informatie, ook met het oog om te voorkomen dat er bedrijfsgeheimen
worden uitgewisseld. Bij de uitwisseling van informatie worden belastingplichtigen
niet individueel ingelicht. Wel is het duidelijk welke categorieën inlichtingen over
rulings automatisch zullen worden verstrekt. Deze worden genoemd in de richtlijn en
zullen in nationale wetgeving worden overgenomen. Belastingplichtigen weten hierdoor
welke inlichtingen over rulings die ten aanzien van hen zijn afgegeven op grond van
de richtlijn moeten worden verstrekt. Het bedrijfsleven is bovendien geïnformeerd
dat onder meer als gevolg van het BEPS-project van de OESO en door de richtlijn rulings
met een internationale reikwijdte zullen worden uitgewisseld. Verder is de informatie
die in eerste instantie dient te worden uitgewisseld overigens globaal van aard en
het is niet aannemelijk dat dit soort basisinformatie zal leiden tot het verstrekken
van bedrijfsgeheimen. Mocht dat, in dat ene uitzonderlijke geval, wel zo zijn dan
hoeft Nederland op grond van de richtlijn die inlichtingen niet te verstrekken.
Ik zou nogmaals willen aangeven dat de implementatiewetgeving dit jaar naar de Kamer
zal worden verstuurd met de nadere uitleg over de werking van automatische uitwisseling
van rulings en de gevolgen daarvan op de uitvoeringslasten.
De Staatssecretaris van Financiën,
E.D. Wiebes