Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201431066 nr. 203

31 066 Belastingdienst

Nr. 203 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 4 juni 2014

De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën inzake de brief van 3 maart 2014 over de stand van zaken bij de invoering van één bankrekeningnummer (Kamerstuk 31 066, nr. 192).

De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 2 juni 2014. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Van Nieuwenhuizen-Wijbenga

De griffier van de commissie, Berck

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief. Deze leden benadrukken dat het aanpakken van fraude en de bijbehorende maatregelen als het één bankrekeningnummer nodig zijn. De leden zijn positief over de voorgestelde maatregelen om alle uitstaande rekeningnummers te gaan verifiëren. Wanneer denkt de staatsecretaris dat echt alle rekeningnummers zijn geverifieerd? De leden van de VVD-fractie benadrukken dat een fiscaal systeem zonder toeslagen uiteindelijk het minst fraudegevoelig is.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PvdA

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stand van zaken rond de invoering van het één bankrekeningnummer, de impactanalyse en de businesscase. Deze leden willen dat de problemen voor mensen die recht hebben op een toeslag zo snel mogelijk worden opgelost. Toeslagen komen vooral terecht bij lagere inkomens. Hun dagelijks levensonderhoud is van toeslagen afhankelijk. Als een toeslag dan plotseling stopt, komen mensen in flinke problemen. Dat moeten we voorkomen. Genoemde leden maken zich daarom zorgen over de voortgang en hebben hierover enkele vragen. Tegelijkertijd hebben deze leden met enige verontrusting kennisgenomen van het feit dat ambtenaren van de Belastingdienst adviseerden de invoering van het één bankrekeningnummer te faseren tot eind 2016, terwijl het kabinet ogenschijnlijk anders besloot. Daarom hebben genoemde leden ook hierover nog enkele vragen.

Stand van zaken (31 066, nr. 192)

De leden van de PvdA-fractie delen de wens van het kabinet dat een «beheersbare invoering» van groot belang is. Wel vragen deze leden wat het kabinet onder deze term verstaat? Wanneer beschouwt het kabinet de invoering van het één bankrekeningnummer als beheersbaar, en wanneer niet? Zou het kabinet de huidige stand van zaken kwalificeren als zijnde beheersbaar? Zo ja, waaruit blijkt dit? Zo nee, waarom niet?

De leden van de PvdA-fractie merken met zorg op dat vandaag de dag nog rekeningnummers moeten worden «ter hand genomen» van ca. 1,2 mln. burgers en ca. 0,3 mln. ondernemers. Het kabinet geeft aan dat deze groep geen aanleiding heeft daartoe zelf initiatief te ondernemen. Genoemde leden vragen het kabinet waarop zij deze uitspraak baseert? Welke uitbetalingen ontvangen zij, en bij hoeveel mensen zijn uitbetalingen vertraagd of tot de dag van vandaag niet gedaan? Betekent dit dat iedereen die recht heeft op een toeslag deze toeslag ook daadwerkelijk ontvangt? Zo nee, voor hoeveel mensen is dit niet het geval? Ook wordt aangegeven dat de nog verder uit te werken maatregelen, meer tijd kosten. Deze leden vragen het kabinet wanneer zij hiervan resultaat verwacht? Wanneer wordt de Kamer over de voortgang geïnformeerd?

De leden van de PvdA-fractie begrijpen dat als gevolg van de invoering van het één bankrekeningnummer uitbetalingen op oude rekeningnummers worden gestaakt als burgers en ondernemers een nieuw rekeningnummer doorgeven aan de Belastingdienst. Wanneer gaat de verder uit te werken maatregel van kracht waarbij wordt doorbetaald op de oude rekening gedurende het verificatieproces? Gemiddeld hoeveel dagen verstrijken momenteel tussen het doorgeven van een wijziging en verificatie van het rekeningnummer, al dan niet door toedoen van de toeslaggerechtigde zelf?

De leden van de PvdA-fractie ontvangen signalen van ouders dat voor sommigen nog onduidelijk is wat de mogelijkheden zijn omtrent het uitbetalen van kinderopvangtoeslag aan de ouder dan wel direct aan de kinderopvanginstelling. De verwarring is zorgelijk, daar het gaat om een zeer kwetsbare groep. Onduidelijkheid moet worden voorkomen. Deze leden vragen het kabinet of zij de ervaren onduidelijkheid herkent? Op welke wijze werden en worden ouders over de mogelijkheden geïnformeerd, en op welke momenten?

Businesscase één bankrekeningnummer

De leden van de PvdA-fractie merken op dat het kabinet het één bankrekeningnummer heeft ingevoerd per 1 december 2013 (met een overgangstermijn tot 1 juli 2014), terwijl in het oorspronkelijke implementatiescenario zoals vermeld in de voorliggende businesscase, een overgangstermijn wordt geadviseerd tot aan 1 januari 2016, en de invoering te faseren in vijf plateaus. Kan het kabinet toelichten op welke punten de uitgevoerde implementatie van het één bankrekeningnummer afwijkt dan wel overeenkomt met het in de businesscase geadviseerde «groeiscenario»? In geval van afwijkingen, welke afwegingen lagen hieraan ten grondslag? Welke kosten zijn tot nu toe gemoeid met de invoering van het één bankrekeningnummer, en hoe verhouden deze zich tot de geraamde kosten in de businesscase?

De leden van de PvdA-fractie lezen dat de businesscase adviseert bij de invoering van het één bankrekeningnummer rekening te houden met het in december 2013 gelegen betaalmoment voor toeslagen voor 2014? Is dit gebeurd? Zo ja, op welke wijze en waar blijkt dit uit? Zo nee, waarom niet?

Daarnaast voorziet de businesscase een risico van hogere kans op problemen en afbreuk van compliance door onduidelijkheid die ontstaat bij wijziging van de destijds bestaande situatie. De leden van de PvdA-fractie vragen het kabinet welke maatregelen op welk moment zijn getroffen om dit te voorkomen? Waar heeft dit toe geleid?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben de brief van de Staatssecretaris gelezen en hebben hierover nog enkele vragen.

Allereerst vragen de leden van de SP-fractie of de Staatssecretaris het met hen eens is dat, achteraf gezien, de invoering van de maatregel één bankrekeningnummer een klus is die voor de gegeven periode te omvangrijk is geweest voor de Belastingdienst. Zij vragen de Staatssecretaris aan te geven hoe hij ervoor gaat zorgen dat maatregelen in de toekomst pas worden ingevoerd wanneer zeker is dat de Belastingdienst deze aan kan.

De leden van de SP-fractie hebben verschillende signalen ontvangen waaruit blijkt dat de Belastingdienst in bepaalde gevallen, zonder tussenkomst van de gerechtigde van toeslagen en/of teruggaven, een ander rekeningnummer voor de uitbetaling van toeslagen en/of teruggaven in gebruik neemt. Kan de Staatssecretaris dit bevestigen? Is het toegestaan om, zonder tussenkomst van de toeslaggerechtigde, de betaling op een ander rekeningnummer te storten?

De leden van de fractie van de SP hebben kennisgenomen van het feit dat het in 70% van de gevallen lukt om een nieuw doorgegeven rekeningnummer te verifiëren. Kan de Staatssecretaris aangeven waarom dat in 30% van de gevallen niet lukt?

Na ontvangst van de juiste bewijsstukken heeft de Belastingdienst normaliter een verwerkingstijd van 12 tot 21 werkdagen nodig om aangehouden betalingen over te maken, zo lezen de leden van de SP-fractie. In welk percentage van de gevallen is dat sinds de invoering van de maatregel één bankrekeningnummer niet gelukt? Wat is in deze maanden de gemiddelde wachttijd voor uitbetaling geweest, vanaf het moment dat de juiste bewijsstukken zijn ingezonden?

De leden van de fractie van de SP hebben vernomen dat er balieafspraken worden gemaakt wanneer tijdens telefoongesprekken blijkt dat de betrokkene niet zelf in staat is om de bewijsstukken op te sturen. Is deze maatregel reeds ingevoerd bij de Belastingdienst? Zijn de medewerkers van de BelastingTelefoon van deze maatregel op de hoogte? Heeft de invoering van deze maatregel reeds geleid tot een toename van het aantal balieafspraken? Kan de Staatssecretaris aangeven hoeveel balieafspraken er gemiddeld per maand worden gemaakt en hoeveel dat er zijn sinds invoering van deze concrete maatregel? Is er voldoende capaciteit bij de Belastingdienstkantoren voor deze extra balieafspraken? Wat is de vervolgstap wanneer de betrokkene niet zelf in staat is om naar de balie van het Belastingdienstkantoor te komen? Is er dan enige begeleiding mogelijk bij het inzenden van de juiste stukken?

De leden van de fractie van de SP hebben met belangstelling kennisgenomen van de mogelijkheid tot het verlenen van voorschotten wanneer het uitblijven van betalingen tot acute problemen leidt. Bestaat deze mogelijkheid ook voor ondernemers? Indien neen, waarom niet? Bestaat deze mogelijkheid alleen bij het uitbetalen van voorschotten toeslagen of ook voor de voorlopige teruggaaf van de inkomstenbelasting? Op welke wijze dient een persoon die recht heeft op toeslagen en/of teruggaven die in acute problemen komt, zich te wenden tot de Belastingdienst? Zijn medewerkers van de BelastingTelefoon op de hoogte gesteld van deze mogelijkheid? Vindt in deze procedure nog enige controle plaats op de vraag of de persoon in kwestie gerechtigd is een toeslag aan te vragen?

Genoemde leden van de SP-fractie hebben gelezen dat de Belastingdienst met banken in gesprek is om steeds de meest actuele rekeninggegevens beschikbaar te krijgen. Kan de Staatssecretaris toelichten hoe de situatie nu is? Hoe vaak worden rekeninggegevens momenteel bijgewerkt? Kan de Staatssecretaris aangeven of er al structurele oplossingen in beeld zijn?

Kan worden geconcludeerd, vragen de leden van de fractie van de SP, dat circa 1.800 burgers voor een derde maand op rij hun toeslag of teruggaaf niet krijgen uitbetaald? Kan de Staatssecretaris aangeven hoeveel mensen één of meerdere maanden geen toeslag of teruggaaf hebben ontvangen als gevolg van de één bankrekeningnummermaatregel? Heeft de Staatssecretaris signalen ontvangen dat burgers geen brief hebben ontvangen waarin hen wordt verzocht om de juiste bewijsstukken in te zenden, maar toch hun toeslagen niet hebben ontvangen omdat de Belastingdienst de uitbetaling heeft aangehouden? Zo ja, om hoeveel personen gaat het?

De leden van de SP-fractie vragen de Staatssecretaris te verklaren waarom burgers per toeslag moeten aangeven op welk rekeningnummer zij dit wensen te ontvangen. Is dat de normale gang van zaken of is het normaliter zo dat burgers in één handeling voor alle toeslagen en teruggaven inkomstenbelasting hun bankrekeningnummer kunnen opgeven? In hoeveel gevallen is het voorgekomen dat burgers per toeslag en teruggaaf steeds afzonderlijk hun rekeningnummer hebben moeten doorgeven?

Wat is de reactie van de Staatssecretaris op de bewering die wordt gedaan door de Coöperatie Cobibewind, dat de Belastingdienst de beslagvrije voet niet toepast? Erkent de Staatssecretaris dat dit grote financiële problemen voor de betreffende persoon kan opleveren? Zo ja, hoe gaat de Staatssecretaris zich ervan verzekeren dat de Belastingdienst/Toeslagen te allen tijde de beslagvrije voet hanteert? Hoe lang moet een burger op zijn geld wachten indien deze aangeeft dat de beslagvrije voet niet is gehanteerd door de Belastingdienst?

Kan de Staatssecretaris aangeven wat er is gebeurd met de toezegging aan de Tweede Kamer om wekelijks te rapporteren over de voortgang van de uitbetaling van toeslagen? Met welke frequentie is de Staatssecretaris van plan aan de Tweede Kamer te rapporteren? Wanneer kan de Kamer de eerstvolgende rapportage verwachten?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris met de laatste stand van zaken bij de invoering van één bankrekeningnummer. Deze leden zijn erg positief over de overgangsperiode die de Staatssecretaris heeft ingesteld om orde op zaken te stellen. Zij hopen dat de achterstand bij de Belastingdienst zo snel mogelijk is weggewerkt, zodat de maatregel één bankrekeningnummer alsnog op nette wijze in werking kan treden.

Wat is de achtergrond van het feit dat de Belastingdienst 30% van de rekeningnummers, dat neerkomt op 50.000 wijzigingen op opgaven per maand, niet kan controleren met behulp van de gegevens van banken? In welk percentage gevallen gaat het om de genoemde buitenlandse bankrekeningnummers en in welk percentage van de gevallen om jongeren die het rekeningnummer van hun ouders opgeven? In hoeveel gevallen is sprake van een andere reden? Verwacht de Staatssecretaris dat dit later minder zal zijn door de genomen maatregelen?

De leden van de CDA-fractie lezen dat voor 900.000 burgers de Belastingdienst een willekeurig rekeningnummer gekozen heeft. Zij ontvangen mails van mensen die vertellen dat de Belastingdienst een oud rekeningnummer genomen heeft. Hoeveel mensen hebben een klacht ingediend of zich bij de BelastingTelefoon gemeld dat het geld overgemaakt is op een rekeningnummer dat niet (meer) aan hun toebehoort, maar bijvoorbeeld aan een voormalig partner? Welke actie wordt in deze gevallen ondernomen richting de belastingplichtige?

Hoe beoordeelt de Staatssecretaris het dat de Belastingdienst zelf een rekeningnummer gekozen heeft dat kan afwijken van de andere rekeningnummers die jarenlang gebruikt zijn? Deelt de Staatssecretaris de mening dat dit mensen in directe problemen kan brengen bijvoorbeeld als zij per automatische incasso de huur of zorgpremie lieten afschrijven van de rekening waar de toeslag binnenkwam?

De leden van de CDA-fractie vragen wat punt voor punt de nieuwe wettelijke eisen zijn waaraan het nieuwe ene rekeningnummer moet voldoen en hoe dit wordt gecontroleerd? En welke rekeningnummers en bestanden zijn allemaal gebruikt voor deze operatie, zo vragen de leden van de CDA-fractie.

Ook verzoeken de leden van de CDA-fractie aan te geven welke documenten als geldig identiteitsbewijs gelden en dit tevens te beantwoorden voor mensen met een niet-Nederlandse nationaliteit en voor mensen met een paspoort dat een paar jaar verlopen is, maar nog geldig is om mee te stemmen.

De leden van de CDA-fractie vernemen graag hoeveel mensen hun stukken hebben opgestuurd, maar daarna langer dan 21 dagen hebben moeten wachten voordat zij hun toeslag kregen uitgekeerd. En hoeveel mensen hebben wel stukken gestuurd, maar wachten nog steeds op de uitbetaling? De leden van de CDA-fractie zijn zeer benieuwd naar de samenstelling van de groep van 1,5 miljoen burgers en ondernemers. Is uit het onderzoek dat de Belastingdienst gestart was, inmiddels al bekend geworden welke subgroepen er zijn? Hoe wordt voor elk van deze groepen gezorgd dat de huidige problemen worden opgelost en dat er geen nieuwe problemen ontstaan?

Verder hebben de leden van de CDA-fractie nog een aantal vragen die tijdens het debat over de problemen met het uitbetalen van toeslagen onbeantwoord zijn gebleven:

  • Hoeveel rekeningnummers zijn er in 2012 geverifieerd en geconverteerd? Wanneer en hoe gebeurde dat?

  • Mogen wij de documenten ontvangen van het managementteam waarin besluiten staan over de invoering van het ene rekeningnummer?

  • Wat zijn de totale kosten voor ICT en inhuur die gemaakt zijn voor deze operatie?

Vragen uitzondering één bankrekeningnummer:

De leden van de CDA-fractie hechten groot belang aan de mogelijkheid dat de kinderopvangtoeslag rechtstreeks wordt overgemaakt op de rekening van de kinderopvanginstelling. In eerste instantie gold daarvoor de eis van hoofdelijke aansprakelijkheid voor terugbetalingen wat is veranderd in een partnerovereenkomst met accountantsverklaring. Deze voorwaarden lijken de leden van de CDA-fractie redelijk gezien het financiële belang van de Belastingdienst. Toch krijgen zij signalen dat deze voorwaarden in de praktijk niet eerlijk uitwerken. Daarom hebben deze leden de volgende vragen. Zijn alle kinderopvanginstellingen in de gelegenheid gesteld om een partnerovereenkomst af te sluiten? Herkent de Belastingdienst de signalen dat er mensen zijn die een standaardcontractaanvraag van de website van een kinderopvanginstelling downloaden het LRK-nummer invullen en op basis daarvan onterecht kinderopvangtoeslag aanvragen zonder dat dit wordt gecontroleerd? Is de Staatssecretaris bereid om te kijken naar de mogelijkheid dat beschikkingen kinderopvangtoeslag ook (digitaal) naar de kinderopvanginstelling worden gestuurd indien zij de toeslag ontvangen, zodat ze op de hoogte zijn van wijzigingen en berichten? Wie is er verantwoordelijk voor het doorgeven van wijzigingen met betrekking tot de kinderopvang aan de Belastingdienst? Wat kan de kinderopvanginstelling doen wanneer zij onterecht kinderopvangtoeslag ontvangen voor kinderen die niet meer worden opgevangen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

De leden van de fractie van de PVV hebben kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris. Deze leden hebben een aantal vragen, aan- en/of opmerkingen.

Het proces een rekeningnummer

Implementatie een rekeningnummer/Conversie naar nieuwe rekeningnummers

Klopt het dat het invoeren van een bankrekeningnummer niet geleid heeft tot vertragingen in uitbetaling omdat er geen betalingen werden op geschort?

Klopt het dat 1,5 mln. burgers/ondernemers in de loop van dit jaar nog geverifieerd worden in het kader van het invoeren van een bankrekeningnummer?

Implementatie een rekeningnummer/Verificatie nieuwe rekeningnummers

Klopt het dat bij de verificatie van de nieuwe nummers die werden aangeven door de belastingplichtige/toeslaggerechtigde zelf vertragingen zijn ontstaan?

Hoe vaak worden de gegevens die de banken aanleveren ververst?

Uit de stukken blijkt dat bij 30% van de gevallen de bankrekening niet binnen niet binnen twee werkdagen vrijgegeven kan worden. Wat zijn daar nu de meest voorkomende oorzaken van?

Wordt er hier geen werk dubbel gedaan: de bank certifieert/verifieert en dan certifieert/verifieert ook nog eens de Belastingdienst?

Wordt er in dit traject ook nog gekeken of er sprake kan zijn van fraude?

Hoe vaak stuit de Belastingdienst op een buitenlands bankrekeningnummer?

Als de Belastingdienst stuit op een buitenlands bankrekeningnummer welke actie onderneemt zij dan?

Sinds eind januari genomen maatregelen

Klopt het dat het meest vertragende element in de gehele procedure het opvragen van gegevens van de burgers is als zij deze niet in een keer goed hebben aangeleverd?

Kunt u een schets geven op welke wijze er meer zou kunnen worden aangesloten bij het verificatieproces van de banken?

Waarom is het aansluiten bij het bancaire verificatieproces zo gecompliceerd en waarom duurt het zo lang?

Verder uit te werken maatregelen

Kan het bancaire verificatieproces niet gecertificeerd worden zodat er een standaard uitwisseling (nieuw) bankrekeningnummers online met de Belastingdienst kan plaatsvinden?

Is het procesmatig niet beter om de betalingen op het oude nummer te continueren tenzij de belanghebbende expliciet heeft aangegeven dat niet te willen, in plaats van stoppen tenzij de belanghebbende aangeeft dat er doorgegaan kan worden met betalen op het oude nummer?

Het vervolg

Het uitgangspunt van de Staatssecretaris is dat voor het overgrote deel van de groep van 1,5 mln. burgers/ondernemers voor het einde van dit jaar een rekeningnummer in de administratie is opgenomen dat aan alle wettelijke eisen voldoet. Wat moeten de leden van de PVV-fractie zich voorstellen bij het overgrote deel?

Bijlage I

Groep 27 januari 2014

In de bijlage wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen tussen 28 januari en 21 februari ten aanzien van de wijzigingsverzoeken op initiatief van de burgers/ondernemers.

Wat de leden van de PVV-fractie opvalt zijn de grote verschillen in de uitkomsten van de processen tussen ondernemers en burgers. Zo zit op 21 februari nog 61% van de burgers in de molen, terwijl dat voor de ondernemers slechts 7,2% is.

Ten aanzien van de «onjuiste bewijsstukken» is er bij de burgers nog 83% in het systeem, voor de ondernemers is dat 7,5%. Ten aanzien van de nog te ontvangen bewijsstukken is er sprake van 95% en 2%. En ten aanzien van «onderhanden werk» is er sprake van 8,3% en 32%.

Waar ligt de oorzaak van deze significante verschillen tussen beide groepen?

Huurclusters

Klopt het dat 30% van de huurders (320.000) de huurtoeslag voorheen liet uitbetalen aan de verhuurder? Eind januari ontvingen 15.000 belanghebbenden geen huurtoeslag omdat de Belastingdienst niet beschikte over een op hun naam staand bankrekeningnummer. Eind februari was dit met 14.000 gedaald tot 1.000. Voorwaar een mooie prestatie.

Heeft hier nog een controleslag plaatsgevonden in verband met fraude?

Is er ook een dergelijk beeld met de overige toeslagen, meer specifiek de zorgtoeslag en kindgebonden budget?

Huidig verificatieproces

Waarom kan 30% niet worden geverifieerd aan de hand van de bankgegevens?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

De leden van de fractie van D66 danken de Staatssecretaris voor de informatie over de stand van zaken bij de invoering van één bankrekeningnummer. Deze leden hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen.

Het vervolg

De leden van de fractie van D66 constateren dat de Staatssecretaris voornemens is om ruim voor 1 juli het in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen neergelegde overgangsrecht met een op dat moment te bepalen verlengen. De leden zijn benieuwd of de Kamer nader geïnformeerd wordt over de periode waarmee het overgangsrecht wordt verlengd?

IV. Afrondende opmerkingen

De leden van de fractie van D66 constateren dat er in de Outline Business Case Eén Bankrekeningnummer drie scenario’s worden geschetst: 1) minimale aanpassing, 2) maximale aanpassing en 3) groeiscenario. De leden vragen het kabinet om in te gaan op de afwegingen bij de keuze tussen één van deze scenario’s? De leden constateren voorts dat scenario 2 (maximale aanpassing) wordt afgeraden, omdat het niet op tijd kan worden gerealiseerd. Is er overwogen om de invoering uit te stellen, zodat er voor scenario 2 gekozen kon worden? Was het terugkijkend verstandiger geweest om een ander scenario te kiezen? Worden hier lessen uit getrokken voor de toekomst?

Bijlage 1: Stand van zaken

De leden van de fractie van D66 merken op dat de categorieën «onjuiste bewijsstukken» en «nog te ontvangen bewijsstukken» tussen 27 januari 2014 en 21 februari 2014 veel sterker is gedaald bij ondernemers dan bij burgers. Bij burgers liep het aantal «onjuiste bewijsstukken» terug van 6.000 naar 5.000, bij ondernemers van 2.000 naar 150. Bij burgers liep het aantal «nog te ontvangen bewijsstukken» terug van 10.000 naar 9.500, bij ondernemers van 2.500 naar 50. Kan het kabinet regering ingaan op de verklaring van dit verschil?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de ChristenUnie

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de stand van zaken bij de invoering van één bankrekeningnummer. Zij hebben hierbij een aantal vragen.

Het proces van één rekeningnummer

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen het kabinet nog eens aan te geven waarom destijds de overgangstermijn van het proces van één rekeningnummer met anderhalf jaar ingekort is tot 1 juli 2014, terwijl eerder een termijn tot 1 januari 2016 was voorzien, zoals ook staat beschreven in de impactanalyse. Genoemde leden constateren dat het kabinet nu weer van plan is om de overgangsperiode te verlengen. Kan het kabinet aangeven of hierbij de oorspronkelijke datum van 1 januari 2016 weer zal worden gehanteerd, zo vragen deze leden.

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de Belastingdienst voor de ca. 900.000 burgers waarvoor meer dan één rekeningnummer in de administratie bekend was, een nummer heeft gekozen dat aan de wettelijke eisen voldoet. Genoemde leden krijgen echter signalen dat in de praktijk blijkt dat de Belastingdienst een rekeningnummer kiest dat niet meer bestaat, waardoor mensen in de problemen komen. Waarop baseert de Belastingdienst de keuze voor dit nieuwe rekeningnummer, klopt het dat deze keuze willekeurig geschiedt?

De leden van de ChristenUnie-fractie zijn bezorgd over de 1,5 miljoen rekeninghouders van wie niet kan worden vastgesteld dat het gebruikte rekeningnummer aan de wettelijke eisen voldoet. Zij constateren dat de Belastingdienst al veel moeite heeft met het wegwerken van de 32.000 opgaven die op 27 januari jl. nog openstonden. Hoeveel tijd denkt de Belastingdienst nodig te hebben om de 1,5 miljoen opgaven te verwerken, zo vragen genoemde leden. Kan het kabinet ook aangeven waarom hier nog steeds geen begin mee is gemaakt? Klopt het dat nu betalingen aan personen worden overgemaakt, zonder dat duidelijk is of het rekeningnummer op hun naam staat? Hoe verhoudt zich dit tot de voorwaarde dat het rekeningnummer aan de wettelijke eisen moet voldoen, zo vragen deze leden.

Sinds eind januari genomen maatregelen

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat er bij binnenkomst van ingestuurde bewijsstukken een eerste beoordeling plaatsvindt en eventueel telefonisch contact met betrokkenen wordt opgenomen. Daarnaast neemt ook de BelastingTelefoon contact op. Is dit niet dubbelop, zo vragen genoemde leden. Welke verbeteringen zijn er sinds eind januari doorgevoerd bij de BelastingTelefoon, zo vragen deze leden? Klopt het dat er van de telefoongesprekken door de medewerkers van de BelastingTelefoon geen logs worden gemaakt en dat het ook niet mogelijk om een eerder gesproken medewerker opnieuw aan de telefoon te krijgen, zodat mensen meerdere keren hun verhaal moeten doen?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat er in de maanden januari en februari in ongeveer vijfhonderd gevallen een voorschotbetaling is gedaan. Worden deze gevallen vervolgens met spoed behandeld door de Belastingdienst om het rekeningnummer te verifiëren?

Verder uit te werken maatregelen

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van een aantal nieuwe maatregelen die het kabinet wil nemen. Zij vragen het kabinet hierbij aan te geven wat de «aanpak op maat» concreet inhoudt. Op welke wijze worden subgroepen onderscheiden en welke criteria worden hierbij gehanteerd? Wat betreft het gebruik van bankgegevens willen de leden van de ChristenUnie-fractie graag weten waarom een structurele oplossing op korte termijn niet mogelijk is. Hoe kan het dat de Belastingdienst wel kan beschikken over de banksaldi t.b.v. van de vooraf ingevulde aangifte en niet over de rekeningnummers? En waarom wordt er geen koppeling gemaakt met het rekeningnummer dat gebruikt wordt voor een voorlopige teruggaaf of dat opgegeven wordt bij de jaarlijkse aangifte. Kan dit laatste een mogelijkheid bieden voor de 1,5 miljoen gevallen die nog onderzocht moet worden? Genoemde leden vinden het een goed idee om toeslagen door te betalen op het oude rekeningnummer gedurende het verificatieproces. Wanneer verwacht het kabinet dat deze mogelijkheid operationeel wordt?

Afrondende opmerkingen

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe de Staatssecretaris nu op de hoogte wordt gehouden van de ontwikkelingen in het dossier «één bankrekeningnummer». Mogen deze leden ervan uitgaan dat eventuele nieuwe procesverstoringen in dit dossier meteen aan de Staatssecretaris gemeld worden en dat de Staatssecretaris de Kamer informeert als problemen zich voordoen?

Bijlage

De leden van de ChristenUnie-fractie zijn geschrokken van de voortgang in het dossier. Zij constateren dat vooral bij de categorie burgers veel mensen nog steeds wachten op hun toeslagen of voorlopige teruggaven. Voor 3.800 mensen zou dit bovendien al om drie betaalmomenten gaan. Genoemde leden vragen wat het kabinet gaat doen om deze achterstand zo snel mogelijk weg te werken. Zij vernemen ook graag wat de huidige stand van zaken (eind maart) is. Ook willen zij weten waarom de duizenden telefoontjes van de Belastingdienst zo weinig concrete resultaten hebben opgeleverd.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SGP

De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief over de stand van zaken bij de invoering van één bankrekeningnummer. Zij zijn verheugd dat de Staatssecretaris stappen heeft ondernomen om de problemen bij het invoeren van één rekeningnummer zoveel mogelijk op te lossen en nieuwe problemen te voorkomen. Graag maken zij van de gelegenheid gebruik om de Staatssecretaris van Financiën hierover enkele nadere vragen te stellen.

De leden van de SGP-fractie constateren dat het aantal nog te verwerken wijzigingen/opgaven in een maand tijd bijna is gehalveerd. De laatste cijfers zijn de stand van zaken per 21 februari. In de tussentijd is er weer een maand gepasseerd, wat er mogelijk voor gezorgd heeft dat een aantal burgers voor de vierde maand op rij geen toeslagen hebben ontvangen. Graag zouden de leden van de SGP-fractie op de hoogte gehouden worden van de ontwikkelingen. Is de Staatssecretaris bereid om als er nieuwe cijfers bekend zijn de Kamer daarover te informeren?

Onder de ruim 16.000 nog te verwerken wijzigingen/opgaven zijn ongeveer 3800 burgers die hun derde betalingstermijn hebben gemist. De Staatssecretaris geeft aan dat burgers een voorschotbetaling kunnen krijgen als het niet uitbetaald krijgen van toeslagen tot acute problemen leidt. Hebben alle mensen die het nodig hebben ook toegang tot de voorschotbetalingen? Is de Staatssecretaris bereid om, als het nodig is, verdere maatregelen te nemen?

Bij de invoering op 1 december was er sprake van 642.000 nieuwe rekeningnummers die moesten worden verwerkt. Maandelijks komen er 340.000 nieuwe aanvragen en wijzigingsverzoeken. Van deze nieuwe aanvragen en wijzigingsverzoeken wordt geen melding gemaakt in de brief. Deze leden vragen de Staatssecretaris hoe de invoering van één bankrekeningnummer voor deze burgers en ondernemers verloopt? Hoeveel burgers/ondernemers die sinds 1 december een nieuwe aanvraag of wijzigingsverzoek hebben ingediend, wachten nu nog op hun toeslagen? Hebben de genomen maatregelen om hinder tegen te gaan het beoogde effect?

De leden van de SGP-fractie constateren dat niet alleen maandelijks nieuwe rekeningnummers moeten worden verwerkt, maar dat er ook nog 1,5 miljoen burgers/ondernemers zijn waarvan nog geen rekeningnummer op naam bekend is. Tijdens het debat op 29 januari 2014 hebben de leden van de SGP-fractie geconstateerd dat de timing voor de invoering van het nieuwe systeem niet optimaal was. De leden vinden het essentieel dat herhaling voorkomen wordt en zijn daarom verheugd dat momenteel nieuwe maatregelen worden uitgewerkt voordat het nieuwe systeem wordt doorgevoerd voor de groep van 1,5 miljoen burgers/ondernemers. Wel willen ze graag dat de Staatssecretaris zorg draagt dat alles zo snel en zo goed mogelijk wordt afgerond. De Staatssecretaris geeft aan dat zijn uitgangspunt is dat het overgrote deel van de groep van 1,5 miljoen burgers/ondernemers voor het einde van dit jaar aan de wettelijke eisen voldoet. Wat verstaat de Staatssecretaris onder het overgrote deel? In de brief van 29 januari 2014 van de voormalig Staatssecretaris van Financiën, de heer Weekers, staat dat deze groep de komende periode door de Belastingdienst wordt benaderd. Uit de brief van de Staatssecretaris wordt niet duidelijk vanaf wanneer deze groep nu een brief kan verwachten. De leden van de SGP-fractie zouden hier graag meer duidelijkheid over krijgen.

II Reactie van de Staatssecretaris

Algemeen

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief en benadrukken dat het aanpakken van fraude en de bijbehorende maatregelen als één bankrekeningnummer nodig zijn. Zij zijn positief over de voorgestelde maatregelen om alle rekeningnummers te gaan verifiëren en benadrukken dat een fiscaal systeem zonder toeslagen uiteindelijk het minst fraudegevoelig is. De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief en zijn erg positief over de overgangsperiode die is ingesteld om orde op zaken te stellen. Zij hopen op snelle inloop van achterstanden bij de Belastingdienst zodat de maatregel één bankrekeningnummer alsnog op nette wijze in werking kan treden. Ook de leden van de SGP-fractie zijn verheugd met de ondernomen stappen om de problemen bij het invoeren van één rekeningnummer zoveel mogelijk op te lossen en nieuwe problemen te voorkomen. Ik dank deze leden voor hun steun.

Ook de leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stand van zaken rond de invoering van één bankrekeningnummer, de impactanalyse en de business case. Met mij willen deze leden de problemen voor mensen die recht hebben op een toeslag zo snel mogelijk opgelost zien. De inspanningen van de Belastingdienst zijn daarop gericht.

De leden van de D66-fractie spreken dank uit voor de brief en hebben daarover met de leden van de VVD-fractie, de leden van de PvdA-fractie, de leden van de SP-fractie, de leden van de CDA-fractie, de leden van de PVV-fractie, de leden van de ChristenUnie-fractie en de leden van de SGP-fractie nadere vragen.

Algemene vragen over het huidige proces

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het feit dat het in 70% van de gevallen lukt om een nieuw doorgegeven rekeningnummer te verifiëren en vragen met de leden van de fractie van de PVV wat de redenen zijn dat in 30% van de gevallen dit niet lukt. Voorts wensen deze leden een toelichting op de gesprekken met de banken over het steeds beschikbaar krijgen van de meest actuele rekeninggegevens en vragen zij hoe vaak rekeninggegevens momenteel worden bijgewerkt. De leden van de CDA-fractie vragen waarom de Belastingdienst 30% van de rekeningnummers, neerkomend op 50.000 wijzigingen per maand, niet kan controleren met behulp van de gegevens van banken. Zij willen weten of de Staatssecretaris verwacht dat dit later minder zal zijn door de genomen maatregelen. Voorts informeren deze leden welke rekeningnummers en bestanden allemaal worden gebruikt voor deze operatie. Ook de leden van de PVV-fractie constateren dat bankrekeningen bij 30% van de bankrekeningen niet binnen twee werkdagen vrijgegeven kunnen worden en vragen naar de meest voorkomende oorzaken.

In eerste instantie worden bankrekeningnummers geverifieerd aan de hand van bestanden die de Belastingdienst van de banken ontvangt. Is er geen sprake van een match, dan wordt verzocht een kopie van een geldig identiteitsbewijs en een kopie van een bankafschrift toe te sturen.

Bankrekeningnummers kunnen om verschillende redenen niet geverifieerd worden aan de hand van de bestanden die de Belastingdienst van de banken krijgt:

  • het opgegeven rekeningnummer staat niet op naam van degene die het rekeningnummer heeft opgegeven;

  • het opgegeven rekeningnummer bevindt zich in een categorie waarover de Belastingdienst geen gegevens van de banken ontvangt. Te denken is aan buitenlandse bankrekeningnummers;

  • het opgegeven rekeningnummer is recent geopend en komt daardoor (nog) niet voor in de laatste door de Belastingdienst van de banken ontvangen bestanden;

  • de tenaamstelling bij de bank komt niet overeen met het gebruikte BurgerServiceNummer (bijv. als gevolg van bewindvoering).

De Belastingdienst maakt bij de verificatie gebruik van de bankrekeningnummers uit de bestanden die de dienst van de banken ontvangt ten behoeve van de Voor Ingevulde Aangifte (VIA). Voorafgaand aan de conversie op 18 januari 2014 heeft de Belastingdienst van de vijf grootste banken een eenmalige aanvullende levering met rekeninggegevens ontvangen.

De Belastingdienst is met de banken in gesprek over de mogelijkheden steeds over zo actueel mogelijke gegevens over bankrekeningen te kunnen beschikken. Daarbij zijn verschillende mogelijkheden de revue gepasseerd en wordt gekeken naar een manier van verstrekken die het minst belastend is voor de banken en tegelijkertijd voldoet aan de wensen en mogelijkheden van de Belastingdienst. Het is de bedoeling het aantal bankrekeningnummers waarvoor bij belastingplichtigen/toeslaggerechtigden kopieën van ID-bewijzen en van bankafschriften moeten worden opgevraagd met deze en met andere aangekondigde maatregelen zoveel mogelijk te beperken.

De leden van de SP-fractie informeren wat de vervolgstap is wanneer de betrokkene niet zelf in staat is om naar de balie van het Belastingdienstkantoor te komen, en willen weten of er dan enige begeleiding mogelijk is bij het inzenden van de juiste stukken.

Alternatief voor baliebezoek kan zijn dat betrokkene telefonisch zo goed mogelijk bij de hand wordt genomen en door de te ondernemen stappen wordt heen gepraat. Daartoe kan een medewerker van één van de belastingkantoren in een voorkomend geval ook zelf telefonisch contact met betrokkene zoeken (zgn. terugbelafspraak).

De leden van de fractie van de SP hebben met belangstelling kennisgenomen van de mogelijkheid tot het verlenen van voorschotten wanneer het uitblijven van betalingen tot acute problemen leidt. Zij willen weten of deze mogelijkheid ook voor ondernemers bestaat. Ook vragen zij of deze alleen bij het uitbetalen van voorschotten toeslagen bestaat of ook voor de voorlopige teruggaaf van de inkomstenbelasting. Zij worden graag op de hoogte gesteld van de wijze waarop iemand die recht heeft op toeslagen en/of teruggaven die in acute problemen komt, zich tot de Belastingdienst kan wenden en of medewerkers van de BelastingTelefoon op de hoogte zijn gesteld de mogelijkheid tot bevoorschotting. Ten slotte informeren zij of in deze procedure nog enige controle plaatsvindt op de vraag of de persoon in kwestie gerechtigd is een toeslag aan te vragen.

De voorschotprocedure bestaat voor toeslagen, voor (voorlopige) teruggaven inkomstenbelasting en voor teruggaven omzetbelasting en staat open voor zowel burgers als voor ondernemers. De procedure leidt ertoe dat openstaande bedragen door middel van een spoedbetaling aan de desbetreffende burger/ondernemer worden overgemaakt. Burgers en ondernemers die voor een spoedbetaling in aanmerking menen te kunnen komen, kunnen contact opnemen met de BelastingTelefoon. De medewerkers van de Belastingtelefoon zijn van de mogelijkheid tot spoedbetalingen op de hoogte. Tot een spoedbetaling kan worden overgegaan, nadat is vastgesteld dat de betrokkene aanspraak kan maken op een (voorschot op een) toeslag of een (voorlopige) teruggaaf inkomstenbelasting. Spoedbetalingen wijken in dat opzicht dan ook niet af van «reguliere» betalingen van inkomstenbelasting en toeslagen.

De leden van de SP-fractie informeren of de Staatssecretaris signalen heeft ontvangen dat burgers geen brief hebben ontvangen waarin hen wordt verzocht om de juiste bewijsstukken in te zenden, maar toch hun toeslagen niet hebben ontvangen omdat de Belastingdienst de uitbetaling heeft aangehouden. Zo ja, willen zij weten om hoeveel personen het gaat.

Daar waar bewijsstukken nodig zijn, stuurt de Belastingdienst burgers en ondernemers altijd een brief. Het is nooit uit te sluiten dat een poststuk een individuele geadresseerde in een incidenteel geval niet bereikt. In de praktijk komt het ook voor dat geadresseerden geen kennis nemen van door hen ontvangen poststukken. Om hoeveel personen het zou gaan, is niet bekend.

De leden van de SP-fractie vragen te verklaren waarom burgers per toeslag moeten aangeven op welk rekeningnummer zij dit wensen te ontvangen. Deze leden vragen of dat de normale gang van zaken is of dat het normaliter zo is dat burgers in één handeling voor alle toeslagen en teruggaven inkomstenbelasting hun bankrekeningnummer kunnen opgeven. Ook informeren deze leden in hoeveel gevallen het voorgekomen is dat burgers per toeslag en teruggaaf steeds afzonderlijk hun rekeningnummer hebben moeten doorgeven.

Burgers die het burgerportal voor toeslagen gebruiken, kunnen daarin hun rekeningnummer wijzigen. Indien van een burger een geverifieerd rekeningnummer beschikbaar is, wordt dit in het burgerportal getoond. Burgers voor wie geen geverifieerd rekeningnummer beschikbaar is, kunnen in het burgerportal een rekeningnummer opgeven. Bij elke rekeningnummermutatie in het burgerportal wordt vermeld dat het nieuwe rekeningnummer gebruikt zal worden voor alle toeslagen en voor teruggaven inkomstenbelasting. Het nieuwe rekeningnummer doorloopt de verificatieprocedure.

Er kan in een aantal gevallen ook nog gekozen worden voor de rechtstreekse uitbetaling van kinderopvangtoeslag aan de kinderopvanginstelling. Voorts kunnen burgers bij het ontbreken van een geschikt rekeningnummer voor uitbetalingen die buiten de éénbankrekeningnummermaatregel vallen zoals gebruikelijk per afzonderlijke teruggaaf een rekeningnummer doorgeven.

De leden van de CDA-fractie vragen wat punt voor punt de nieuwe wettelijke eisen zijn waaraan het nieuwe ene rekeningnummer moet voldoen en hoe dit wordt gecontroleerd.

Eén bankrekeningnummer geldt voor de inkomstenbelasting, voor de omzetbelasting en voor toeslagen. Betalingen voor deze middelen moeten plaatsvinden op een rekeningnummer dat op naam staat van de rechthebbende tot die betalingen («tenaamstellingsverplichting»). Voor betalingen voor de inkomstenbelasting en toeslagen geldt als aanvullende eis dat een rechthebbende daarvoor slechts één rekeningnummer mag gebruiken («éénrekeningnummerprincipe»).1

Controle van het eerste vereiste vindt plaats door verificatie aan de hand van bestanden van de banken. Waar geen match kan worden gemaakt, wordt betrokkene gevraagd zelf bewijsstukken bij de Belastingdienst aan te leveren. Handhaving van het tweede vereiste is opgenomen in het IT-systeem: voor uitbetalingen voor toeslagen en voor de inkomstenbelasting kan daarin per BurgerServiceNummer slechts één bankrekeningnummer worden opgenomen.

Ook verzoeken de leden van de CDA-fractie aan te geven welke documenten als geldig identiteitsbewijs gelden en dit tevens te beantwoorden voor mensen met een niet-Nederlandse nationaliteit en voor mensen met een paspoort dat een paar jaar verlopen is, maar nog geldig is om mee te stemmen.

Om te controleren of de opgegeven bankrekening daadwerkelijk op naam staat van de rechthebbende, vraagt de Belastingdienst aan burgers van wie geen bankrekening op naam bekend is, om (een kopie van) een geldig identiteitsbewijs. Als geldig identiteitsbewijs gelden op grond van de Wet op de identificatieplicht een paspoort, een Nederlandse identiteitskaart en – voor inwoners van Nederland – een geldig binnen de EU afgegeven rijbewijs. Een paspoort en een binnen de EU afgegeven rijbewijs gelden ook als geldig identiteitsbewijs voor burgers die niet de Nederlandse nationaliteit hebben. Een paspoort dat is verlopen, is geen geldig identiteitsbewijs.

De leden van de CDA-willen weten hoeveel rekeningnummers er in 2012 zijn geverifieerd en geconverteerd en wanneer en hoe dat gebeurde.

Het wetsvoorstel één bankrekeningnummer is per 1 december 2013 in werking getreden. Dat was het startmoment voor de verificatie in het kader van één bankrekeningnummer. Tot de start van één bankrekeningnummer werd bij een verzoek om wijziging van een rekeningnummer wel een bevestigingsbrief verzonden, die door betrokkene naar de Belastingdienst moest worden teruggestuurd voordat het nieuwe nummer voor betalingen in gebruik werd genomen. De conversie was eenmalig en heeft plaatsgevonden in januari 2014. In 2012 heeft dan ook geen conversie plaatsgevonden.

Klopt het dat het invoeren van een bankrekeningnummer niet geleid heeft tot vertragingen in uitbetaling omdat er geen betalingen werden op geschort, zo vragen de leden van de PVV-fractie. Ook informeren deze leden of het klopt dat bij de verificatie van de nieuwe nummers die werden aangegeven door de belastingplichtige/toeslaggerechtigde zelf vertragingen zijn ontstaan.

De invoering van één bankrekeningnummer kan tot vertraging in de uitbetaling leiden waar de Belastingdienst bij de verwerking van een nieuw rekeningnummer of een wijzigingsverzoek niet aan de hand van bestanden van de banken kan vaststellen dat een rekeningnummer aan de wettelijke vereisten voldoet.2 In dat geval wordt betrokkene gevraagd bewijsstukken in te sturen waaruit blijkt dat het rekeningnummer op zijn naam staat. Na ontvangst van de juiste bewijsstukken is de behandeltijd om klaarstaande bedragen op de aangegeven rekening uit te betalen 12 tot 21 dagen. Waar betrokkenen wachten met het insturen van bewijsstukken, of niet de juiste bewijsstukken insturen, worden klaarstaande betalingen aangehouden. Bij de start van één rekeningnummer hebben zich twee procesverstoringen voorgedaan die hebben geleid tot overschrijding van de reguliere behandeltermijnen. Uw Kamer is daarover bij brief van 28 januari 2014 geïnformeerd.3

De leden van de PVV-fractie willen weten welke actie de Belastingdienst onderneemt als hij op een buitenlands bankrekeningnummer stuit.

Buitenlandse bankrekeningnummers kunnen niet worden geverifieerd aan de hand van de bestanden die de Belastingdienst van de Nederlandse banken krijgt. De Belastingdienst beschikt niet over bestanden van buitenlandse banken. Om die reden worden voor de verificatie van buitenlandse rekeningen bij betrokkenen bewijsstukken opgevraagd.

De leden van de PVV-fractie vragen of het klopt dat het meest vertragende element in de gehele procedure het opvragen van gegevens van de burgers is als zij deze niet in een keer goed hebben aangeleverd.

De Belastingdienst betaalt klaarstaande bedragen uit 12 tot 21 dagen na binnenkomst van de juiste bewijsstukken. Als burgers/ondernemers wachten met het insturen van bewijsstukken, of niet de juiste bewijsstukken insturen, worden betalingen overeenkomstig opgehouden. Ook worden betalingen opgehouden als uit de ingestuurde bewijsstukken blijkt dat het opgegeven rekeningnummer niet aan de wettelijke eisen voldoet. In het laatste geval is het aan betrokkene om een rekeningnummer door te geven dat wel aan de eisen voldoet. Waar de Belastingdienst het rekeningnummer aan de hand van ingestuurde bewijsstukken niet kan verifiëren, ontvangen betrokkenen daarover een brief. Daarin is ook het verzoek opgenomen het speciaal voor één bankrekeningnummer geopende telefoonnummer van de Belastingdienst te bellen. Betrokkenen die zo contact opnemen met de Belastingdienst worden daar verder geholpen, waarbij de medewerkers in het call center elektronisch toegang hebben tot de door betrokkene ingestuurde documenten. Dit maakt het mogelijk betrokkenen op maat te adviseren over de te ondernemen vervolgstappen. Als burgers/ondernemers na het opgeven van een niet verifieerbaar rekeningnummer niet meer reageren op brieven van de dienst om bewijsstukken op te sturen, dan stuurt de Belastingdienst na 45 werkdagen een brief waarin wordt aangegeven dat de opgaaf van het nieuwe rekeningnummer niet wordt verwerkt. Eventuele klaarstaande uitbetalingen worden niet uitbetaald, maar gereserveerd. Dit proces is vanaf eind mei ingeregeld.

Overigens is de Belastingdienst recent een pilot huisbezoeken gestart samen met een aantal gemeentes. Ik kom daar verderop in de antwoorden nog op terug.

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de Belastingdienst voor de ca. 900.000 burgers van wie meer dan één rekeningnummer in de administratie bekend was, een nummer heeft gekozen dat aan de wettelijke eisen voldoet. Genoemde leden krijgen echter signalen dat in de praktijk blijkt dat de Belastingdienst een rekeningnummer kiest dat niet meer bestaat, waardoor mensen in de problemen komen. Waarop baseert de Belastingdienst de keuze voor dit nieuwe rekeningnummer en klopt het dat deze keuze willekeurig geschiedt, zo vragen deze leden. De leden van de SP-fractie hebben verschillende signalen ontvangen waaruit blijkt dat de Belastingdienst in bepaalde gevallen, zonder tussenkomst van de gerechtigde van toeslagen en/of teruggaven, een ander rekeningnummer voor de uitbetaling van toeslagen en/of teruggaven in gebruik neemt. Deze leden willen weten of de Staatssecretaris dit kan bevestigen. Ook willen deze leden weten of het is toegestaan om, zonder tussenkomst van de toeslaggerechtigde, de betaling op een ander rekeningnummer te storten. De leden van de fractie van het CDA vragen de Staatssecretaris hoeveel mensen een klacht hebben ingediend of zich bij de BelastingTelefoon hebben gemeld dat het geld overgemaakt is op een rekeningnummer dat niet (meer) aan hen toebehoort, maar bijvoorbeeld aan een voormalig partner en welke actie in deze gevallen wordt ondernomen richting de belastingplichtige. Ook informeren zij naar zijn oordeel over de situatie waarin de Belastingdienst zelf een rekeningnummer gekozen heeft dat kan afwijken van de andere rekeningnummers die jarenlang gebruikt zijn. Ten slotte vragen zij of de Staatssecretaris de mening deelt dat dit mensen in directe problemen kan brengen bijvoorbeeld als zij per automatische incasso de huur of zorgpremie lieten afschrijven van de rekening waar de toeslag binnenkwam.

Tot de invoering van één rekeningnummer was het mogelijk aan de Belastingdienst verschillende rekeningnummers door te geven voor de uitbetaling van verschillende belastingmiddelen en toeslagen. Bij de conversie in januari 2014 bleek dat op deze wijze voor ca. 900.000 burgers meerdere rekeningnummers in de administratie van de Belastingdienst bekend waren. Als onderdeel van de implementatie van één rekeningnummer moesten die tot één rekeningnummer op naam worden teruggebracht. Daartoe is een vaste volgorde vastgesteld voor de mogelijk bekende rekeningnummers. Vervolgens is voor elke belastingplichtige/toeslaggerechtigde eenmalig het eerste in die volgorde bekende rekeningnummer gekozen dat aan de wettelijke vereisten van één bankrekeningnummer voldeed. Daarop vinden sinds 21 januari 2014 alle uitbetalingen plaats. Betrokkenen zijn voorafgaand aan de massale uitbetalingen van toeslagen en voorlopige teruggaven inkomstenbelasting in de maand februari per brief van de door de dienst gemaakte keuze op de hoogte gesteld.4

Voor betrokkenen kan de door de Belastingdienst gemaakte keuze in een aantal gevallen tot overlast hebben geleid. In de praktijk zijn daarover echter nauwelijks signalen bij de Belastingdienst binnengekomen. Betrokkenen die betalingen op een ander op naam staand rekeningnummer willen ontvangen, konden en kunnen dat aan de Belastingdienst doorgeven. Het alternatief voor de gevolgde handelwijze was geweest dat de Belastingdienst 900.000 mensen had moeten benaderen met het verzoek in het kader van één bankrekeningnummer zelf actie te ondernemen. Dat had in potentie tot meer overlast geleid dan de feitelijk gevolgde handelwijze.

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat er in de maanden januari en februari in ongeveer vijfhonderd gevallen een voorschotbetaling is gedaan en informeren of deze gevallen vervolgens met spoed door de Belastingdienst worden behandeld om het rekeningnummer te verifiëren.

Om voor een spoedbetaling in aanmerking te komen, wordt betrokkene uitgenodigd aan een van de balies van de Belastingdienst. Daar wordt meteen gecontroleerd of het rekeningnummer voldoet aan de eisen van één bankrekeningnummer. Als dit zo is, wordt de spoedbetaling gedaan.

De Staatssecretaris geeft aan dat burgers een voorschotbetaling kunnen krijgen als het niet uitbetaald krijgen van toeslagen tot acute problemen leidt. Hebben alle mensen die het nodig hebben ook toegang tot de voorschotbetalingen, zo informeren de leden van de SGP-fractie en is de Staatssecretaris bereid om, als het nodig is, verdere maatregelen te nemen.

Waar betrokkenen zich bij de Belastingdienst melden en uit hun verhaal duidelijk wordt dat zij acuut in de problemen dreigen te komen, wordt gebruik gemaakt van de voorschotprocedure. Die handelwijze blijft ook de komende tijd van kracht.

De leden van de SGP-fractie constateren dat er bij de invoering op 1 december 2013 sprake was van 642.000 nieuwe rekeningnummers die moesten worden verwerkt. Maandelijks komen er 340.000 nieuwe aanvragen en wijzigingsverzoeken. Van deze nieuwe aanvragen en wijzigingsverzoeken wordt geen melding gemaakt in de brief. Deze leden vragen de Staatssecretaris hoe de invoering van één bankrekeningnummer voor deze burgers en ondernemers verloopt.

Zoals ik in onderdeel 3 van de bijlage bij de brief van 3 maart 20145 heb aangegeven, ontvangt de Belastingdienst per maand gemiddeld zo’n 235.000 opgaven en/of wijzigingen van rekeningnummers, waarbij het precieze aantal van maand tot maand fluctueert. Zo bedroeg het aantal in maart doorgegeven rekeningnummers 135.000.

Rekeningnummers doorlopen het huidige verificatieproces. Dit betekent dat ongeveer 70% kan worden gematcht met de gegevens die de Belastingdienst voorhanden heeft. Uitgaande van het gemiddelde aantal opgaven/wijzigingen per maand betekent dit dat de overige 30%, ca. 68.000 gevallen, langer moeten wachten op hun uitbetaling totdat hun rekeningnummer is geverifieerd. De stand van zaken van de afgelopen weken laat, met ongeveer 44.000 burgers en ondernemers die minder dan 2 maanden op hun uitbetaling wachten, lagere totalen zien dan het verwachte gemiddelde.

Het aantal van 340.000 zoals genoemd in de vraag van de leden van de SGP-fractie heeft mogelijk betrekking op de maandelijks gemiddelde nieuwe toeslagaanvragen (80.000) en het maandelijks gemiddelde aantal wijzigingsverzoeken voor een toeslag (260.000), zoals vermeld in de brief van 28 januari 2014 van mijn ambtsvoorganger.6 Niet ieder nieuw of gewijzigde toeslagaanvraag resulteert echter in een nieuw of gewijzigd rekeningnummer.

Hebben de genomen maatregelen om hinder tegen te gaan het beoogde effect, vragen de leden van de SGP-fractie.

De stand van zaken is beschreven in de begeleidende brief bij deze nota.

De leden van de CDA-fractie vragen of zij de documenten van het managementteam mogen ontvangen waarin besluiten staan over de invoering van het ene rekeningnummer.

Documenten over besluiten van het managementteam vormen onderdeel van het interne beraad binnen de Belastingdienst. Ik ben van mening dat deze niet thuishoren in het publieke debat, zodat ik deze niet aan uw Kamer zal verstrekken.

Vragen over de Belastingtelefoon

De leden van de fractie van de SP hebben vernomen dat er balieafspraken worden gemaakt wanneer tijdens telefoongesprekken blijkt dat de betrokkene niet zelf in staat is om de bewijsstukken op te sturen. Zij vragen of deze maatregel al is ingevoerd, en of de medewerkers van de BelastingTelefoon daarvan op de hoogte zijn.

De BelastingTelefoon maakt sinds 1 februari 2014 balieafspraken als tijdens een telefoongesprek over één bankrekeningnummer blijkt dat betrokkene zelf niet in staat is bewijsstukken op te sturen. De betrokken medewerkers zijn van deze mogelijkheid op de hoogte.

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat er bij binnenkomst van ingestuurde bewijsstukken een eerste beoordeling plaatsvindt en eventueel telefonisch contact met betrokkenen wordt opgenomen. Daarnaast neemt ook de BelastingTelefoon contact op. Is dit niet dubbelop, zo vragen deze leden. Voorts vragen zij welke verbeteringen er sinds eind januari zijn doorgevoerd bij de BelastingTelefoon. Ook willen zij weten of het klopt het dat er van de telefoongesprekken door de medewerkers van de BelastingTelefoon geen logs worden gemaakt en dat het ook niet mogelijk is een eerder gesproken medewerker opnieuw aan de telefoon te krijgen, zodat mensen meerdere keren hun verhaal moeten doen. Voorts informeren deze leden waarom de duizenden telefoontjes van de Belastingdienst zo weinig concrete resultaten hebben opgeleverd.

Het outbound bellen rond één rekeningnummer is binnen de BelastingTelefoon binnen één unit geconcentreerd. Deze unit verricht ook de telefoontjes als ingestuurde bewijsstukken bij eerste beoordeling niet aan de voorwaarden blijken te voldoen. Het is dus niet zo dat burgers daarover tweemaal worden gebeld. Binnen de unit wordt elk telefoongesprek apart gelogd. Gegeven het aantal gevoerde gesprekken is het onmogelijk bellers steeds met dezelfde medewerker door te verbinden. Overigens zou het voor medewerkers gegeven het aantal gesprekken dat zij voeren onmogelijk zijn van gesprek tot gesprek het complete feitencomplex in de diverse specifieke situaties paraat te hebben.

Met de inzet van outbound bellen over één bankrekeningnummer zijn de volgende ervaringen opgedaan, die overigens in lijn zijn met eerdere ervaringen die de Belastingdienst met outbound bellen heeft opgedaan. Voor ongeveer een derde van de betrokkenen was het niet mogelijk een telefoonnummer te achterhalen. Met ongeveer een derde van de betrokkenen kon ondanks diverse belpogingen geen contact worden gelegd. De telefoon werd niet opgenomen, er kwam een voice mail, het nummer bleek niet juist, etc. Bij ongeveer een derde van de betrokkenen was het telefonisch contact wel effectief en kon in het gesprek informatie worden verstrekt, of worden vastgesteld dat betrokkene de noodzakelijke actie zou ondernemen. In een klein deel van de gesprekken komt het voor dat betrokkene elke vorm van medewerking weigert.

Gegeven het feit dat outbound bellen in ongeveer tweederde van de gevallen niet het gewenste resultaat oplevert, is de Belastingdienst per 12 april 2014 met outbound bellen gestopt. In plaats daarvan verstuurt de Belastingdienst brieven met het verzoek het speciaal voor één bankrekeningnummer geopende telefoonnummer van de Belastingdienst te bellen. Betrokkenen die zo contact opnemen met de Belastingdienst worden daar verder geholpen.

Vragen over de kinderopvangtoeslag

De leden van de PvdA-fractie ontvangen signalen van ouders dat voor sommigen nog onduidelijk is wat de mogelijkheden zijn betreffende het uitbetalen van kinderopvangtoeslag aan de ouder dan wel direct aan de kinderopvanginstelling. Deze leden vragen het kabinet of zij de ervaren onduidelijkheid herkent. Ook willen zij weten op welke wijze ouders werden en worden geïnformeerd.

Ouders die kinderopvangtoeslag ontvangen, worden via de website van de Belastingdienst en via de Belastingtelefoon geïnformeerd over de verschillende mogelijkheden voor de uitbetaling van kinderopvangtoeslag. Daarnaast worden ouders geïnformeerd door de kinderopvangorganisaties die gebruikmaken van de mogelijkheid kinderopvangtoeslag te ontvangen. De Belastingdienst heeft geen signalen ontvangen dat er onduidelijkheid bestaat over de mogelijkheden van uitbetaling.

De leden van de CDA-fractie willen weten of kinderopvanginstellingen in de gelegenheid zijn gesteld om een partnerovereenkomst af te sluiten.

Alle kinderopvanginstellingen zijn in de gelegenheid gesteld een partnerovereenkomst af te sluiten. De brancheorganisatie kinderopvang heeft – na afstemming met de Belastingdienst/Toeslagen – zijn leden uitgebreid geïnformeerd over de verschillende mogelijkheden en daaraan verbonden voorwaarden. Dezelfde informatie is via het Ministerie van SZW ook verstrekt aan alle houders van kinderopvangorganisaties. Daarnaast heeft de Belastingdienst/Toeslagen in samenwerking met de brancheorganisatie in het najaar van 2013 voorlichting gegeven over de verschillende mogelijkheden voor het ontvangen van kinderopvangtoeslag.

De leden van de CDA-fractie vragen of de Belastingdienst de signalen herkent dat er mensen zijn die een standaardcontractaanvraag van de website van een kinderopvanginstelling downloaden het LRK-nummer invullen en op basis daarvan onterecht kinderopvangtoeslag aanvragen zonder dat dit wordt gecontroleerd.

De Belastingdienst herkent dit signaal niet. Het aanvragen van een kinderopvangtoeslag kan alleen met Mijn toeslagen of via de BelastingTelefoon voor kinderen die bij de aanvrager behoren. Ook moet de kinderopvanginstelling geregistreerd staan in het Landelijk Register Kinderopvang. Alle aanvragen worden betrokken in de overige getroffen fraudemaatregelen, zoals de risicoselectie.

De leden van de CDA-fractie vragen of er de bereidheid bestaat om te kijken naar de mogelijkheid dat beschikkingen kinderopvangtoeslag ook (digitaal) naar de kinderopvanginstelling worden gestuurd indien zij de toeslag ontvangen, zodat ze op de hoogte zijn van wijzigingen en berichten.

In verband met de privacy van de aanvragers van een toeslag is het niet mogelijk de beschikkingen kinderopvangtoeslag ook naar de kinderopvanginstellingen te sturen. Beschikkingen sturen naar kinderopvanginstellingen zou betekenen dat de Belastingdienst privacygevoelige statusinformatie, zoals bijvoorbeeld het inkomen, zou delen naar derden. Om tegemoet te komen aan het gewenste inzicht hebben de kinderopvangorganisaties wel de mogelijkheid de relevante informatie op te vragen via het Belcentrum van Belastingdienst/Toeslagen. Daaraan zijn voorwaarden verbonden ter waarborging van de privacy van betrokken toeslaggerechtigden.

De leden van de CDA-fractie willen verder weten wie er verantwoordelijk is voor het doorgeven van wijzigingen met betrekking tot de kinderopvang aan de Belastingdienst.

De ouders zijn zelf verantwoordelijk voor het doorgeven van wijzigingen met betrekking tot de kinderopvang.

Verder vragen de leden van de CDA-fractie wat de kinderopvanginstelling kan doen wanneer zij onterecht kinderopvangtoeslag ontvangen voor kinderen die niet meer worden opgevangen.

Deze kinderopvanginstellingen moeten bij de Belastingdienst/Toeslagen melden dat zij onterecht kinderopvangtoeslag ontvangen. Voor het terugstorten van de te veel ontvangen toeslag bestaat een procedure die bij de betreffende organisaties bekend is. De organisaties waarmee een partnerschapsovereenkomst is afgesloten, gaan medio 2014 maandelijks gegevens bij de Belastingdienst aanleveren waarmee eerder zicht wordt verkregen op kinderen die niet meer door de betreffende organisatie worden opgevangen. Op basis van die informatie kan de Belastingdienst/Toeslagen maatregelen nemen om de uitbetaling te stoppen.

Vragen over de groep burgers en ondernemers die nog een uitbetaling ontvangt op een oude, niet geverifieerde rekening

De leden van de PvdA-fractie willen weten waarop het kabinet de uitspraak baseert dat de groep van ca. 1,2 mln. burgers en ca. 0,3 mln. ondernemers geen aanleiding heeft zelf initiatief te ondernemen om hun rekeningnummer bij de Belastingdienst te wijzigen. Ook vragen deze leden zich af welke uitbetalingen deze groep ontvangt en bij hoeveel mensen uitbetalingen zijn vertraagd of tot de dag van vandaag niet gedaan. Heeft iedereen die recht heeft op een toeslag die ook daadwerkelijk ontvangen en, zo nee, voor hoeveel mensen geldt dat, zo informeren zij. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of het klopt dat nu betalingen worden overgemaakt aan personen, zonder dat duidelijk is of het rekeningnummer op hun naam staat. Ook willen zij weten hoe zich dit verhoudt tot de voorwaarde dat het rekeningnummer aan de wettelijke eisen moet voldoen. Deze leden informeren bovendien op welke wijze subgroepen worden onderscheiden en welke criteria hierbij worden gehanteerd. Ook de leden van de CDA-fractie zijn benieuwd of inmiddels al bekend is welke subgroepen er zijn. De leden van de SGP-fractie verzoeken om meer duidelijkheid wanneer de groep van 1,5 mln. een brief van de Belastingdienst ontvangt. De leden van de VVD-fractie vragen wanneer echt alle rekeningnummers geverifieerd zullen zijn. De leden van de PVV-fractie vragen of het klopt dat 1,5 mln. burgers/ondernemers in de loop van dit jaar nog geverifieerd worden in het kader van het invoeren van een bankrekeningnummer. Ook constateren deze leden met de leden van de SGP-fractie dat de Staatssecretaris als uitgangspunt heeft dat voor het overgrote deel van de groep van 1,5 mln. burgers/ondernemers voor het einde van dit jaar een rekeningnummer in de administratie is opgenomen dat aan alle wettelijke eisen voldoet. De leden van beide fracties vragen zich af wat zij moeten verstaan onder het overgrote deel. De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de Belastingdienst al veel moeite heeft met het wegwerken van de 32.000 opgaven die op 27 januari jl. nog openstonden. Hoeveel tijd denkt de Belastingdienst nodig te hebben om de 1,5 mln. opgaven te verwerken, zo vragen genoemde leden. Zij vragen het kabinet aan te geven waarom hier nog steeds geen begin mee is gemaakt. De leden van de D66-fractie informeren naar de termijn waarmee het overgangsrecht zal worden verlengd.

Uit de conversie in januari 2014 kwam naar voren dat op dat moment voor 1,2 mln. burgers en 0,3 mln. ondernemers niet kon worden vastgesteld of het voor hen in de administratie van de dienst bekende rekeningnummer op hun naam stond. Waar betrokkenen recht hebben op een uitbetaling is de Belastingdienst die blijven verrichten op het bekende rekeningnummer. Betrokkenen hebben dan ook geen enkele betaling gemist. De rechtsgrondslag voor deze handelwijze is te vinden in het met het oog daarop geformuleerde overgangsrecht.

Van de groep 1,2 mln. burgers hebben ca. 340.000 burgers een maandelijkse uitbetaling. Het merendeel van de overige ca. 860.000 burgers wordt gevormd door ca. 350.000 burgers aan wie sinds 1 januari 2013 geen uitbetalingen meer zijn gedaan en door ca. 430.000 burgers zonder lopende toeslag en voorlopige teruggaaf inkomensheffing, maar die sinds 1 januari 2013 nog wel één of meer betalingen van de Belastingdienst hebben ontvangen.

Ik wil benadrukken dat voor het overgrote deel van burgers en bedrijven de introductie van de één bankrekeningnummermaatregel automatisch is voltooid. Dat geldt zowel voor de 11 mln. burgers en bedrijven waarvan de Belastingdienst al over één geverifieerd rekeningnummer beschikte, alsook voor de 900.000 burgers waarvoor de Belastingdienst heeft gekozen uit meerdere geverifieerde rekeningnummers.

In het volgende onderdeel van deze nota wordt in meer detail beschreven op welke wijze voor de hiervoor beschreven restgroepen burgers invulling zal worden gegeven aan de overgang naar één rekeningnummer. Dat daarmee voor hen nog geen start is gemaakt, is een bewuste keuze. Op grond van de met de verificatie van rekeningnummers opgedane ervaringen worden eerst maatregelen getroffen die er mede op zijn gericht zoveel mogelijk te voorkomen dat grote groepen met lange wachttijden bij de uitbetaling van hun teruggaven en/of toeslagen worden geconfronteerd.

Waar relevant is het streven de verificatie voor rekeningnummers van deze groep burgers uiterlijk halverwege 2015 af te ronden, waarbij een deel van deze groep al dit jaar ter hand zal worden genomen. Op dit moment wil ik dat niet vertalen in precieze aantallen of percentages. Een vlotte afronding moet in balans zijn met het zoveel mogelijk beperken van de daarmee samenhangende overlast voor burgers en bedrijven.

De noodzaak om tot verificatie van rekeningnummers over te gaan is gelegen in de wettelijke bepalingen rond één bankrekeningnummer, niet in de wens van betrokkenen om hun rekeningnummer bij de Belastingdienst te wijzigen. Voor betrokkenen kan in het algemeen dan ook worden gezegd dat zij in één bankrekeningnummer geen aanleiding zullen vinden spontaan tot wijziging van hun rekeningnummer over te gaan. Het initiatief daartoe zal van de Belastingdienst (moeten) uitgaan.

Voor bedrijven geldt dat ik in de oplegbrief behorende bij de antwoorden op de onderhavige vragen al heb aangegeven hoe ik in de toekomst om wil gaan met de verificatieprocedure teruggave OB en de daarbij behorende tenaamstellingverplichting. In het volgende onderdeel zal ik dat nader toelichten.

Vragen over procesverbeteringen

De leden van de SP-fractie vragen aan te geven of er al structurele oplossingen in beeld zijn. De leden van de fractie van de Christen-Unie vragen het kabinet aan te geven wat de «aanpak op maat» concreet inhoudt. De leden van de fractie van het CDA vragen aan te geven hoe voor elk van de in de groep van 1,5 mln. burgers en bedrijven onderscheiden subgroepen de huidige problemen worden opgelost en ervoor wordt gezorgd dat er geen nieuwe problemen ontstaan.

Voor de hiervóór beschreven groep burgers worden, dan wel zijn reeds de volgende maatregelen getroffen:

  • 1. de rekeningnummers voor ca. 60.000 burgers die inmiddels zijn overleden, zijn geblokkeerd. Dit is in lijn met het staande beleid binnen de Belastingdienst. Nadat een melding van overlijden is binnengekomen, worden nieuwe betalingen niet gedaan zonder dat eerst expliciet is vastgesteld op welk rekeningnummer deze betalingen moeten plaatsvinden;

  • 2. de rekeningnummers voor ca. 17.000 burgers met de status Vertrokken onbekend waarheen (VOW) zijn inmiddels gedeactiveerd. Ook dit is in lijn met het staande beleid binnen de dienst geen betalingen te verrichten aan personen van wie de verblijfplaats bij de Belastingdienst niet bekend is;

  • 3. de rekeningnummers voor de ca. 350.000 burgers die sinds 1 januari 2013 geen betalingen meer van de Belastingdienst hebben ontvangen, worden na 1 juli 2014 gedeactiveerd, tenzij zij vóór die datum (de teruggaafgarantiedatum) nog een teruggaaf inkomensheffing ontvangen. Door het deactiveren van rekeningnummers uit te stellen tot na 1 juli 2014 wordt voorkomen dat betrokkenen die vóór 1 april 2014 aangifte inkomensheffing hebben gedaan, vertraging ondervinden in de uitbetaling van een teruggaaf inkomensheffing waarop zij volgens die aangifte aanspraak kunnen maken;

  • 4. voor de groep van 430.000 betrokkenen zonder lopende toeslag en voorlopige teruggaaf inkomensheffing die sinds 1 januari 2013 nog wel één of meer betalingen van de Belastingdienst hebben ontvangen, gaat de Belastingdienst aan de hand van bestanden van de banken en van eigen bestanden nog eens na of van hen een rekeningnummer beschikbaar is dat voldoet aan de eisen van éénrekeningnummer. Daarbij worden ook nummers betrokken die niet eerder door de Belastingdienst voor uitbetalingen zijn gebruikt, maar wel bekend zijn bij de banken. Wordt een nummer gevonden, dan stuurt de Belastingdienst een brief waarin het voornemen wordt aangekondigd om betalingen voortaan op dat rekeningnummer te laten plaatsvinden. Betrokkenen krijgen daarbij een reactietermijn waarbinnen zij desgewenst een ander rekeningnummer voor uitbetalingen aan de dienst kunnen doorgeven. Gedurende de reactietermijn blijven uitbetalingen nog plaatsvinden op het oude bekende rekeningnummer. Voor zover de Belastingdienst voor betrokkenen geen rekeningnummer kan vinden dat aan de voorwaarden voldoet, ontvangen zij het verzoek een nieuw rekeningnummer aan de dienst door te geven dat het reguliere verificatieproces zal doorlopen;

  • 5. ook voor de groep van ca. 340.000 betrokkenen met een op dit moment lopende toeslag of voorlopige teruggaaf inkomensheffing wordt de onder vier beschreven procedure doorlopen. Deze groep zal pas actief ter hand genomen worden nadat de mogelijkheid is geopend een gewijzigd rekeningnummer via het toeslagenportal aan de Belastingdienst door te geven. Daarbij wordt in het portal zichtbaar gemaakt welke rekeningnummers de Belastingdienst van betrokkene heeft en wordt de mogelijkheid geboden via het portal bewijsstukken te uploaden voor een rekeningnummer dat nog niet bij de Belastingdienst bekend is. Deze procedure voorziet erin dat betrokkene gedurende het verificatieproces zijn uitbetaling nog ontvangt op het oude bekende rekeningnummer. Naar verwachting zijn de noodzakelijke aanpassingen van de automatisering begin volgend jaar gereed.

Zoals bekend was de oorspronkelijke opzet de verificatie van rekeningnummers uiterlijk 1 juli 2014 af te ronden. Concreet betekende dit dat bij de Belastingdienst voor alle belastingplichtigen en toeslaggerechtigden die een of meer uitbetalingen ontvangen uiterlijk op die datum een geverifieerd rekeningnummer in de administratie opgenomen zou moeten zijn. Zoals ik echter ook reeds heb aangegeven in de oplegbrief behorende bij de onderhavige antwoorden, is met het oog op een verantwoorde afronding van de verificatie van rekeningnummers meer tijd nodig.7 In het bijzonder geldt dat de groep van ca. 340.000 burgers die maandelijks hun toeslag of voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting ontvangen op een oud, niet geverifieerd rekeningnummer en de groep van 430.000 betrokkenen zonder lopende toeslag en/of voorlopige teruggaaf inkomensheffing. Het streven is de verificatie van deze rekeningnummers uiterlijk 1 juli 2015 gereed te hebben. Om een en ander te faciliteren is het mijn voornemen het noodzakelijke overgangsrecht met een jaar te verlengen. De daarvoor noodzakelijke wijziging van de Ministeriële regeling is in voorbereiding en zal voor 1 juli a.s. in werking treden. Ik wil daarbij nog aantekenen dat als burgers of bedrijven gedurende deze transitieperiode van een jaar stelselmatig niet reageren op informatie- en/of contactverzoeken vanuit de Belastingdienst, ik alsnog voornemens ben om uitbetalingen op het «oude» rekeningnummer te blokkeren.

Voor bedrijven geldt in algemene zin dat het risico op identiteitsfraude bij de omzetbelasting beperkt is en dat dit risico door andere (minder zware) maatregelen in het proces wordt afgedekt. Daarbij geldt dat de uitvoeringskosten voor de Belastingdienst en de administratieve lasten voor ondernemers zijn toegenomen als gevolg van de invoering van de éénbankrekeningmaatregel. Dat is zeker het geval bij ondernemers zonder inschrijving in de KvK, fiscale eenheden, buitenlandse ondernemingen, BTW-refund huizen, factoormaatschappijen, bedrijven met sub-nummers, etc. Zo richten concerns om efficiencyredenen hun financiële proces zodanig in dat zij voor meerdere onderdelen van hun concern één bankrekeningnummer voeren. De tenaamstellingsverplichting dwingt hen momenteel echter voor ieder onderdeel een apart bankrekeningnummer te openen. Factoor(maatschappijen) lopen daarentegen tegen andere problemen aan als zij namens een crediteur een verzoek willen indienen om teruggaaf op grond van artikel 29, eerste lid, van de Wet OB.8 Binnen het huidige wettelijke kader van één bankrekeningnummer is het cederen van teruggaven OB aan de factoormaatschappijen de enige oplossing. Elke teruggave (niet alleen de omzetbelasting) ten name van die rechthebbende, moet dan handmatig beoordeeld en uitbetaald worden. Dit veroorzaakt extra uitvoeringskosten en administratieve lasten.

Het (automatisch) valideren van de tenaamstelling voor de omzetbelasting is – zoals al aangegeven – een proces dat een hoog uitvalpercentage kent en daarmee hoge uitvoeringslasten bij de Belastingdienst. De uitval wordt veroorzaakt doordat de tenaamstelling van bankrekeningen van ondernemers en de tenaamstelling van de omzetbelastingteruggave van elkaar af kunnen wijken. Voorbeelden van gevallen die uitval veroorzaken zijn het gebruik van een handelsnaam en/of samenwerkingsverbanden waarbij het gaat om natuurlijke personen die een onderneming drijven onder een andere handelsnaam en/of samenwerkingsverbanden (maatschappen). Een geautomatiseerde match is dan niet mogelijk. Hetzelfde geldt voor bedrijven zonder inschrijvingsplicht bij de Kamer van Koophandel. Voor ondernemers die belastingplichtig zijn voor de omzetbelasting maar die niet gehouden zijn zich in te schrijven bij de KvK (zoals particulieren met zonnepanelen en commissarissen), geldt het validatieproces voor particulieren. De ICT-systemen van de Belastingdienst kunnen dit onderscheid in de praktijk niet automatisch maken. Dat geldt ook voor de zogenaamde fiscale eenheden: een fiscale eenheid omzetbelasting bestaat civielrechtelijk niet en kan om die reden geen bankrekening op naam hebben. Weliswaar is daar in de wet een oplossing voor gecreëerd, maar één en ander vergt in de praktijk een bewerkelijk verificatieproces.

In het licht van het bovenstaande ben ik daarom voornemens de tenaamstellingsverplichting voor teruggave van de omzetbelasting in het kader van de één bankrekeningnummermaatregel te laten vervallen.

De leden van de fractie van de PVV vragen een schets te geven van de wijze waarop meer zou kunnen worden aangesloten bij het verificatieproces van de banken. Waarom is dat zo gecompliceerd en waarom duurt het zo lang, zo willen deze leden weten. Ook informeren deze leden hoe vaak de gegevens die de banken aanleveren worden ververst en of het bancaire verificatieproces niet gecertificeerd kan worden zodat er een standaard uitwisseling (nieuw) bankrekeningnummers online met de Belastingdienst kan plaatsvinden. Ook vragen deze leden of er geen dubbel werk wordt gedaan: de bank certificeert/verifieert en dan certificeert/verifieert ook nog eens de Belastingdienst. Wat betreft het gebruik van bankgegevens willen de leden van de ChristenUnie-fractie graag weten waarom een structurele oplossing op korte termijn niet mogelijk is. Hoe kan het dat de Belastingdienst wel kan beschikken over de banksaldi t.b.v. van de vooraf ingevulde aangifte en niet over de rekeningnummers, waarom wordt er geen koppeling gemaakt met het rekeningnummer dat gebruikt wordt voor een voorlopige teruggaaf of dat opgegeven wordt bij de jaarlijkse aangifte en kan dit laatste een mogelijkheid bieden voor de 1,5 mln. gevallen die nog onderzocht moet worden, zo vragen deze leden.

Bij de aanvraag van een nieuw rekeningnummer moet de aanvrager zich bij de bank legitimeren. Dit maakt het mogelijk bij het verifiëren van bankrekeningnummers nu al gebruik te maken van het verificatieproces van de banken: als een match wordt gevonden, is zeker dat het rekeningnummer aan de vereisten van één bankrekeningnummer voldoet en wordt het door de Belastingdienst in gebruik genomen. Er is dus geen sprake van dubbel werk; de Belastingdienst leunt zoveel mogelijk op de door de banken gevolgde procedure.

Voor de verificatie worden de bankrekeningnummers gebruikt uit de bestanden die de Belastingdienst jaarlijks ten behoeve van de vooringevulde aangifte van de banken krijgt. De vijf grootste banken hebben in januari 2014 ten behoeve van de conversie eenmalig aanvullende gegevens bij de Belastingdienst aangeleverd.

De Belastingdienst is met de banken in overleg over mogelijkheden zoveel mogelijk over de meest actuele bankrekeningnummers te kunnen beschikken. Daarmee kan ook de verificatie van recent geopende rekeningen aan de hand van bankgegevens plaatsvinden. Uiteraard wordt daarbij gezocht naar een zowel voor de banken als voor de Belastingdienst efficiënte werkwijze. Dit laat zich niet op korte termijn regelen, omdat: 1) moet worden uitgewerkt welke (aanvullende) technische voorzieningen daarvoor aan de zijde van de Belastingdienst en aan de zijde van de banken nodig zijn; en 2) die voorzieningen vervolgens ontwikkeld en geïmplementeerd moeten worden.

Voor de groep van burgers en bedrijven waarvoor de Belastingdienst nog niet beschikt over een geverifieerd rekeningnummer, is aansluiten bij het rekeningnummer dat wordt gebruikt voor de voorlopige teruggaaf, of dat wordt opgegeven bij de jaarlijkse aangifte geen oplossing. Voor zover een dergelijk rekeningnummer bekend is, heeft de Belastingdienst daarvan bij de conversie in januari 2014 vastgesteld dat dat niet verifieerbaar was.

De leden van de PvdA-fractie begrijpen dat als gevolg van de invoering van het één bankrekeningnummer uitbetalingen op oude rekeningnummers worden gestaakt als burgers en ondernemers een nieuw rekeningnummer doorgeven aan de Belastingdienst. Wanneer gaat de verder uit te werken maatregel van kracht waarbij wordt doorbetaald op de oude rekening gedurende het verificatieproces. De leden van de ChistenUnie-fractie vinden het een goed idee om toeslagen door te betalen op het oude rekeningnummer gedurende het verificatieproces. Wanneer verwacht het kabinet dat deze mogelijkheid operationeel wordt, zo informeren deze leden. De leden van de PVV-fractie vragen zich af of het procesmatig niet beter om de betalingen op het oude nummer te continueren tenzij de belanghebbende expliciet heeft aangegeven dat niet te willen, in plaats van betalingen te stoppen tenzij de belanghebbende aangeeft dat er doorgegaan kan worden met betalen op het oude nummer.

In de praktijk hechten belastingplichtigen en toeslaggerechtigden er in veel gevallen aan dat de wijziging van een rekeningnummer zo snel mogelijk in werking treedt. Bijvoorbeeld in echtscheidingssituaties hebben zij er belang bij dat betalingen met onmiddellijke ingang niet meer naar de gezamenlijke en/of rekening gaan. Om die reden acht ik de invoering van een systeem waarbij doorbetalingen op het oude rekeningnummer worden gecontinueerd tenzij betrokkene expliciet aangeeft dat niet te willen, ongewenst. Als alternatief wordt uitwerking gegeven aan een systeem waarin expliciet kan worden gevraagd uitbetalingen gedurende de verificatie nog op het oude nummer te laten plaatsvinden. De verwachting is nu dat deze oplossing begin 2015 in het toeslagenportal gerealiseerd is.

De leden van de ChristenUnie constateren dat het kabinet van plan is om de overgangsperiode weer te verlengen en vragen aan te geven of hierbij de oorspronkelijke datum van 1 januari 2016 zal worden gehanteerd. De leden van de PvdA-fractie vragen wanneer het kabinet resultaat verwacht van de uit te werken maatregelen.

Het overgangsrecht wordt verlengd tot 1 juli 2015. De verwachting is dat daarmee voldoende ruimte ontstaat om de overgang naar één bankrekeningnummer met inzet van de beschreven maatregelen op een verantwoorde manier af te ronden.

Vragen over getallen/bedragen

Na ontvangst van de juiste bewijsstukken heeft de Belastingdienst normaliter een verwerkingstijd van 12 tot 21 werkdagen nodig om aangehouden betalingen over te maken. De leden van de SP en het CDA zouden graag vernemen in welk percentage van de gevallen dat sinds de invoering van de maatregel één bankrekeningnummer niet is gelukt.

Het gaat hier om ca. 5% procent van de gevallen.

De leden van de SP-fractie en de leden van de PvdA-fractie vragen voorts naar de gemiddelde wachttijd voor uitbetaling in de afgelopen maanden, vanaf het moment dat de juiste bewijsstukken zijn ingezonden.

Deze ligt op ca. 15 werkdagen.

De leden van de SP-fractie willen graag weten hoeveel balieafspraken er gemiddeld per maand worden gemaakt en hoeveel dat er zijn sinds invoering van deze concrete maatregel. Ook informeren zij of sprake is van een toename van het aantal balieafspraken in verband met de invoering van de maatregel. Ook vernemen deze leden graag of er voldoende capaciteit bij de Belastingdienstkantoren voor deze extra balieafspraken is.

Normaal gesproken behandelt de balie gemiddeld ca. 17.500 afspraken per maand. In de periode januari tot en met maart jl. zijn er gemiddeld ca. 20.000 burgers per maand geholpen. De stijging was vooral een gevolg van het besluit tijdelijk ook baliebezoek zonder afspraak mogelijk te maken. Dit besluit was ingegeven door verminderde bereikbaarheid van de BelastingTelefoon. Er zijn ca. 5500 burgers met vragen over 1 BRN geholpen bij de balie. De capaciteit aan de balie was de afgelopen maanden inderdaad in voldoende mate aanwezig om deze groei op te kunnen vangen. Een verdere toename van baliebezoeken vergt overigens wel extra capaciteit.

De leden van de PVV-fractie en van de D66-fractie vragen zich naar aanleiding van de bijlage bij de brief van 3 maart 2014 af waarom er significante verschillen zijn in de ontwikkeling tussen burgers en ondernemers. Zo zijn de categorieën «onjuiste bewijsstukken» en «nog te ontvangen bewijsstukken» tussen 27 januari 2014 en 21 februari 2014 veel sterker gedaald bij ondernemers dan bij burgers. Bij burgers liep het aantal «onjuiste bewijsstukken» terug van ca. 6.000 naar ca. 5.000, bij ondernemers van ca. 2.000 naar ca. 150. Bij burgers liep het aantal «nog te ontvangen bewijsstukken» terug van ca. 10.000 naar ca. 9.500, bij ondernemers van ca. 2.500 naar slechts ca. 50.

In algemene zin reageren ondernemers – onder andere via hun accountant – sneller en accurater op een verzoek om informatie dan de gemiddelde toeslaggerechtigde burger.

De leden van de PVV-fractie vragen of het klopt het dat 30% van de huurders de huurtoeslag voorheen liet uitbetalen aan de verhuurder.

Er was inderdaad een groep van ca. 25 à 30% waarvoor de huurtoeslag rechtstreeks werd uitbetaald op het bankrekeningnummer van de verhuurder.

De leden van de PVV-fractie vragen met de leden van de CDA-fractie hoe vaak de Belastingdienst stuit op een buitenlands bankrekeningnummer. Ook willen de leden van de CDA-fractie weten in welk percentage van de gevallen het gaat om jongeren die het rekeningnummer van hun ouders opgeven of er een andere reden is.

Van alle over de afgelopen maanden verstuurde verzoeken tot nadere informatie om tot verificatie van een bankrekeningnummer over te kunnen gaan, had ca. 7% betrekking op een adres in het buitenland. Het aantal buitenlandse bankrekeningnummers ligt daarmee in lijn. Ten aanzien van jongeren ligt de omvang van verzonden verzoeken om verificatie op minder dan 10%. Voor het restant zijn andere redenen van toepassing.

De leden van de PvdA-fractie en de leden van de CDA-fractie vragen om nader inzicht in de kosten die tot nu toe zijn gemoeid met de invoering van één bankrekeningnummer en zijn benieuwd hoe deze zich verhouden tot de geraamde kosten in de business case. De leden van de CDA-fractie vragen daarbij ook specifiek naar de ICT- en de inhuurkosten.

In de outline business case is uitgegaan van ca. € 12 mln. aan ICT-ontwerpkosten. De daadwerkelijk gemaakte ontwerpkosten zijn, inclusief de kosten van inhuur van ca. € 2,0 mln., binnen dit budget gebleven. Daarnaast gaat de outline business case uit van jaarlijkse uitvoeringskosten van € 2 mln. Voor 2014 zullen deze kosten fors hoger uitgevallen. Zo is er in de periode januari tot en met maart reeds ruim € 7,5 mln. aan extra kosten gemaakt (inrichting en bemensing extra callcenter, extra kosten telefoonrekening, etc.). In dit bedrag zitten ook de kosten van de extra inhuur van consultants. Ten aanzien van de kosten voor consultants is het overigens de verwachting dat deze in het kader van één bankrekeningnummer over 2014 de € 1 mln. niet zullen overschrijden.

De leden van de fracties van de SP-fractie, de ChristenUnie-fractie, de SGP-fractie en de CDA-fractievragen naar een nieuwe stand van zaken ten aanzien van de groep burgers en ondernemers die nog wachten op een uitbetaling.

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de stand per 22 mei 2014. Hieruit blijkt dat het aantal burgers en bedrijven uit de groep van 27 januari 2014 dat nog wacht op een uitbetaling ten opzichte van 21 februari 2014 fors is afgenomen.

 

Omschrijving

Stand per 27 januari 2014

Stand per 21 februari 2014

Stand per 22 mei 2014

1

Burgers

     

a

Onjuiste bewijsstukken

6.000

5.000

600

b

Onderhanden werk bij de Belastingdienst

9.000

750

200

c

Nog te ontvangen bewijsstukken

10.000

9.500

3.200

         

2

Ondernemers

     

a

Onjuiste bewijsstukken

2.000

150

50

b

Onderhanden werk bij de Belastingdienst

2.500

800

100

c

Nog te ontvangen bewijsstukken

2.500

50

10

         
 

Totaal:

32.000

16.250

4.160

Omdat het niet in alle gevallen gelukt is contact met betrokkenen te leggen, ofwel omdat niet gereageerd wordt op post ofwel telefonisch contact niet lukte, wordt zoals al eerder aangegeven een pilot huisbezoeken uitgevoerd. In samenwerking met de gemeentes Amsterdam, Rotterdam en Almelo probeert de Belastingdienst om een beter zicht te krijgen op deze groep burgers. In de maand mei zijn bij maximaal 1.000 burgers huisbezoeken afgelegd. Ter plekke is de burger gevraagd de bewijsstukken te tonen zodat er een verifieerbaar bankrekeningnummer komt en de Belastingdienst tot uitbetaling kan overgaan. Daarnaast zijn vragen gesteld aan de hand waarvan de Belastingdienst kan beoordelen waarom het niet gelukt is een succesvol contact tot stand te brengen. De uitkomsten hiervan worden gebruikt om het proces verder te verbeteren. Daar waar de Belastingdienst aan loopt tegen signalen over foutieve registraties Brp, worden deze doorgegeven aan de gemeente. Hierover is met de pilotgemeenten vooraf contact geweest.

Vragen over de beslagvrije voet

De leden van de SP-fractie willen een reactie op de bewering die wordt gedaan door de Coöperatie Cobibewind, die stellen dat de Belastingdienst de beslagvrije voet niet toepast. De leden willen weten of dit grote financiële problemen voor de betreffende persoon kan opleveren. Verder willen de leden van de SP-fractie weten hoe lang een burger op zijn geld moet wachten indien deze aangeeft dat de beslagvrije voet niet is gehanteerd door de Belastingdienst.

Het kabinet hecht aan de bescherming van de beslagvrije voet. Het kabinet heeft dit tot uitdrukking gebracht in de kabinetsreactie op het rapport Paritas passé.9 Naar aanleiding van dat rapport heeft de Belastingdienst het beleid aangepast zodat ook bij de toepassing van een overheidsvordering – hierbij wordt een vordering geïncasseerd met toepassing van de systematiek van automatische incasso – een beroep kan worden gedaan op de beslagvrije voet hoewel daar wettelijk gezien geen verplichting voor bestaat.10

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen een beslag op een periodieke uitkering, bijvoorbeeld op loon of uitkering, of op een ander vermogensbestanddeel. Uit het beslagrecht volgt de (wettelijke) plicht om de beslagvrije voet bij een beslag op een periodieke uitkering te respecteren.11 Daarom stuurt de Belastingdienst, voordat beslag wordt gelegd op de periodieke uitkering, een verzoek om informatie aan de belanghebbende om aan de hand van diens persoonlijke omstandigheden de juiste beslagvrije voet vast te stellen. Het toesturen van dit verzoek om informatie maakt onderdeel uit van de standaardprocedure.

Vanwege het belang dat het kabinet hecht aan het waarborgen van het bestaansminimum is in het beleid van de Belastingdienst vastgelegd dat ook bij een overheidsvordering of een verrekening een beroep op de beslagvrije voet kan worden gedaan.12 In die gevallen kan er achteraf, na de verrekening of de overheidsvordering, door de belanghebbende een beroep op de beslagvrije voet worden gedaan. Belanghebbenden kunnen via een daartoe ontwikkelde rekenmodule13 op de website van de Belastingdienst berekenen of hun beslagvrije voet wellicht is aangetast en vervolgens een verzoek doen aan de Belastingdienst om de beslagvrije voet tot het juiste bedrag vast te stellen. Het verzoek wordt door de Belastingdienst handmatig beoordeeld aan de hand van de door belanghebbende overgelegde stukken. Dit kost tijd. De meeste verzoeken zijn binnen vier weken afgedaan. 14 15 Dan is een bedrag teruggestort op de bankrekening van de belanghebbende. Bij een volgende verrekening wordt rekening gehouden met de nieuw vastgestelde beslagvrije voet.

Vragen over de Business case en de implementatie

De leden van de PvdA-fractie delen de wens van het kabinet dat een «beheersbare invoering» van groot belang is. Wel vragen deze leden wat het kabinet onder deze term verstaat. Zij vragen verder of de huidige stand van zaken te kwalificeren is als zijnde beheersbaar.

De Belastingdienst verwerkt verzoeken om wijziging van rekeningnummers conform de daarvoor ontworpen procedures en binnen de daarvoor gestelde termijnen. De twee procesverstoringen die zich in de aanloopfase voordeden, zijn nadat die werden ontdekt, opgelost.16 Ook zijn – zoals hiervóór beschreven – aanvullende maatregelen in voorbereiding, gericht op het verder verbeteren van het verificatieproces. De situatie is daarmee te omschrijven als beheersbaar, maar tegelijkertijd ook nog steeds op onderdelen fragiel. Dit komt vooral door de complexiteit van de ICT-systemen binnen de Belastingdienst, zoals ik ook heb beschreven in mijn brief van 19 mei 2014 aan uw Kamer. Het ICT-systeem voor de verificatie kenmerkt zich door een groot aantal LOA’s (lokaal ontwikkelde appplicaties) en een relatief hoge ouderdom van de centrale systemen die de verschillende applicaties met elkaar moeten verbinden. Concreet betekent dit dat iedere ad hoc aanpassing om het verificatiegemak voor burgers en bedrijven te vergroten, de complexiteit en daarmee kwetsbaarheid van de huidige systemen vergroot. Dit geldt ook voor de systemen waar de bestuurlijke informatie op draait.

De leden van de PvdA-fractie merken op dat het kabinet het één bankrekeningnummer heeft ingevoerd per 1 december 2013 (met een overgangstermijn tot 1 juli 2014), terwijl in het oorspronkelijke implementatiescenario zoals vermeld in de voorliggende businesscase, een overgangstermijn wordt geadviseerd tot aan 1 januari 2016, en de invoering te faseren in vijf plateaus. De leden van de PvdA-fractie vragen een toelichting op welke punten de uitgevoerde implementatie van het één bankrekeningnummer afwijkt dan wel overeenkomt met het in de businesscase geadviseerde «groeiscenario».

In het «groeiscenario» uit de business case was als eerste stap voorzien dat burgers en bedrijven nog maar van één rekeningnummer gebruik zouden kunnen maken voor betalingen van de Belastingdienst. De verificatie van rekeningnummers zou in een tweede stap ter hand worden genomen. Bij de implementatie van één rekeningnummer zijn beide stappen feitelijk in elkaar opgegaan.

De leden van de fractie van de SP vragen de mening van de Staatssecretaris of, achteraf gezien, de invoering van de maatregel één bankrekeningnummer een klus is die voor de gegeven periode te omvangrijk is geweest voor de Belastingdienst en of dat niet betekent dat maatregelen pas moeten worden ingevoerd wanneer zeker is dat de Belastingdienst ze aankan. De leden van de fractie van D66 constateren dat er in de Outline Business Case Eén Bankrekeningnummer drie scenario’s worden geschetst en vragen het kabinet in te gaan op de afwegingen bij de keuze tussen deze scenario’s. Zij constateren voorts dat scenario 2 (maximale aanpassing) wordt afgeraden, omdat het niet op tijd kan worden gerealiseerd en willen weten of is overwogen de invoering uit te stellen, zodat er voor scenario 2 gekozen kon worden. Voorts informeren zij of het terugkijkend verstandiger was geweest om een ander scenario te kiezen en wat lessen zijn voor de toekomst. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen het kabinet nog eens aan te geven waarom destijds de overgangstermijn van het proces van één rekeningnummer met anderhalf jaar ingekort is tot 1 juli 2014, terwijl eerder een termijn tot 1 januari 2016 was voorzien, zoals ook staat beschreven in de impactanalyse. De leden van de PvdA-fractie vragen welke afwegingen ten grondslag lagen aan afwijkingen van het «groeiscenario» uit de business case.

De invoering van één bankrekeningnummer raakt het overgrote deel van de uitgaande betaalstromen van de Belastingdienst. Het is onvermijdelijk dat in een traject van dergelijke omvang een aantal zaken niet goed gaan en weer rechtgezet moeten worden; geen enkel scenario had tot een geheel probleemloze invoering geleid. De keuze voor het gebruikte invoeringsscenario is tot stand gekomen in de weging van een veelheid van factoren. Eén van die factoren was de inpasbaarheid in het samenstel van grotere en kleinere andere maatregelen die de Belastingdienst gelijktijdig en volgtijdelijk moest invoeren. Voorts is de wens meegewogen te komen tot een verdere versterking van fraude met bankrekeningnummers.

Tijdens het kennismakings-AO met de vaste commissie voor Financiën op 26 maart jl. heb ik in het bijzonder over de samenloop van verschillende implementatietrajecten gezegd dat de Belastingdienst een heel professionele organisatie is, die wel zijn handen vol heeft aan de uitvoering van een veelheid van erg complexe regelingen. Elke regeling kan op zichzelf nog wel goed uitvoerbaar zijn, het is de samenloop van verschillende implementatietrajecten die in de dagelijkse praktijk tot problemen leidt. Dat heeft ook de invoering van één bankrekeningnummer parten gespeeld.

Dat moet dus anders. Daarom heb ik in mijn beleidsprioriteitenbrief van 19 mei 2014 drie sporen geschetst waarlangs ik ervoor wil zorgen dat de Belastingdienst in de toekomst beter gaat functioneren, kort gezegd: complexiteitsvermindering, robuustere werkprocessen en objectieve prestatienormen.

Tegelijkertijd moet ik ook constateren dat met de kennis van nu er ten aanzien van de invoering van de één bankrekeningnummermaatregel een andere afweging gemaakt had kunnen worden. Het is duidelijk dat de urgentie om fraude aan te pakken toentertijd van doorslaggevende betekenis is geweest bij de vormgeving van de maatregel, inclusief het bijbehorende tijdpad. De les die hier uit te trekken valt, is dat in een complexe omgeving als die waarin de Belastingdienst functioneert zaken soms een langere transitieperiode behoeven. Het is dan ook om die reden dat ik voornemens ben het overgangsrecht waarop de Belastingdienst nog uit mag betalen op een bekend oud rekeningnummer voor die burgers en bedrijven waarvoor de Belastingdienst nog geen geverifieerd rekeningnummer tot haar beschikking heeft, met een jaar te verlengen tot 1 juli 2015.

De leden van de PvdA-fractie lezen dat de business case adviseert bij de invoering van het één bankrekeningnummer rekening te houden met het in december 2013 gelegen betaalmoment voor toeslagen voor 2014. Zij willen weten of dit is gebeurd. Ook constateren deze leden dat de business case een risico van een hogere kans op problemen en afbreuk van compliance voorziet door onduidelijkheid die ontstaat bij wijziging van de destijds bestaande situatie. Zij vragen welke maatregelen op welk moment zijn getroffen om dit te voorkomen en waar dit toe heeft geleid.

Er is terdege rekening gehouden met de samenloop van de invoering van één rekeningnummer met het nieuwe toeslagjaar 2014. De eerste toeslagbetaling voor 2014 vond plaats in december 2013 en de voor één rekeningnummer noodzakelijke wijzigingen moesten bij de jaaraanpassing 2014 in het toeslagenportal worden doorgevoerd. Om de aansluiting op één rekeningnummer te verzekeren, is besloten wijzigingsverzoeken vanaf eind oktober 2013 te bufferen. Deze zijn verwerkt zodra de daarvoor noodzakelijke systemen in december 2013 gereed kwamen.17

Voor de in de business case geconstateerde afbreukrisico’s en mogelijke gevolgen voor de compliance geldt in het algemeen dat deze veel vaker aan wijzigingen van wet- en regelgeving zijn verbonden. Binnen de mogelijkheden die de Belastingdienst heeft, worden voorzienbare problemen en risico’s steeds zoveel mogelijk gemitigeerd. Onderdeel van het implementatietraject voor één bankrekeningnummer was een reeks van communicatie-uitingen (brieven, aanpassingen website, etc.) om burgers en ondernemers zoveel mogelijk mee te nemen in de daaraan verbonden gevolgen. Op grond van in het vervolgtraject binnenkomende signalen is vervolgens, zoals eerder toegelicht, een reeks aanvullende maatregelen getroffen.18

Vragen over fraudebestrijding

De leden van de PVV-fractie vragen of er in dit traject nog gekeken is of er sprake kan zijn van fraude. Ook vragen zij of er bij het verifiëren van de 15.000 rekeningnummers voor de huurtoeslag nog een controleslag heeft plaatsgevonden in verband met fraude en of dit ook bij de overige toeslagen, specifiek de zorgtoeslag en het kindgebonden budget, heeft plaatsgevonden.

De invoering van één rekeningnummer is onderdeel van het een totaalpakket van anti-fraudemaatregelen waar ook de risicoselectie bij toeslagen deel van uitmaakt. De risicoselectie is erop gericht aanvragen aan te wijzen voor nadere controle en wordt toegepast voor alle toeslagsoorten. Daarnaast moet er een geverifieerd rekeningnummer zijn. Als dat ontbreekt, vindt geen uitbetaling plaats.

De aanvragen van de groep van ca. 15.000 belanghebbenden voor een huurtoeslag zijn eerst onderworpen aan de risicoselectie. Vervolgens is – deels door nadere bestandsvergelijking – een gevalideerd rekeningnummer gevonden. De overige betrokkenen hebben gereageerd op een brief van de Belastingdienst waarin werd gevraagd alsnog een rekeningnummer op te geven, of hebben bewijsstukken ingestuurd waarmee het rekeningnummer alsnog kon worden gevalideerd.

Vragen over verdere rapportage

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe de Staatssecretaris nu op de hoogte wordt gehouden van de ontwikkelingen in het dossier «één bankrekeningnummer». Deze leden willen ervan uitgaan dat eventuele nieuwe procesverstoringen in dit dossier meteen aan de Staatssecretaris worden gemeld en dat de Staatssecretaris de Kamer informeert als zich problemen voordoen. De leden van de PvdA-fractie willen weten wanneer de Kamer over de voortgang wordt geïnformeerd van de 1,5 mln. burgers en bedrijven waarvan uitbetaling nog niet plaatsvindt op een niet geverifieerd rekeningnummer. De leden van de SP-fractie vragen de Staatssecretaris aan te geven wat er is gebeurd met de toezegging aan de Tweede Kamer om wekelijks te rapporteren over de voortgang van de uitbetaling van toeslagen. Ook vragen zij met welke frequentie de Staatssecretaris van plan is aan de Tweede Kamer te rapporteren en wanneer de Kamer de eerstvolgende rapportage kan verwachten.

Ik word via de reguliere ambtelijke lijnen zowel schriftelijk als mondeling op de hoogte gehouden van de relevante ontwikkelingen rond één bankrekeningnummer. Uw Kamer heb ik met mijn brief van 3 maart jl. over de stand van zaken geïnformeerd. Ik ben voornemens uw Kamer bij de eerstvolgende halfjaarsrapportage opnieuw over de stand van zaken rond één rekeningnummer te informeren. Indien daartoe aanleiding is, zal ik uw Kamer uiteraard ook tussentijds over relevante ontwikkelingen in het dossier informeren.


X Noot
1

Art. 7a Invorderingswet; art. 25 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

X Noot
2

Kamerstuk 17 050, nr. 463; Kamerstuk 31 066, nr. 192.

X Noot
3

Kamerstuk 17 050, nr. 463.

X Noot
4

Kamerstuk 31 066, nr. 192, p. 2.

X Noot
5

Kamerstuk 31 066, nr. 192, p. 9 e.v.

X Noot
6

Kamerstuk 17 050, nr. 463, p. 4.

X Noot
7

Kamerstuk 30 166, nr. 192, p. 6.

X Noot
8

Dit is mogelijk op basis van het huidige besluit van 5 september 2003, nr. DGB2003/4484M

X Noot
9

Kamerstuk 24 515, nr. 255.

X Noot
10

Stcr. Nr. 29815.

X Noot
11

Artikel 475c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

X Noot
12

Bijvoorbeeld van een toeslagschuld met een voorschot.

X Noot
13

http://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/programmas_

en_formulieren/berekenmodule_voor_de_beslagvrije_voet_en_verzoekformulier_beslagvrije_voet

X Noot
14

Het verzoek wordt op kantoor inhoudelijk beoordeeld en vervolgens stort de Centrale Administratie het bedrag terug op de bankrekening.

X Noot
15

Bij het landelijk incassocentrum (LIC) is nagegaan wat het tijdsverloop is tussen de ontvangst van het verzoek en de beoordeling omdat daar de meeste verzoeken worden behandeld. Naar verwachting zijn over een jaar alle regionale incassocentra opgegaan in het LIC zodat alle verzoeken worden behandeld door het LIC.

X Noot
16

Kamerstuk 17 050, nr. 463, p. 10.

X Noot
17

Kamerstuk 17 050, nr. 463, p. 6.

X Noot
18

Kamerstuk 31 066, nr. 192; Kamerstuk 17 050, nr. 463.